About this glossary

Description

Terminology from De Helianthus - Verklarende woordenlijst

Languages
nl → en
Terms
5,729
Tags
alternative medicine
Last Updated
2026-01-03
Source
View on GitHub
DutchEnglishNotes

A

1: Het aminozuur alanine.

AA

1: Aminozuur.

AAA

Aneurysma aortae abdominalis, oftewel aneurysma van de abdominale aorta.

AAAA

Aneurysma aortae abdominalis atheroscleroticum, oftewel atherosclerotisch aneurysma van de abdominale aorta.

AAAAI

Amerikaanse academie voor allergie, astma en immunologie.

AAB

Algemeen aanduidingen besluit (warenwet).

AAC

Acute allergische conjunctivitis.

AACC

Antistof-afhankelijke cellulaire cytotoxiciteit.

AAD

1: Antibiotica geassocieerde diarree.

AADC

Aromatisch aminozuur decarboxylase.

AAF

Algemeen arbeidsongeschiktheidsfonds.

AAG

1: Artsenfederatie additieve en alternatieve geneeskunde.

AAH

Analgetica-afhankelijke hoofdpijn.

Aambei

Er bestaan inwendige, die zich binnen de anus bevinden en uitwendige. Aambeien (hemorroïde of haemorrhois) ontstaan door de uitzetting van aders van de endeldarm door stuwing in de anus.

AAPV

Alopecia areata patiëntenvereniging. De AAPV is een landelijk werkende vereniging van en voor lotgenoten. Alopecia areata betekent 'pleksgewijze haaruitval'. Het is een aandoening die iedereen - man of vrouw, jong of oud - kan treffen.

AAR

Antigeen-antistofreactie.

AAS

1: Anabole / androgene steroïden.

AASV

Algemeen aanvaarde standaard gezinsverzorging.

AAT

Alfa-antitrypsine.

AAW

Algemene arbeidsongeschiktheidswet.

Ab

Antilichaam of antistof.

ABA

Abscisinezuur, een isoprenoïde.

Abacterisch

Het vrij van bacteriën zijn.

ABB

Artsenvereniging voor biofysische geneeskunde en bio-informatie therapie.

ABBE

Aandoening aan het bewegingsapparaat in de bovenste extremiteit.

ABC

1: Academisch biomedisch centrum Utrecht.

Abces of abscessus

Dit is de, in een daarvoor niet bestaande holte in het lichaam, aanwezigheid van pus. Een abces wordt ook wel etterbuil genoemd.

ABE

Acute bacteriële endocarditis.

ABGD

Arts bedrijfs-gezondheidsdienst.

ABMT

Autologe beenmergtransplantatie.

ABNG

1: Artsenvereniging voor biologische en natuurlijke geneeskunde.

ABP

1: Androgeen-bindend peptide.

ABPA

Allergische bronchopulmonale aspergillose.

ABS

Acrylonitril butadieen styreen, een copolymeer.

Absorbens

Een absorberend middel of stof. Het meervoud is absorbentia.

Absorberen

Opslorpen, inzuigen of het in zich opnemen.

Absorptie

Alle weefsels in het lichaam zijn in staat om andere, van buitenaf komende, stoffen in zich op te nemen (opslorping).

Abstergens

Abstergentia zijn laxerende of afvoerende middelen.

ABV

Amsterdamse biografische vragenlijst.

ABvC

Algemene beroepsvereniging voor counselling. Hoewel counselling in Nederland steeds meer bekendheid verkrijgt is het voor velen een nog onbekend begrip. In Engeland en Amerika is het echter volledig geïntegreerd in de psychosociale hulpverlening. De professionele counselling-relatie met mensen wordt gebruikt om hen te helpen zichzelf te ontwikkelen en te helen. Om dit ook in Nederland te realiseren, hebben een aantal praktiserende counsellors besloten zich te verenigen in een beroepsvereniging.

ABVD

1: Adriamycine, bleomycine, vinblastine en DTIC.

ABVK

Amsterdamse biografische vragenlijst voor kinderen.

ABW

Algemene bijstandswet.

ac

Op een recept betekent dit: ante cenam, ofwel vóór de maaltijd.

Ac

1: Acidum, ofwel zuur.

AC

1: Audiologisch centrum.

ACA

1: Acuut coronair syndroom.

ACAH

Auto-immune chronisch actieve hepatitis.

Acaricide

Dit is een middel dat mijten doodt.

ACAT

Acetyl-coenzym A-cholesterol-acyltransferase.

ACBG

Agentschap ten behoeve van het college ter beoordeling van geneesmiddelen.

ACBO

Aortocoronaire bypass-operatie.

ACC

1: Akademie commissie voor de chemie.

Acceptor

Een ontvanger.

AcCoA

Acetyl-coenzym A.

Accretie

Een vergroeiing van, in een normale toestand, gescheiden weefsels.

Accumulatie

Het accumuleren - denk aan het opslaan van energie in een accu - of een opeenstapeling, ook wel cumulatieve werking genoemd.

ACD

1: Arteria coronaria dextra.

ACE

1: Allergisch contacteczeem.

ACER

Angiotensine converterende enzym-remmer.

Acetaat

Azijnzuurzout.

ACh

Acetyl-choline. ACh is een transmitterstof die betrokken is bij de overdracht van neuromusculaire prikkels.

AChE

Acetyl-cholinesterase.

AChR

Acetylcholine-receptor.

ACH

Arm, borstkas en heup.

ACI

Accu-check inform, een glucosemeter voor de glucosebepaling in volbloed.

Acidum

Zuur.

ACK

Amsterdams centrum voor kinderstudies.

ACM

Academisch college voor mesologie.

ACMG

Academisch centrum mondzorg Groningen.

ACN

1: Acetanilide.

Acne

Een ontsteking van de talgklieren van de huid. Er ontstaan puisten of meeëters (aangezichtsvin), vaak veroorzaakt door hormonale veranderingen tijdens de puberteit.

ACP

Acyl vervoerend proteïne. ACP is van belang voor de synthese van cholesterol en vetzuren.

ACPA

Anticytoplasmatische antistof.

ACS

1: Arteria coronaria sinistra.

ACSW

Academisch centrum sociale wetenschappen.

ACT

1: Alfa-chymotrypsine.

ACTA

Academisch centrum tandheelkunde Amsterdam.

ACTB

Advies-commissie toelating en begeleiding.

ACTH

Het adrenocorticotroop hormoon van de hypofysevoorkwab. ACTH wordt ook wel corticotrofine of corticotropine genoemd.

Activator

Een stof die zorgt dat een andere stof werkzaam wordt.

ActiZ

ActiZ is een organisatie van zorgondernemers met, stand 1 januari 2008, 450 leden. Deze organisatie vertegenwoordigt zorgondernemers in een verpleeghuis, verzorgingshuis, de thuiszorg, jeugdgezondheidszorg en kraamzorg.

ACTP

Adrenocorticotroop polypeptide.

Acupunctuur

Als onderdeel van de traditionele Chinese geneeswijzen, de TCM of TCG, mag ook acupunctuur zich over een steeds groter wordende belangstelling verheugen.

Acuut

Plotseling beginnend en meestal snel verlopend.

ACV

1: Aciclovir.

ACVP

Adriblastina, cyclofosfamide en VP16. Het is een combinatie van cytostatica.

AD

1: Alzheimer ziekte (ziekte van Alzheimer).

ADA

Een enzym in het purine-metabolisme: adenosine-desaminase. In de cellen van het lymfatische systeem wordt de grootste activiteit van het ADA enzym aangetroffen.

Adamantine

Tandglazuur.

ADB

Ambulante deeltijd behandeling.

ADC

Aids-dementie-complex.

ADCA

Autosomaal dominante cerebellaire ataxie.

ADCC

Antilichaam afhankelijk cel-gemedieerde of cellulaire cytotoxiciteit.

ADD

Aandachts-tekort stoornis. ADD is een vorm van ADHD waarbij de hyperactiviteit niet voorkomt.

ADDH

Aandachts-tekort stoornis met hyperkinesie.

Additief

Een stof die aan voedingsmiddelen wordt toegevoegd. Zo'n toevoeging moet bijvoorbeeld de geur, houdbaarheid, kleur of smaak verbeteren. Het meervoud is additieven.

Ade

Adenine.

ADEM

Acute gedissemineerde encefalomyelitis.

ADF

Angst, dwang en fobie.

ADH

1: Een enzym dat alcohol in de lever oxideert, alcohol dehydrogenase.

ADHD

Aandachts-tekort stoornis met hyperactiviteit. Men noemt ADHD ook wel 'alle dagen heel druk'.

ADI

1: Aanvaardbare dagelijkse inname.

Adipositas

Corpulentie, vetlijvigheid of vetzucht, wordt ook obesitas genoemd.

Adjuvans

Een toevoeging aan een geneesmiddel of medicijn die de werking ervan versterkt. Het meervoud is adjuvantia.

Adjuvant

Als bijvoeglijk naamwoord: aanvullend, behulpzaam, ondersteunend of toegevoegd.

ADL

1: Activiteiten in het dagelijkse leven.

ADMA

Asymmetrisch dimethylarginine.

ADO

Arbeid, dagbesteding en opleiding.

ADONIS

Alcohol, drugs en overige middelen Nederlands informatie systeem.

ADP

1: Antidiuretisch principe.

ADPKD

Vertaald is dit: autosomaal dominante polycysteuze nierziekte.

ADPN

Autosomaal dominante polycysteuze nierziekte.

ADR

Vertaald is dit: bijwerking van een geneesmiddel.

Adrenaline

Hormoon uit het bijniermerg.

ADS

1: Aandachtstekort-stoornis syndroom.

AE

1: Antitoxine eenheid.

AED

Automatische externe defibrillator.

AES

Atomaire emissie spectrometrie.

AES-ICP

Atomaire emissie spectrometrie met inductief gekoppeld plasma.

AF

1: Audiofrequent.

AFBZ

Algemeen fonds bijzondere ziektekosten.

AFC

Antilichaam-vormende cel.

Afla

Aspergillus flavus, een soort uit het schimmelgeslacht Aspergillus. Zie ook: aflatoxine hier onder.

Aflatoxine

Sommige soorten schimmels uit het Aspergillus geslacht zijn ziekteverwekkend ofwel pathogeen. Op ondeugdelijke pinda's (aardnoten of olienoten) vinden we aflatoxine. Het is een product uit de stofwisseling van de schimmel Aspergillus flavus wat giftig is. Deze aflatoxinen, metabolieten of mycotoxinen, kunnen aanleiding zijn voor het ontstaan van leverkanker.

AFM

Atomaire kracht microscoop.

AFO

1: Autonoom functie onderzoek.

AFP

1: Arteria femoralis profunda.

AFT

Autogene frequencie therapie.

Aften

Pijnlijke zweertjes van het mondslijmvlies, soms ook van de vulva.

Ag

1: Symbool voor het zilver (argentum) element uit het periodiek systeem.

AG

1: Adviserend geneeskundige.

AGA

Alimentair geïnduceerde aandoening.

AGB

1: Algemene gezondheidszorg en beroepen.

AGE

1: Algemene gezondheidszorg en epidemiologie.

AGF

Aardappelen, groenten en fruit.

AGG

Ambulante geestelijke gezondheidszorg. Zie ook: AGGZ.

Agglutinatie

1: Een samenkleving van kleine deeltjes om zodoende vreemde stoffen te verwijderen die niet in bijvoorbeeld de neus of het oor thuishoren.

Agglutineren

Het samenklonteren of aaneenkleven.

AGGZ

Ambulante geestelijke gezondheidszorg. Ambulante zorg is een vorm van, in dit geval, geestelijke hulpverlening en begeleiding waarbij men niet hoeft te worden opgenomen in een (zorg) instelling.

AGIKO

Assistent-geneeskundige in klinisch onderzoek.

AGIO

Assistent-geneeskundige in opleiding.

AGLT

Zure-glycerol lysis test.

AGN

1: Acute glomerulo-nefritis.

AGNIO

Assistent-geneeskundige niet in opleiding.

AGO

1: Algeheel geneeskundig onderzoek.

AGS

Adreno-genitaal-syndroom. AGS is een erfelijke ziekte, waarbij een stoornis optreedt in de aanmaak van (steroïd)hormonen in de bijnierschors.

AGSW

Antistof tegen glad spierweefsel.

AGW

1: Adem grenswaarde.

AGZ

Algemene gezondheidszorg.

Ah

Ampère-uur.

AH

1: Abdominale hysterectomie.

AHC

Acute hemorragische conjunctivitis.

AHF

Antihemofilie factor.

AHG

1: Antihumaan globuline.

AHL

Acylhomoserinelacton.

AHNP

Acute hemorragische necrotiserende pancreatitis.

AHO

Achter het oor toestel (hoortoestel).

AHOP

Adipositas, hyperthermie, oligomenorroe en parotitis.

AHTR

Acute hemolytische transfusiereactie.

AI

1: Auto-immuun.

AID

Anti-inflammatoir geneesmiddel.

AIDS

Het verkregen of verworven immuno-deficiëntie syndroom. Het is een syndroom dat wordt veroorzaakt door het HIV-virus. Bij AIDS wordt de afweer van het lichaam langzaam afgebroken. AIDS wordt gekenmerkt door een specifieke vermindering van de T-cellen en het ontstaan van karakteristieke secundaire infecties.

AIF

Apoptose inducerende factor.

AIG

Algemene inwendige geneeskunde.

AIH

Auto-immuun hepatitis. AIH is een aandoening waarbij de lever ontstoken is doordat het afweersysteem zich, om tot nog toe onbekende redenen, tegen de lever richt.

AIHA

Auto-immuun hemolytische anemie.

AIL

Angio-immunoblastische lymfadenopathie.

AILD

Angio-immunoblastische lymfadenopathie met dysproteïnemie.

AIN

Acute interstitiële nefritis.

AIO

Assistent(e) in opleiding.

AION

Anterieure ischemische opticusneuropathie.

AIOS

1: Arts in opleiding tot specialist.

AION

Anterieure ischemische opticus neuropathie.

AIP

Aldosteron geïnduceerde proteïne.

AIS

1: Apotheek informatie systeem.

AISA

Verkregen idiopathische sideroblastaire anemie.

AITP

1: Auto-immuun trombocytopenie.

AIVA

Algemene en internationale volksgezondheids-aangelegenheden.

AIZ

1: Auto-immuunziekte.

AJN

Artsen jeugdgezondheidszorg Nederland.

AJO

Adviesbureau voor jongeren en ouders.

AKA

Anti-kern-antilichaam.

AKBA

Acetyl-keto-bèta boswellia zuur.

AKC

1: Atopische kerato-conjunctivitis.

AKF

Antikern-factor, ANF wordt ook gebruikt.

AKG

Alkoxylglycerol.

AKJ

1: Advies- en klachtenbureau jeugdzorg.

AKSV

Algemene kokswaren en snackproducenten vereniging.

Al

1: Antilichaam.

Ala

Het aminozuur alanine.

ALA

1: Alfa-linoleenzuur, een omega-3 vetzuur.

Alanine

Alanine of L-alanine is één van de aminozuren.

ALAT

Alanine-aminotransferase. Dit is een enzym waarvan de hoeveelheid tijdens een bloedonderzoek vastgesteld kan worden.

ALBA

Allergenenbank, het is een databank met gegevens over overgevoeligheid ten aanzien van voedsel.

Albumine

Albumine is een eiwit wat in water oplost.

ALC

1: Alcoholische levercirrose.

ALCAR

Acetyl-L-carnitine. Zie ook ALC hierboven.

ALCAT

Antigeen leucocyten cellulaire antistoffen test.

ALCO

Algemeen co-assistentschap.

Alcohol

Een chemische stof die wordt afgeleid van koolwaterstof.

ALD

Adrenoleukodystrofie.

ALDIO

Assistent laboratoriumdiagnostiek in opleiding.

Aldosteron

Een hormoon van de bijnierschors.

Alfa-antitrypsine

Een trypsine remmend eiwit. Een test door het laboratorium kan onder andere ontstekingen aan het licht brengen.

Alfa-liponzuur

Een zowel in vet als water oplosbare antioxidant. Dit zuur kan zodoende zijn werk in en buiten de lichaamscellen doen.

ALFMV

Algemene landelijke federatie minder-validen.

ALG

Antilymfocyten-globuline.

Algesie

Een voor pijn verhoogde gevoeligheid.

Algidus

IJskoud.

Algurie

Plassen (urinelozing) wat (die) gepaard gaat met pijn.

Alifatisch

Met betrekking tot vetten.

Alimentair

Wat met voeding te maken heeft.

Alimentatie

Binnen deze context: voeding.

Alkali

Stof die in verbinding met zuur een zout vormt.

Alkaloïden

Een alkaloïd wordt, laag gedoseerd, ook in geneesmiddelen toegepast. Het zijn stikstofhoudende bestanddelen van planten die een sterke werking vertonen.

ALL

1: Acute lymfatische leukemie.

Allergenen

Lichaamsvreemde stoffen die allergische reacties kunnen veroorzaken.

Allergie

Een, soms heftige, reactie opgeroepen door een overgevoeligheid voor bepaalde stoffen. Deze website bevat 3 pagina's met allergie als onderwerp:

ALMN

Adreno-leuko-myelo-neuropathie.

ALO

Academie lichamelijke opvoeding.

ALS

1: Antilymfocytenserum.

ALT

Alanine aminotransferase. Zie ook: ALAT.

ALVA

Apparatuur voor lichamelijk, visueel en auditief gehandicapten.

Alvleesklier

Pancreas. Deze heeft een endocriene functie en scheidt een voor de spijsvertering belangrijk sap af, het pancreassap.

ALW

Aard- en levenswetenschappen.

ALZ

Alfa-linoleenzuur. De afkorting ALA wordt vaker gebruikt.

Am

Symbool voor het americium element uit het periodiek systeem.

AM

Amplitudemodulatie.

AMA

Antimitochondriën-antistoffen.

Amalgaam

Word (werd) gebruikt als vulling voor tanden en kiezen. Het is een verbinding van metaal met kwikzilver.

AMAN

Acute motorische axonale neuropathie.

Amandel

Tonsil. Lymfatisch orgaan, links en rechts achterin de mondholte.

AMC

Academisch medisch centrum Amsterdam.

AMCR

Anaerobic moving curved rods. Dit kan b.v. de Trichomonas vaginalis zijn met vaak ook bacteriële infecties.

AMD

Aan de leeftijd gerelateerde macula-degeneratie, een belangrijke oorzaak van blindheid.

Amenorroe of amenorrhoea

Het uitblijven van de menstruatie wat ontstaat in de hypothalamus.

Ameube

Zie: amoebe.

Amfetaminen

Zie: wekaminen.

AMI

Acuut myocardinfarct.

Aminozuren

Zij vormen bouwstenen van de eiwitten en zijn organische zuren van vaak gecompliceerde structuur.

AMK

Advies- en meldpunt kindermishandeling.

AML

Acute myeloïde leukemie.

AMN

Adrenomyeloneuropathie.

Amnesie

Geheel of gedeeltelijk verlies van het geheugen.

Amoebe of amoeba

Een ééncellig diertje dat zich voortbeweegt op schijnvoetjes en gemakkelijk van vorm verandert.

AMP

Adenosinemonofosfaat.

Ampul

Een glazen buisje, bijvoorbeeld voor het opslaan van een injectiestof of gevuld met materiaal benodigd voor testdoeleinden.

AMS

1: Alfa-methylstyreen.

AMV

Adem-minuut-volume.

AMW

Algemeen maatschappelijk werk.

an

Op een recept betekent dit: voor de nacht.

AN

Acrylonitril.

ANA

1: Antistoffen tegen nucleaire antigenen.

Anaal

Tot de anus behorend.

Anaboliet

Anabole metaboliet.

Anabolisme

De opbouwende fase in het stofwisselingsproces (opbouwend metabolisme). Wordt ook wel assimilatie genoemd.

Analgeticum

Een geneesmiddel dat pijnstillend werkt.

Anamnese

Het intake gesprek, om zodoende gegevens te verzamelen over het ontstaan van een aandoening of ziekte.

Anatomie

De leer van de samenstellende delen van het menselijk lichaam (ontleedkunde).

ANBI

Algemeen nut beogende instelling.

ANBN

Stichting anorexia en boulimia nervosa.

ANBO

Algemene Nederlandse bond van ouderen.

ANBoS

Algemene Nederlandse bond van schoonheidsinstituten.

ANC

Absoluut neutrofielen (neutrofiele granulocyten) aantal.

ANCA

Anti-neutrofiele cytoplasmatische antistof.

Androgeen

Mannelijke kenmerken veroorzakend.

Androgene stoffen

Hormonen die een vermannelijking tot gevolg hebben. De kenmerken worden bij de man versterkt en bij de vrouw veroorzaakt.

Anemie of anaemia

Bloedarmoede met onder andere als kenmerk een te laag gehalte aan hemoglobine (Hb).

ANF

1: Atrium-natriuretische factor.

ANG

Alliantie van natuurlijke geneeswijzen.

Angina

Elke aandoening die gepaard gaat met een pijnlijk gevoel van verstikking.

ANGNN

Academie voor natuurlijke geneeswijzen noord-Nederland.

ANGO

Algemene Nederlandse gehandicapten organisatie.

Angulair

Hoekvormig.

Angulus

Hoek.

ANH

Acute normovolemische hemodilutie.

ANIB

Algemene Nederlandse invalidenbond.

Anisakiasis

De zogenoemde haringwormziekte. De larve van Anisakis, die sporadisch in ongezouten verse haring voorkomt, kan bij de mens acute etterige darmwandontsteking veroorzaken.

ANLL

Acute niet-lymfatische leukemie.

ANP

Atrium- (atriaal- of atrio-) natriuretisch peptide.

ANT

Associatie Nederlandse tandartsen.

Anthelminthicum

Geneesmiddel tegen infecties van wormen in het maag-darmkanaal.

Antibioticum

Chemische stof die bacteriën kan doden of het vermenigvuldigen hiervan verhindert. Het meervoud is antibiotica.

Anticonceptie

Alle middelen die bevruchting moeten voorkomen.

Antigeen

Een lichaamsvreemde stof, het is meestal een eiwit, die de vorming van een specifieke antistof veroorzaakt en zich daar aan bindt. Het meervoud is antigenen.

Antigliadine

Er zijn mensen die absoluut niet tegen gluten in hun eten kunnen. Deze gluten komen echter in veel voedingsmiddelen voor. Eén van de stoffen die we in gluten aantreffen is het eiwit gliadine. Het aanwezige gehalte aan antigliadine in de ontlasting (feces) kan in het laboratorium bepaald worden.

Antilichamen

Zie: antistoffen iets lager op deze pagina.

Antimycoticum

Een geneesmiddel tegen schimmelinfecties.

Antioxidans of antioxidant

Een stof die oxydatie tegengaat.

Antistoffen

Antistoffen of antilichamen zijn eiwitten die in het bloedserum voorkomen. Ze worden gevormd als beschermende reactie op in het lichaam binnengedrongen antigenen. Dit binnendringen kan naar aanleiding van een infectie gebeuren of door inenting ontstaan. De antistof kan met het antigeen een, voor het lichaam niet meer schadelijke, verbinding aangaan. Zie ook: immunoglobulinen.

Antiviraal

Het tegen een virus werkzaam zijn.

Antropologie

De leer van de natuurlijke eigenschappen van de mens.

ANTTT

Artsenvereniging voor niet-toxische tumortherapie.

ANUG

Acute necrotiserende ulceratieve gingivitis.

ANVAG

Algemene Nederlandse vereniging voor ayurveda geneeskunde.

ANVC

Algemene Nederlandse vereniging van contactlens-specialisten.

ANW

1: Avond, nacht en weekend.

ANZ

Algemene Nederlandse zuivelbond.

ANZN

Academie voor natuurgeneeskunde Zuid-Nederland.

AO

1: Anonieme overeters.

AOE

Angiotensine omzettend enzym. De afkorting ACE wordt vaker gebruikt.

AOF

Arbeidsongeschiktheidsfonds.

AOK

Achterste oogkamer.

AOL

Acute ongedifferentieerde leukemie. AUL wordt ook gebruikt.

AOM

Acute otitis media.

AOP

1: Arbeidsongeschiktheidspensioen.

Aorta

Een uit de linker hartkamer ontspringende grote slagader in het lichaam.

Aorticus

Met betrekking tot de aorta of hiertoe behorend.

Aortitis

Ontsteking van de aortawand.

Aortografie

Na het inspuiten van een contrastvloeistof kan met behulp van röntgenapparatuur de aorta en vertakkingen onderzocht worden.

Aortogram

Het door middel van een röntgenfoto verkregen beeld tijdens de aortografie.

AOS

Androgeen ongevoeligheids-syndroom.

AOT

Adem- en ontspannings-therapie.

AOV

1: Algemeen ouderen verbond.

AOW

Algemene ouderdomswet.

AP

1: Anus praeternaturalis.

Apathie, apathisch

Ongevoeligheid voor indrukken van buitenaf, lusteloosheid.

APC

1: Antigeen presenterende cel. Verwekkers van ziekten kunnen door de APC's worden opgenomen en vervolgens afgebroken.

APCA

Anti-pariëtale-cellen antistof.

APCP

Amsterdams patiënten consumenten platform. De APCP behartigt de belangen van mensen die lijden aan migraine, spierspannings-hoofdpijn, aangezichtspijn, clusterhoofdpijn of chronische dagelijkse hoofdpijn.

APD

1: Pamidroninezuur.

APF

Anti-perinucleaire factor.

APKD

Vertaald is dit: autosomaal polycysteuze nierziekte.

APL

Acute promyelocytaire leukemie.

APLA

Abortus provocatus lege artis.

APLD

Automatische percutane lumbale discectomie.

APO

1: Apolipoproteïne.

APP

Amyloïde precursor proteïne.

Appendix

Aanhangsel. Bijvoorbeeld het wormvormig aanhangsel van de blindedarm, ofwel appendix vermiformis.

APR

Achillespees-reflex.

APS

1: Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis.

APSAC

Geacyleerd plasminogeen streptokinase activerend complex.

APTT

Geactiveerde partiële tromboplastinetijd. Dit wordt ook wel cefalinetijd genoemd en deze kan tijdens een bloedonderzoek gemeten worden.

APUD

Amine-voorloper, opname en decarboxylatie.

APZ

Algemeen psychiatrisch ziekenhuis.

AQP

Aquaporine.

Ar

Symbool voor het argon element uit het periodiek systeem.

AR

Allergische rinitis.

Ara

Arabinose.

ArA

Aromatische amine.

ARAM

Antigeen receptor activatie motief.

ARAS

Ascenderend reticulair activerend systeem. Dit systeem bestaat uit een groep neuronen in de hersenstam - onderdelen van de reticulaire formatie - en een diep in het centrum van de grote hersenen liggende groep neuronen, onderdeel van de thalamus. Voor een normaal bewustzijn is het ARAS essentieel.

ARB

Angiotensine-receptor-blokkeerder of blokker.

ARBO

Arbeidsomstandigheden.

Arbovirussen

Een verzamelnaam voor virussen welke door geleedpotigen (artropoden) overgebracht worden. Denk hierbij maar aan muggen en teken.

ARC

AIDS-gerelateerd complex.

Arcade

Anatomische structuur in de vorm van een boog.

Arcuaris

Boogvormig.

Arcus

Boog.

ARD

Acute respiratoire ziekte.

ARE

Amoxicilline resistente Enterococcus.

ARF

Acute nierinsufficiëntie.

Arg (R)

Het aminozuur arginine.

Arginine

Arginine of L-arginine is één van de semi-essentiële aminozuren.

ARGO

Advies en onderzoek in de gezondheidszorg en ouderenzorg.

ARI

Anti-resus immunoglobuline.

ARIN

Acute omkeerbare intrinsieke nierinsufficiëntie.

ARS

Arterio-renale stenose.

ART

1: Anti-repressor translatie.

Arterie of arteria

Een slagader of bloedvat waarin het bloed in een richting van het hart af stroomt. De belangrijkste is, er zijn er vele, de aorta.

Arteriitis

Een ontsteking van de slagaderwand.

Arteriosclerose of arteriosclerosis

Verharding van het weefsel van de wand der slagaders waardoor deze niet meer soepel blijft. Men noemt het meestal slagaderverkalking.

Artificieel of artificialis

Kunstmatig.

Artritis of arthritis

Gewrichtsontsteking.

Artropoden

Geleedpotigen.

Artrose of arthrosis

De meest op hogere leeftijd voorkomende degeneratie van gewrichten.

ARUI

Antireflux ureter-ileum.

ARV

AIDS-geassocieerd retrovirus.

As

1: Het aminozuur aspartaat.

AS

1: Aortastenose.

ASA

1: Acetylsalicylzuur.

ASAS

Astrologische associatie. De ASAS is een vakvereniging van astrologen.

ASAT

1: Aspartaat-amino-transferase. ASAT is een enzym wat betrokken is bij de aanmaak van eiwitten. Een verhoogd ASAT past onder andere bij een leverontsteking (hepatitis) of schade aan de spieren. Wanneer de ASAT-waarde meer is verhoogd dan de ALAT-waarde duidt dit vaak op een vergiftiging.

ASB

Antishockbroek.

Ascorbinezuur

Vitamine C.

ASD

1: Adenylsuccinase-deficiëntie.

Aseptisch

Vrij van ziektekiemen.

ASF

1: Agrarisch sociaal fonds.

ASG

Anion stabiliserende groep.

ASH

1: Asymmetrische septale hypertrofie.

ASK

Antistreptokinase.

ASM

Ademstimulerende massage.

Asn (N)

Het aminozuur asparagine.

ASN

Actieve kweek-supernatant.

ASO

Antistreptolysine O.

Asomnie

Slapeloosheid.

Asp

De afkorting voor asparaginezuur.

ASP

1: Asparaginase.

Asparaginezuur

Asparaginezuur of L-asparaginezuur is een aminozuur.

ASPS

Antisociale persoonlijkheidsstoornis.

ASR

1: Antistreptolysine reactie.

ASS

1: Autisme spectrum stoornis.

Assay

Analyse (essaai, keuring of toets).

Assimilatie

Het in het lichaam verwerken van verschillende voedingsstoffen door een hele reeks scheikundige processen.

AST

1: Ademstoot-test.

Astma of asthma

Een belemmering in de doorgang van de luchtwegen. Men spreekt ook wel over benauwdheid, ademnood of aamborstigheid en men bedoelt meestal astmatische bronchitis.

Astrocyt

1: Cel van het beenweefsel.

Astroglia

Zie: macroglia.

ASV

Federatieve vereniging van specialisten in academische ziekenhuizen. Het is nu de 'Orde van medisch specialisten' die na een fusie in januari 1997 ontstaan is.

Asymptomatisch

Zonder ziekteverschijnselen.

ASZ

1: Acetylsalicylzuur.

At

Symbool voor het astaat (astatium) element uit het periodiek systeem.

AT

1: Antitoxine.

ATA

Atmosfeer absoluut.

ATBC

Alfa-tocoferol, beta-caroteen.

ATC

1: Academisch transmuraal centrum.

ATCL

Volwassen T-cel lymfoom.

ATE

Adenotonsillectomie.

ATG

1: Anti-T-celglobuline.

ATL

Volwassene T-cel leukemie.

ATLL

Volwassene T-cel leukemie lymfoom.

Atm

Atmosfeer.

ATM

1: Acute transversale myelitis.

ATN

Acute tubulusnecrose.

ATNR

Asymmetrische tonische nekreflex.

Ato

Atmosfeer overdruk.

Atopie

Een aangeboren of erfelijke constitutie. Deze veroorzaakt dat het lichaam overgevoelig reageert op het in contact komen met een stof of allergeen. We vinden atopische allergenen onder andere in het stuifmeel van grassen, huisstof, voedingsmiddelen en de ook in Nederland steeds meer voorkomende Ambrosia plant.

Atopisch

Met betrekking tot een atopie. Atopische ziekten of een atopisch syndroom. Een paar voorbeelden hiervan: allergisch astma, hooikoorts en constitutioneel eczeem.

ATP

1: Adenosinetrifosfaat.

Atrium

De voorkamer of boezem van het hart. Wordt ook wel met sinus (holte) aangeduidt.

Atrofie of atrophia

Het verkleinen of verschrompelen van organen, vezels of weefsels door een teruggang in de voedingstoestand.

ATS

1: Anti-tetanus serum.

ATT

1: Anti tetanus toxoïd.

Au

Symbool voor het goud (aurum) element uit het periodiek systeem.

AU

1: Anson eenheid of eenheden.

AUC

1: Aminoglycosiden topconcentratie.

AUL

Vertaald is dit: acute ongedifferentieerde leukemie. AOL wordt ook gebruikt.

Auraal

Met betrekking tot het oor of gehoor.

Auris

Oor.

Autisme

Een storing in de ontwikkeling die meestal jong begint. Deze levert ernstige beperkingen op met betrekking tot de communicatieve en sociale vaardigheden. Er is tevens vaak sprake van een verstandelijke handicap en zich herhalende stereotiepe gedragspatronen.

Auto-immuunziekten

Dit kunnen een hele rij ziekten zijn. Zij worden toegeschreven aan door het lichaam gevormde antistoffen die tegen eigen lichaamsweefsels werken.

Autonoom

Onafhankelijk of zelfstandig, naar eigen wetten levend.

Autosomaal

Het bijvoeglijk naamwoord van autosoom.

Autosoom

Dit is een chromosoom dat geen geslachtschromosoom is.

AUV

Amsterdamse universiteits-vereniging.

AV

1: Arterioveneus.

AVA

1: Arterioveneus aneurysma.

AVADI

Aanvaardbare veilige en adequate dagelijkse inneming.

AVAG

Academie verloskunde Amsterdam en Groningen.

Avasculair

Geen vaten of bloedvaten bevattend.

AVC

1: Aberrante ventriculaire conductie.

AVD

Atrium-ventrikel-dual.

Aversie

Afkeer of tegenzin.

AVG

1: Aangepaste (adaptieve) voorziening voor gehandicapten.

AVIB

Algemene vereniging van instellingen voor bejaardenzorg.

Avirulent

Niet ziekte-verwekkend of giftig.

Avitaminose

Een door gebrek aan vitaminen veroorzaakte aandoening of ziekte.

AVKV

Alvleesklier vereniging.

AVL

1: Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis.

AVM

1: Arterio-veneuze malformatie.

AVMV

Algemene vereniging medisch verzekerden.

AVN

1: Astrologische vakvereniging Nederland.

AVO

Aanvullende opvang.

AVP

1: Alcohol voorlichtingsplan.

AVRUEL

Abdomino-vaginale radicale uterus-extirpatie en lymfeklieren-extirpatie.

AVSD

Atrioventriculair septum-defect.

AVVV

1: Algemene vereniging verplegenden en verzorgenden.

AVZ

Actuariële voorziening ziektekostenverzekeringen.

AWBZ

Algemene wet bijzondere ziektekosten. De AWBZ verzekert iedere Nederlander tegen 'onverzekerbare risico's', zoals het bekostigen van langdurige en chronische zorg. De AWBZ vergoedt (hoge) medische kosten die ziekenfonds-verzekeringen of particuliere ziektekosten-verzekeringen niet vergoeden. Onderzoek en preventieve maatregelen komen ook ten laste van de AWBZ.

AWEG

Academische werkplaats voor eerstelijns-gezondheidszorg.

AWI

Aanvaardbare wekelijkse inname.

AWO

Arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- en opleidingsfonds voor de sector zorg en welzijn.

AWOB

Arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- en opleidingsfonds voor bejaardenoorden.

AWOZ

Arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- en opleidingsfonds voor het ziekenhuiswezen (ziekenhuizen).

AWW

Algemene weduwen- en wezenwet.

Axilla

Oksel.

Ayurveda

Een manier van behandelen die onderdeel is van de traditionele geneeswijzen in India. De Ayurveda, als holistisch toegepaste natuurgeneeswijze, bestaat al vele eeuwen. Zie ook de aparte pagina over Ayurveda.

AZ

1: Academisch ziekenhuis.

AZA

Algemeen ziekenfonds Amsterdam.

AZC

Asielzoekers-centrum.

AZF

Azoöspermie-factor.

AZG

1: Artsen zonder grenzen.

AZH

Algemeen ziekenhuis.

AZI

Algemene zwakzinnigen-inrichting.

AZM

Academisch ziekenhuis Maastricht.

AZN

1: Ambulance zorg Nederland.

Azoöspermie

Een veel te klein aantal of het afwezig zijn van zaadcellen (spermatozoa) in het zaad (ejaculaat) van de man. Een oorzaak van mannelijke onvruchtbaarheid.

AZR

1: AWBZ-brede zorgregistratie.

AZS

Autonoom zenuwstelsel.

AZT

1: Azidothymidine (azido-deoxythymidine).

AZU

Academisch ziekenhuis Utrecht. Sinds 1999 is dit het universitair medisch centrum Utrecht, ofwel het UMC Utrecht.

B

1: Bacillus.

Ba

Symbool voor het barium element uit het periodiek systeem.

BA

Bewegingsagogiek.

Babesiosis

Een infectie met een protozoön, de Babesia, die door een teek wordt overgedragen. Deze infectie veroorzaakt een op malaria gelijkend ziektebeeld. Men noemt dit ook wel piroplasmose of piroplasmosis. We kennen de Babesia bovis, Babesia capreoli, Babesia divergens en Babesia microti. Deze parasiet wordt overgebracht op de mens door dezelfde teek, uit de Ixodes familie, die ook Borrelia burgdorferi veroorzaakt

BAC

Bloed-alcoholconcentratie.

Bacil of Bacillus

Een bacterie die staafvormig is.

Bacillair

Veroorzaakt door bacillen.

Bacillose

Een door bacillen verwekte ziekte.

Bacillurie

Urine waarin bacillen gevonden worden.

Bacillus

Zie bacil.

Bactericide

In staat tot het doden van bacteriën.

Bactericidum

1: Een bacteriedodende stof.

Bacterie

Bacteriën zijn alom aanwezig, zeer klein en kunnen zich ongelofelijk snel vermenigvuldigen. Het is een kernloos ééncellig micro-organisme. In ons lichaam vinden we zowel nuttige als schadelijke bacteriën.

Bacteriëmie

Er kunnen in het hele lichaam infecties ontstaan wanneer er zich bacteriën in het bloed bevinden. Dit noemen we bacteriëmie.

Bacteriocide

Zie bactericide.

Bacteriologie

De kennis of leer der bacteriën.

Bacteriostase

Het door remming van de deling of eiwitsynthese tegengaan van het vermenigvuldigen van bacteriën.

Bacteriurie

Urine waar bacteriën in aangetroffen worden.

BADGE

Bisfenol-A-diglycidylether.

Badkamereczeem

Een huidziekte die door schimmels wordt veroorzaakt. De benaming zwemmerseczeem wordt ook gebruikt.

BADL

Bijzondere activiteiten in het dagelijks leven.

BAF

B-cel activerende factor.

BAG

Bloedalcoholgehalte.

BaGZ

Basis gezondheidszorg.

BAH

Bio-arbeidshygiënisch.

BAL

Broncho-alveolaire lavage.

Balantidium

Een zich d.m.v. trilhaartjes voortbewegend trilhaardiertje of protozoön.

Balantidium coli

Dit trilhaardiertje leeft parasitair in een gedeelte van de dikke darm, het colon of karteldarm, en kan enterocolitis veroorzaken.

Ballistocardiogram

De door de hartactie teweeggebrachte terugstoot in het stelsel van slagaders kan in de vorm van een curve electrisch geregistreerd worden.

Ballonkuiten

Bovenmatige dikte van de onderbenen. Meer precies in de kuiten, doordat er een sterke ontwikkeling van weefsel plaatsvindt zonder dat het aantal cellen toeneemt.

Balsem of balsamum

Een smeersel wat etherische oliën bevat en gebruikt kan worden voor onder andere massage of verbandzalf.

BALT

Bronchus geassocieerd lymfatisch of lymfoïd weefsel. Zie ook: CMIS, GALT, MALT, MIS, NALT en SALT.

BAM

Bescherming akoestisch milieu.

BAO

Vertaald is dit: basale zuuruitscheiding.

Barbituraat

Een slaapmiddel in de vorm van een barbituurzuur verbinding.

BAS

1: Bejegening, aandacht en sfeer.

Basofiel

Het zich kleuren met basische kleurstoffen uit aniline. Bijvoorbeeld basofiele cellen of basofiele korreling.

BATC

Beroepsorganisatie therapeuten en belangen associatie consumenten. Zowel bij een bepaalde groep artsen en therapeuten als bij consumenten in de natuurgerichte gezondheidszorg bestaan behoeften om tot verbetering van de gezondheidszorg te komen. B.A.T.C is een meervoudige beroepsorganisatie die de belangen van zowel artsen als therapeuten, welke op hun vakgebied als natuurgeneeskundig therapeut meervoudige disciplines hanteren, behartigt.

BAV

Beroepsorganisatie arbo-verpleegkunde.

BAZ

Beleidskader arbeidsmarkt zorgsector.

BB

1: Bufferbasen.

BBA

Besluit bereiding en aflevering van farmaceutische producten.

BBB

1: Bio-Bifidobacterium bifidum.

BBG

Bureau bijwerkingen van geneesmiddelen.

BBI

Bio-Bifidobacterium infantis.

BBRS

Basis bio-regulatie systeem. Belangrijk binnen dit systeem zijn de cellen van bindweefsel, het autonoom zenuwstelsel, het hormonaal-systeem en het immuun-systeem.

BBS

Besnier-Boeck sarcoïdose.

BBSBN

BBS-belangenvereniging Nederland.

BBTB

BBTB Beschikbaarheid, bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid.

BBZ-FNV

Bureau beroepsziekten FNV.

BCAA

Aminozuur met vertakte keten.

BCC

1: Basaalcel carcinoom.

B-cellen

Zie B-lymfocyten.

BCG

1: Zie ballistocardiogram.

BCND

Vereniging van beoefenaars van complementaire en natuurlijke geneeswijzen voor dieren.

BCPS

Bischloorfenylsulfon.

BCR

1: B-celreceptor.

BCS

Budd-Chiari syndroom.

BD

Biologisch-dynamisch.

BDE

Bijna-dood-ervaring.

BDIH

Bond Duitse industrie en handelsonderneming voor geneesmiddelen, voedingssupplementen, farmaceutische-, reform- en (natuur-)cosmetische producten.

BDL

Bezigheden in het dagelijks leven.

Be

Symbool voor het beryllium element uit het periodiek systeem.

BE

1: Basen overschot.

Becquerel

De eenheid van radioactieve straling of radioactiviteit. Afgekort: Bq. 1 becquerel = één verandering van een atoomkern per seconde.

Bedsonia

Zich uitsluitend in de cel vermenigvuldigende ovale bacteriën. Men noemt ze ook wel Chlamydia.

BEJ

Butanol-extraheerbaar jodium.

Bel

Eenheid voor de intensiteit van geluid.

Benigne

Goedaardig of ongevaarlijk.

Benigniteit

Goedaardigheid.

Benzodiazepinen

Een groot aantal geneesmiddelen met anti-epileptische, hypnotische, sederende of spierverslappende werkingen.

BEP

Bleomycine, etoposide en cisplatine (platina), een combinatie van cytostatica. Na het uitzaaien (metastase) van testis-tumoren is BEP een veelgebruikt chemotherapie schema.

BER

Bond van Europese reflexologen, afdeling Nederland.

Beroerte

Zie cerebrovasculair.

BES

Betrokkenen evaluatieschaal.

BEST

Bio-electrische stimulatie therapie.

Bestrijdingsmiddel

Zie: pesticide.

Bèta defensin

Bèta defensin is één van de defensinen. Ze worden geacht in staat te zijn diverse, voor het lichaam schadelijke, organismen onschadelijk te maken. Ze zijn van belang voor een goede werking van de lichamelijke afweer of het immuunsysteem. Met behulp van een in het laboratorium uitgevoerd ontlastingsonderzoek kan de waarde van dit defensin bepaald worden.

BeTTEL

Beroepsvereniging voor trainers en therapeuten emotioneel lichaamswerk.

BEWO

Beschermd wonen.

BG

Behandelend geneesheer.

BGA

Belangenvereniging voor gehandicapten en arbeidsongeschikten.

BGD

1: Bedrijfs-geneeskundige dienst.

BGT

Bilirubine-glucuronyl-transferase.

BGZ

Bedrijfs-gezondheidszorg.

Bh

Symbool voor het borium element uit het periodiek systeem.

BHA

Butylhydroxyanisol of E320.

BHB

Bloed-hersenbarrière. De Engelse afkorting BBB wordt ook gebruikt.

bHCG

Bètahumane choriongonadotrofine.

BHET

Beroepsvereniging holistisch energetisch therapeut.

BHK

Baarmoederhals-kanker.

BHP

Britse kruiden farmacopee (artsenijboek).

BHR

Bronchiale hyperreactiviteit.

BHT

1: Butylhydroxytolueen of E321.

BHV

Belangenvereniging hart- en vaatpatiënten.

bi-

In samenstellingen: dubbel of tweevoudig.

Bi

Symbool voor het bismut element uit het periodiek systeem.

BI

1: Bekkeninstabiliteit.

BIA

Bioelectrische impedantie analyse. Er bestaat apparatuur om het lichaamsgewicht te beoordelen gebaseerd op bio-electrische analyse van de impedantie (BIA). Door middel van deze meting van de impedantie (weerstand) kan het vetgehalte van het lichaam bepaald worden. BIA gaat uit van de weerstand die een wisselstroom in het lichaam ondervindt. Stroom wordt slecht geleid door botten en vet maar veel beter door alle andere lichaamsweefsels. Deze electrische weerstand vormt daarmee de basis voor het berekenen van de vetvrije massa in het lichaam. Aan de hand hiervan wordt het percentage lichaamsvet afgeleid. De nauwkeurigheid van deze meting (vetmeting) is natuurlijk afhankelijk van de kwaliteit van het apparaat dat hiervoor gebruikt wordt.

BIBA

Bijzondere individuele begeleidings-afdeling.

BIBO

Bijzonder instituut voor bloedgroepen onderzoek.

BIC

Borstprothesen informatiecentrum.

Bicarbonaat

Zie natriumbicarbonaat.

Biceps

De tweehoofdige of grote armspier.

bid

Op een recept betekent dit: 2 maal daags (bis in die).

BIG

Beroepen in de individuele gezondheidszorg.

BIH

Benigne intracraniale hypertensie.

Bijnier

Boven de nieren ligt deze dubbelzijdige klier met een afscheiding van het merg en de schors.

Bilirubine

Een roodbruine galkleurstof, vooral gevormd door de milt.

BIND

Bilirubine geïnduceerde neurologische dysfunctie.

Bindweefsel

Dit is een steunweefsel met eiwitrijke vezels, wat zenuwen en bloedvaten bevat, met als functie het binden in en het omhullen van organen.

BIO

Breed indicatie overleg.

Biofysica

Het analyseren en bestuderen van natuurkundige invloeden op processen van biologische aard.

Biologie

De wetenschap van al het materiaal wat leeft.

Bioresonantie

De Bioresonantie-therapie wordt bedreven met een modern apparaat waarmee de therapeut een diagnose kan stellen en talloze klachten kan behandelen. Zie verder de aparte pagina over Bioresonantie.

Biotensor

De Biotensor is in de praktijk zelfstandig inzetbaar maar ook in combinatie met het Bioresonantie-apparaat toe te passen. Zie ook de aparte pagina over Biotensor.

Biotine

Biotine wordt ook wel vitamine B8 of vitamine H genoemd.

BIP

Bronchiolitische interstitiële pneumonie.

BIS

Bio-electrische impedantie spectroscopie.

Bismut

In een aantal geneeskundige preparaten wordt dit metaal toegepast.

BIT

1: Bio-informatie therapie.

BJZ

Bureau jeugdzorg.

Bk

Symbool voor het berkelium element uit het periodiek systeem.

BKJ

Bureau klachtondersteuning jeugdhulpverlening en jeugdbescherming.

BKPZ

Bevordering kwaliteitsontwikkeling paramedische zorg.

BKZ

Budgettair kader zorg.

BLA

Bio-Lactobacillus acidophilus.

BLE

Buiten-lichamelijke-ervaring.

BLM

Bleomycine.

Bloeddruk

De druk van het bloed in de grote slagaders. Deze druk is afhankelijk van een aantal factoren en wordt gemeten in twee waarden: de minimale of diastolische en de maximale of systolische.

Bloedgroep

Dit is, compleet gezien, eigenlijk een tamelijk ingewikkeld verhaal. In de praktijk wordt de groep benoemd met A, B, AB of 0 (geen O maar nul).

Bloedspotmethode

Het is voor sommige onderzoeken niet meer nodig om naar het ziekenhuis te gaan. Bij de bloedspotmethode prikt de patiënt zichzelf met een automatisch lancet in een vinger en laat één bloeddruppel in de cirkel op een voorbedrukt kaartje vallen. Na opdrogen van de druppel bloed wordt het kaartje in een plastic zakje gedaan en in een envelop per post naar het laboratorium gestuurd. Deze manier werkt efficiënt, is patiëntvriendelijk en tevens kostenbesparend.

B-lymfocyten

Alle lymfocyten zijn van belang voor het afweersysteem. De B-lymfocyten of B-cellen maken antilichamen aan. Zie ook lymfocyt en T-lymfocyten.

BM

1: Beenmerg.

BMC

1: Bureau voor medicinale cannabis.

BMD

Bot mineralen densiteit of dichtheid.

BME

Bezinkingsmaat van de erytrocyten ofwel rode bloedcellen. De afkorting BSE wordt ook gebruikt.

BMG

1: Benigne monoklonale gammopathie.

BMI

Lichaams massa index, zie: quetelet.

BMR

Bof-, mazelen- en rubella vaccin. BMR is een gevriesdroogd preparaat van levende en verzwakte bof-, mazelen- en rode hond (rubella) virussen. Al deze drie kinderziektes zijn zeer besmettelijk. Het BMR-vaccin werkt immuniserend tegen bof, mazelen en rode hond maar is niet altijd zonder bijwerkingen.

BMS

Bristol Myers Squibb, een farmaceutisch bedrijf.

BMT

Beenmerg-transplantatie.

BNP

B-type natriuretisch peptide. Het hormoon BNP wordt door het hart aangemaakt. Dit gebeurt met name wanneer de linker kamer van het hart uitgerekt wordt en een te groot volume aan bloed moet rondpompen. BNP heeft een verlagend effect op de bloeddruk, bevordert de productie van urine en tevens het uitplassen van natrium. Hierdoor daalt het bloedvolume zodat het hart ontlast wordt. Het bepalen van BNP is van belang bij de diagnose, het vervolgen en de vooruitzichten (prognose) van hartfalen. BNP kan ook worden gebruikt voor de indeling van patiënten met acute hartklachten door verstopping van de kransslagaders (acuut coronair syndroom).

BNS

De bijnierschors.

BOA

Bloedoverdraagbare aandoening.

BOB

Bevolkings-onderzoek naar borstkanker.

BOC

Basis onderwijs cardiologie.

BOD

Biologisch zuurstofverbruik.

Boelimie

Zie boulimie.

Boezem

Het atrium of de voorkamer van het hart. Wordt ook wel met sinus (holte) aangeduidt.

Bof

Zie parotitis.

BOGIN

Bond van de generieke geneesmiddelen-industrie Nederland.

BOKA

Belangenvereniging voor orthopedagogen en klinisch pedagogen met academische opleiding.

Bombesine

Een voornamelijk in de maag en pancreas voorkomend enterohormoon. Wordt ook als GRP afgekort.

BOOG

Borstkanker onderzoek groep.

BOPZ

Wet bijzondere opnamen in psychiatrische ziekenhuizen.

Borrelia

Deze bacterie behoort tot de spirocheten, dit zijn dunne beestjes in de vorm van een spiraal. De Borrelia burgdorferi verwekt de ziekte van Lyme en wordt overgebracht door de beet van een teek, de Idoxes dammini.

BOS

Buurt, onderwijs en sport.

BOSK

Bond van ouders van spastische kinderen en motorisch gehandicapten. Mensen met een aangeboren motorische handicap, een spraaktaalstoornis of een schisis kunnen bij de BOSK terecht. De BOSK geeft informatie, adviseert, brengt lotgenotencontact tot stand en behartigt de belangen van mensen met een motorische handicap.

Boterzuur

Butyraat, een vetzuur met korte keten uit onder andere boter.

Botontkalking

Bot is net zoals huid en spieren levend weefsel. Het vernieuwt zichzelf voortdurend. In een normale situatie wordt er evenveel nieuw bot aangemaakt als er oud bot wordt afgebroken. Op deze manier blijft het bot optimaal gezond en sterk. Botverlies treedt op wanneer het evenwicht tussen botaanmaak en botafbraak verstoord is. Dat wil zeggen wanneer er meer bot wordt afgebroken dan aangemaakt. Men spreekt dan van osteopenie of osteoporose.

Botulisme

In hiermee besmet vlees komt het toxine van Clostridium botulinum voor. Dit is een spoelvormige, zonder zuurstof levende (anaërobe), bacil. De schadelijke stoffen die worden gevormd werken voornamelijk op het zenuwstelsel in.

Boulimie of boulimia

Bij boulimia (nervosa), het is een eetstoornis, komen onder andere onbeheerste vreetbuien en zelfopgewekt braken vaak voor.

Bovien of bovinus

Met betrekking tot het rund.

BP

Bindingsproteïne.

BPA

1: Beroepsvereniging van psychologisch astrologen.

BPD

Bronchopulmonaire dysplasie.

BPH

Goedaardige ofwel benigne prostatische hyperplasie. Bij ouder wordende mannen voorkomende vergroting van de prostaat. Dit komt door een overmaat testosteron en een bovenmatige groei van het weefsel zodat de urinebuis (plasbuis of urethra) gedeeltelijk dichtgedrukt wordt. Het gevolg is een veelvuldig moeten plassen terwijl de druk laag is.

BPI

Bacterieel permeabiliteits-bevorderend eiwit.

BPPD

Benigne paroxismale positie-duizeligheid.

BPR

Bicepspeesreflex.

BPS

Borderline persoonlijkheidsstoornis.

Bq

De afkorting voor Becquerel. Zie aldaar.

Br

Symbool voor het broom (bromium) element uit het periodiek systeem.

BR

Biologische raad.

BRA

Bio-regulatie analyse.

Branhamella

Dit is een bacterie behorend tot het geslacht Neisseria (zie aldaar).

BRE

Bio-resonante equivalenties.

Breedspectrum-antibiotica

Deze antibiotica is werkzaam tegen vele micro-organismen en sommige virussen en heeft zodoende een 'breed' toepassingsgebied.

BRIC

Benigne (ongevaarlijke) recidiverende intrahepatische cholestase.

BRIG

Beroeps register integrale gezondheidszorg.

BRM

Biologische respons modificeerder. Het is een stof, in staat tot het veranderen van de immuunrespons of het opwekken van een immunoreactie.

Bronchi

Het meervoud van bronchus.

Bronchiaal

Betrekking hebbend op de luchtwegen of luchtpijpen.

Bronchiën

Zie bronchi.

Bronchitis

Ontsteking van het slijmvlies in de vertakkingen van de luchtpijp. Dit kan door o.a. bacillen, kokken of virussen veroorzaakt worden. Er bestaan verschillende vormen van bronchitis.

Bronchus

Vertakking van de luchtpijp of luchtweg. Het meervoud van bronchus is bronchi.

Broom

Dit is één van de halogenen.

BSA

Bovien serum albumine.

BSE

1: De bezinkingssnelheid van de rode bloedcellen of erytrocyten. Deze snelheid, die bij man en vrouw verschillend is, kan tijdens een bloedonderzoek bepaald worden.

BSF

Broom-sulftaleïne.

BSG

1: Besluit subsidiëring gezondheidscentra.

BSM

Beroepsvereniging voor synergene massage.

BSN

Burger service nummer.

BSP

Broomsulfaleïne of natriumsulfobromoftaleïne.

BSS

Bernard-Soulier syndroom.

BST

Beroepsvereniging van spiritueel therapeuten.

BT

1: Biotechnologie.

BTB

Bundeltakblock.

BTC

Basale temperatuur curve.

BTD

Bloedtransfusie-dienst.

BTEX

De aromatische koolwaterstoffen benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xyleen.

BTG

Bètatromboglobuline.

BTV

Blauwtongvirus.

BUN

Bloed-ureum-stikstof(concentratie).

Burnout-syndroom

Een toestand van emotionele, lichamelijke en psychische uitputting.

Bursitis

Ontsteking van een slijmbeurs of bursa.

BUS

Bonnevie-Ullrich syndroom.

Butyraat

Boterzuur, een vetzuur met korte keten uit onder andere boter.

BV

1: Bejaarden verzorgende.

BVA

1: Bureau vertrouwensarts.

BVAT

Beroepsvereniging voor APS-therapie.

BVD

Bovien virus diarree.

BVF

1: Bewaking vitale functies.

BVG

Bedrijfsvereniging voor de gezondheid.

BVK

Beroepsvereniging voor kinesiologie.

BVN

Borstkanker vereniging Nederland.

BVO

Bevolkingsonderzoek.

BVP

1: Beroepsvereniging van pedagogen. Na een fusie is dit nu de Phorza.

BVV

Beroepsgroep verplegenden en verzorgenden.

BvZB

Beroepsvereniging van zijnsgeoriënteerde begeleiders.

BW

1: Borstwervel.

BWMC

Bindweefsel-mestcel.

BZA

Bijzondere zorgafdeling.

BZK

Budgettair zorg kader.

BZO

Borst zelfonderzoek.

BZU

Basale zuuruitscheiding.

BZV

Biochemisch zuurstofverbruik.

BZW

Begeleid zelfstandig wonen.

C

1: Cytidine.

Ca

Symbool voor het calcium element uit het periodiek systeem.

CA

Carboanhydrase.

CAB

Catheter geassocieerde bacteriëmie.

CABG

Coronairarterie-bypasstransplantatie.

CAC

Codex Alimentarius commissie.

CAD

Consultatiebureau voor alcohol en drugs.

Cadmium

Het giftige metaal cadmium kan chronische bronchitis en beschadiging van de nierbuisjes (tubuli) veroorzaken.

Caecaal

Met betrekking tot de blindedarm of caecum.

Caecum

De blinde darm, het begin van de dikke darm of colon. Het wormvormig aanhangsel of appendix zit hier aan vast.

Caecus

Blind of blind eindigend.

Cafeïne

Een alkaloïd wat in koffiebonen en thee voor komt.

Cafestol

Een koffieboon bevat vet, cafestol is er één van. Dit koffievet verhoogt de cholesterol-spiegel. Je krijgt hiervan het meeste binnen door gekookte koffie, waarbij de gemalen koffie naar de bodem zinkt, te drinken. Senseo en ouderwets koffie zetten bevat veel minder van deze stof. Het papieren filter houdt het grotendeels tegen.

CAG

1: Code voor de aanprijzing van gezondheids-producten.

CAH

Chronische agressieve of actieve hepatitis.

CAHAG

COPD en astma huisartsen advies groep.

CAHZ

Coronaire atherosclerotische hartziekten.

CAI

1: Catheter geassocieerde infectie.

CAKBZ

Centraal administratiekantoor bijzondere zorgkosten.

Cal

Calorie, eenheid van warmte of de voedingswaarde van een product (is verouderd).

Calcaneum of calcaneus

Hielbeen.

Calciëmie

1: Als hypercalciëmie; teveel calcium in het bloed.

Calciferol

Vitamine D.

Calcium

Symbool is 'Ca'. Wordt ook wel gewoon kalk genoemd. Calcium is een voor het lichaam onmisbaar element wat met de juiste hoeveelheid in het bloed aanwezig moet zijn.

Calicivirus

Een subgroep van de picornavirussen.

CALLA

Gewoon acute lymfatisch leukemie antigeen.

Callositas

Een plaatselijke verdikking der hoornlaag van de opperhuid: eelt of eeltplek.

Calorie

1: De voedingswaarde van een product (is verouderd).

Calprotectine

Calprotectine is een eiwit of proteïne wat een paar mineralen bindt. Bij ontstekingen in de darm wordt er een verhoogde waarde van dit eiwit gemeten.

CAM

1: Complementaire en alternatieve geneeskunde.

cAMP

Cyclisch adenosine-monofosfaat.

Campylobacter

Een bacteriegeslacht dat voornamelijk infecties van het spijsverteringskanaal teweegbrengt.

Candida albicans

Zie candidiasis.

Candidemie

Wanneer er virulente Candida albicans in het bloed wordt aangetroffen.

Candidiasis of candidose

De door Candida albicans veroorzaakte schimmelinfectie van slijmvliezen.

CAP

Kataboliet-genactivator-proteïne.

CAPD

Continue ambulante peritoneaal dialyse.

CAR

Cliënten advies raad.

CARA

Chronische aspecifieke respiratorische of respiratoire aandoeningen. Afkorting voor allergische, bacteriële, hyperreactieve en virale aandoeningen van de slijmvliezen der ademhalingsorganen.

Carbo

Kool, er bestaat dierlijke en plantaardige kool.

Carbonaat

Koolzuurzout.

Carcinogeen

Kanker verwekkende stof of kankerverwekkend.

Carcinoom of carcinoma

Kanker, kwaadaardig woekergezwel van huid, klierweefsel of slijmvlies.

Cardio-

Wordt in samenstellingen gebruikt; met betrekking tot het hart.

Cardioloog

Een arts die gespecialiseerd is op het gebied van hart- en vaatziekten.

Cardiomegalie

Een hartvergroting.

Cardiovasculair

Het betrekking hebben op vaten en hart.

CARIM

Cardiovasculair onderzoek instituut Maastricht.

Carminativum

Een windverdrijvend middel wat wordt toegepast bij de ophoping van gassen in het darmkanaal.

Carnitine

Een onmisbaar aminozuur.

CAS

1: Centrale anticholinerge syndroom.

CASA

Centra voor anticonceptie, seksualiteit en abortus. De CASA is een landelijke organisatie die hulp biedt op het gebied van geboorteregeling en seksuele gezondheidszorg. CASA Nederland is in 2003 ontstaan uit het samengaan van 5 abortusklinieken en 3 Rutgershuizen. In 2005 is besloten om de naam CASA voor alle centra in te voeren. Bij de verschillende CASA-vestigingen kunt u terecht voor:

Caseïne

Een op eiwit gelijkend bestanddeel van melk. We vinden het in zowel geitenmelk als koemelk. Het vormt de grondstof voor het bereiden van kaas en wordt ook wel kaasstof genoemd.

Casuïstiek

De beschrijving van een aandoening of ziektegeval.

CAT

Choline-acetyl-transferase.

Catarre, catarrhe of catarrhus

De ontsteking van slijmvliezen met het afscheiden van slijm.

Caudaal of caudalis

Betrekking hebbend op het achtereind of staartuiteinde van het lichaam.

Causaal

Oorzakelijk, het behandelen van een ziekte of aandoening door de oorzaak er van aan te pakken. Dit in tegenstelling tot een behandeling die slechts gericht is op de verschijnselen of symptomen van deze ziekte (symptomatisch).

Cavitas

Latijns voor holte.

CB

Complementaire behandelwijze.

CBB

1: Collectieve belangen behartiging.

CBD

1: Commissie biotechnologie bij dieren.

CBF

Centraal bureau fondsenwerving.

CBG

College ter beoordeling van geneesmiddelen. Het CBG beoordeelt en bewaakt - naar eigen zeggen - de werkzaamheid, risico's en kwaliteit van geneesmiddelen voor mens en dier. Ook beoordeelt het CBG de veiligheid van nieuwe voedingsmiddelen voor de mens en is een gezaghebbend kenniscentrum van geneesmiddelen. Het beschikt over unieke kennis op het gebied van de ontwikkeling, de werkzaamheid, de veiligheid, de kwaliteit en de post-marketing surveillance van geneesmiddelen. Deze kennis kan ook op andere terreinen binnen de Nederlandse gezondheidszorg benut worden.

CBK

Centraal brouwerij kantoor.

CBL

Centraal bureau levensmiddelenhandel.

CBO

1: Consultatie bureau voor ouderen.

CBOG

College voor beroepen en opleidingen in de gezondheidszorg.

CBP

College bescherming persoonsgegevens.

CBR

Complement-bindingsreactie.

CBS

1: Centraal bureau voor de statistiek.

CBSL

Centraal bacteriologisch en serologisch laboratorium.

CBT

Centrum bijzondere tandheelkunde.

CBZ

College bouw ziekenhuisvoorzieningen.

CCA

Kanker centrum Amsterdam.

CCC

Chloorcholinechloride.

CCE

Centrum voor consultatie en expertise.

CCFonds

Contusio cerebri fonds. Contusio of contusie cerebri staat voor een meer of minder ernstige beschadiging van hersenweefsel, of hersenkneuzing.

CCG

Centrum voor complementaire geneeskunde.

CCK

Cholecystokinine. Dit hormoon vinden we in de twaalfvingerige darm (duodenum) en nuchtere darm (het jejunum), respectievelijk het bovenste en middelste deel van de dunne darm.

CCKL

Het CCKL is een coördinerende commissie voor de kwaliteitsverbetering van laboratoriumonderzoek en accreditatie van laboratoria in de gezondheidszorg. De CCKL samen met de RvA beoordelen laboratoria op hun deskundigheid en onafhankelijkheid. De CCKL richt zich specifiek op medische laboratoria werkzaam in de Nederlandse humane gezondheidszorg.

CCKPZ

Cholecystokinine-pancreozymine.

CCMO

Centrale commissie mensgebonden onderzoek. De CCMO houdt toezicht op de toetsing van medisch-wetenschappelijk onderzoek met proefpersonen in Nederland.

CCMS

Centraal college medisch specialisten.

CCP

1: Cyclisch gecitrullineerd proteïne.

CCPD

Continue cyclische peritoneaal dialyse.

CCR

1: Centrale cliëntenraad.

CCTC

Cardiologie en cardio-thoracale chirurgie.

CCUVN

Crohn en colitis ulcerosa vereniging Nederland.

CCV

Verpleegkundige hartbewaking.

CCyR

Complete cytogenetische respons.

CCZ

Coördinatiecentrum chronisch zieken.

Cd

Symbool voor het cadmium element uit het periodiek systeem.

CD

1: Cluster aanduiding.

CDA

Chlorodeoxyadenosine.

CDD

1: Chlorodibenzodioxine.

CDF

Chlorodibenzofuraan.

cDNA

Complementair DNA.

CDP

Cytidine-difosfaat.

CDR

Cliënten deelraad.

CDT

1: Koolhydraat-deficiënt transferrine.

Ce

Symbool voor het cerium element uit het periodiek systeem.

CEA

Carcino-embryonaal antigeen, een tumormerker. CEA wordt gevonden in het bloed van patiënten met alvleesklier-, blaas-, borst-, cervix-, colon-, of ovarium-kanker.

CEBV

Chronisch Epstein-Barr virus.

CEE

Centraal Europese encefalitis.

CEG

Centrum voor ethiek en gezondheid.

Cel

De kleinste eenheid binnen een organisme.

CEL

Chronisch eosinofiele leukemie.

CELAZ

College voor ethische en levensbeschouwelijke aspecten van de zorgverlening.

Celdeling

Het proces waarbij na het delen van de kern, uit één cel twee cellen ontstaan.

Celmembraan

Het plasma in een cel wordt omringd door een dun vlies, het membraan.

CENZOR

Centrum voor zorgcoördinatie, openbare GGZ en rehabilitatie.

Ceraat

Zalf waar was in verwerkt is.

Cerebraal

Met betrekking tot de hersenen.

Cerebrovasculair

Betreffende de bloedvaten in de hersenen.

Cestoden

Plat- of lintwormen, er zijn verschillende geslachten te onderscheiden.

CEV

Commissie electromagnetische velden.

Cf

Symbool voor het californium element uit het periodiek systeem.

CF

1: Cystische fibrose of taaislijmziekte.

CFA

Cetyl veresterd vetzuur. CFA's zijn natuurlijke enkelvoudig onverzadigde en verzadigde vetzuren die veresterd zijn met een vetalcohol, namelijk cetylalcohol.

CFC

Chloorfluorkoolstof.

CFH

1: Commissie farmaceutische hulp.

CFIDS

Chronische vermoeidheid en immuun disfunctie syndroom.

CFK

1: Chloorfluorkoolwaterstof.

CFS

Chronisch vermoeidheids-syndroom. Zie encefalomyelitis.

CFTR

Cystische fibrose transmembraan geleidings regulator.

CFU

Kolonie vormende eenheid.

CG

Chronische granulomatose. CG ontstaat door een defect bij het vormen van toxische zuurstofmetabolieten.

CGC

Kanker genomics centrum.

CGD

Chronische granulomateuze ziekte.

CGF

Chlorella groei factor.

CGG

Centrum voor geestelijke gezondheidszorg.

CGL

1: Corpus geniculatum laterale.

cGMP

Cyclisch guanosine-monofosfaat.

CGO

Coördinatieorgaan geneeskundige ouderenorganisatie.

CGOR

Centrum voor gezondheidsonderzoek bij rampen.

CGR

Stichting code geneesmiddelen reclame.

CG-Raad

Chronisch zieken en gehandicapten raad Nederland.

CGRP

1: Calcitonine gen-gerelateerd peptide.

CGT

Cognitieve gedrags-therapeut of therapie.

CGZ

Chronische granulomateuze ziekte.

CH

Cyclo-hydrolase.

Chalcose of chalcosis

Ophopen van koper in de weefsels.

CHE

Choline-esterase. CHE is een enzym dat betrokken is bij het geleiden van prikkels in de zenuwen. Er komen verschillende vormen voor in de lever. Het is tevens een maat voor de leverfunctie.

Chelaat

Een samenvoeging van metaalionen met een organische stof.

Chinolonen

Een verzameling van synthetisch vervaardigde antibiotica die verschillende bacteriën kunnen doden.

Chlamydia

Zich uitsluitend in de cel vermenigvuldigende ovale bacteriën.

CHMP

Comité voor medische producten voor humaan gebruik. De CHMP heeft een viertal werkgroepen die zich richten op beleids-ontwikkeling rond de beoordeling, werkzaamheid, chemisch-farmaceutische kwaliteit en de veiligheid van biotechnologische geneesmiddelen.

CHO

Chinese hamster-ovarium.

Cholecalciferol

Vitamine D3.

Cholesterol

Een niet in water oplosbare vetachtige stof die tot de sterolen behoort.

Choline

Vitamine B4, behorend tot het B-complex.

CHOP

Cyclofosmamide, doxorubicine, vincristine en prednison.

CHP

Centrale huisartsenpost.

CHR

Complete hematologische respons.

Chromatine

Bij het delen der celkernen ontstaan de chromosomen uit de sterk kleurbare kernstof chromatine. In chemisch opzicht bestaat deze stof uit eiwitten en DNA.

Chromosoom

Chromosomen bevatten de genen en bevinden zich als staafvormige structuren in de celkern. Ze ontstaan uit chromatine tijdens het delen der celkern. Een cel in het menselijk lichaam bevat normaliter 46 van deze chromosomen. Ieder chromosoom bestaat voor het grootste deel uit ribonucleïnezuur en desoxyribonucleïnezuur en bevat een DNA-molecuul wat spiraalvormig gewonden is. De erfelijke eigenschappen maar ook de eventuele afwijkingen van de mens liggen besloten in de chromosomen.

Chronisch moeheidssyndroom

Zie encefalomyelitis.

Chronisch vermoeidheidssyndroom

Zie encefalomyelitis.

Chroom

Een sporenelement.

ChS

Chondroïtine-sulfaat.

CHT

Congenitale hypothyreoïdie is een niet aangeboren onvoldoende aanmaak van het schildklierhormoon. Het meest vaak komt de primaire hypothyreoïdie voor. Hierbij ligt de oorzaak van deze ziekte in de schildklier zelf. De secundaire vorm ontstaat door een gestoorde werking van de hypofyse, terwijl de tertiaire vorm in de hypothalamus is gelegen. De secundaire en tertiaire vorm komen samen in slechts 5% van de gevallen voor. De kenmerken bestaan onder andere uit verminderde geestelijke prestaties, vertraagde stofwisseling en werking van organen.

CHZ

Coronaire hartziekten.

CI

1: Cellulaire infiltratie.

CIAK

Coördinatie informatievoorziening en automatisering kruiswerk.

CIAP

Chronisch inflammatoire axonale poly-neuropathie.

CIb

Centrum infectieziekte-bestrijding. De missie van het CIb van het RIVM is signalering, bestrijding en preventie van infectieziekten ten behoeve van de volksgezondheid in Nederland.

CIB

Chronische inflammatoire bindweefselziekte.

CIBG

Centraal informatiepunt beroepen gezondheidszorg.

CIC

Circulerend immuuncomplex.

CIDC

Centraal instituut voor dierziekte controle, dit is gevestigd in Lelystad.

CIG

Centrum indicatiestelling gehandicaptenzorg.

CIN

Cervicale intra-epitheliale neoplasie.

CINT

Internationaal centrum voor nieuwe therapiën.

CIP

Centrum integrale psychiatrie.

CIPO

Centraal informatiepunt ouderen.

Ciprofloxacine

Ciprofloxacinehydrochloride-monohydraat. Een synthetisch antibioticum van het chinolon-type (urologisch). Het wordt vaak voorgeschreven bij het behandelen van infecties aan de blaas en urineweg. Het bevat o.a. propyleenglycol (E1520).

CIRE

Centrum voor individuele rehabilitatie en educatie.

Cirrose of cirrhosis

Het ineen schrompelen van een orgaan, met name de lever.

CIS

Carcinoma in situ. CIS is een voorstadium van kanker die zich op één plaats bevindt. Het verkeert in een vroeg stadium en heeft zich niet uitgezaaid buiten het ontstaansgebied.

Citroenzuurcyclus

De citroenzuurcyclus wordt ook wel de Krebscyclus genoemd en bestaat uit een reeks stofwisselingsreacties. Deze reacties worden gereguleerd door enzymen en zorgen er uiteindelijk voor dat er energie voor de lichaamscellen vrijkomt. De citroenzuurcyclus heeft zowel anabole als katabole functies.

CIVAS

Centraal instituut voor alternatieve scholing.

CIZ

Centrum indicatiestelling zorg.

CJD

Creutzfeldt-Jakob ziekte.

CJG

Centrum voor jeugd en gezin.

CK

1: Chemokinen.

CKC

Chronische klachten door cyclische bewegingen.

CKCH

Centraal klinisch chemisch hematologisch laboratorium.

CKMB

Creatine kinase iso-enzym. Het enzym creatine kinase gevormd door de eenheid M plus eenheid B.

CKW

Chloororganische koolwaterstof.

CKZ

Centrum klantervaring zorg.

Cl

Symbool voor het chloor (chlorum) element uit het periodiek systeem.

CL

Cardiolipine.

CLA

Geconjugeerd linolzuur.

Clavus

Eksteroog of likdoorn. Door mechanische belasting kan er plaatselijk een eeltachtige verdikking op de huid ontstaan. Dit komt voornamelijk op de tenen van de voet voor.

CLB

Centraal laboratorium van de bloedtransfusiedienst.

CLDO

Centrum voor lever- en darmonderzoek.

Clec

C-type lectine.

CLL

Chronische lymfatische leukemie.

CLO

Kabeljauw-lever-olie.

Clostridium

Dit zijn spoelvormige ziekteverwekkende bacillen. Zij putten hun levensenergie uit processen die gisting en rotting doen ontstaan en veroorzaken bij de ontleding gasvormige producten. Dit zijn onder andere ammoniak en zwavelwaterstof.

CLSM

1: Continu langdurig systematisch multidisciplinair.

Cm

Symbool voor het curium element uit het periodiek systeem.

CM

Cutis marmorata.

CMBI

Centrum voor moleculaire en biomoleculaire informatica.

CMBWO

College voor medisch biologisch wetenschappelijk onderzoeker. Zie ook: SMBWO.

CMC

Chronische mucocutane candidiasis.

CME

Centrum menselijke erfelijkheid.

CMF

Cyclofosfamide, methotrexaat en fluorouracil. Het is een cytostaticum.

CMI

Cel-gemedieerde immuniteit. Dit is een immuunreactie die door cellen wordt gemedieerd en niet door antilichamen of humorale factoren.

CMIS

Gemeenschappelijk mucosaal (de slijmvliezen betreffend) immuun systeem. Zie ook: BALT, GALT, MALT, MIS, NALT en SALT.

CML

Chronische myeloïde leukemie.

CMO

Centrum voor maatschappelijke ontwikkeling.

CMP

1: Centraal meldpunt.

CMPC

Centraal medisch pharmaceutische commissie.

CMPD

Chronische myeloproliferatieve aandoening.

CMS

Afkorting voor chronisch moeheidssyndroom. Zie encefalomyelitis.

CMT

Centraal medisch tuchtcollege.

CMTC

Cutis marmorata telangiectasia congenita.

CMV

Zie het cytomegalovirus.

CMZ

Centraal meldpunt zorg.

CNCR

Centrum voor neurogenomics en cognitief onderzoek.

CNE

Centrum voor natuurgeneeskunde en educatie.

CNKI

Chinese nationale kennis infrastructuur.

Co

Symbool voor het kobalt element uit het periodiek systeem.

CoA

Coënzym A, een nucleotide met een ingewikkelde bouw, activeert resten van vetzuren.

Cobalamine

Vitamine B12.

COC

Nederlandse vereniging tot integratie van homoseksualiteit

Coccus

Een bolvormige, ronde of kogelvormige bacterie. Het meervoud wat we kennen is cocci, coccen en gewoon oerhollands, kokken. Het heeft hier niets met de keuken vandoen. Alhoewel ...

COD

Colloïd-osmotische druk.

COEUR

Cardiovasculair onderzoekinstituut Erasmus universiteit Rotterdam.

COGEM

Commissie genetische modificatie.

COL

Chronisch obstructieve longziekte. Zie ook COPD.

Colitis

Een ontsteking van de dikke darm.

Colitis ulcerosa

Met zweervorming, afscheiding van pus en koorts gepaard gaande ontsteking van de dikke darm. U kunt op deze website de scriptie van Arda over Colitis ulcerosa lezen.

Collageen

Collageen, een ondersteunend eiwit van bindweefsel, is een van de meest in het lichaam voorkomende eiwitten. Het wordt onder andere aangetroffen in de huid, bloedvaten en botten.

Collateraal

Zijdelings.

Colpitis

Ontsteking van het vaginale slijmvlies. Ontstaat veelal door de aanwezigheid van Trichomonas vaginalis of Candida albicans. Wordt ook vaginitis genoemd.

Commensaal

Een organisme dat in of op een gastheer leeft zonder deze te schaden of ziek te maken. Deze commensalen behoren tot de natuurlijke flora van een gezond lichaam.

Competitief

Concurrerend of mededingend.

Complement

Aanvulling.

Complex

Meerdere verbonden tot een eenheid.

COMT

Catechol-o-methyltransferase. COMT is een enzym dat de methylering van adrenaline, dopamine en noradrenaline catalyseert. Voor het stellen van een diagnose bij onder andere feochromcytoom, neuroblastoom en de ziekte van Parkinson kunnen catecholaminen en hun metabolieten worden gebruikt.

ConA

Concanavaline A. ConA bevorderd de celdeling of mitose voor T-cellen.

Concentratie

1: De hoeveelheid vaste stof in een oplossing.

Conflueren

Samenvloeien of ineenvloeien.

Congestie

Bloedaandrang of overmatige bloedtoevoer naar een orgaan in het lichaam.

Conglomeraat

Opeenhoping.

Conjugatie of conjugatio

In de biochemie is dit een chemische koppeling.

Conjugeren

Chemisch koppelen.

Conjunctivitis

Een door allergische, bacteriële, chemische, traumatische of virale oorzaak ontstane ontsteking van het oogbindvlies. Door deze ontsteking ontstaat veelal afscheiding van slijm en soms etter, brandende pijn, jeuk, lichtschuwheid, roodheid, tranenvloed en zwelling.

Consecutief

Opvolgend.

Consistentie

De dichtheid van een vloeistof of lichaam.

Constipatie of constipatio

Hardlijvigheid of verstopping. We gebruiken ook wel obstipatie en obstructie.

Contaminanten

Ziekte veroorzakende stoffen die in verontreinigd eten en drinken kunnen voorkomen.

Contractie

Het samentrekken van spieren.

Convulsie

Een hevige krampaanval, stuip of toeval.

COOV

Centraal orgaan opleidingen voor verpleegkundigen.

COPD

Chronische obstructive longziekte. Astma, longemfyseem en chronische bronchitis worden vaak met de Engelse afkorting COPD aangeduid.

COPZ

Centrum ontwikkeling palliatieve zorg.

COREON

Commissie regelgeving van onderzoek.

Corium

Lederhuid, de onder de opperhuid liggende huidlaag.

Corpulentie

Vetlijvigheid.

Correlatie

Een onderlinge wisselwerking of samenhang.

Cortex

Bast of schors.

Corticoïd

Zie corticosteroïd.

Corticosteroïd

De corticoïden of corticosteroïden zijn hormonen die afgescheiden worden door de bijnierschors.

COSBO

Centraal orgaan samenwerkende bonden van ouderen.

Costaal

De ribben betreffend.

Couperose

Ontsteking van de huidklieren en roodheid in het gelaat.

COV

1: Controle op verzekeringsrecht.

COX

Cyclo-oxygenase is het centrale enzym in de prostaglandine-synthese. Het wordt ook wel prostaglandine-endoperoxide-synthase genoemd. COX zorgt voor de omzetting van arachidonzuur in prostaglandine H2.

CP

1: Creatinefosfaat.

CPA

Centrale post ambulancevervoer.

CPE

1: Cyto-pathologisch effect.

CPG

Code voor de publieksreclame van geneesmiddelen.

CPK

Creatine fosfo-kinase. De waarde hiervan kan tijdens een bloedonderzoek vastgesteld worden.

CPLD

Chronische polymorfe lichtdermatose.

CPP

Chloorfenylpiperazine.

CPPP

Cliëntenplatform voor psychoanalyse en psychoanalytische psychotherapie.

CPR

Cardiopulmonale resuscitatie.

CPV

Wet collectieve preventie volksgezondheid.

CPZ

Categoraal psychiatrisch ziekenhuis.

Cr

Symbool voor het chroom (chromium) element uit het periodiek systeem.

CR

1: Calorie restrictie.

Craniaal

Met betrekking tot, of in de richting van, de schedel (cranium).

Cranium

De uit twee delen bestaande schedel, de aangezichtsschedel en hersenschedel.

CrAZ

Cliëntenraad academische ziekenhuizen.

CRD

Centrale RIAGG-dienst.

Creatine

Een tussenproduct in de stofwisseling.

Creatinine

Een tijdens de spierstofwisseling uit creatine vrijkomende stof in het bloedserum.

CRF

1: Coagulase reactie factor.

CRH

Corticotropine vrijmakend hormoon.

CRIA

Cardiovasculair onderzoek instituut Amsterdam.

CRL

Communautair referentie-laboratorium.

CRP

C-reactief proteïne. Dit proteïne wordt door de lever aangemaakt wanneer er ergens in het lichaam een ontsteking ontstaat.

CRPS

Complex regionaal pijn-syndroom.

CRS

Chronische rhinosinusitis.

CRT

Chemoreceptor trigger zone.

Crusta

Korst op de huid, slijmvlies of wonden.

Crusteus

Met korstvorming.

Cryo-EM

Cryo-electronenmicroscoop of microscopie. Cryo-EM is een techniek waarbij een eiwitoplossing in vloeibare helium bevroren wordt. Men past een zeer snelle bevriezing toe die er voor zorgt dat de structuren van de eiwitten behouden blijven. Dit doordat het water geen ijskristallen vormt waardoor het eiwit beschadigd zou kunnen worden.

Crypto-

In samenstellingen gebruikt: onduidelijk, onzichtbaar of verborgen.

Cryptococcose

Een schimmelziekte veroorzaakt door Cryptococcus neoformans.

Cryptococcus

Een ziekteverwekkende schimmel, er bestaan verschillende soorten van.

Cryptomennorroe

De menstruatie zonder uitwendig bloedverlies.

Cs

Symbool voor het cesium element uit het periodiek systeem.

CSF

Kolonie stimulerende factor. CSF's zijn de voorlopers van de leukocyten in het bloed. Verder spelen zij een rol bij het reguleren van deling en ontwikkeling van stamcellen die zich in het beenmerg bevinden. Sommige van de kolonie stimulerende factoren bevorderen het uitrijpen van cellen die zich buiten het beenmerg bevinden.

CSIF

Cytokinen synthese remmende factor.

CSIZ

Coördinatiepunt standaardisatie informatievoorziening in de zorgsector.

CSN

1: Candidiasis stichting Nederland.

CSO

1: Centrale spoedopvang.

CSZ

College sanering ziekenhuisvoorzieningen.

CT

1: Calcitonine.

CTA

CT-angiografie, een combinatie van computertomografie en angiografie.

CTB

1: College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen.

CTC

Cardio-thoracale chirurgie.

CTE

Centrum voor terrestrische ecologie. Het CTE onderzoekt de ecologie op het land.

CTG

1: Cardiotocografie wordt toegepast om de hartfrequentie van de foetus en de samentrekkingen van de baarmoeder te controleren. Deze vorm van controle wordt meestal toegepast bij bevallingen op medische indicatie.

CTL

Cytotoxische T-lymfocyten.

CTLp

Cytotoxische T-lymfocyt voorloper.

CTP

Cytidinetrifosfaat.

CTS

Carpaal tunnel syndroom.

CTSV

College van toezicht sociale verzekeringen.

CTU

College van toezicht op de uitvoeringsorganen.

CTZ

College toezicht zorgverzekeringen, is sinds oktober 2006 samen met CTG de NZa.

Cu

Symbool voor het koper (cuprum) element uit het periodiek systeem.

CU

1: Klinische eenheid.

Culicide

Een middel dat muggen doodt.

Culmineren

Het bereiken van een hoogtepunt.

Cumulatief of cumulatieve

Het zich ophopen of opstapelen. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op gifstoffen of geneesmiddelen.

Cuppen

Zie cupping.

Cupping

Het zetten van cups wordt ook bij de acupunctuur toegepast en valt dus onder de traditionele Chinese geneeswijzen, de TCG of TCM.

Curabel

Het geneeslijk zijn.

Curatie

Genezing.

Curatief

Genezend.

CV&V

Continentie verpleegkundigen en verzorgenden.

CVA

1: Cardio-vasculair accident.

CVADF

Christelijke vereniging angst- en dwangstoornissen en fobieën.

CVAH

College voor accreditering huisartsen.

CvB

Centrum voor bevolkingsonderzoek.

CVBO

Commissie voor de vernieuwing van het biologie onderwijs.

CvI

Commissie voor indicatiestelling.

CVI

Centraal veterinair instituut.

CVL

Centraal veneuze lijn.

CVLG

Centrum voor lichaam en geest.

CvO

College voor osteopathie.

CVO

Centrum voor ouderenonderzoek.

CVOI

Cardio vasculair onderwijs instituut.

CvP

Centrum voor psychiatrie.

CVP

1: Cliënt vertrouwenspersoon.

CvR

Centrum voor revalidatie.

CVRM

Cardiovasculair risicomanagement.

CVS

Chronisch vermoeidheids-syndroom. Zie encefalomyelitis.

CVTM

Coördinatie vrijwillige thuiszorg en mantelzorg.

CVV

1: Collectief vraagafhankelijk vervoer.

CVVH

Continue venoveneuze hemofiltratie.

CVZ

1: Cardio-vasculaire ziekten.

CW

Chemische wetenschappen.

Cx

Connexin, een gen.

Cyanocobolamine

Vitamine B12.

Cyclisch

Iets wat periodiek terugkeert of zich in een kring beweegt.

Cyclus

Kring of kringloop. Zie ook cyclisch.

CYP

Cytochroom P450, een enzym.

Cys (C)

Het aminozuur cysteïne.

Cystalgie

Pijn in de urineblaas.

Cyste of cystis

Een holte of blaas gevuld met stroperige of taaie vloeistof.

Cysteïne

Een aminozuur wat zwavel bevat.

Cystica

Zie Cysticercus

Cysticercus

De blaasvin of blaasworm, een overgangsvorm van het lintwormei naar de volwassen lintworm. Deze wormsoort kan in verschillende organen binnendringen en ziekten genereren.

Cystitis

Blaascatarre of blaasontsteking; ontsteking in het slijmvlies van de blaas.

Cystocele

Een zogenaamde blaasbreuk, het uitpuilen of uitzakken van de urineblaas.

Cystoom of cystoma

Een hol gezwel, voornamelijk bij de eierstok voorkomend.

Cyt

Cytosine.

Cyto-

In samenstellingen: de cellen betreffend.

Cytokinen

Cytokinen worden niet door klieren afgescheiden maar door vele verschillende cellen afgegeven. Het zijn eiwitten en peptiden die een signaalfunctie vervullen. Ze lijken op hormonen en hun aantal is zeer groot. Ze zijn betrokken bij de afweer, het immuunsysteem en de vorming van bloedcellen.

Cytomegalovirus

Afgekort tot CMV, is één van de herpesvirussen. Deze smeerlappen kunnen zich verspreiden door middel van bijvoorbeeld speeksel en urine maar ook bij seksueel contact of een bloedtransfusie. Ze ondermijnen het immuunsysteem van ons lichaam.

Cytoplasma

Het vloeibare deel van een cel of celplasma. Cytoplasma wordt ook wel protoplasma genoemd.

Cytostaticum

Een middel dat een belemmerende werking uitoefent op de celdeling en celgroei. Het meervoud van deze middelen is cytostatica, er bestaan er nogal wat...

CytR

Cytokine receptor.

CZ

1: Colloïdaal zilver.

CZK

Consultatiebureau voor zuigelingen en kleuters.

CZO

1: Centrale zorg-overeenkomst.

CZS

Afkorting van het centraal zenuwstelsel.

CZT

Cognitieve zelftherapie.

D

1: Dioptrie, zie aldaar.

D4T

Stavudine, een middel tegen infectie-ziekten. Het wordt ingezet bij een HIV-infectie.

dA

Desoxy-adenosine.

DA

Dopamine.

DAB

1: Diaminobenzidine.

DAC

1: Dag activiteiten centrum.

Dactylitis

Ontsteking van een vinger.

Dactylogie

Vingerspraak of vingertaal, het spreken met behulp van de vingers.

DAG

Diacyl-glycerol.

Dalton

De eenheid van moleculairgewicht. Het symbool is D of Da.

Daltonisme

Het vooral voor de kleuren groen en rood kleurenblind zijn.

DAO

Diamine-oxidase.

DAP

Dagbehandeling algemene psychiatrie.

DAT

1: Dementie Alzheimer-type.

Dauwworm

Een bij kleuters en zuigelingen optredende vorm van constitutioneel (atopisch) eczeem (eczematoïd).

DAWE

Diacetyl-wijnzuurester.

dB

Decibel, de eenheid van geluidsintensiteit. Het kleinste verschil in de sterkte van geluid wat het menselijk oor kan onderscheiden is ongeveer 1 dB.

Db

Symbool voor het dubnium element uit het periodiek systeem.

DBC

Diagnose behandel combinatie. Het is de bedoeling dat ziekenhuizen meer met elkaar gaan concurreren. Op 1 januari 2005 zijn hiertoe onder meer de DBC's ingevoerd.

DBD

Disruptieve gedragsstoornis. Bij DBD noemt men drie groepen van gedrag: met antisociale, agressieve en oppositionele (tegenwerken of verzet) verschijnselen.

DBE

Dubbelballon-endoscopie.

DBH

1: Dopamine-bètahydrolase.

DBP

Diastolische bloeddruk. Dit is de minimale bloeddruk.

DBPG

Dubbel blind, placebo gecontroleerd.

DBPGOVT

Dubbel blinde, placebo gecontroleerde orale voedseltest.

DBT

Dialectische gedragstherapie.

d.c.

Op een recept: tijdens de maaltijd.

DC

1: Diagnostisch centrum.

d.c.c.

Op een recept: met een bijsluiter verstrekken.

DCDL

Diagnostisch centrum diaconessenhuis Leiden.

d.c.m.

Op een recept: met een waarschuwing verstrekken.

DCM

Dilaterende cardiomyopathie.

DCN

Diëtisten coöperatie Nederland.

d.c.p.

Op een recept: met een verbod verstrekken.

DCPIP

Dichloorfenol-indofenol. Deze stof kleurt rood in een zuur milieu en in een basisch milieu blauw.

d.d.

Op een recept: per dag.

DD

Doktersdienst.

DDAVP

Desamino-D-arginine-vasopressine.

ddC

Zalcitabine, een middel tegen infectie-ziekten. Het wordt ingezet bij een HIV-infectie.

DDC

Didesoxycitidine.

DDD

Gedefiniëerde dagelijkse dosis ofwel de vastgestelde hoeveelheid voor elke dag.

ddI

Didanosine, een middel tegen infectie-ziekten. Het wordt ingezet bij een HIV-infectie.

DDS

Diamino-difenyl-sulfon.

DDT

Een insecticide en afkorting van dichloor-difenyl-trichloorethaan.

DE

D-antigeen eenheden.

DEA

Di-ethanolamine.

DEC

1: Dier-experimenten commissie.

Decibel

Eenheid van geluidsdruk en een tiende deel van een Bel. Een enkele dB is wel zo ongeveer het kleinste verschil in geluidssterkte dat het menselijk gehoor kan waarnemen.

Decongestivum

Een geneesmiddel dat congestie doet verminderen.

DEET

Di-ethyltoluamide. De meeste middelen tegen muggen bevatten DEET. Deze blijken ook bruikbaar tegen tekenbeten.

Defect

Het ontbreken van of een gebrek aan iets.

Defensin

Defensinen zijn eiwitten die betrokken zijn bij de afweer van het menselijk lichaam (immuunsysteem). Bèta defensin is één van deze eiwitten.

Deficiëntie

Een tekort of gebrek.

Deficit

Het tekort of ontbreken aan iets.

Dehydratie of dehydratatie

Een tekort aan vocht in of ontrekking aan de weefsels.

Deltaspier

Musculus deltoideus.

Demodex

Een geslacht van mijten.

Densiteit

De dichtheid of de hoeveelheid van een bepaalde stof in een zeker volume.

Dentine

Tandbeen of tandstof.

DEP

Diesel-uitlaatdeeltje.

Depigmentatie

Het verdwijnen van het pigment.

Depilatorium

Ontharingsmiddel.

Depot

De ophoping of voorraad van een stof op een bepaalde plaats in het lichaam.

Derivaat

Een chemische verbinding die is afgeleid uit een andere verbinding.

Dermatitis

Ontsteking van de huid.

Dermato-

In samenstellingen: met betrekking tot de huid.

DES

Diëthylstilbestrol. DES werd gedurende de periode na het einde van de tweede wereldoorlog tot 1975 vaak voorgeschreven. Bij een dochter van een moeder die gedurende de zwangerschap DES heeft gebruikt bleek dit geneesmiddel de kans op gynaecologische problemen en het krijgen van vagina- of baarmoederkanker te vergroten. De moeder zelf had een grotere kans op het krijgen van borstkanker. Bij een zoon kunnen zich afwijkingen aan de geslachtsorganen voordoen.

Desaturase

Bij de synthese van vetzuren zijn twee belangrijke enzymen betrokken, elongase en desaturase. Het desaturase enzym is bijvoorbeeld nodig voor het omzetten van alfa-linoleenzuur (ALA) naar stearidonzuur (SA). Zie ook: elongase.

Desaturatie

Het overgaan van een verzadigde in een onverzadigde verbinding. Door middel van desaturatie en het verlengen van de molecuulketen kunnen er meervoudig onverzadigde vetzuren gesynthetiseerd worden.

Desinfectans

Een middel dat ziektekiemen doodt.

Desinfecteren

Het ziektekiemvrij maken of ontsmetten.

Desoxyribonucleïnezuur

Zie: DNA.

Detox

Detoxificatie of ontgifting, het afvoeren van de aanwezige giftige stoffen.

Detoxicatie of detoxificatie

Ontgifting of ontwenningskuur bij een verslaving.

Deviant

Het afwijkend van de norm zijn.

DEX

Dexamethason.

DEXA

Tweevoudige energie röntgenstralen absorptiemetrie. Een ander woord wat voor DEXA gebruikt wordt is botdichtheidsmeting. Het is een techniek om door middel van absorptie van energie uit gammastralen de botmineraaldichtheid ofwel het kalkgehalte van een bot te meten. Het gehalte aan kalk in het bot is hoger naarmate er meer straling wordt geabsorbeerd. Met behulp van onderzoek dat de botdichtheid bepaalt kan, nog voor er een botbreuk optreedt, de diagnose osteoporose gesteld worden. DEXA biedt een zeer precies onderzoek, deze techniek wordt ook wel afgekort tot DXA.

Dexter

Rechter, rechts of rechtsdraaiend.

Dextrine

Zetmeelgom, een polysacharide.

Dextro-

In samenstellingen: rechts.

DFN

Diabetes fonds Nederland.

DFZ

Doelmatigheid farmaceutische zorg.

dG

Deoxyguanosine.

DG

Districts-geneeskundige.

DGAVP

Desglycinamide arginine vasopressine.

DGD

1: Districts-geneeskundige dienst.

DGE

Diglycidylether.

DGEBPA

Diglycidylether van bisfenol-A.

DGLA

Dihomo-gamma-linoleenzuur, een omega-6 vetzuur. De afkorting DGLZ wordt ook wel gebruikt.

DGLZ

Dihomo-gamma-linoleenzuur. De afkorting DGLA wordt vaker gebruikt.

DGN

Dialysegroep Nederland.

DGV

Stichting doelmatige geneesmiddelen-voorziening. Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik. DGV is een onafhankelijke organisatie en heeft als doel de kwaliteit van het medicijngebruik in Nederland te bevorderen.

DH

Dermatitis herpetiformis.

DHA

Docosahexaeenzuur, een belangrijk omega-3 vetzuur. De afkorting DHZ wordt ook wel gebruikt.

DHAP

Daunorubicine/doxorubicine, hoge dosis cytarabine, adriamycine en cisplatinum. Deze stoffen vormen een combinatie voor chemotherapie.

DHCC

Dihydroxycholecalciferol, wordt tijdens de stofwisseling gevormd uit vitamine D.

DHEA

Dehydro-epiandrosteron. DHEA wordt voornamelijk in de bijnier geproduceerd en is een zwakke mannelijke kenmerken veroorzakende ofwel androgene stof.

DHEAS

Dehydro-epiandrosteron-sulfaat. De referentiewaarden klinische chemie zijn bij mannen en vrouwen verschillend.

DHF

Dihydrofolaat.

DHODH

Dihydro-orotaat-dehydrogenase. Dit enzym speelt een belangrijke rol bij de synthese van pyrimidine.

DHPR

Dihydro-pterine reductase.

DHT

Dihydrotestosteron behoort tot de steroïdhormonen. Het is testosteron in de biologisch actieve vorm die voor een normaal functioneren van de prostaat benodigd is.

DHV

Districts-huisartsen vereniging.

DHZ

Docosahexaeenzuur, een belangrijk omega-3 vetzuur. De afkorting DHA wordt veel vaker gebruikt.

DI

Diabetes insipidus, een weinig voorkomende vorm van diabetes.

Diabetes

Suikerziekte. Diabetes dreigt in Nederland, stand november 2007, de belangrijkste volksziekte te worden. Als relevante oorzaken worden een ongezonde levensstijl en het stijgend aantal ouderen - de vergrijzing - genoemd.

Diarree of diarrhoea

Buikloop komt voor bij allerlei aandoeningen van de darm zoals onder vele andere ontsteking, infectie en vergiftiging (o.a. antibiotica). Het uit zich in een waterdunne tot brijachtige ontlasting, in de volksmond ook wel race- of spuitpoep genoemd.

Diastole

De ontspanning of rustfase van het hart na elke samentrekking van de hartspier.

Diastolisch

Met betrekking tot de diastole.

DIB

Diagnostisch interview voor patiënten met borderline.

Dieet

Een vanwege medische redenen voorgeschreven wijze van voeding die afwijkt van het gemiddelde of normale.

Digestie

Spijsvertering.

Digestief of digestivum

Een middel ter bevordering van de spijsvertering.

DigiBOB

Digitaal bevolkings-onderzoek borstkanker.

Dilatatie of dilatatio

Uitzetting of verwijding.

Dilutie of dilutio

Zie verdunning.

DIM

Di-indolylmethaan. Dit indol vinden we in kruisbloemige groenten zoals broccoli, bloemkool, kool en spruiten. DIM kan niet oplossen in water.

Dioptrie

Dioptrie, afgekort D, is de eenheid voor lichtbreking van een lens. Een lens met een brandpuntsafstand van 1m heeft een sterkte van 1D. De sterkte 2D komt overeen met een brandpunt van 0,5m.

Dipeptidase

Een enzym uit de dunne darm dat peptiden afbreekt tot aminozuren.

Dipeptide

Een verbinding van twee aminozuren.

Diphyllobothrium

Een tot de cestoden behorende lintwormsoort.

Diplobacillus

Een zogenaamde dubbelbacil die chronische oogontsteking op zijn geweten heeft (Morax-Axenfeld).

Diplococcus

Deze kokken groeien paarsgewijs. De namen: gonokokken, meningokokken en pneumokokken.

DIS

1: Diffuse intravasale stolling.

DISA

Digitale intraveneuze subtractie-angiografie.

Discus

Schijf.

Disfunctie

Een verstoring voor wat betreft de normale werking van een orgaan in het lichaam.

Dissolvens

Een oplosmiddel.

Distentie

Overrekking of uitrekking.

Distoma of distomum

Een wormensoort van de ingewanden. Het is een oude benaming voor een aantal zuigwormen (trematoden).

Distorsie of distorsio

Een verstuiking of verzwikking.

DIT

1: Di-joodtyrosine.

Diurese of diuresis

Het door de nieren vormen van urine.

Diureticum

Plaspil, middel wat de urineproductie verhoogd.

DIVA

Diagnostisch interview voor volwassenen bij ADHD.

DJT

Di-joodtyrosine.

DKTP

Difterie, kinkhoest, tetanus en poliomyelitis. Dit vaccin is bedoeld als bescherming tegen deze vier ziektes. Het kan ook gecombineerd met 'Hib' gevaccineerd worden. Deze injectievloeistof bevat difterietoxoïde, kinkhoestvaccin, tetanustoxoïde, geïnactiveerd gezuiverd poliovirus (3 type's), aluminiumfosfaat, fenoxyethanol en formaldehyde. Er bestaat ook een acellulair kinkhoestvaccin, dit is de DaKTP.

DL

1: Dodelijke dosis.

DLC

Dunnelaagchromatografie.

DLI

Donor lymfocyten-infusie.

DLPA

D- en L-Fenylalanine.

DLV

Differentiële longventilatie.

DM

Diabetes mellitus.

DM2

Diabetes mellitus type 2.

DMAE

Dimethylamino-ethanol.

DMAP

Dimethylamino-fenol. Het wordt gebruikt tegen een vergiftiging met cyanide.

DMARD

Vertaald is dit een anti-reuma geneesmiddel dat de aandoening verzacht.

DMBA

Dimethylbenzanthracen.

DMG

Dimethylglycine.

DMPS

1: Dimercapto-propaan-sulfonaat.

DMS

Dimethylsulfide.

DMSA

1: Dimercaptobutaandizuur.

DMSO

Dimethylsulfoxide.

DN

Diabetische nefropathie, schade aan de nieren veroorzaakt door diabetes mellitus (DM). Het is een ernstige aandoening waarbij verlies van nierfunctie optreedt. Er blijkt een hoog risico te bestaan op nierfalen en vroegtijdig overlijden.

DNA

Een Engelse afkorting voor wat bij ons desoxyribonucleïnezuur of DNZ heet. In de kern van alle cellen in het lichaam is het genetisch materiaal opgeslagen. Dit zijn spiraalvormig gewonden DNA strengen. Zij vormen zo de complexe chromosomen die de genen bevatten. Men schat dat het menselijk lichaam ongeveer 50.000 genen bevat! De oude benaming voor DNA is nucleïne.

DNCB

Dinitrochloorbenzeen.

DNES

Diffuus neuro-endocrien systeem.

DNF

Dinitrofenol.

DNN

Diëtisten nierziekten Nederland.

DNZ

Desoxyribonucleïnezuur, zie DNA.

DOC

Hier geen bestandsextensie van een erg bekende tekstverwerker maar: dementie onderzoek en casemanagement.

DoCoNed

Doping controle Nederland.

Dolicho-

In samenstellingen wordt bedoeld: lang.

Dominant

Overheersend.

Doorbloeding

De mate waarin weefsels van bloed worden voorzien.

Dopa

Dihydroxy-fenylalanine.

DOPAC

Dihydroxy-fenylazijnzuur.

Dopamine

Een als zogenaamde neurotransmitter in de weefsels van het centrale zenuwstelsel werkzaam hormoon.

Doping

Het gebruik maken van bepaalde middelen met als doel een grotere lichamelijke of geestelijke prestatie te bereiken.

Dorsaal of dorsalis

Behorend tot de rug of rugzijde.

DOS

Stichting de ontbrekende schakel.

Dosis

De toegepaste hoeveelheid van bijvoorbeeld een geneesmiddel.

DOT

Direct geobserveerde therapie.

DP

Stichting depersonalisatie. Deze stichting is een landelijke organisatie met als doel de belangen behartiging van mensen met depersonalisatie- en derealisatieklachten. De stichting komt op voor personen die lijden aan een primaire depersonalisatiestoornis, maar ook voor hen die regelmatig en in hoge mate last hebben van depersonalisatie- en/of derealisatieverschijnselen als symptoom bij een andere psychiatrische of neurologische stoornis.

DPA

Docosapentaeenzuur, één van de vetzuren.

DPC

Di-fenyl-cyclopropenon.

DPD

1: Desoxypyridinoline.

DPG

Difosfoglycerinezuur.

DPN

Difosfopyridinenucleotide.

Draadwormziekte

Zie filariasis.

Drain

Een hulpmiddel zoals een buisje waarmee, op een niet natuurlijke wijze, vocht kan worden afgevoerd.

DRD

Dopa-responsieve dystonie, oftewel de ziekte van Segawa.

DRI

Desoxy-ribose.

dRib

Desoxy-ribose.

Drug

1: Een geneesmiddel, medicatie of medicament.

Druiper

Zie gonorroe.

Druivensuiker

Zie glucose.

Ds

Symbool voor het darmstadtium element uit het periodiek systeem.

DS

Dermatan-sulfaat.

DSA

Digitale subtractie-angiografie.

DSB

District specialisten beraad.

DSM

Diagnostisch en statistisch handboek.

DST

Donorspecifieke transfusie.

dT

Desoxy-thymidine.

DTF

Directe toegankelijkheid fysiotherapie.

DTH

Vertraagd type hyper-sensitiviteit ofwel overgevoeligheid van het vertraagde type.

dTMP

Desoxy-thymidine-mono-fosfaat.

DTP

Difterie, tetanus en polio-myelitis. Dit vaccin is bedoeld als bescherming tegen deze drie ziektes. Het kan ook gecombineerd met 'Hib' gevaccineerd worden. Deze injectievloeistof bevat difterietoxoïde, tetanustoxoïde, geïnactiveerd gezuiverd poliovirus (3 type's), aluminiumfosfaat, fenoxyethanol en formaldehyde.

DTT

Dithiotreïtol.

Ductaal

In een ductus ofwel buis, gang of kanaal.

Ductus

Een afvoerbuis, gang of kanaal. Het lichaam bezit veel van deze kanalen, het meervoud is ducti.

Duodenaal

Met betrekking tot het duodenum, de twaalfvingerige darm.

Duodenitis

Ontsteking van het duodenum.

Duodenum

Dit is de zogenaamde twaalfvingerige darm, het eerste gedeelte van de dunne darm.

Duplex

Dubbel of tweevoudig.

Duplicatus

Dubbel of tweevoudig.

DVA

Drugvrije afdeling.

DVN

Diabetes vereniging Nederland. De DVN heet nu NDF.

DVP

Districts verloskundig platform.

DVT

Diep veneuze trombose.

DWI

Darmweginfectie.

DXA

Zie: DEXA.

Dy

Symbool voor het dysprosium element uit het periodiek systeem.

Dynamica

De bewegingsleer.

Dynamisch

Het bewegen of de kracht betreffend.

Dyschromie of dyschromia

Een gestoorde pigmentvorming in huid of haar.

Dysgeusie

Een storing in het gewaarworden van smaak.

Dysglycemie

Een glucose-intolerantie. De glucose-spiegel op de nuchtere maag is dan hoger dan normaal.

Dyskinesie of dyskinesia

Een bewegingsstoornis.

Dyslexie

Leeszwakte of de zogenaamde woordblindheid.

Dysodontie

Een storing in de aanleg van het gebit.

Dyspepsie of dispepsia

De spijsvertering die niet naar behoren functioneerd. Dit komt bij verschillende aandoeningen voor. Het kan de volgende klachten opleveren: braken, misselijkheid, oprispingen, pijn in de maagstreek, brandend zuur of een vol gevoel in de bovenbuik.

Dyssomnia

Het slecht slapen of een gestoorde slaap.

Dystrofie of dystrophia

Een groeistoornis, degeneratie of voedingsstoornis van cellen, organen of weefsels in het lichaam.

DZ

Dizygoot ofwel twee-eiïg.

DZN

Digitaal ziekenhuis Nederland.

E

1: Eenheid.

EAA

Essentieel aminozuur.

EA-AggEC

Entero-adherente-aggregatieve E. coli.

EACA

Epsilon amino-capronzuur.

EADV

Beroepsorganisatie voor diabetes zorgverleners. De EADV maakt zich sterk voor een stevige positie van hun leden in het werkveld en de maatschappij. Het lidmaatschap staat open voor alle verpleegkundigen en BIG-geregistreerde praktijkondersteuners die in de diabeteszorg werken. Praktijkondersteuners zonder verpleegkundige achtergrond blijken van harte welkom als relatielid.

EAE

1: Experimentele allergische encefalomyelitis.

EAHP

Europese associatie voor hypno- psychotherapie.

EAIP

Europese associatie voor integratieve psychotherapie.

EAN

Europees artikel nummer. Het is de bekende streepjescode die een uniek nummer vertegenwoordigd.

EANG

Europese academie voor natuurlijke gezondheidszorg.

EAP

Europese associatie voor psychotherapie.

EAR

Vertaald is dit: geschatte gemiddelde behoefte.

EAST

Enzyme allergo sorbent test.

EAT

Experimentele allergische thyreoïditis.

EATRG

Vereniging Europese actie voor therapievrijheid en recht op gezondheid.

EAZ

Essentieel aminozuur.

EB

1: Epstein-Barr.

EBCA

Epstein-Barr capside antigeen.

EBNA

Epstein-Barr nucleair antigeen.

EbR

Erytroblast receptor.

EBV

Epstein-Barr virus.

EC

1: Electrisch geleidingsvermogen.

ECB

1: Europees chemicaliën bureau.

ECC

1: Extracorporale circulatie.

ECF

Eosinofiele chemotactische factor.

Ecforie of ecphoria

Het zich opnieuw bewust worden van een geheugenbeeld.

ECG

1: Epi-catechine gallaat.

ECH

Europese commissie voor homeopathie.

ECHAMP

Europese koepel van fabrikanten van homeopathica.

Echinococcus

Dit is de met vocht gevulde blaasworm, de larve van de hondenlintworm of Taenia echinococcus. Het ding blijkt zeer groot te kunnen worden.

ECM

1: Erythema chronicum migrans.

E.coli

Escherichia coli die behoort tot de familie van de Enterobacteriaceae.

Ecologie

De leer van het leven en de voorwaarden van bestaan der organismen in relatie tot hun omgeving.

ECP

1: Eurocertificaat voor psychotherapie.

ECPM

Europese koepel voor pluraliteit in geneeskunde.

ECR

Extracellulaire ruimte, de buiten de cellen gelegen ruimte.

ecSOD

Extracellulaire superoxide dismutase is een belangrijke antioxidant voor het inwendig bekleedsel ofwel endotheel (endothelium) van de bloedvaten.

Ectoparasiet

Zie: epizoön.

ECT

Electro convulsie of convulsieve therapie. Men noemt ECT ook wel electro-shock therapie. ECT wordt als therapievorm toegepast bij zwaar depressieve patiënten. De therapie bestaat uit het, via electroden op het hoofd, toedienen van een aantal gecontroleerde stroomstoten door de hersenen. ECT wordt alleen toegepast wanneer andere vormen van therapie geen effect sorteren en kan enig tijdelijk (?) geheugenverlies veroorzaken.

ECV

1: Electro cardio-versie.

ECW

Extracellulair water. Het intracellulaire water (ICW) en het extracellulaire water (ECW) vormen samen het totaal lichaamswater (TBW).

Eczeem of eczema

Een vaak voorkomende aandoening die de buitenste laag van de huid betreft, de opperhuid of epidermis. Er bestaan talrijke soorten eczeem en verschijningsvormen hiervan. Een aantal vormen: roodheid van de huid of vorming van blaasjes, vlekken, puisten, korsten, schilfers, knobbels, blaren of etter. Het kan op elke leeftijd bij zowel man als vrouw optreden en acuut of chronisch van aard zijn. De oorzaken van dit soms hevig jeukende ongemak zijn eveneens talrijk.

Eczematoïd

Een constitutioneel eczeem.

ED

1: Elementair dieet.

EDA

Epidurale analgesie.

EDRF

Endothelium (endotheel) afgeleide relaxing factor, een vaatverwijdende stof ofwel vasodilatator.

EDS

Ehlers-Danlos-syndroom. EDS is een erfelijk bepaalde ziekte van bindweefsel die een wisselend ziektebeeld laat zien. De term mesenchymose wordt ook gebruikt.

EDTA

1: Ethyleen-diamino tetra-azijnzuur.

EDV

Eind-diastolisch volume.

EEA

1: Energetische emissie analyse.

EEG

Electro-encefalogram of encefalografie.

Eetstoornissen

Hieronder vallen onder andere anorexia nervosa en boulimia nervosa.

EF

1: Executieve functie.

EFA

Essentieel vetzuur. De afkorting EVZ wordt ook wel gebruikt.

Efeliden of ephelides

De zogenaamde zomersproeten die vooral bij roodharige en blonde typen voorkomen, met name in de zomer.

Effector

Iets bewerkstelligen of teweegbrengen. Het op een prikkel of stimulans reagerende eindorgaan, systeem van cellen of weefsels.

Effusie

Het in weefsel of naar een lichaamsholte doorsijpelen van vloeistof.

EFO

Electro-fysiologisch onderzoek. Het is een onderzoek naar hartritme stoornissen. Het onderzoek wordt uitgevoerd om informatie te verkrijgen over de soort ritmestoornis en de plaats in het hart waar deze ontstaat. De metingen worden verricht met behulp van een dun slangetje (catheter) dat door de bloedvaten naar het hart geschoven wordt.

EFP

Milieu-vriendelijke werkwijze.

EFPP

Europese federatie voor psychosynthese psychotherapie.

EFSA

Europese voedselveiligheid autoriteit.

EGC

Epigallo-catechine.

EGCG

Epigallo-catechine-gallaat.

EGF

1: Epidermale groeifactor.

EGS

Europese galactosemie vereniging.

EGU

Endo glucanase eenheid of eenheden.

EHBH

1: Eerste hulp bij hartstoring.

EHBO

Eerste hulp bij ongelukken.

EHBSO

Eerste hulp bij sportongevallen.

EHC

Erfelijke hyper-cholesterolemie.

EHEC

1: Enterohemorragische E. coli.

EHS

Ectopisch hormonaal syndroom.

EI

Endoscopische index.

EIA

Enzym immuno analyse.

EIEC

Entero-invasieve E. coli.

Eierstok

Ovarium.

Eileider

Zie: salpinx.

Eisprong

Ovulatie.

EISRA

Europees instituut voor wetenschappelijk onderzoek naar Ayurveda.

Eiwit

Een proteïne wat is opgebouwd uit aminozuren. Er zijn zeer veel eiwitten actief in ons lichaam en ze hebben uiteenlopende functies.

EIZ

Expertisecentrum informele zorg.

EKD

Electronisch kinder-dossier.

EKN

Vereniging voor experimentele en klinische neurowetenschappen.

Eksteroog

Zie: clavus.

ELA

Eerstelijns advies.

ELANN

Eerstelijns advies noord Nederland.

ELC

Eerstelijns centrum.

Electroacupunctuur

Een methode van meten die gebruik maakt van talrijke beproefde punten, bekend uit de acupunctuur. Op deze wijze kan een diagnose gesteld worden.

Electrocardiogram

Met behulp van een ECG kan de toestand van de hartspier, het hartritme en de stroom door het hart in kaart gebracht worden.

Electro-encefalogram

Een EEG is het optekenen van de schommelingen die in de potentiaal van de grote hersenschors optreden.

Electrolyten

Dit zijn verbindingen zoals basen, zouten en zuren die opgelost in vloeistof gesplitst kunnen worden in ionen.

ELF

Extreem lage frequentie.

ELGZ

Eerstelijns gezondheidszorg.

ELHA

Eerste landelijke huisartsen associatie.

ELISA

Enzym-gekoppeld immuno-sorbent analyse (essaai of toets).

ELN

Europees laboratorium voor nutriënten.

Elongase

Voor de omzetting van vetzuren zijn twee enzymen van belang, elongase en desaturase. Bij het omzetten van bijvoorbeeld linolzuur (LA) in gamma-linoleenzuur (GLA) is het desaturase enzym benodigd. Omzetting van GLA in dihomo-gamma-linoleenzuur (DGLA) gebeurt door middel van het elongase enzym wat de keten van moleculen verlengt. Zie ook: desaturase.

Elongatie of elongatio

Langer worden, uitrekking of verlenging.

ELP

Eerstelijns psycholoog.

ELUS

Endoluminale ultrasonografie.

ELW

Emotioneel lichaamswerk.

ELWP

Externe leer- en werkperiode.

Elytitis

Ontsteking van de schede.

ELZ

Eerstelijns zorg.

EM

Electronenmicroscoop of electronenmicroscopie.

EMA

1: Endomysium antistof.

EMC

Esthetisch medisch centrum.

EMD

1: Electronisch medicatie dossier.

EMEA

Europees agentschap voor de evaluatie van geneesmiddelen.

Emeticum

Een middel om braken op te wekken.

EMF

1: Electromagnetisch veld.

EMG

Electromyogram of electromyografie. De letterlijke betekenis van het EMG is de weergave van elektrische activiteit van de spieren. In de praktijk worden zowel de activiteiten van zenuwen als van spieren gemeten en vastgelegd.

EMGO

Instituut voor extramuraal geneeskundig onderzoek.

EMGZ

1: Extramurale gezondheidszorg.

EMH

Extramedullaire hematopoiesis.

EMP

1: Europees medisch paspoort.

Emulgator

Een meestal chemische stof die gebruikt wordt voor het maken van farmaceutische emulsies.

EMV&G

Elektromagnetische velden en gezondheid.

ENA

Extraheerbaar nucleair antigeen.

Encefalitis of encephalitis

De door een bacteriële- of virusinfectie veroorzaakte ontsteking van hersenweefsel.

Encefalomyelitis

Benevens ontsteking van de hersenen betreft het hier ook ruggemerg.

Endo-

In samenstellingen als: binnen, in of inwendig.

Endocrien

Met betrekking tot het afgeven van hormonale stoffen in het bloed.

Endogeen

Het ontstaan van binnenuit. Dit in tegenstelling tot exogeen.

ENG

Electro-nystagmo-grafie. ENG staat voor de registratie van nystagmus door middel van het vastleggen van de schommelingen in de electrische potentiaal in de oogkas (orbita). Nystagmus is een zich herhalende ritmische, heen-en-weer gaande, snelle beweging van de oogbol. Men noemt dit ook wel een oogbeving, oogbolstuipen of siddering van het oog. Er bestaan verschillende vormen van nystagmus.

ENL

Erythema nodosum leprae.

eNOS

Endotheliale NO-synthase.

ENS

Enteraal zenuwsysteem.

Enteritis

Ontsteking van het darmslijmvlies.

Enterobacter

Een voornamelijk infecties aan de darm en urineweg veroorzakende bacterie.

Enterohormonen

Een aantal van deze hormonen zijn in het centrale zenuwstelsel werkzaam maar ze hebben voornamelijk een regelende invloed op het maag-darmkanaal. Ze worden afgescheiden door endocriene cellen.

Enterotoxine

1: Een schadelijke stof met een voorkeur voor het darmkanaal.

Entstof

Vaccin.

E-nummer

Er kunnen aan een voedingsproduct stoffen worden toegevoegd door de fabrikant. Zie ook: additief.

Enzym

Zonder zelf te veranderen versnelt of vertraagt een enzym bepaalde scheikundige processen in het lichaam. Voor ieder proces is een specifiek enzym benodigd. Onze spijsvertering en stofwisseling kunnen zonder enzymen niet functioneren.

EOC

Eerstelijns onderzoek centrum.

EOG

Electro-oculogram of electro-oculografie.

EORTC

Europese organisatie voor de behandeling van kanker.

EOV

Enkelvoudig onverzadigd vetzuur. De afkorting MUFA wordt vaker gebruikt.

EP

1: Vertaald is dit: opgewekt potentiaal.

EPA

Eicosapentaeenzuur, een omega-3 vetzuur. De afkorting EPZ wordt ook wel gebruikt

EPAR

Europees publiek beoordelings-rapport. Hierin zijn de belangrijkste gegevens uit het verrichtte onderzoek bij mens en proefdier samengevat. Zie ook: NPAR.

EPD

Electronisch patiënten dossier.

EPEC

Entero-pathogene E. coli.

EPF

1: Externe pathogene factor.

Epi-

In samenstellingen: boven, op of over.

EPI

Exocriene pancreas insufficiëntie. Dit is het niet voldoende afscheiden van enzymen voor de spijsvertering door de alvleesklier ofwel pancreas. Er ontstaan hierdoor problemen met de spijsvertering.

Epicrien

Endocriene cellen die hormonale stof afgeven aan andere cellen.

Epidermis

De opperhuid, het bovenste of buitenlaagje.

Epifyt

1: Een op de huid levende schimmel.

Epizoön

Een bij de mens voorkomende dierlijke parasiet. We vinden ze op de huid en in het haar. Het meervoud van deze beestjes is epizoa.

EPO

1: Erytropoëtine.

EPOS

Experimenteel psychologische onderzoekschool.

EPP

Erytropoëtische protoporfyrie.

EPS

Geëxpandeerde polystyreen-hardschuim.

EPSP

Exciterende of excitatorische postsynaptische potentiaal.

EPTI

Experimentele pathologie in de tumor-immunologie.

EPX

Eosinofiel proteïne-X, een giftig eiwit.

EPZ

Eicosapentaeenzuur, een omega-3 vetzuur. De afkorting EPA wordt veel vaker gebruikt.

Eq

Equivalent of gelijkwaardig.

Er

Symbool voor het erbium element uit het periodiek systeem.

ER

Endoplasmatisch reticulum. Het ER bevindt zich in een lichaamscel. Het is opgebouwd uit een soort van vlakke blaasjes. De met elkaar verbonden binnenruimtes, de cisternen, vormen een netwerk van kanaaltjes door de cel.

ERA

Europese nier associatie.

ERAS

Vertaald is dit: beter herstel na een operatie.

ERCP

Endoscopische retrograde cholangio-pancreaticografie. ERCP is een inwendig endoscopisch onderzoek van de galwegen, galblaas en de alvleesklier. Deze worden door middel van röntgenstralen zichtbaar gemaakt. Tegenwoordig wordt dit onderzoek ook wel uitgevoerd met een MRI-scan. Dit heet dan MRCP.

Erffactor

Zie: gen.

ERG

Electro retinogram.

Ergocalciferol

Vitamine D2.

Ergotherapie

Een ergotherapeut helpt mensen die door een ziekte, aandoening of ongeluk moeite of beperkingen hebben bij het uitvoeren van allerlei alledaagse handelingen. Verder gaat het ook om beperkingen die mensen bij hun werk, studie en besteding van vrije tijd ervaren.

ERPF

Effectieve renale plasma doorstroming.

Es

Symbool voor het einsteinium element uit het periodiek systeem.

ES

Extractum siccum ofwel droog extract of aftreksel.

Escherichia

Een bacteriën geslacht wat normaal - resident - bij de mens in de darm voorkomt. Wanneer er aan de darm gerelateerde problemen bestaan is het vaak zinvol om bij een laboratorium een test van ontlasting (feces) aan te vragen.

ESF

Erytropoëse stimulerende factor.

ESP

Vertaald is dit buitenzintuiglijke waarneming.

ESR

Erytrocyten sedimentatie waarde.

ESRD

Eind stadium renale (nier)ziekte.

ESS

Emotioneel stress-syndroom.

EST

1: Estrogeen substitutie therapie.

Ester

De verbinding van een alcohol met een zuur.

ESV

Eind-systolisch volume.

ESWT

Extracorporale schokgolf therapie.

ET

1: Ergotherapie.

ETA

Eicosatetraeenzuur, een omega-3 vetzuur.

ETAS

Electronisch therapie advies systeem.

ETEC

Entero-toxicogene Escherichia coli (E. coli).

ETF

Elektronen overdragende flavoproteïne.

Ethanol

Ethylalcohol.

ETO

Ethyleenoxide.

ETR

Effectieve thyroxine-ratio.

Eu

Symbool voor het europium element uit het periodiek systeem.

EU

Europese unie.

Euforie of euphoria

Een eigenlijk overdreven goede stemming.

EUR

Erasmus universiteit Rotterdam.

Euthanasie

Een opzettelijke handeling, in het belang van een ongeneeslijk zieke, om het leven liefst pijnloos te beëindigen.

EV

Extrafusale (spier)vezels.

EVLT

Endoveneuze lasertherapie.

EVN

Epilepsie vereniging Nederland.

EVOV

Enkelvoudig onverzadigd vetzuur. De afkorting MUFA wordt meer gebruikt.

EVS

Electronisch voorschrijf systeem.

EVV

Eerstverantwoordelijk verpleegkundige.

EVVA

Europese voedsel veiligheids-autoriteit.

EVZ

Essentieel vetzuur, meestal wordt de afkorting EFA gebruikt.

Exantheem of exanthema

Huiduitslag die veroorzaakt kan worden door vele geneesmiddelen en virussen.

Excretie

Het afscheiden van bijvoorbeeld urine en zweet naar de buitenkant van het lichaam.

Exhaustio

Uitputting.

Exogeen

Opgeroepen door oorzaken van buitenaf. Dit in tegenstelling tot endogeen.

Expansie

Vergroting of uitzetting.

Expiratie

De uitademing.

Extensor

Een spier die doet strekken.

Extern of externus

Uitwendig.

Extraheren

1: Een extract bereiden.

Extramuraal

Een deel van de hulpverlening gebeurt gewoon bij de mensen thuis. Men noemt dit ook wel extramurale, buiten de muren van een ziekenhuis gelegen, hulpverlening. Dit in tegenstelling tot intramuraal.

Extranucleair

Buiten de kern van de cel gelegen.

Extravesicaal

Buiten de blaas.

Extreem of extremus

Buitenste.

Extremiteit

Een uiterste.

Extremiteiten

Hier gaat het over de ledematen: onze armen en benen.

Extrinsic

Van buitenaf komend.

Extrusie

Uitstoting of uitvloeiing.

Exuberans

Overmatig groeiend, overvloedig uittredend of woekerend.

Exulcerans

Zweervormend.

Exulceratie

Verzwering.

Ex vacuo

Ten gevolge van een lege ruimte in het lichaam.

EZD

Electronisch zorg dossier.

EZP

Extramuraal zorgproduct.

F

1: Symbool voor het fluor element uit het periodiek systeem.

FA

1: Formaldehyde.

Faalangst

Het vreselijk bang zijn om in bepaalde situaties niet voldoende te kunnen presteren, hetgeen overigens niet op reële gronden gebaseerd is.

FAC

Fluorouracil, Adriblastina (doxorubicine) en cyclofosfamide. Een vaak toegepast chemotherapie schema (cytostatica).

Faciaal of facialis

Het aangezicht of de aangezichtszenuw betreffend.

FACS

Fluorescentie-geactiveerd cel sorteren.

Factor IX

Factor IX is een normaal bestanddeel van menselijk bloed. Bij een tekort aan factor IX ontstaan stoornissen in de bloedstolling. Als gevolg hiervan kunnen bloedingen optreden in gewrichten, spieren of interne organen. Bloedingen kunnen spontaan of tengevolge van een ongeluk of een operatie ontstaan.

FAD

1: Flavine adenosine-dinucleotide.

FADH

FAD, maar dan in gereduceerde vorm.

FAE

1: Foetale alcohol-effecten.

FAG

1: Fluorescentie angiogram.

Fagocyt

Een zogeheten 'vreetcel'. Dit is elke cel in het lichaam, in staat om schadelijke elementen zoals bacteriën in zich op te nemen en te vernietigen.

Fagocytose

Het vernietigen van in het lichaam binnengedrongen schadelijke elementen en afgestorven cellen door fagocyten.

FAGT

Federatie voor additief geneeskundig therapeuten.

FAH

Fenylalanine hydroxylase, bij mensen met fenylketonurie ofwel PKU ontbreekt dit enzym.

FAIZ

Federatie van algemene instellingen voor zwakzinnigenzorg.

Falanx

Het kootje van een teen of vinger.

Falciform

In de vorm van een sikkel.

FALW

Faculteit der aard- en levenswetenschappen.

FAM

Voeding als medicijn.

FAN

Federatie autonome nierpatiënten-verenigingen.

FAP

Familiale adenomateuze polypose of polyposis. FAP is een erfelijke aandoening waarbij in de jeugd en tienerjaren adenomateuze poliepen ontstaan. Deze poliepen bedekken de dikke darm en de endeldarm. Ze kunnen, wanneer niet behandeld, in een kwaadaardige vorm (kanker) overgaan.

FAPG

Vet-alcohol propyleen glycol.

Farmaca

Geneesmiddelen, medicamenten of medicijnen. Dit is het meervoud van farmacon.

Farmacologie

De kennis of leer van de geneesmiddelen.

Farmacon of pharmacon

Geneesmiddel, medicament of medicijn.

Farynx of pharynx

De keel of keelholte.

Fascie of fascia

Bindweefselvlies of peesblad dat de spieren bedekt.

Fasciola hepatica

De zogenaamde leverbot, een zuigworm of trematode die vooral bij schapen voorkomt in de lever. Bij de mens wordt de spijsvertering verstoord en treedt een vergroting van de lever op.

Fasciolopsis buski

Ook dit is een zuigworm die voornamelijk in de darm en lever voorkomt.

FAST

Gezicht, arm, spraak en tijdstip. Het is een test op kenmerken die bedoeld is om een beroerte (CVA) te herkennen.

FAU

Fungaal of fungeus amylase eenheid of eenheden.

FBC

Facilitair bedrijf chiropractie.

FBPN

Facilitair bureau patiëntenorganisaties Nederland.

FBW

Faculteit der bewegingswetenschappen.

FCD

Flexura coli-dextra.

FCDS

Fries centrum voor doven en slechthorenden.

FCHL

Familiair gecombineerde hyperlipoproteïnemie of hyperlipidemie. Deze, binnen een familie, erfelijke hyperlipoproteïnemie is een stoornis binnen de vetstofwisseling van het lichaam. Door een te geringe afbraak van de lipoproteïnen - verbindingen van eiwitten met vetten - wordt er een verhoogd gehalte in het bloed aangetroffen.

FCP

Fibroserende chronische pneumonie.

FCZ

Federatie complementaire zorg. De FCZ is per 31 december 2007 opgeheven en zal in het voorjaar van 2008 van start gaan onder de vleugels van de NPCF.

FD

Familiaire dysbètalipoproteïnemie. De afkorting FDB wordt ook gebruikt.

FDA

Voeding en geneesmiddelen administratie.

FDB

Familiaire dysbètalipoproteïnemie. De afkorting FD wordt ook gebruikt.

FDC

Folliculaire dendritische cel.

FDJ

Flexura duodeno-jejunalis.

FDP

Fibrine degradatie producten.

FDT

Fotodynamische therapie.

Fe

1: Het essentiële aminozuur fenylalanine.

Febriel

Koortsig.

Febrifugum

Een middel dat koorts weert.

Febris

Koorts, een hogere lichaamstemperatuur dan normaal. Wordt veelal veroorzaakt door een infectie of ontsteking waarbij vaak een snellere ademhaling en pols vast te stellen is.

Feces of faeces

Ontlasting of uitwerpselen (fecaliën). Een laboratorium onderzoek op ontlasting is bij veel klachten of een verstoring van de darmflora, zoals bij voorbeeld door antibiotica gebruik, vaak de aangewezen weg.

Fecoliet

Ontlasting die keihard is.

FEL

Familiaire erytrofago-lymfohistiocytose.

FENAC

Federatie van Nederlandse audiologische centra.

Fenol

Uit steenkolenteer verkregen carbolzuur.

Fenylketonurie

Zie: PKU.

FEP

Foto-electrische plethysmografie of plethysmogram.

Ferment

De oude naam voor enzym.

Fermentatie

Een door enzymen veroorzaakte gisting, ontleding of splitsing.

Ferritine

Een eiwit-ijzer verbinding.

FES

Nationale vereniging voor fibromyalgie patiënten eendrachtig sterk.

FEV

Geforceerd expiratoir volume. De maximale hoeveelheid lucht die na inademing in een bepaalde tijd geforceerd kan worden uitgeademd. Wanneer de gebruikte tijd bijvoorbeeld 1 seconde is wordt de afkorting FEV1. Voor de meting gebruikt men een zogenaamde spirometer.

FFA

Vrije vetzuren.

FFI

Fatale familiaire insomnie (insomnia, een slaapstoornis).

FFM

Vetvrije massa.

FFP

Vers-bevroren plasma.

FFT

Familie of gezinsgerichte therapie.

FGF

Fibroblast groei factor.

FGFR

Fibroblast groeifactor receptor.

FH

Familiaire hypercholesterolemie. Deze vorm van hypercholesterolemie ontstaat door het onvermogen van het lichaam om een voldoend grote hoeveelheid LDL-cholesterol uit het bloed af te voeren. Familiair wil hier zeggen dat deze aandoening erfelijk bepaald is.

FHA

1: Fyto-hemag-glutinatie.

FHT

1: Familiaire hypertriglyceridemie.

Fibra

Een vezel, spiervezel of zenuwvezel.

Fibrocyt

Cel van bindweefsel.

Fibromyalgie

Spierpijn wanneer er steeds meer spiervezels degenereren en plaats moeten maken voor bindweefsel.

Fibrose of fibrosis

Het toenemen van bindweefsel in een orgaan.

FIC

Familiaire intrahepatische cholestase.

FIGLU

Formiminoglutaminezuur. De FIGLU test toont bij een patiënt met foliumzuur-deficiëntie een overmaat van dit zuur in de uitgescheiden urine aan.

FIGON

Federatie voor innovatief geneesmiddel onderzoek Nederland.

Filaria

Een draadworm behorend tot de rondwormen. Ze worden overgedragen op de mens door de steek van een muskiet. Er bestaan verschillende soorten van.

Filariasis, filariosis of filariose

De draadwormziekte veroorzaakt door filaria.

Filiform

Draadvormig.

Filum

Draad, het meervoud is fila.

FIR

Ver-infrarood.

Fireva

De branchevereniging van fabrikanten en importeurs van revalidatie-hulpmiddelen.

FIS

Fysiotherapie informatie systeem.

Fissipaar

Het zich door deling of splijting voortplanten.

FITC

Fluoresceïne-isothiocyanaat.

FK

Farmacotherapeutisch kompas.

Flatulentie

Een opgeblazen gevoel of ophoping van gas in de darmen en winderigheid.

Flebologie

Leer van de bloedaderen en de ziekten van deze aderen.

Flexor

Buigspier.

Flora

1: De in het lichaam levende niet ziekmakende bacteriën.

Fm

Symbool voor het fermium element uit het periodiek systeem.

FMF

Familiaire Middellandse Zee koorts.

FMG

Forensisch medisch genootschap.

FMN

Flavine-mononucleotide, een co-enzym.

fMRI

Functionele magnetische resonantie beeldvorming.

FMS

Fibromyalgie syndroom.

FMWV

Federatie van medisch wetenschappelijke verenigingen.

FNA

Formularium van de Nederlandse apothekers.

FNAITP

Foetale en neonatale allo-immuun trombocytopenie.

FNB

Federatie van Nederlandse blindenbibliotheken.

FNH

Focale nodulaire hyperplasie.

FNLI

Federatie Nederlandse levensmiddelen industrie.

FNT

Federatie van Nederlandse trombosediensten.

FNWI

Faculteit der natuurwetenschappen, wiskunde en informatica.

FOB

Fecaal occult bloed.

Fobie

Angststoornis.

FOBT

1: Feces occult bloed test.

FODOK

Nederlandse federatie van ouders van dove kinderen. De FODOK is in 1956 opgericht om de belangen van dove kinderen en hun ouders te behartigen. De federatie is actief op veel verschillende terreinen.

Foetaal

De foetus betreffend.

Foetus

De vrucht in het lichaam van de moeder wordt gedurende de eerste dertien weken embryo genoemd, daarna spreekt men over de foetus.

FOH

Federatie van opleidingen hypnotherapie.

Folaat

Een algemene naam voor diverse verbindingen van foliumzuur.

Folinezuur

Folinezuur of folidinezuur heeft dezelfde werking als foliumzuur maar is veel krachtiger.

Foliumzuur

Foliumzuur noemt men ook wel eens vitamine B11.

FONA

Fout, ongeval en bijna accident.

FONG

Federatie van opleidingen in de natuurlijke geneeswijzen.

FOP

Fibrodysplasia ossificans progressiva. FOP is een zeldzame aandoening en wordt ook wel aangeduid als myositis ossificans.

Forensisch of forensis

Gerechtelijk.

FOS

Fructo-oligo-sacchariden, het zijn natuurlijke vezels.

Fosfaat

Het zout van fosforzuur.

Fosfolipide

Dit is elk fosfor bevattend lipide. De fosfolipiden in celmembranen kunnen we onderverdelen in onder andere fosfatidyl-choline, fosfatidyl-ethanolamine, fosfatidyl-serine, cardiolipine en sfingomyeline.

Fosfor

Een giftig element wat in het donker zichtbaar licht uitstraalt.

FOSS

Nederlandse federatie van ouders van slechthorende kinderen en van kinderen met spraak- en taal-moeilijkheden.

Fotochemisch

Onder invloed van licht treedt er een chemische reactie op.

Fotofobie

Lichtschuwheid.

Fotometer

Lichtsterkte meter.

Fototherapie

Het behandelen met gebruikmaking van licht.

FOVIG

Federatie van ouders van visueel gehandicapten.

FOZ

Financieel overzicht zorg.

FPA

1: Fibrinopeptide A.

FPD

Forensisch psychiatrische dienst.

FPG

Fonds psychische gezondheid, de oude naam was NFGV.

FPI

Forensisch psychiatrisch instituut.

FPIA

Fluorescentie polarisatie immuno-analyse (essaai of toets).

FPK

Forensisch psychiatrische kliniek.

FPZ

Farmaceutische patiëntenzorg.

Fr

Symbool voor het francium element uit het periodiek systeem.

Fractuur of fractura

Een been- of botbreuk.

Fragilitas of fragiliteit

Breekbaarheid.

Fragmentatie

Het versplinteren of verdeling in stukjes.

Fragmentocyt

Een erytrocyt die hevig misvormd is, men gebruikt ook wel de naam schistocyt.

FRC

Functionele residu-capaciteit.

Frenalgie

Een pijnlijk middenrif.

Frenisch of phrenicus

Het middenrif of phren betreffend.

Frenitis of phrenitis

Ontsteking van het middenrif.

Frequent

Dikwijls, vaak of veelvuldig.

Frequentie

Het aantal malen of wisselingen uitgedrukt per tijdseenheid.

Frictie of frictio

Wrijving.

Frigide

Koel of koud.

Fru

Fructose.

Fructose

Vruchtensuiker.

FSB

Federatie slechtzienden- en blindenbelang.

FSF

Fibrine stabiliserende factor.

FSH

1: Fascio-scapulo-humeraal. Zie FSHD.

FSHD

Facio-scapulo-humerale dystrofie. De FSH vorm van spierdystrofie is een zeldzame, erfelijke vorm van spierdystrofie die veroorzaakt wordt door een genetishe afwijking. FSHD kenmerkt zich door een aantal karakteristieke symptomen. Het voornaamste kenmerk is de progressieve verzwakking en uiteindelijk verlies van kracht in de skeletspieren. De meest voorkomende spieren die aangetast worden zijn die van het aangezicht, de schouders en de bovenarmen/benen. In een vroeg stadium worden de spieren van het oog (voor het openen en sluiten) en de mond (glimlachen en fluiten) aangetast. Het verloop van de ziekte, die bij zowel mannen als vrouwen kan voorkomen, kan sterk verschillen en is moeilijk te voorspellen. Wanneer de ziekte al op jonge leeftijd optreedt zal het verloop veelal ernstiger zijn. Naarmate de ziekte vordert worden de getroffen patiënten door verzwakte spieren instabiel. Hierdoor kunnen zij uiteindelijk afhankelijk van een rolstoel worden.

FSME

Vroege zomer meningo-encefalitis.

FSMI

De federatie van sportmedische instellingen is de brancheorganisatie voor de meer dan veertig erkende sportmedische instellingen in Nederland.

FSP

Fibrinolytisch afbraakproduct.

FST

Afkorting van fenol-sulfo-transferase.

FT

Fourier transformatie.

FTA

Fluorescerende treponemale antistoffen.

FTAA

Fluorescerende treponemale antistoffen absorptie.

FTAT

Fluorescentie treponemale antilichaamtest.

FTD

Frontotemporale dementie.

FTE

Formazine troebelings-eenheid. De mate van troebeling in ons leidingwater wordt weergegeven in FTE. Men meet dit door de verstrooiing van het licht in het water te bepalen.

FTI

Vrije thyroxine index. Deze index geeft een beschrijving wat het aantal betreft van de thyroxine huishouding in het lichaam. Afhankelijk van de hoeveelheid globuline die thyroxine kan binden wordt de index bepaald. Naast deze index wordt ook wel de effectieve thyroxine verhouding of ETR toegepast.

FTO

Farmaco therapie overleg. Het FTO ondersteunt de huisarts en apotheker met onder andere werkboeken, bibliotheken en casuïstiek.

FTTO

Farmaco therapeutisch transmuraal overleg.

FU

Fluorouracil.

Fuc

Fucose.

Functie of functio

De verrichting of werking.

Fungemie of fungaemia

Het aanwezig zijn van schimmels of fungi in het bloed.

Fungicide

Een middel dat schimmels doodt.

Fungus

Een schimmel of zwam. Het meervoud is fungi.

FUS

Farmaco-therapeutische uittreksel service. Dit tijdschrift is een uitgave van de stichting FUS. Deze stichting heeft als doelstelling het bevorderen van medicatiebegeleiding ten behoeve van patiënten door artsen en apothekers. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het tijdschrift berust bij de redactie. De redactie van FUS leest iedere maand negen onafhankelijke Nederlandse en Vlaamse tijdschriften en maakt van de artikelen uittreksels. De richtlijnen om te komen tot een goede samenvatting zijn gebaseerd op de richtlijnen van de oorspronkelijke tijdschriften. De tijdschriften die worden samengevat 'coveren' alle belangrijke onafhankelijke internationale tijdschriften op huisarts-geneeskundig en (farmaco)therapeutisch gebied.

Fusogenen

Dit zijn stoffen die het samenvoegen (fusie) van cellen bewerkstelligen.

FUT

Fibrinogeen opname test.

FVB

Federatie vaktherapeutische beroepen. De FVB is de overkoepelende organisatie van de Nederlandse verenigingen voor Beeldende therapie (NVBT), Danstherapie (NVDAT), Dramatherapie (NVDT), Muziektherapie (NVvMT) en Psychomotorische therapie (NVPMT).

FV

Geforceerd volume.

FVC

Geforceerde vitale capaciteit.

FVGGz

Federatie verpleegkundigen geestelijke gezonheidszorg.

FVO

Federatie van ouderverenigingen.

FWG

Functiewaardering in de gezondheidszorg.

FWS

Friedrich Wegener stichting.

FX

Fragiel-x-syndroom.

Fyllochinon

Vitamine K.

Fysiek

Lichamelijk of lichamelijke gesteldheid.

Fysisch

1: Lichamelijk.

Fysocele

Een met gas gevuld gezwel.

Fyto-

In samenstellingen: met betrekking tot planten. Een voorbeeld is fytotherapie of kruidengeneeskunde.

FZ

Farmaceutische zorg.

g

De afkorting van gram, een eenheid van gewicht.

G

1: Guanosine.

G6PD

Glucose-6-fosfaat-dehydrogenase. Het G6PD enzym treffen we gewoonlijk aan in rode bloedlichaampjes, de erytrocyten oftewel rode bloedcellen. Het enzym beschermt deze cellen onder andere tegen bepaalde vergiftige chemische stoffen.

Ga

Symbool voor het gallium element uit het periodiek systeem.

GA

1: Golgi-apparaat.

GAAZ

Geriatrische afdeling in een algemeen ziekenhuis.

GABA

1: Gamma-aminoboterzuur.

GAD

Glutaminezuur decarboxylase.

GAG

1: Glycosaminoglycaan.

Gal

Galactose.

Galenisch

Galenisch geneesmiddel, een middel van natuurlijke plantaardige oorsprong.

Gallium

Een metaal, het symbool is Ga.

GALT

Darm geassocieerd lymfatisch of lymfoïd weefsel. Zie ook: BALT, CMIS, MALT, MIS, NALT en SALT.

Galzuur

Galzuren zijn de belangrijkste bestanddelen van de gal, ze worden in de lever gevormd uit cholesterol. Deze zuren zijn van belang voor het bevorderen van de vertering van vetten (lipiden) in de dunne darm. Er zijn verschillende aandoeningen waarbij het verstandig is een test op de galzuren te laten uitvoeren.

Gameet

Een voortplantingscel. De mannelijke zaadcel en de vrouwelijke eicel die zich verenigen tot een bevruchte eicel of zygote. Hier groeit, wanneer alles goed gaat, het embryo uit.

Gametocide

Een middel dat gameten doodt.

Gammastralen

Electromagnetische trillingen uitgezonden door radioactieve elementen.

Ganglia of gangliën

Het meervoud van ganglion.

Ganglioom

Een gezwel dat uit gaat van een ganglion.

Ganglion

Een peesknoop, verdikking van een zenuw of zenuwknoop. Het meervoud is ganglia of gangliën.

GAP

Goede agrarische uitoefening.

GAPZ

Geriatrische afdeling in een psychiatrisch ziekenhuis.

Gardnerella vaginalis

Een kokkobacil (coccus) die aan sommige ontstekingen van de vagina schuldig is.

GAS

Gegeneraliseerde angststoornis. Angststoornissen zijn binnen de psychiatrie de meest voorkomende stoornissen. Bij vrouwen blijkt het tweemaal zo vaak voor te komen dan bij mannen het geval is. De GAS is een brede aanwijzing die toestanden van stress en niet-kenmerkende spanningsklachten omvat. Dit zijn min of meer chronisch aanwezige buitensporige angst of bezorgdheid echter zonder paniekaanvallen. De angststoornissen gaan vaak gepaard met concentratie-stoornissen, piekeren, prikkelbaarheid, slaapstoornissen, verhoogde spierspanning en vermoeidheid.

Gaster

Maag. Andere namen die we voor de maag kunnen tegenkomen zijn: stomachus en ventrikel of ventriculus.

Gastheer

Een levend organisme waarop of waarin een ander organisme leeft en eventueel parasiteert.

Gastritis

Ontsteking van het slijmvlies van de maagwand.

Gastro-

In samenstellingen: de maag betreffend.

GAUZ

Geriatrische afdeling in een universitair ziekenhuis.

GAV

1: Geneeskundig adviseur particuliere verzeringszaken.

GBE

Ginkgo biloba extract.

GBGD

Gemeenschappelijke bedrijfsgezondheidsdienst.

GBL

Gamma-butyrolacton.

GBM

Glomerulaire basaalmembraan of basale membraan.

GBO

Gemeenschappelijk beraad ouderenvoorzieningen.

GBW

Centrum gezondheidsbevordering op de werkplek.

GC

Gaschromatografie.

GCDC

Kiemcentra-dendritische cel.

GCFT

Gonokokken fixatie test. Met behulp van deze test wordt er in het bloed naar antilichamen tegen gonokokken gezocht.

GCLP

Goede controle laboratorium praktijken.

GCP

Goede klinische praktijk.

GCSF

Granulocyt kolonie-stimulerende factor. Deze zogenaamde groeifactor stimuleert, net als GMCSF, de aanmaak van witte bloedcellen.

Gd

Symbool voor het gadolinium element uit het periodiek systeem.

GDD

Gezondheidsdienst voor dieren.

GDH

Het enzym glucose dehydrogenase.

GDL

Gemeenschappelijk dierenlaboratorium.

GDP

1: Guanosinedifosfaat.

GDS

Geneesmiddelen dispensatie voor een sporter.

Ge

Symbool voor het germanium element uit het periodiek systeem.

GeBu

Geneesmiddelenbulletin.

GECKO

Groningen expertise centrum voor kinderen met overgewicht.

Gegranuleerd

In een korrel vorm.

Geharde olie

Zie: transvetzuur.

Gelatine

Een lijmachtige stof verkregen uit beenderen.

GEMO

Genexpressie, endocrinologie, metabolisme en oncologie.

Gen

Het gedeelte van een chromosoom in de celkern dat een erfelijk gegeven bevat.

Genen

Het meervoud van gen.

Generiek geneesmiddel

Een geneesmiddel dat onder de naam van de werkzame stof die er in verwerkt is verkocht wordt. Dit in tegenstelling tot geneesmiddelen die door de fabrikant onder een bepaalde naam geregistreerd zijn.

Genetica

De leer van de erfelijkheid.

Genetisch

De voortplanting betreffend.

Genus

Geslacht.

gER

Glad endoplasmatisch reticulum. sER wordt ook gebruikt.

Geraamte

Skelet.

GERD

Gastro-oesofagale reflux ziekte.

Germicide

Een stof die kiemen of zaad doodt.

Gestiek

Gebarentaal.

GFD

Glucose-fosfaat-dehydrogenase.

GFM

Glomerulaire filtratie maat.

GFR

Glomerulaire filtratie ratio in een nier.

GFS

Glomerulaire filtratiesnelheid.

GGB

Gereformeerde gezins- en bejaardenverzorging.

GGCX

Gamma-glutamylcarboxylase.

GGD

1: Gemeenschappelijke gezondheidsdienst.

GGO

Genetisch gemodificeerd of gemanipuleerd organisme.

GGT

Gamma-glutamyl-transferase. Het is een enzym wat het transport van glutamyl tussen verschillende peptiden mogelijk maakt. Het komt onder andere voor in de cellen van de lever, de nieren en pancreas.

GGTP

Gamma-glutamyl-transpeptidase.

GGV

Gespecialiseerde gezinsverzorging.

GGz

Geestelijke gezondheidszorg.

GHB

1: Gamma-hydroxy-butyraat.

GHI

Geneeskundige hoofdinspectie van de volksgezondheid.

GHOR

Geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen.

GHR

Geneeskundige hulpverlening bij rampen.

GHWD

Groep homeopatisch werkende dierenartsen.

GHZ

Groene Hart ziekenhuis.

GI

1: Gastro-intestinaal.

GIC

Geboorte informatie centrum.

GIDZ

Gaming in de zorg.

Gigantisme

Een overmatige groei maar wel met goede lichaamsverhoudingen.

Gingiva

Het tandvlees.

Gingivitis

Ontsteking van het tandvlees.

GIP

1: Maagremmend polypeptide.

GIS

Gastro-intestinale symptoomscore.

GKC

Groninger kankercentrum.

GLA

Gamma-linoleenzuur, één van de omega-6 vetzuren. De afkorting GLZ wordt ook gebruikt.

Glandula

Een klier of glandula is een orgaan wat bepaalde stoffen afscheidt. Dit zijn zogenaamde excreten (excreta) en secreten (secreta). De excreten zijn afvalstoffen die naar buiten moeten worden afgevoerd. De secreten worden intern door het lichaam gebruikt. Het meervoud van glandula is glandulae.

Glandula lacrimalis

Traanklier.

Glandula parotidea

Oorspeekselklier, ook: glandula parotis.

Glandula pinealis

Pijnappelklier.

Glandula pituitaria

Hypofyse.

Glandula sublingualis

De speekselklier die onder de tong gelegen is.

Glandula submandibularis

De speekselklier van de onderkaak.

Glandula suprarenalis

Bijnier.

Glandula thyroidea

Schildklier.

Glandula vesiculosa

Zaadblaasje.

Glandula vestibularis major

Dit wordt ook de dubbelzijdige klier van Bartholin genoemd. Een slijmig vocht afscheidende klieren in de ingang van de schede bij de vrouw. Dit vocht doet dienst als glijmiddel.

Glandulae bulbourethrales

De Cowperse klieren die uitmonden in de mannelijke urinebuis. Bij erotische prikkeling produceren ze een vloeistof.

Glandulae ceruminosae

De klieren die het oorsmeer leveren.

Glandulae duodenalis

De klieren van Brunner beschermen het slijmvlies van het duodenum tegen beschadiging.

Glandulae gastricae propriae

De eigenlijke maagklieren of fundusklieren.

Glandulae glomiformes

Klieren die gevormd zijn als een kluwen.

Glandulae intestinales

In de wand van de dikke en dunne darm bevinden zich de klieren van Lieberkühn.

Glandulae lactiferae

Melkklieren.

Glandulae laryngeae

De slijmklieren van het strottenhoofd.

Glandulae lymphaticae

Lymfeklieren.

Glandulae parathyroideae

Bijschildklieren.

Glandulae salivales

Speekselklieren.

Glandulae sebaceae

Huidsmeerklieren.

Glandulae sudoriparae

Zweetklieren.

Glandulae tarsales

Ooglidklieren of de klieren van Meibom.

Glandulair of glandularis

De klieren betreffend of klierachtig.

Glaucoom of glaucoma

Groene staar die optreedt bij een verhoogde druk binnen het oog.

Glc

Glucose, zie aldaar.

GLDH

Glutamaatdehydrogenase.

Glia

Steunweefsel, een bepaalde vorm van bindweefsel, in het zenuwstelsel. Het bestaat uit gliacellen en het vezelachtige netwerk van de celuitlopers.

Gliacel

Gliacellen is de verzamelnaam voor de cellen die de neuroglia vormen.

Gliadine

Eén van de eiwitten waar gluten uit bestaan is gliadine. Gluten zitten in verschillende granen en de voeding waarin deze verwerkt zijn. Een overgevoeligheid voor deze gluten kan een storing in de spijsvertering veroorzaken met mogelijk allerlei lichamelijk ongemak tot gevolg. Van gliadine gaat voor sommige mensen een giftige (toxische) werking uit. Een verhoogde waarde van het zogenoemde antigliadine - een antistof - is door middel van een onderzoek in het laboratorium vast te stellen.

Gln (Q)

Het aminozuur glutamine.

Globaal

In het geheel gezien, dit in tegenstelling tot plaatselijk of locaal.

Globine

Dit is het eiwitbestanddeel van hemoglobine.

Globulair

Bolvormig.

Glossa

De tong.

Glossalgie

Pijn in de tong.

Glossitis

Tongontsteking.

GLP

Goede laboratoriumpraktijk, een norm voor kwaliteit.

GLTK

Gemengde lymfocyt-tumorkweek.

Glu (E)

Het aminozuur glutamaat.

Gluconaat

Glucuronzuur.

Glucose

Druivensuiker, dextrose en ook wel bloedsuiker genoemd. De waarde van glucose wordt nuchter bepaald en uitgedrukt in mmol/l. De uitdrukking mg% - onder andere in de Amerikaanse literatuur gebruikt - kan worden herleid tot mmol/l via mg% : 18 = mmol/l.

Glutamaat

Glutaminezuur (GA).

Glutathion

Dit is een tripeptide die we in de meeste plantaardige en dierlijke weefsels terugvinden, het heeft een zuurstof overdragende functie.

Gluten

Een taaie stof in gerst, haver, rogge en tarwe die eiwitten bevat. Ze bestaan voornamelijk uit de proteïnen gliadine en glutenine. Bij sommige mensen vertoont gliadine een giftige werking. Dat wordt dan misschien wel een glutenvrij dieet ...

Gly (G)

Het aminozuur glycine.

Glyceraat

Glycerinezuur.

Glyceral

Glyceraldehyde.

Glycine

Een aminozuur wat niet essentieel is.

Glycocholaat

Glycocholzuur.

Glycogeen

Wanneer het lichaam behoefte heeft aan energie kan glycogeen snel worden afgebroken tot glucose. Het is een polysacharide, een dierlijk zetmeel, die als reserve brandstof in de lever en de spieren wordt opgeslagen.

Glycogenese

Het vormen van glycogeen uit glucose.

Glycolyse

Het splitsen van suikers, de afbraak van glucose tot pyrodruivenzuur.

Glyoxylaat

Glyoxylzuur.

GLZ

Gamma-linoleenzuur, één van de omega-6 vetzuren. De afkorting GLA wordt ook gebruikt.

GM

Gemeenschappelijke meldkamer.

GMC

Gemeenschappelijk medisch consult. Een GMC staat gelijk aan een individueel consult - er worden dezelfde zaken besproken - maar dan met meerdere patiënten tegelijk.

GMCSF

Granulocyte macrofage kolonie-stimulerende factor. Deze zogenaamde groeifactor stimuleert, net als GCSF, de aanmaak van witte bloedcellen.

GMD

Gemeenschappelijke medische dienst.

GMO

Genetisch gemodificeerd organisme.

GMP

1: Guanosinemonofosfaat.

GMPS

Guanosinemonofosfaat synthetase.

GMSB

Geïntegreerd medisch specialistisch bedrijf.

Gnosis

De kennis of het weten.

Gnostisch

De fijnere zintuiglijke gevoeligheid.

Goitre

Krop.

GON

Gehandicapten organisatie Nederland.

Gonococcus of gonokok

Deze bacterie is de verwekker van gonorroe, de zogenaamde druiper. Het ding heeft min of meer de vorm van een koffieboon.

Gonocyt

De kiemcel oftewel de mannelijke en vrouwelijke geslachtscellen en hun voorstadia.

Gonorroe of gonorrhoea

De Neisseria gonorrhoea veroorzaakt een geslachtsziekte die we ook wel 'een druiper' noemen. Het is mogelijk dat ook de ogen besmet raken.

GORD

Vertaald is dit: gastro-oesofageale refluxziekte. De afkorting GORZ wordt ook gebruikt.

Gordelroos

Zie: herpes.

GORZ

Gastro-oesofageale refluxziekte.

GOS

Galacto-oligosacharide.

GOST

Geheugen- en oriëntatie-stoornis.

GOT

Glutamaatoxaalacetaat-transaminase. We zien ook wel dat SGOT gebruikt wordt. Het is een enzym dat thans afgekort wordt tot ASAT

GOW

Gecoördineerd ouderenwerk.

GP

Glycoproteïne.

GPI

1: Glucose-fosfaat-isomerase.

GPLC

Glycine propionyl-l-carnitine.

GPT

Glutamaat-pyruvaat-transaminase. Dit is een enzym dat nu afgekort wordt tot ALAT.

GPx

Glutathion peroxidase.

GR

Gezondheidsraad.

Granula

In de vorm van een korrel.

Granulair of granuleus

Korrelig.

Granulocyt

Een wit bloedlichaampje dat korrels (granula) bevat in het cytoplasma.

Granulum

Korreltje. Het meervoud is granula.

Granum

Grein of korrel.

Graveel

Gruis.

Gravida

1: Zwanger.

Gray

De eenheid van geabsorbeerde radioactieve straling. Het symbool is Gy. 1 Gy = 100 rad. Deze in de radiologie gebruikte eenheid is de vervanger van de oude eenheid rad.

GS

Gladde spier.

GSD

Gemeentelijke sociale dienst.

GSH

1: Geïsoleerde systolische hypertensie.

GSK

1: Glycogeen-synthase-kinase.

GT

1: Glutamyl-transferase.

GTAG

Geregistreerd therapeut andere geneeswijzen.

GTCA

Gegeneraliseerde tonisch-clonische aanval.

GTE

Glyceryl trierucaat.

GTF

Glucose tolerantie factor.

GTI

Glucose tolerantie index.

GTO

Glyceryl trioleaat.

GTP

1: Guanosinetrifosfaat.

GTPCH

Guanosine-trifosfaat-cyclohydrolase.

GTT

Glucose tolerantie test.

Gua

Guanine.

Gutta of guttae

Druppel.

GUZ

Genito-urinaire ziekte.

GV

1: Gezinsverzorgende.

GVDT

Gilde van Dhanvantari therapeuten. Doel van het gilde is het samenbrengen en organiseren van Dhanvantari therapeuten, de Dhanvantaristen.

GvH

Graft versus host. Bij mensen met een door geneesmiddelen of ziekte ontregeld immuunsysteem kan na een bloedtransfusie een ongewone complicatie optreden, de graft versus host reactie. De weefsels in het lichaam van de ontvanger (de host) worden dan aangevallen door de witte bloedcellen die zich in het donorbloed (graft) bevinden. De verschijnselen of symptomen zijn onder andere huiduitslag, koorts, lage bloeddruk, shock en vernietiging van weefsel.

GvHD

Graft versus host ziekte.

GVM

Geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en maatschappelijke zorg.

GVO

1: Gentechnisch veranderd organisme.

GVS

Geneesmiddelen vergoedings-systeem.

GVT

Gezinsvervangend tehuis.

GW

1: Geneesmiddelenwet.

GX

Glycinexylidide.

Gy

Het symbool voor gray, zie aldaar.

Gyratus

Kringvormig of kronkelig.

Gyrus

Hersenwinding, het meervoud is gyri. Het oppervlak van beide grote hersenen bestaat uit een groot aantal gyri.

GZ

Gehandicapten-zorg.

GZO

Gezondheidszorg onderzoek.

GZP

Productschap granen, zaden en peulvruchten. De activiteiten van de GZP zijn overgenomen door het productschap akkerbouw (PA).

GZT

Gezondheidszorg technologie.

GZZ

Gezondheidsbepaalde zelfzorg activiteiten.

HA

01: Hartaanval.

HAA

1: Halo-azijnzuur.

HAAg

Hepatitis A-antigeen.

Habitus

Het uiterlijk voorkomen.

HACCP

Vertaald staat dit voor: risico analyse kritische controle punten. Het betekent dat alle handelingen in een bedrijf, die betrekking hebben op een produkt, gecontroleerd worden op mogelijke risico's voor de gezondheid.

HAE

Hereditair angioneurotisch oedeem.

Haemato-

In samenstellingen: met betrekking tot het bloed.

Haematozoön of haematozoa

Een parasiet die in het bloed voorkomt. Een paar voorbeelden zijn Filaria, malaria en Schistosoma.

Haemi-

In samenstellingen: met betrekking tot het bloed.

Haemo-

In samenstellingen: met betrekking tot het bloed.

Haemophilus

Een geslacht van bacteriën die veelal ziekteverwekkend zijn.

Haemopoeticum

Een geneesmiddel dat de vorming van bloed bevordert.

Haemosporidea

Tot de sporendieren (sporozoa) behorende parasieten zoals Plasmodium en Toxoplasma.

HAES

Hyper esthetisch emotioneel syndroom.

HAGRO

Huisartsengroep.

Hahnemann, Samuel

Een Duitse arts die leefde van 1755 tot 1843. Hij was de grondlegger van de Homeopathie.

HAI

Hemagglutinatie-inhibitie.

HAIg

Hepatitis-A immunoglobuline.

HAIO

1: Huisarts in opleiding.

HAK

Afkorting van hypofyse achterkwab.

HAL

Huisartsen laboratorium.

Halfwaardetijd of HWT

1: De benodigde tijd om de concentratie van een geneesmiddel in het lichaam te halveren.

Halisterese

Ontkalking en ontzouting.

Hallucinatie

Waanvoorstelling.

Hallux

Grote teen.

HALO

Haagse academie voor lichamelijke opvoeding.

Halveringstijd

Zie: halfwaardetijd.

HAN

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

HANE

Hereditair (erfelijk) angioneurotisch oedeem.

Hantavirus of hantaanvirus

De uitwerpselen van ratten kunnen een zogenaamd RNA-virus op de mens overdragen. Dit veroorzaakt met koorts gepaard gaande bloedingen van de nieren.

HAO

1: Huisartsopleider.

HAP

Huisartsenpost.

Hapsis

Het gevoel of de tastzin.

Haptiek

De kennis van de tastzin.

Haptisch

De tastzin of het gevoel betreffend.

Haptoglobine

Haptoglobine is een serumglobine dat vrij circulerend hemoglobine bindt.

Haptologie

Zie: haptiek.

Haptonomie

De leer van het gevoel, gevoelsleven en de tastzin.

HAR

Hem-agglutinatie remmingsreactie.

Harden

Zie: transvetzuur.

Harding

Zie: transvetzuur.

Haringworm

Zie: anisakiasis.

Hartinfarct

Een acute belemmering van de bloedtoevoer voor het hartspierweefsel. Door het afsluiten van een kransslagader of aftakking treedt het afsterven van weefsel op.

HAT

1: Heparine-geassocieerde trombocytopenie.

HAV

Het hepatitis-A-virus.

Hazenlintworm

Zie: Taenia.

Hb

Afkorting van hemoglobine.

HbA

Hemoglobine van een volwassene.

HbA1c

Geglycosileerd hemoglobine.

HBAb

Hepatitis-B antilichaam.

HBAg

Hepatitis-B antigeen.

HBC

Hemofilie behandel centrum.

HBcAg

Hepatitis-B kern antigeen.

HBCD

Hexabroomcyclododecaan.

HBCDD

Hexabroomcyclododecaan.

HBD

Hydroxy-butyraat dehydrogenase.

HBDH

Hydroxy-boterzuurdehydrogenase.

HBeAg

Hepatitis-Be-antigeen.

HbF

Foetaal hemoglobine.

HBF

Humaan lichaams-veld (bioveld).

HBIg

Hepatitis-B immunoglobuline.

HBLV

Humaan B-lymfotropisch virus.

HBO

Hoger beroepsonderwijs.

HbO2

Oxihemoglobine.

HBOV

Hoger beroepsonderwijs verpleegkunde.

HBP

Hemoglobinopathie.

HBsAb

Hepatitis-B oppervlakte antilichaam.

HBsAg

Hepatitis-B oppervlakte antigeen.

HBV

1: Hepatitis-B vaccinatie.

HC

1: Hydroxocobalamine.

HCA

Heterocyclische aromatische amine, de afkorting HAA wordt ook gebruikt.

HCBD

Hexachloorbutadieen.

HCFC

Chloorfluorkoolwaterstof.

HCG

1: Hodgkin contactgroep.

HCH

Hexachloorcyclohexaan.

HCl

1: Hydrochloride.

HCL

Haarachtige cell leukemie.

HCS

Humaan chorionsomatotropine. Het HCS hormoon is identiek aan HPL.

HCT

Humaan calcitonine. Het HCT hormoon wordt voornamelijk door de schildklier gevormd.

HCV

Het hepatitis-C virus.

Hcy

Homocysteïne.

HDA

1: Hoge densiteits legering (alliage).

HDHZ

Hydroxydocosahexaeenzuur.

HDI

1: Hypofysaire diabetes insipidus.

HDL

1: Hogedruk laboratorium.

HDPE

Hogedichtheid polyethyleen.

HDV

Het hepatitis-D virus.

He

Symbool voor het helium element uit het periodiek systeem.

HE

Hematoxyline-eosine. In de hystochemie is de HE-kleuring een methode van kleuren die veel toegepast wordt.

Hebetudo

1: Het afgestompt zijn.

HEL

Humaan embryonale longcel.

Helcose of helcosis

Een verzwering of plaats in het lichaam waar iets zweert.

Helices

Het meervoud van helix.

Helicobacter pylori

Een spiraal- of s-vormige bacterie die zich in de maagwand nestelt. Deze bacterie, die voorheen Campylobacter pylori heette, komt in het westen al veel voor maar in ontwikkelingslanden blijkt het aantal geïnfecteerden op 90% te liggen! Zo'n 80% van het ontstaan van een maagzweer zou met deze beestjes te maken hebben. Het percentage ligt bij zweren in de twaalfvingerige darm (duodenum) zelfs nog hoger, namelijk op bijna 100%.

Heliosis

Zonnesteek.

Helix

1: Schroeflijn of spiraal.

Helmins

Ingewandswormen. De drie belangrijkste groepen zijn de platwormen (cestoden), rondwormen (nematoden) en zuigwormen (trematoden). Het meervoud van helmins is helminten of helminthes.

Hematocyt

Een rode bloedcel.

Hemeralopie

Nachtblindheid.

Hemicranie of hemicrania

Een 'bonkende' of ook wel 'schele' hoofdpijn die links of rechts in het hoofd optreedt.

Hemodialyse

Het zuiveren van het in het lichaam rondgepompte bloed bij nierpatiënten.

Hemoglobine

Bloedkleurstof, de ijzerhoudende kleurstof van de rode bloedcellen.

Hemogram

Het resultaat van een bloedonderzoek.

Hemopathie

Ziekte van het bloed.

Hemopathologie

De leer of wetenschap van de bloedziekten.

Hemorroïde of haemorrhois

Aambei, het door stuwing in de anus uitzetten van aders van de endeldarm.

Hemosiet

Een bloedparasiet.

Hemovigilantie

Het systematisch monitoren van bijwerkingen en nadelige incidenten die in de gehele transfusieketen van donor tot patiënt op kunnen treden. Verder alles wat bij kan dragen aan een veiliger en effectiever gebruik van bloedproducten.

Hepar

De lever.

Heparine

Een verzamelnaam voor een aantal stoffen die een vertragende werking op de bloedstolling uitoefenen oftewel anticoagulantia. Heparinen kunnen uit dierlijk weefsel zoals het slijmvlies van varkensdarmen, runderlongen of schapenlongen geïsoleerd worden. De anticoagulans heparine activeert antitrombine (AT).

Hepatisme

Een stoornis in de werking van de lever.

Hepatitis

Een chronische of acute ontsteking van het weefsel van de lever. Dit wordt meestal veroorzaakt door een hepatitis virus, de (afgekort) HAV, HBV, HCV, HDV, HEV en HGV.

Hepatoliet

Leversteen of galsteen.

HEPZ

Hydroxyeicosapentaeenzuur.

HER

Humane epidermale-groeifactor receptor.

Herbicide

Een middel dat onkruid vernietigd.

Herpes

Een huiduitslag die zich uit in de vorm van kleine met helder vocht gevulde blaasjes. Ze vormen groepen en verdrogen weer snel.

HES

Hypereosinofiel syndroom.

HETE

Hydroxy-eicosa-tetraeenzuur.

HETZ

Hydroxyeicosatetraeenzuur.

HEV

1: Het hepatitis-E virus.

HEVAS

Hemangiomen (aardbeienvlekken) en vasculaire malformatie. De HEVAS is een vereniging voor ouders en patiënten die helpt bij het vinden van de juiste artsen, het onderhouden van contacten met gespecialiseerde artsen en voorlichting geeft over de aandoeningen. De verschillende vasculaire malformaties zijn afwijkingen die kunnen ontstaan in bloedvaten of lymfevaten. De meest bekende zijn de ooievaarsbeten op de oogleden, het voorhoofd of de nek en de wijnvlek.

Hexis

Een uitterende soort koorts.

Hf

Symbool voor het hafnium element uit het periodiek systeem. Hafnium wordt tegenwoordig (eind 2007) ook in microprocessors toegepast.

HF

1: Hartfrequentie.

HFA

Hoog-functionerend autisme.

HFC

Fluorkoolwaterstof.

HFK

Gehalogeneerd fluorkoolwaterstof.

Hg

Symbool voor het kwik of kwikzilver (mercurius) element uit het periodiek systeem.

HGE

Humane granulocytaire Ehrlichiose.

HgHdb

Hagers handboek voor farmaceuten.

HGP

Humane genoom project.

HGU

Hogeschool voor geesteswetenschappen Utrecht. De HGU is een opleidingsinstituut gericht op het verzorgen van beroepsopleidingen voor de (geestelijke) gezondheidszorg, religie-studies en spiritualiteit.

HGV

Het hepatitis-G virus.

HGZO

Hoger gezondheidszorg onderwijs.

HHB

Hypothalamus hypofyse bijnier.

HHV

Humaan herpes virus.

HIAA

1: Hydroxy-indol-acetylzuur.

HIB

Haemophilus influenzae type B bacterie. Er bestaat ook een vaccin tegen Hib-ziekten dat gecombineerd kan worden met een DKTP- of DTP-vaccinatie. HIB is de belangrijkste verwekker van bacteriële meningitis bij jonge kinderen.

HIC

Hulpmiddelen informatie centrum.

HIDHA

Huisarts in dienst van een andere huisarts.

HIGO

Hoger instituut voor gezondheidsonderwijs.

HIMS

Van 't Hoff instituut voor moleculaire wetenschap.

HIN

Hahnemann instituut Nederland. Het HIN is een bijscholings- en opleidings-instituut voor klassieke homeopathie.

Hippocampus

De sikkelvormige (zeepaardje) lijst aan de naar het midden gekeerde wand van de zijkant der hersenkamers. De hippocampus is, samen met de thalamus en de hypothalamus, onderdeel van het limbisch systeem. Dit systeem, wat weer een deel is van het centrale zenuwstelsel, speelt een rol in het emotionele leven en gedragspatroon van de mens.

Hippuraat

Hippuurzuur (HA).

His (H)

Het aminozuur histidine.

HIS

Huisartsen informatie systeem.

Histamine

Een amine dat voorkomt in de meeste dierlijke en plantaardige weefsels.

Histidine

Een aminozuur dat verwant is aan histamine.

Histiocyt

Een macrofaag van het bindweefsel die een faagwerking uitoefent.

Histiocytose of histiocytosis

Een groep ziekten die gekenmerkt worden door een forse toename van histiocyten in het beenmerg, het bloed, de lymfeklieren en de weefsels.

HIT

Heparine-geïnduceerde trombocytopenie.

HITT

Heparine-geïnduceerde trombocytopenie en trombose.

HIV

Afkorting voor humaan immunodeficiëntie virus, de verwekker van AIDS.

HJBC

Het Johan Borgman college. Aan het JBC worden jarenlange opleidingservaring en specifieke kennis gebundeld, gericht op de paranormale geneeswijze. Het vormt de spits in de beroepsontwikkeling van de professionele en vakbekwame paranormaal therapeut.

HK

Hexokinase.

HKZ

Stichting harmonisatie kwaliteitsbeoordeling in de zorgsector. De HKZ kan aan instellingen op het gebied van verzorging, de thuiszorg, verpleging of gespecialiseerde verzorging een certificaat toekennen.

HL

Hematologisch laboratorium.

HLA

Humaan leukocyten antigeen.

HLB

Heitan-Lagarde en Bradford. Met de HLB test kunnen onder andere vormveranderingen in bloed aangetoond worden. In het laboratorium kan een hier op gelijkende test uitgevoerd worden, de SKB test.

HLE

Humane leucocyten elastase.

hLF

Humaan lactoferrine.

HLO

Hogere laboratorium opleiding.

HMA

01: Haar mineraal analyse.

HMC

Hesperidinemethylchalcone.

HME

Humane monocytaire Ehrlichiose.

HMF

Hydroxymethyl-furaldehyde.

HMG

1: Hydroxy-methyl-glutaryl.

HMG-CoA

Hydroxy-methyl-glutaryl co-enzym A.

HMM

Zware meromyosine.

hMOR

Humane mu-opiaat receptor.

HMPD

Hoofden medische en paramedische diensten.

HMR

Hexose-monofosfaat-route.

HMSN

Hereditaire (erfelijke) motorische en sensibele of sensorische neuropathie.

HMV

Hart-minuut-volume. Het HMV is het volume aan bloed dat per minuut door het hart wordt verpomt.

HMW

Hexosemonofosfaat-weg.

HMWK

Hoog moleculair gewicht kininogeen.

HN

Hormonale regulatie en neurowetenschappen.

HNA

1: Humaan neutrofiel antigeen.

HNP

Hernia nuclei pulposi, een uitpuilende tussenwervelschijf.

HNPCC

Hereditair (erfelijk) non-polyposis colorectaal carcinoom. Personen met deze erfelijke aandoening hebben een verhoogd risico op darmkanker, zonder dat zij erg veel poliepen ontwikkelen.

hnRNA

Hetero-nucleair ribonucleïnezuur.

Ho

Symbool voor het holmium element uit het periodiek systeem.

HO

Hemoxygenase.

HOCM

Hypertrofische obstructieve cardio-myopathie. Het is een verdikking in het tussenschot van het hart. Er kan een behandeling worden uitgevoerd om de verdikking op te heffen. Hierdoor kan het bloed vanuit het hart beter naar de grote slagader of aorta in het lichaam stromen.

Hodologie

De leer van de zenuwbanen.

HOED

Huisartsen onder één dak.

holoTC

Holo-transcobalamine. De vitamine B12 status in het bloedserum kan nauwkeurig bepaald worden aan de hand van de holoTC concentratie.

Homeopathie

Een methode tot genezen waarbij een zeer kleine hoeveelheid (gepotentiëerd) werkzame stof wordt toegediend. Deze stof zal bij een gezond mens juist de bijbehorende ziekteverschijnselen opwekken.

Hormoon

Een door het lichaam aangemaakte chemische stof, dit is een aminozuur, eiwit of steroïd. Deze hormonen, die via de bloedsomloop getransporteerd worden, zorgen ervoor dat de organen die een bepaalde stof nodig hebben tot activiteit aangezet worden.

HOVO

Hoger onderwijs voor ouderen.

HOVON

Stichting hemato-oncologie voor volwassenen in Nederland.

HOZ

Wet herziening overeenkomsten stelsel zorg.

HP

1: Helicobacter-pylori.

HPA

1: Hoofdproductschap akkerbouw.

HPAI

Hoogpathogeen aviaire influenza.

HPBC

Hepato-pancreato-biliaire chirurgie.

HPETE

Hydro-peroxy-eicosa-tetraeenzuur.

HPL

1: Hemopyrrolactamcomplex.

HPLC

Hoge druk vloeistof chromatografie. Men kan met een HPLC instrument de dosering bepalen van zeer kleine hoeveelheden alkaloïden, aminozuren, kruidenextracten, vitaminen en andere stoffen of componenten.

HPMC

Hydroxy-propyl-methyl-cellulose. Deze soort cellulose wordt vaak toegepast als capsule maar ook als coating van tabletten. De tabletten worden hierdoor gladder, wat helpt bij het doorslikken ervan.

HPT

Huid prik-test.

HPU

Hemopyrrollactamurie. HPU is een voornamelijk bij vrouwen voorkomende erfelijke stofwisselingsziekte. Het hemopyrrollactam-complex in de urine onttrekt belangrijke voedingsstoffen aan het lichaam. Het betreft hier mangaan, vitamine B6 en zink. Op den duur ontstaan er ernstige tekorten aan deze voedingsstoffen in het lichaam. Dit kan verschillende gezondheidsklachten veroorzaken. HPU blijkt met voedingssupplementen goed te behandelen terwijl voeding rijk aan deze voedingsstoffen nauwelijks effect sorteerd.

HPV

1: Humaan papillomavirus.

HR

Hogeschool Rotterdam. Er zijn onder andere opleidingen voor ergotherapie, fysiotherapie, logopedie en verpleegkunde. Men biedt ook een GZT opleiding. GZT ofwel gezondheidszorg technologie moet een gezonde mix van techniek, informatica en gezondheidszorg vormen.

HRE

Hormoon respons element.

HR-HPV

Hoog-risico humane papillomavirus.

HR-ICPMS

Hoge resolutie inductief gekoppeld plasma massa spectrometrie.

HRT

Hormoon vervangende therapie.

HRV

Hartslag of hartritme variabiliteit. Het hart is in staat zich, door middel van het wijzigen van de tijd tussen de hartslagen, aan te passen aan veranderende omstandigheden. Denk hierbij maar aan een toestand van rust of juist het traplopen. De HRV toont dit vermogen. Een voldoende grote waarde geeft een indicatie voor een goed gezond lichaam en uithoudingsvermogen.

Hs

Symbool voor het hassium element uit het periodiek systeem.

HS

Heparine-sulfaat.

HSA

1: Humaan serumalbumine.

HSAN

Hereditaire sensibel-autonome neuropathie.

HSC

Hemopoëtische stamcel.

hsCRP

Hoge gevoeligheid CRP ofwel C-reactief proteïne.

HSG

Hystero salpingo-grafie, oftewel een baarmoederfoto.

HsN

Hersenstichting Nederland.

Hsp

Hitte-schok proteïne.

HSP

Hoog sensitieve persoonlijkheid.

HST

1: Hormoonsubstitutie.

HSV

1: Herpes simplex virus.

Ht

Hematocriet. Zie ook de pagina met termen die voorkomen op een formulier voor laboratorium onderzoek.

HT

Hydroxytryptamine.

HTML

Hier niet de taal die gebruikt wordt om een webpagina te schrijven, maar: hydroxy-trimethyllysine.

HTLV

1: Humaan T-cel leukemie virus.

HTP

Hydroxytryptofaan.

HTrZ

Hydroxytrieenzuur.

HU

Hogeschool Utrecht. De faculteit gezondheidszorg van de HU heeft eigen klinieken waar de studenten van de paramedische opleidingen ervaring opdoen in het behandelen van patiënten. Dit onder deskundige begeleiding van docenten. Men heeft eigen ruimtes voor mondzorgkunde, oogzorg - optometrie en orthoptie - logopedie en huidtherapie.

HUFA

Zeer onverzadigd vetzuur.

HUGO

Humane genoom organisatie.

HUS

Hemolytisch uremisch syndroom.

HvA

Hogeschool van Amsterdam.

HVA

1: Homovanillinezuur.

HVD

Hulpverleningsdienst.

HVK

Hypofyse voorkwab.

HVM

Hand-, voet- en mondziekte. Het HVM-virus komt voor bij kinderen en jonge mensen en lijkt op het MKZ-virus dat bij eenhoevige dieren voorkomt.

HvNA

Hogeschool voor natuurgeneeswijzen Arnhem.

HVT

Halveringstijd. Zie: halfwaardetijd.

HVV

1: Stichting Halal voeding en voedsel.

HVZ

Hart- en vaatziekten.

HWT

Halfwaardetijd, zie aldaar.

Hyaluronaat

Hyaluronzuur (HA).

Hydraat

Een chemische verbinding die wordt gevormd door het samengaan van water met een andere verbinding.

Hydratatie

Zie: hydreren hieronder.

Hydratie

Zie: hydreren hieronder.

Hydreren

Een chemisch proces waarbij waterstof aan de moleculen van een stof toegevoegd wordt. In het geval van gehydreerde olie wordt ook de term 'gehard' gebruikt. We praten hier dan eigenlijk over het slechte transvetzuur.

Hydrofiel

Goed oplosbaar zijn in vloeistof of vocht opnemend (waterminnend).

Hydrofobisch

Zie: hydrofoob, iets lager.

Hydrofoob

Het niet, dan wel slecht, oplosbaar zijn in water.

Hydrogeneren

Zie: hydreren.

Hydrolase

Het door een enzym splitsen van scheikundige verbindingen onder binding van water. Zie ook hydrolyse.

Hydrolyse

Het met behulp van water splitsen van scheikundige verbindingen.

Hydrops of hydropsia

Dit is een niet normale ophoping van vocht in holten van het lichaam.

Hygroom of hygroma

Een vochtophoping of watergezwel.

Hyl

Hydroxy-lysine, een aminozuur.

Hyp

Hydroxy-proline, een aminozuur.

Hypemie

Een te klein gehalte aan bloed in een lichaamsdeel of orgaan.

Hypercalciëmie

Een te hoog gehalte aan calcium in het bloed.

Hyperemie of hyperaemia

Een te hoog gehalte aan bloed of bloedaandrang in een lichaamsdeel of orgaan.

Hypergeusie

Een bijzonder ontwikkeld smaakgevoel.

Hyperinsulinemie

Een te hoge insuline-spiegel op de nuchtere maag dan gewenst is.

Hyperinsulinisme

Zie: hyperinsulinemie hier boven.

Hyperkaliëmie

Bloed met een te hoog kaliumgehalte.

Hyperlipemie

Een bloedplasma wat er melkachtig uitziet door een hoog gehalte aan triglyceriden in het bloed. Zie ook hyperlipidemie.

Hyperlipidemie

Bloed met een verhoogd gehalte aan cholesterol en/of triglyceriden. Zie ook hyperlipemie.

Hypertonie

Een verhoogde druk of spanning.

Hypertriglyceridemie

Een te hoog gehalte (spiegel) aan triglyceriden in het bloed.

Hyperuricemie

Een urinezuur-spiegel van het bloed die te hoog is. Dit kan onder andere veroorzaakt worden door een te geringe uitscheiding van urinezuur via de nieren.

Hypervitaminose

Vergiftiging door het slikken van een te hoge dosis vitamine.

Hypo-

In samenstellingen: een tekort, niet helemaal, verminderd of onvolkomen.

Hypocalciëmie

Bloed met een te laag calciumgehalte.

Hypoglykemie of hypoglycaemie

Een te laag gehalte aan glucose in het bloed.

Hypotensief

Met bloeddruk verlagende werking.

Hypotensivum

Een bloeddrukverlagend middel.

Hypotensor

Een geneesmiddel dat de bloeddruk verlaagd.

Hypothalaam

Met betrekking tot de hypothalamus.

Hypothalamus

Een deel van de tussenhersenen en belangrijk centrum van regulerende functies ten opzichte van verschillende organen in het lichaam.

Hypothenar

De bal of muis van een pink.

Hypothermie

1: Een te lage lichaamstemperatuur.

Hypothese

Een veronderstelling of een stelling die men als waarheid aanneemt.

Hypothymie

Moedeloosheid, neerslachtigheid of zwaarmoedigheid.

Hypotonie of hypotonia

1: Een verlaagde spierspanning.

Hypotonisch

Gepaard gaand met lagere druk of verminderde spanning.

Hypotrichose of hypotrichie

Een (te) geringe of geheel ontbrekende haargroei.

Hypotrofie

1: Ondervoeding.

Hypoventilatie

Een niet voldoende ademhalen. Dit veroorzaakt een te laag gehalte aan zuurstof en het ophopen van koolzuur in het bloed.

Hypovitaminose

Een aandoening veroorzaakt door een tekort aan vitaminen. Men spreekt ook wel over een vitaminegebrek of vitaminedeficiëntie.

Hypovolemie

Een te laag volume aan circulerend bloed in het vaatstelsel.

Hypoxemie of hypoxaemia

Een te laag gehalte aan zuurstof in het bloed of een orgaan.

Hypoxie

Een zuurstofgebrek in de weefsels.

Hz of hertz

Het aantal electrische wisselingen of trillingen per seconde.

HZPG

Hemolytische ziekte bij pasgeborenen.

I

1: Het essentiële aminozuur isoleucine.

I3C

Indol-3-carbinol.

IA

1: Immuno-analyse (essaai of toets).

IAA

1: Insuline auto-antistof.

IABP

Intra-aortale ballonpomp. Een IABP is een apparaat dat er voor zorgt dat de kransslagaders beter doorbloed worden en het hart zodoende meer zuurstof krijgt. De pompfunctie van het hart wordt hierdoor verbeterd.

IADH

Ongeschikt anti-diuretisch hormoon.

IADL

Instrumentele algemene dagelijkse levensverrichtingen. In Nederland maakt men gebruik van de IADL schaal bij diagnostiek en evaluatie van de ziekte van Alzheimer.

IADM

Insuline-afhankelijke diabetes mellitus. Bij IADM of diabetes mellitus type-1 is sprake van een absoluut tekort aan insuline. De oorzaak van deze vorm, die vaak op jeugdige leeftijd ontstaat, is nog onbekend. Auto-immuun - wanneer het immuunsysteem de cellen die insuline produceren blijvend vernietigt - reacties, erfelijke factoren of infecties met een virus kunnen er toe bijdragen.

IAGT

Indirecte anti-globuline test.

IAP

1: Instabiele angina pectoris.

Iatrogeen

Door een geneeskundige behandeling, zoals farmacotherapie ofwel het behandelen met geneesmiddelen, of door medisch ingrijpen veroorzaakt. Een medische ingreep kan een ziekte, dit is dan een iatrogene ziekte, of zelfs de dood tot gevolg hebben.

IB

Intern begeleider.

IBA

Indol-boterzuur.

IBB

Individuele belangen behartiging.

IBD

Inflammatoire darm-ziekte. Onder deze term vallen colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn. U kunt eventueel mijn scriptie over colitis ulcerosa lezen.

IBED

Instituut voor biodiversiteit en ecosysteem dynamica.

IBF

Idiopatische boezemfibrillatie.

iBMG

Instituut beleid en management gezondheidszorg.

IBS

Vertaald is dit het prikkelbaar-darmsyndroom. U kunt op de website ook mijn scriptie over Colitis ulcerosa inzien.

IBT

Informatiebank thuiszorg.

IBTA

Internationale biofotonen therapie associatie.

IC

1: Intercostaal.

ICA

1: Intensive care afdeling.

ICAM

Intercellulair CAM, ofwel intercellulair adhesie molecuul.

ICaR

Instituut voor cardiovasculair onderzoek.

ICB

Intracraniale bloeding.

ICD

1: Internationale classificatie van ziekten.

ICDH

Isocitroenzuurdehydrogenase, een enzym.

ICE

Immobilisatie, koeling en elevatie.

ICEN

Instituut voor klinische en experimentele neuro-wetenschappen.

ICG

Informatiecentrum gynaecologie.

ICH

Internationale conferentie voor harmoniëren. Het is een overleg tussen Europese, Amerikaanse en Japanse overheden ten aanzien van de eisen voor registratie van geneesmiddelen.

ICI

Interuniversitair cardiologisch instituut.

ICIN

Interuniversitair cardiologisch instituut Nederland. Het ICIN is een alliantie van de acht academische cardiologische afdelingen in Nederland. Samen coördineren, stimuleren en verrichten ze onderzoek naar oorzaak en behandeling van hart- en vaatziekten.

ICK

Intensive care kinderverpleegkundige.

ICN

1: Intensive care neonatologie.

ICP

1: Inductief gekoppeld plasma.

ICPAES

Inductief gekoppeld plasma atoomemissie spectrometrie.

ICPC

Internationale code voor eerstelijns zorg. Het is een codering die het voor huisartsen mogelijk maakt elke reden voor contact (de klachten), het ziektebeeld (de diagnose) of onderzoek vast te leggen.

ICPMS

Inductief gekoppeld plasma massa spectrometrie.

ICR

Intercostale ruimte.

ICS

1: Afkorting van inhalatiecorticosteroïd.

ICSH

Interstitiële cellen stimulerend hormoon.

ICSI

Intra cytoplasmatische sperma injectie. Bij ICSI haalt de embryoloog uit het sperma één zaadcel die goed beweegt. De zaadcel wordt met een naaldje opgezogen en in een eicel gebracht. Als er een embryo ontstaat is de procedure van terugplaatsen gelijk aan die, toegepast bij IVF.

ICT

1: Intensieve conventionele insulinetherapie.

ICU

Intensive care unit.

ICV

1: Intracellulair volume.

ICW

Intracellulair water. Het intracellulaire (ICW) en het extracellulaire water (ECW) vormen samen het totaal lichaamswater (TBW).

ID

1: Immunodiffusie.

IDAG

Informatie en documentatiecentrum alternatieve geneeswijzen.

IDC

Interdigiterende cel.

IDD

1: Insuline-afhankelijke diabetes.

IDDM

Insuline-afhankelijke diabetes mellitus.

IDF

Internationale diabetes federatie.

Idioglossie

Een optredende spraakstoornis echter zonder een aantoonbare afwijking in de spraakorganen.

IDL

Tussenliggende - geen hoge (HDL) danwel lage (LDL) - densiteit (dichtheid) lipoproteïnen.

IDO

Indolamine-dioxygenase.

IDP

Inosine-difosfaat.

IDT

Integrale diagnose en therapie.

IDZ

Inflammatoire darmziekte.

IE

1: Internationale eenheid of eenheden.

IEF

Iso-electrische focussering.

IEL

Intra-epitheliale lymfocyt.

IEP

Iso-electrisch punt.

IF

1: Immuno-fluorescentie.

IFA

Immunofluorescentie analyse (essaai of toets).

IFG

Instituut voor functionele geneeskunde.

IFM

Immuno-fluorescentie-microscopie.

IFN

Interferon, zie aldaar.

IG

1: Immunoglobuline. We kennen de klassen A, D, E, G en M. We schrijven dan 'IgA' enzovoort.

IgA

IgA is de klasse A van de immunoglobulinen. Toxinen en virussen worden door deze antistoffen geneutraliseerd en ze doen bacteriën en andere gebonden antigenen klonteren. Zie ook: immunoglobulinen en antistoffen.

IgD

IgD is de klasse D van de immunoglobulinen wat we in het bloedserum maar in een kleine hoeveelheid aantreffen. We vinden ze bij de B-lymfocyten en wel als receptor op het oppervlak van de membraan. Zie ook: immunoglobulinen en antistoffen.

IGD

Interne geneeskunde en dermatologie.

IgE

IgE is de klasse E van de immunoglobulinen. Ook IgE vinden we slechts in een zeer kleine hoeveelheid in het bloedserum. Deze antistoffen maken de huid gevoelig en komen voor op het oppervlak van de membranen der granulocyten en mestcellen. Ze vormen daar een binding met de desbetreffende allergenen of antigenen. Zie ook: immunoglobulinen en antistoffen.

IGF

Vertaald is dit een insuline-achtige groeifactor.

IgG

IgG wordt ook wel gammaglobuline genoemd en is de klasse G van de immunoglobulinen. Het zijn neutraliserende antistoffen, met name gericht tegen bacteriën, die doen samenklonteren, binden en neerslaan. IgG komt in een veel grotere hoeveelheid in het bloedserum voor dan de andere vier Ig-klassen. Doordat het de placenta kan passeren zorgt het voor postnatale bescherming tegen infecties. Zie ook: immunoglobulinen en antistoffen.

IGG

Informatiecentrum geestelijke gezondheidszorg.

IGGZ

Intramurale geestelijke gezondheidszorg.

IgM

IgM wordt ook wel macroglobuline genoemd en is de klasse M van de immunoglobulinen. Het vormt ongeveer een tiende deel van de totale hoeveelheid immunoglobuline in het bloedserum en we vinden het voornamelijk in de (bloed) vaten. Ook deze antistoffen neutraliseren toxinen, ze hebben een bindende en samenklonterende werking. Zie ook: immunoglobulinen en antistoffen.

IGO

Instituut voor gezondheids- en omgevingsvraagstukken.

IgSF

Immunoglobuline supergen-familie.

IGZ

Inspectie voor de gezondheidszorg.

iHES

Idiopatisch hypereosinofiel syndroom.

IJHV

Inspectie jeugdhulpverlening.

IKA

Integraal kankercentrum Amsterdam.

IKAB

Implementatie kwaliteitszorg alternatieve behandelwijzen.

IKB

Integrale keten bewaking.

IKC

Integraal kankercentrum.

IKCN

Integraal kankercentrum noord-Nederland. Het IKCN heet nu het IKNO ofwel integraal kankercentrum Noord Oost.

IKG

Informatie- en klachtenbureau gezondheidszorg.

IKL

Integraal kankercentrum Limburg.

IKMN

Integraal kankercentrum midden Nederland.

IKN

Instituut kleurenpunctuur Nederland.

IKNO

Integraal kankercentrum Noord Oost, vroeger afgekort tot IKCN.

IKO

Integraal kankercentrum Oost.

IKR

Integraal kankercentrum Rotterdam.

IKW

Integraal kankercentrum West.

IKZ

Integraal kankercentrum Zuid.

IL

1: Interleukine, zie aldaar.

Ile (I)

Het essentiële aminozuur isoleucine.

Ileum

De kronkeldarm, dit is het laatste deel - ruim drie meter lang - van de dunne darm, voor de overgang naar de dikke darm.

IM

1: Intramusculair, dit is in een spier.

Imaginatie

Verbeelding of droombeeld.

IMCU

Internationale melk stollings units.

Immersie

Onderdompeling.

Immuniteit

Het, in zekere mate, niet vatbaar zijn voor verschillende ziekten of giftige stoffen van buiten het lichaam of het lichaam zelf.

Immunoglobulinen (Ig)

Immunoglobuline (Ig) is een antistof of antilichaam dat door het organisme gevormt wordt na het binnendringen van een antigeen in het bloed, het neusslijm, speeksel, traanvocht of de vloeistoffen der weefsels. Men onderscheidt hier vijf klassen: IgA, IgD, IgE, IgG en IgM. Zie ook: antistoffen.

Immunologie

De wetenschap betreffende de immuniteit.

Immunoreactie

Het reageren van het lichaam op een binnengedrongen antigeen zoals een bacterie, schimmel of virus. Deze reactie kan echter ook optreden na het transplanteren van weefsel.

Immuunsysteem

Ons lichaam heeft twee systemen die aan de immuunreactie deelnemen. Dit zijn het zogenaamde aangeboren immuunsysteem en het verworven immuunsysteem.

IMP

1: Inosine-mono-fosfaat.

Impermeabel

Ondoordringbaar.

Implantatie

Het aanbrengen of inplanten van weefsel of niet lichaamseigen materiaal in het lichaam.

Impulsief

Een opwelling, gedrag tentoonspreiden waarover niet eerst wordt nagedacht.

IMS

Informatiesysteem medische stralingstoepassingen.

IMSB

Internationale medisch wetenschappelijke raad.

IMSZ

Instelling voor medisch specialistische zorg.

IMT

Integratieve manuele therapie.

In

Symbool voor het indium element uit het periodiek systeem.

INAA

Instrumentele neutronen activerings-analyse (essaai of toets).

Inclinatie of inclinatio

Helling of neiging.

Incontinentie of incontinentia

De ontlasting of urine niet op kunnen houden.

Incubatie

Het uitbroeden of sluimeren van een ziektekiem.

Incubatietijd

De tijdruimte die ligt tussen het moment van besmetting en het uitbreken van de daardoor veroorzaakte ziekte.

Index

De wijsvinger.

Indican

Indican of indicaan, het kaliumzout van indoxylzwavelzuur, onstaat door rotting van het aminozuur tryptofaan in de darm.

Indigestie

Een storing in de spijsvertering.

Inenting

Zie: vaccinatie.

Infectie

Besmetting van een levend organisme met ziekteverwekkende micro-organismen en de reactie van het lichaam op het vermenigvuldigen daarvan. Deze micro-organismen kunnen bacteriën, parasieten, schimmels of virussen zijn.

Infertiliteit

Onvruchtbaarheid of steriliteit.

Inflammatie of inflammatio

Ontsteking, de reactie van een weefsel.

INH

Isoniazide. INH is een middel tegen tuberculose dat het vermogen bezit om bacteriën te doden (een bactericide). Het doodt bacteriën zowel binnen als buiten de cellen. Het gebruik van isoniazide kan leiden tot een tekort aan vitamine B6.

Inhaleren

Inademen.

Inhibine

1: Een stof die voornamelijk in het speeksel voorkomt en een remmende werking op bacteriën heeft.

Inhibitor

1: Een stof die een remmende werking heeft op andere stoffen zoals een enzym, geneesmiddel, hormoon of de ontwikkeling van een bacterie.

INN

Internationale niet-proprietaire naam.

Inoculatie of inoculatio

Zie: vaccinatie.

Inoculum

Vaccin.

iNOS

Induceerbaar stikstofmonoxide-synthetase.

INR

Internationaal genormaliseerde verhouding (ratio). Het gebruik van de INR zorgt er voor dat meetwaarden van verschillende laboratoria goed vergeleken kunnen worden.

INRA

Ileo neorectale anastomose.

Insecticide

Een giftig middel ter bestrijding van insecten.

Insuline

Hormoon dat de suikerstofwisseling en vetstofwisseling regelt.

Int

Intregine.

Interactie

De onderlinge beïnvloeding of wisselwerking.

Intercellulair

Wat zich tussen de cellen bevindt.

Interferon

We onderscheiden alfa-, beta- en gamma-interferonen. Een interferon wordt door verschillende cellen in het lichaam afgescheiden nadat er contact met een bacterie, parasiet, schimmel of virus is opgetreden. Interferonen vormen de eerste verdedigingslinie in het lichaam. De afkorting is IFN.

Interleukinen

Een interleukine werkt als boodschapperstof in diverse cel- en orgaansystemen maar ook tussen de witte bloedcellen (leukocyten). De afkorting is IL.

Intermitterend of intermittens

Met onderbrekingen voorkomend.

Interstitieel

Tussenliggend of de tussenruimte betreffend.

Intestinum

Het darmkanaal, de dunne en de dikke darm die onmisbaar voor de spijsvertering zijn.

Intolerantie

Iets niet kunnen verdragen.

Intoxicatie

Vergiftiging.

Intracellulair

Zich binnen de cellen bevindend.

Intramuraal

In tegenstelling tot extramuraal staat intramuraal voor 'binnen de muren'. Mensen die intramurale hulp krijgen verblijven in de instelling waar ze behandeld worden.

INVIS

Interactief vraaggestuurd informatie systeem.

IOCOB

Stichting voor innovatief onderzoek en onderwijs van complementaire behandelwijzen.

IOF

Intercollegiaal overleg fysiotherapie.

IOG

1: Indicatie overleg GGZ.

Ion

Het kleinste electrisch geladen deeltje. Het anion is negatief, het kation positief geladen.

IOOG

Integrale opleiding orthomoleculaire geneeskunde.

IOT

Interuniversitaire onderzoekschool tandheelkunde.

IPG

1: Intensief psychiatrische gezinsbegeleiding.

IPL

Intens gepulseerd licht.

IPOG

Interprovinciaal overleg gehandicaptenbeleid.

IPP

Isoleucine-proline-proline, een tripeptide.

IPR

Isoproterenol.

IPS

1: Individuele persoonlijke steun.

IPSO

Instellingen psycho-sociale oncologie.

IPSP

Inhiberende of inhibitorische postsynaptische potentiaal.

IPT

1: Interpersoonlijke psychotherapie.

IQ

Intelligentie quotiënt.

Ir

Symbool voor het iridium element uit het periodiek systeem.

IR

1: Immuunrespons.

IRB

Individuele rehabilitatie benadering.

Iris

Het zogenaamde regenboogvlies, een van de het oog omsluitende vliezen.

IRMA

1: Immuno radiometrische analyse (essaai of toets).

IRP

Insuline vrijmakend polypeptide.

IRS

Insuline-receptor substraat.

ISA

Intrinsieke sympathicomimetische activiteit.

ISAO

Internationale stichting Alzheimer onderzoek.

Ischias

Pijn in de heup. Dit is een zenuwpijn die veroorzaakt wordt door een zenuw die uit het ruggemerg ontspringt.

ISDN

ISDN heeft op deze plaats niks met een telefoonlijn van doen maar staat voor: isosorbidedinitraat. ISDN wordt toegepast bij hartfalen en ter preventie van angina pectoris.

ISFG

Instituut voor sponsoring en fondsenwerving in de gezondheidszorg.

ISH

In-situ hybridisatie.

ISI

Informatiestandaard infectieziekten.

ISIS

Infectieziekten surveillance informatie systeem.

ISMN

Isosorbidemononitraat. ISMN wordt toegepast bij hartfalen en ter preventie van angina pectoris.

Iso

Isoleucine.

Isolatie

Afzondering of het isoleren.

Isomeren

Chemische stoffen met verschillende eigenschappen terwijl zij dezelfde soort en aantal, maar anders gerangschikte, atomen bezitten.

ISRE

Interferon gestimuleerd respons element.

ITANT

Internationale transpersoonlijke associatie Nederlands taalgebied. De transpersoonlijke psychologie is indertijd in het leven geroepen om het veld van de spiritualiteit op een systematische en wetenschappelijke manier te onderzoeken. Spiritualiteit is een levenshouding, transpersoonlijke psychologie de wetenschappelijke bestudering daarvan.

ITC

Isothiocyanaat.

Iteratie

Herhaling.

ITP

1: Inosine-trifosfaat.

ITS

Internationaal toegankelijkheids-symbool.

ITT

Insuline-tolerantie test.

ITZ

1: Intensieve thuiszorg.

IUD

In de baarmoeder geplaatst (intra-uterien) medisch hulpmiddel. Dit hulpmiddel wordt ook wel spiraaltje genoemd. Aan de bioactieve IUD's zijn koper, zilver of hormonen - zoals bijvoorbeeld progestageen - toegevoegd. Dit moet de betrouwbaarheid doen toenemen. De koperhoudende IUD's zijn niet meer geregistreerd als geneesmiddel maar als medisch hulpmiddel. Deze spiraaltjes worden geacht de inplanting van een bevruchte eicel te voorkomen en zodoende een zwangerschap te verhinderen. Het koperhoudende spiraaltje blijkt meerdere jaren werkzaam te zijn maar heeft als bijwerking dat de menstruaties gewoonlijk langduriger, heviger en pijnlijker verlopen. Vrouwen die een spiraaltje dragen hebben een grotere kans op het krijgen van een ontsteking (salpingitis) van een eileider (salpinx).

IUG

Intra-uteriene graviditeit. De afkorting IUZ wordt ook gebruikt.

IUI

Intra-uteriene inseminatie. IUI is een behandeling waarbij bewerkt zaad van de eigen partner in de baarmoederholte wordt gebracht. Deze behandeling wordt ook wel KIE genoemd, wat staat voor 'kunstmatige inseminatie van de eigen partner'.

IUT

Intra-uteriene transfusie.

IUZ

Intra-uteriene zwangerschap. De afkorting IUG wordt ook gebruikt.

IV

1: Intrafusale spiervezel.

IVA

1: Instituut voor afvalstoffen onderzoek.

IVAP

Interdisciplinaire vereniging voor analytische psychologie.

IVC

Intraveneus cholangiogram.

IVF

In-vitro fertilisatie. Fertilisatie staat voor: bevruchting, het vindt plaats in glas (in vitro). Men noemt het ook wel reageerbuisbevruchting. Bij IVF worden eicellen in het laboratorium bevrucht. Daarna wordt de bevruchte eicel (embryo) in de baarmoeder geplaatst om zodoende een zwangerschap tot stand te brengen. 1 op de 7 tot 8 paren blijken problemen met de vruchtbaarheid te hebben. Er vinden jaarlijks circa 16.000 IVF behandelingen plaats, dit is de stand van januari 2009. Van de uitgevoerde reageerbuisbevruchtingen blijkt er 1 op de 4 succesvol te verlopen.

IVFD

In vitro fertilisatie-donor.

IVF/ET

In vitro fertilisatie gevolg door embryo-transfer.

IVIg

Intraveneus immunoglobuline.

IVP

Intraveneus pyelogram. IVP is een test voor de nierfunctie. Wanneer men bij de te onderzoeken patiënt een bepaalde contrastvloeistof in de bloedbaan brengt wordt deze vloeistof via de nieren weer uitgescheiden. Hierdoor kunnen röntgenstralen niet meer door de urineweg dringen zodat een opname een schaduw laat zien. Wanneer de nierfunctie is verminderd zal de opname minder of geen schaduw tonen. Deze test noemt men ook wel IVU ofwel intraveneuze urografie.

IVS

Intravasale stolling.

IVT

Instituut vakopleiding tandtechniek.

IVU

Intraveneuze urografie. Zie ook IVP hier vlak boven.

Ixodiasis

Een aandoening die door een teek, de Ixodes ricinus, veroorzaakt wordt en met koorts gepaard gaat.

IZA

Intramuraal zorg-arrangement.

IZO

Instituut voor zorgonderzoek.

IZR

Interprovinciale ziektekostenregeling.

J

1: Het symbool voor de eenheid Joule.

JA

Juveniele artritis.

JAB

Jongeren advies bureau.

JAC

Jongeren adviescentrum.

Jacketkroon

Een porcelijnen prothetische kroon op een tand.

Jactatie of jactatio

Het onrustige woelen van een zieke die koorts heeft.

JAIB

Jongeren advies en informatie bureau.

JAK

Janus kinase.

JB

Junctionele bradycardie.

JCA

Juveniele chronische artritis.

JD

Juveniele diabetes.

Jejunalis

Met betrekking tot de nuchtere darm ofwel jejunum.

Jejunitis

Ontsteking van het jejunum ofwel de nuchtere darm.

Jejunostomie

Het via de buikwand maken van een opening naar de nuchtere darm of jejunum.

Jejunum

De zogenaamde nuchtere darm. Dit is - met een lengte van ongeveer 2,5 meter - het middelste deel van de dunne darm. Het is een vervolg op de twaalfvingerige darm of duodenum. Dit gedeelte van de dunne darm gaat vervolgens over in de kronkeldarm ofwel ileum.

Jetlag

De 'transatlantische kater', het door een lange vliegreis ontregelde biologische ritme. Een aantal kenmerken hiervan zijn moeilijk slapen, concentratiestoornis, vermoeidheid en een slechte eetlust.

Jeugdpuistjes

Zie: acne.

JG

Juxta-glomerulair.

JGA

Juxtaglomerulair apparaat.

JGZ

Jeugd gezondheidszorg.

JH

Juvenile hemochromatose of haemochromatosis.

JIA

Juveniele idiopathische artritis.

Jicht

Gewrichtsontsteking of artritis (arthritis) urica. We kennen verschillende vormen van jicht.

JIP

Jongeren informatie punt.

JMD

Juveniele macula-degeneratie. Het is een erfelijke vorm van macula-degeneratie die al op jonge leeftijd optreedt.

JME

Juveniele myoclonus epilepsie.

Jodisme

Een door jodium (jood) veroorzaakte chronische vergiftiging.

Jodium

Zie: jood.

Jodiumtinctuur

In verdunde alcohol opgelost jodium en natriumjodide. Het vormt een middel met desinfecterende eigenschappen.

Jododerma

Een door jodium (jood) veroorzaakte huidafwijking.

Jodofoor

Ingewikkelde verbindingen van jodium met in water oplosbare stoffen vallen onder de verzamelnaam jodofoor.

Jodothyrine

Synoniem voor thyroïdine.

Jood of jodium

Een chemisch element. Het heeft desinfecterende eigenschappen in een verbinding met natrium. Wordt verbonden met kalium, als joodkalium, toegepast bij o.a. hoestdranken en chronische ontstekingen.

Joodkalium

Deze verbinding met jodium wordt bijvoorbeeld gebruikt bij het behandelen van een kliergezwel, arteriosclerose, syfilis en verschillende chronische ontstekingen.

Joodtinctuur

Zie: jodiumtinctuur.

JoPla

Jongeren platform van, voor en door jongeren met een handicap.

Joule

Eenheid van arbeid of energie. Wordt gebruikt om de hoeveelheid energie (calorieën) in voedingsmiddelen aan te geven; 1 Joule = 0,239 calorie.

JOZ

Jaaroverzicht zorg.

Js

Jouleseconde. De jouleseconde staat voor een joule vermenigvuldigd met een seconde. Het is een eenheid van electrisch arbeidsvermogen.

JUCO

Junior co-assistent.

Jugulum

De kuil boven het borstbeen.

Junctie

Verbinding of samenvoeging.

Junctura

Verbinding.

Junk of junkie

Een verslaafde aan drugs.

Juveniel of juvenilis

Op jeugdige leeftijd, jeugdig of tot de jeugd behorend.

Juxta

In samenstellingen: in de buurt gelegen of nabij.

Juxtapositie

Een samenvoeging van twee stukken darm.

K

1: Symbool voor het kalium element uit het periodiek systeem.

K&Z

Kind en ziekenhuis.

KA

1: Keratoacanthoom.

KAB

Klachtencommissie alternatieve behandelwijzen.

KAG

Keuringsraad aanprijzing gezondheidsproducten.

Kakidrosis

De door een verhoogde afscheiding van zweet veroorzaakte onaangename lichaamsgeur.

Kakosmie

Het ruiken van vieze geuren.

Kalium

Het scheikundig element kalium (symbool: K) komt, voornamelijk in de cellen, als een belangrijke electrolyt in het lichaam voor.

Kalk

Dit is calciumcarbonaat. Men gebruikt meestal het woord calcium, afgekort Ca.

Kallikreïne

Een eiwitsplitsend enzym dat kininogeen omzet in kinine.

Kamerwater

De vloeibare inhoud van de achterste en voorste oogkamer.

Kampogen

Een door een tekort aan vitamine A en vitamine B veroorzaakte teruggang in de kwaliteit van de oogzenuw.

Kanker

De vorming van kwaadaardige gezwellen in het lichaam. We zien hierbij vaak een sterke woekering.

Kardinaal

Hoofdzakelijk of voornaamste.

Kardinaalstong

Een verschrompelde purperrode tong.

Karteldarm of colon

Het tussen blindedarm en endeldarm gelegen deel van de dikke darm.

Karyo-

In samenstellingen: met betrekking tot de celkern.

Karytas

Het membraan van de kern oftewel kernmembraan.

Kata-

In samenstellingen: omlaag.

Kataboliet

Katabole metaboliet.

Katabolisme

De afbraakstofwisseling waarbij energie vrijkomt door het uiteenvallen van samengestelde verbindingen.

Katalysator

Dit is een stof die, zonder zelf ontleed te worden, een chemisch proces bespoedigt of vertraagt.

Katalyse

Het effect (katalyseren) van een katalysator zoals bijvoorbeeld een enzym. Dit effect kan dan een versnelling of vertraging van een scheikundige reactie opleveren.

Katalytisch

De invloed van een katalysator ondergaan.

Kataplexie

Een plotseling verlies van spierspanning.

Kathepsine

Dit is een enzym wat eiwit splitst.

Kathode

De negatieve pool van bijvoorbeeld een batterij.

Kation

Een positief geladen ion.

KB

Kortdurende behandeling.

KBA

Keto-beta-boswellia-zuur.

KBO

Katholieke bond van ouderen.

KBOH

Kwaliteits- en bruikbaarheids onderzoek van hulpmiddelen.

KC

1: Kupffercel.

kcal

Kilocalorie. 1 kcal = 1000 calorieën.

KCHL

Klinisch-chemisch en hematologisch laboratorium.

KCL

Klinisch chemisch laboratorium.

KCO

Kenniscentrum overgewicht.

kD

Kilodalton. 1 kD (kDa) = 1000 dalton

kDa

Kilodalton. 1 kDa (kD) = 1000 dalton.

KDAM

Kinderen van moeders die afhankelijk van drugs zijn.

KDV

Kinderdagverblijf.

KE

Kinetische energie.

KEAC

Klinisch ecologisch allergie centrum.

Kegeltand

Een te kleine en abnormaal gevormde tand.

KEL

Kippenei-lysozym.

Kelis

Litteken of vlek.

KEMO

Kerncommissie ethiek medisch onderzoek.

KenBiS

Kenniscentrum bipolaire stoornissen.

Keratalgie of keratalgia

Een pijnlijk hoornvlies van het oog.

Keratitis

Ontsteking van het hoornvlies (cornea) van het oog.

Keratomycose

Een schimmel die het hoornvlies van het oog doet ontsteken.

Keratose of keratosis

Dit is een abnormale verhoorning van de huid.

Keratotomie

Het insnijden of doorsnijden van het hoornvlies in het oog tijdens een operatie.

Ketosteroïden

Dit zijn androgene stoffen zoals androsteron, oestron, progesteron en testosteron.

kg

Kilogram. 1 kg = 1000 gram.

KG

Kippenglobuline.

KGC

Klinisch genetisch centrum.

kgLG

Kilogram lichaams-gewicht.

kgm

Kilogrammeter, een eenheid van arbeid of arbeidsvermogen. 1 kgm is de arbeidskracht die benodigd is om een gewicht van 1 kg één meter op te heffen.

KGO

Klinisch geneesmiddelen onderzoek.

KGS

Ketogeen-steroïden.

KGVT

Kinder-gezinsvervangend tehuis.

kGy

Kilogray. 1 kGy = 1000 gray.

KH

De afkorting voor koolhydraat.

KHT

Kinderlijke harttonen.

kHz

Afkorting voor kilohertz. 1 kHz = 1000 hertz oftewel 1000 wisselingen of trillingen per seconde.

KI

1: Kaliumjodide.

KID

Kunstmatige inseminatie (KI) door middel van sperma dat werd geleverd door een donor.

KIE

1: Kallikreïne-inactiverende eenheid.

Kiem

Een micro-organisme.

Kiemblad

We kennen een buiten-, midden- en binnen-kiemblad. Het is een laag cellen waarover het embryo zich in een vroeg stadium verdeelt.

KIH

Kunstmatige inseminatie (KI) met sperma van de echtgenoot. De afkorting KIE wordt ook gebruikt.

Kijkoperatie

Een operatie die wordt uitgevoerd met behulp van een endoscoop, een instrument om holten of inwendige kanalen in het lichaam te bekijken. Een kijkoperatie wordt ook wel sleutelgatchirurgie of minimaal-invasieve chirurgie genoemd.

KIKB

Kortdurende intensieve klinische behandeling.

Kilo-

In samenstellingen: duizend.

Kinase

Activator van een enzym.

Kinesiatrie

Heilgymnastiek of oefentherapie.

Kinesiologie

De bewegingsleer, kennis van de functies van gewrichten en spieren.

Kinesis

De leer van de bewegingskracht of bewegingsleer.

Kinesthesie

Het door onze spierbewegingen gewaarworden van beweging.

Kinetica

Zie kinesis hier boven.

Kinetiek

Zie kinesis hier boven.

Kinine

Een koortswerend alkaloïd dat gewonnen wordt uit de bast van de kinaboom.

Kininen

Een verschillende functies vervullende groep weefselhormonen, het zijn peptiden.

Kininogeen

Een nog niet actief voorstadium van kininen.

Kinocilium

Trilhaar.

Kionitis

Ontsteking van de huig.

Kiotomie

Een operatieve ingreep waarbij de huig wordt ingekort.

KIR

Killer-cel remmende (inhibitoire) receptor.

KIS

Klachten informatie systeem.

KITTZ

Kwaliteits-instituut voor toegepaste thuiszorg.

KIZA

Kennissysteem infectieziekten en arbeid.

kJ

Kilojoule, een eenheid van electrisch arbeidsvermogen. 1 kJ = 1000 joule.

KJP

Kinder- en jeugdpsychiatrie.

KKC

Kwaliteits- en kenniscentrum.

KKM

Keten kwaliteit melk.

KKP

Kortdurende klinische psychiatrie.

KKV

Korte keten vetzuren.

KL

Kinder-leeftijd.

Klebsiella

Een commensaal in de darm en luchtwegen levend geslacht van bacillen. Bij een plaatselijk verminderde weerstand kunnen ze echter ziekmakend werken.

Kleincellig

Een cel met als kenmerk een normale kern (nucleus) maar met weinig vloeibaar bestanddeel of celplasma er omheen.

KLEM

Vereniging van klinisch embryologen.

Klier

Een orgaan dat een product (secreet) afscheidt. We onderscheiden klieren die d.m.v. een afvoerbuis afscheiden (exocrien) en deze waarbij het product, in dit geval een hormoon, direct door het bloed wordt opgenomen (endocrien). Afscheidingen van exocriene klieren zijn bijvoorbeeld urine en zweet.

KLM

Het gaat hier niet over een maatschappij, vliegtuigen of vliegen maar over de klub lange mensen. De vereniging KLM doet aan behartiging van belangen, offline informatievoorziening en organiseert verschillende sociale activiteiten.

km

Kilometer. 1 km = 1000 meter.

KM

Kurzrock-Miller. Het is een test in het laboratorium. De laborant brengt het afgenomen slijm van de baarmoederhals samen met het sperma van de partner of met donor sperma. Vervolgens wordt de aanwezigheid en de mate van beweeglijkheid van de zaadcellen in het slijm beoordeeld.

KMI

Kupperman menopause index.

KMLO

Kort middelbaar laboratorium onderwijs.

kN

Kilonewton. 1 kN = 1000 newton.

KNAW

Koninklijke Nederlandse akademie voor wetenschappen.

KNCV

1: Koninklijke Nederlandse chemische vereniging.

KNDB

Koninklijke Nederlandse drogisten bond. De KNDB is de sociaal economische brancheorganisatie die de belangen van zelfstandige ondernemers in de drogisterijbranche behartigt.

Knesmos of knesmus

Jeuk of jeukziekte.

KNF

Klinische neuro-fysiologie.

KNGF

Koninklijk Nederlands genootschap voor fysiotherapie.

Knidosis

Netelroos.

KNMG

Koninklijke Nederlandse maatschappij tot bevordering der geneeskunst.

KNMP

Koninklijke Nederlandse maatschappij ter bevordering der pharmacie.

KNMVD

Koninklijke Nederlandse maatschappij voor diergeneeskunde.

KNN

Stichting kinesiologisch netwerk Nederland. De stichting KNN is een onafhankelijke organisatie voor iedereen die met spiertesten werkt of erin geïnteresseerd is.

KNO

Afkorting van keel, neus en oor (heelkunde).

KNOV

Koninklijke Nederlandse organisatie van verloskundigen.

KOAG

1: Koepelorganisatie alternatieve geneeswijzen.

Kokervisus of kokerzien

Een beperking van het gezichtsveld.

Kokkogeen

Door kokken of coccen veroorzaakt.

Kommabacil

Een gekromde bacil die lijkt op de vorm van een komma.

Koolhydraat

Tot de koolhydraten behoren onder andere cellulosen, pectinen, suikers en zetmeel. De elementen koolstof, waterstof en zuurstof vormen als organisch-chemische verbinding een koolhydraat.

KOPAC

Kwaliteit, ontsteking, plaveiselcelepitheel, andere afwijkingen en endocervicale afwijkingen van het cilinderepitheel.

Koper

Een sporenelement.

KOPP

Kinderen van ouders met psychiatrische problemen.

Koppen

Het zogenaamde 'koppen zetten'. Zie: cupping.

KOV

Kleur onderscheidingsvermogen.

KOZ

Klinisch onderzoek.

KP

1: Kalium perchloraat.

kPa

Kilopascal, een eenheid voor druk. 1 kPa = 1000 pascal.

KPAZ

Kernvragenlijst patiënten tevredenheid academische ziekenhuizen.

KPR

Afkorting van kniepees-reflex.

Kr

Symbool voor het krypton element uit het periodiek systeem.

kRad

Kilorad. 1 kRad = 1000 rad.

Krebscyclus

Deze cyclus is vernoemd naar H. Krebs, een Duitse biochemicus die leefde van 1900 tot 1981. Zie: citroenzuurcyclus.

KRM

Kinase respons modulator.

KS

1: Ketosteroïden.

KSGV

Katholiek studiecentrum voor geestelijke volksgezondheid.

KSHV

Kaposisarcoom herpesvirus.

KSR

Kernspin resonantie.

KSRT

Kernspin resonantie tomografie.

KT

1: Kombucha thee.

KTC

Klacht en tucht commissie.

KTH

Katholieke theologische hogeschool.

KUN

Katholieke universiteit Nijmegen.

kV

Kilovolt. 1 kV = 1000 volt.

kVA

Kilovolt-ampère. 1 kVA = 1000 volt-ampère.

KVE

Kolonie vormende eenheid.

KVHN

Koninklijke vereniging Homeopathie Nederland.

KVI

Kernfysisch versneller instituut. Het instituut bevindt zich op de campus van de universiteit van Groningen.

KVO

Kind van verslaafde ouders.

KVT

Kortverblijf tehuis.

KVW

Keuringsdienst van waren.

kW

Kilowatt. 1 kW = 1000 watt.

KWF

Koningin Wilhelmina fonds Nederlandse kankerbestrijding.

kWh

Kilowattuur. 1 kWh = 1000 wattuur.

KWID

Kwantitatieve ingrediënten declaratie.

KWIS

Kwaliteits informatie- en sturingsysteem.

KWZ

Kwaliteitswet zorginstellingen.

KZ

1: Kraamzorg.

KZI

Kwaliteitswet zorginstellingen.

L

1: Lumbale wervel of lendenwervel.

La

Symbool voor het lanthaan (lanthanum) element uit het periodiek systeem.

LA

1: Lage anterior.

LAAM

L-alfa-acetylmethadol.

Lab

Laboratorium.

Labia

Lippen, dit is het meervoud van labium.

Labiaal of labialis

Lipvormig of met betrekking tot de lippen.

Labiel

Wankelbaar of onstandvastig.

Labilitas

Onevenwichtigheid of labiliteit.

Labiliteit

Onevenwichtigheid of onstandvastigheid.

Labium

Lip. Het meervoud is labia.

Laborant(e)

Een geschoold iemand die op een laboratorium werkt. We kennen onder andere een bacteriologisch laborant, biochemisch laborant, medisch laborant en een röntgenologisch laborant of laborante.

Laboratorium

Het laboratorium is een werkruimte waar men metingen en proeven doet of, al dan niet wetenschappelijk, onderzoek uitvoert. In onze praktijk wordt samengewerkt met RP Vitamino Analytic.

Labyrint

Een doolhof, het binnenoor ofwel het inwendige van het oor.

Labyrintitis

Een onstoken labyrint.

LAC

1: Lupus anticoagulans.

LACB

Lymphadenosis cutis benigna.

Lacrima

Traan, lacrimae is het meervoud.

Lacrimans

Tranend.

Lactaat

Een product van de stofwisseling wat vrijkomt door omzetting van glucose.

Lactobacillus

Een niet ziekmakend geslacht van bacteriën. Er treedt onder invloed van deze bacterie melkzuur-gisting op.

Lactoferrine

Lactoferrine is een proteïne dat ijzer bindt.

Lactoflavine

Vitamine B2, deze vitamine wordt ook riboflavine genoemd.

Lactose

Saccharum lactis ofwel melksuiker. Lactose kan niet goed afgebroken worden wanneer het enzym lactase ontbreekt of er te weinig van beschikbaar is. Bijna 70% van de volwassenen blijkt een lactose intolerantie te hebben. Zie ook lactose in het hoofdstuk waterstofademtest van de pagina over laboratoriumonderzoek .

LAD

1: Leukocyten adhesie deficiëntie.

LADA

Latente autoimmune diabetes bij een volwassene.

LADIS

Landelijk alcohol en drugs informatiesysteem.

LAE

Lever geassocieerd enzym.

LAF

1: Lymfocyten activerende factor.

LAFB

Linker anterior fasciculair blokkering.

LAG

Laboratoriumgeneeskunde.

Lagochilie

Hazenlip, wordt ook lagostoma genoemd.

LAH

Lithium aluminium hydride.

LAI

1: Laboratorium geassocieerde infectie.

LAK

Lymfokine geactiveerde K-cellen.

LAKC

Laboratorium voor algemene klinische chemie.

LAM

1: Lymfangioleiomyomatose.

Lamel of lamella

Plaatje, het verkleinwoord van lamina.

Lamina

Plaat, schijf of weefsellaag.

Lamivudine

Lamivudine ( = 3TC) is een antiviraal middel tegen infectie-ziekten. Dit middel wordt toegepast tegen retrovirussen zoals het hepatitis B-virus (HBV) en HIV-virus.

LAMP

Landelijke ambulance en meldkamer protocollen.

Lana

Wol.

Lanoline

Wolvet dat gemaakt wordt door het uitkoken van schapenwol.

Lanthaniden

Een groep van 15 metalen uit het periodiek systeem. De lanthaniden zijn genoemd naar het eerste element van de groep, namelijk lanthanum. Kenmerkend voor deze 15 elementen is het feit dat ze nooit in pure vorm aangetroffen worden maar verbonden met andere stoffen. De groep elementen bestaat naast lanthanum uit: cerium, praseodymium, neodymium, promethium, samarium, europium, gadolinium, terbium, dysprosium, holmium, erbium, thulium, ytterbium en lutetium.

LAO

Lysine-arginine-ornithine.

LAP

1: Het enzym leucine-aminopeptidase.

Laparoscopie

Kijkoperatie met een instrument, de laparoscoop.

LAPOSA

Landelijke patiënten- en oudervereniging voor schedel- en aangezichts-afwijkingen.

LAR

1: Late allergische reactie.

Lardeus of lardaceus

Spekachtig of op spek gelijkend.

LAREB

Landelijke registratie en evaluatie bijwerkingen van geneesmiddelen. Het Nederlands bijwerkingen centrum Lareb is het kenniscentrum voor bijwerkingen in Nederland. In opdracht van de overheid registreert en analyseert men bijwerkingen van geneesmiddelen en vaccins. De oude naam is: stichting landelijke registratie en evaluatie bijwerkingen.

Larve of larva

Dit is het eerste stadium in de ontwikkeling van voornamelijk insecten en wormen.

Larynx

Het strottenhoofd.

LAS

Lymfadenopathie syndroom.

LASIK

Laser in situ keratomileusis.

Latent of latens

Verborgen, niet waarneembaar of sluimerend bijvoorbeeld bij een ziekte.

Lateraal of lateralis

Opzij, zijdelings of aan de zijkant gelegen.

LAV

Lymfadenopathie geassocieerd virus.

Laxans

Afvoermiddel, afdrijvend middel of laxeermiddel dat de ontlasting stimuleert.

Laxeermiddel

Zie laxans hierboven.

LAZ

Landelijke ambulante zorgregistratie.

LBA

Levend bloed analyse. Deze analyse en test op vrije radicalen vallen onder morfologisch bloedonderzoek. Voor de SKB test, die hier op lijkt, is er een aparte pagina.

LBB

Landelijke belangenvereniging voor basisartsen.

LBBB

Linker bundeltak blokkering. De afkorting LBTB wordt ook gebruikt.

LBEZ

Landelijk bureau ethiek in de zorg.

LBK

Landelijke beroepscommissie klachten.

LBOC

Landelijke beroepsvereniging ondersteuners cliëntenraden.

LBP

Lipopolysaccharide-bindend proteïne.

LBS

Landelijk bureau slachtofferhulp.

LBT

Landelijk bureau toegankelijkheid.

LBTB

Linker bundeltak blokkering. De afkorting LBBB wordt ook gebruikt.

LBW

Laag geboorte gewicht.

LC

1: Langerhans-cel.

LCAD

Lange keten vet acyl-dehydrogenase.

LCAT

Lecithine-cholesterol-acyltransferase.

LCBB

Landelijk contactorgaan begeleiding borstkankerpatiënten.

LCFA

Lange keten vetzuren. De afkorting LKVZ wordt ook gebruikt.

LCFJ

Landelijk cliënten forum jeugdzorg.

LCH

Stichting Langerhans cel histiocytose.

LCHV

Landelijk centrum hygiëne en veiligheid.

LCI

Landelijke coördinatiestructuur infectieziekten-bestrijding.

LCIG

Landelijk centrum indicatiestelling gehandicaptenzorg.

LCK

Landelijk centrum kraamzorg.

LCKZ

Landelijk coördinatiepunt kwaliteitsbeleid zorgsector.

LCM

1: Lymfocytaire choriomeningitis.

LCMV

Lymfocytaire choriomeningitis virus.

LCP

1: Lange-keten meervoudig (poly) onverzadigd vetzuur.

LCPL

Leids cytologisch pathologisch laboratorium.

LCR

Landelijk coördinatiepunt reizigersgeneeskunde.

LCS

Lactobacillus casei Shirota.

LCT

Lange keten triglyceriden.

LCvV

Landelijke commissie van vertrouwenslieden.

LCVV

Landelijk centrum verpleging en verzorging.

LCWK

Laterale cervicale wervelkolom.

LD

1: Melkzuur-dehydrogenase.

LDH

1: Lage dosis heparine.

LDL

Lage densiteit of dichtheid lipoproteïnen.

LDP

Landelijk dementie programma.

LE

Lupus erythematodes.

Lecithine

Een vetachtige stof die we in zo goed als alle dierlijke en plantaardige cellen aantreffen.

LED

1: Lupus erythematodes disseminatus.

LEI

Landbouwkundig economisch instituut.

LEICA

Hier dus niet de fabrikant van camera's maar het laboratorium voor experimentele intensive care en anesthesiologie.

Leiomyoom

Een gezwel van glad spierweefsel.

Leiomyose

Woekering van glad spierweefsel.

LEMD

Landelijk electronisch medicatie dossier.

Lende

Het meest laag gelegen deel van de rug.

LEO

Laparoscopische electrocoagulatie van de ovaria. LEO is het aanprikken en wegbranden van kleine cysten oftewel vochtblaasjes die zich in de eierstokken bevinden.

Lepismaticum

Een middel dat het afschilferen van de huid stimuleert.

LEPS

Onderste extremiteit pijnsyndroom ofwel pijnsysdoom in een been of voet.

Leptus autumnalis

De herfstmijt kan eczeem en netelroos veroorzaken.

LES

Onderste slokdarmsfincter.

LESA

Landelijke eerstelijns samenwerkings afspraken.

Letaal of letalis

Dodelijk.

Leu (L)

Het essentiële aminozuur leucine.

Leucine

Een essentieel aminozuur.

Leukemie of leucaemia

Leukemie is een ziekte die gekenmerkt wordt door kwaadaardige woekering van de organen en weefsels die bloedcellen produceren.

Leukocyt

Een zogenoemde witte, maar eigenlijk kleurloze, bloedcel. Leukocyten spelen een rol in onze immunologische afweer. Ze zijn voornamelijk onder te verdelen in granulocyten, lymfocyten en monocyten.

Leukocytose of leucocytosis

Het door fysiologische of pathologische oorzaak toenemen van het aantal witte bloedcellen (leukocyten) in het perifere bloed. Dit treedt ook op bij een bepaalde vorm van leukemie.

Leukotriënen

Een aantal endogeen werkzame stoffen in het lichaam. Het ene type gaat bijvoorbeeld ontstekingen tegen, terwijl een ander type deze juist intensifeert.

Levament of levamentum

Een middel met een verzachtende werking, bijvoorbeeld zalf.

Leveratrofie

Het verschrompelen van de lever.

LEVV

Landelijk expertisecentrum verpleging en verzorging.

LF

1: Lactoferrine.

LFA

1: Leukocyte functioneel antigeen.

LFAZ

Landelijke federatie voor ambulance zorg.

LFR

Late fasereactie.

LFT

1: Lymfocyten functie en stimulatie test.

LG

1: Lange golf.

LGG

Lactobacillus rhamnosus Gorbach en Goldin.

LGL

Grote granulaire lymfocyt.

LGT

Lichaamsgerichte therapie.

LGV

Lymfogranuloma venereum, een seksueel overdraagbare aandoening. Men onderscheidt:

LH

1: Luteïniserend hormoon.

LHHB

Limbisch systeem-hypothalamus-hypofyse-bijnierschors.

LHOV

Landelijke huisartsen opleiders vereniging.

LHV

Landelijke huisartsen vereniging.

LHW

Landbouw hogeschool Wageningen.

Li

Symbool voor het lithium element uit het periodiek systeem.

LIC

Leids instituut voor chemisch onderzoek.

LICH

Landelijk informatie centrum hoogbegaafdheid.

Lien

Milt.

Lienitis

Ontsteking van de milt.

LIER

Landelijk indicatie- en registratiesysteem.

LIF

Leukemie remmende of inhibitoire factor.

LIFT

Lymfocyten immuno-fluorescentie-test.

Ligament of ligamentum

Bindweefselband, versterkingsband hoofdzakelijk bij de gewrichten.

LIM

Landelijk informatiecentrum Moermantherapie.

Limbisch systeem

Het gebied dat tussen de grote hersenen en de hersenstam ligt.

LIMH

Lithium metaal hydride, een veel toegepast type accu (oplaadbare batterij).

Lingua

De tong.

Linguaal of lingualis

Behorend tot de tong.

LINH

Landelijk informatie netwerk huisartsenzorg. Het LINH is een netwerk van geautomatiseerde huisartsenpraktijken.

LINK

Landelijk informatiebureau netwerk kinderopvang.

Linolzuur

Een vooral op jeugdige leeftijd essentieel vetzuur.

LIP

Landelijk informatiepunt voor patiënten.

Lipiden

Vetten of vetachtige stoffen.

Lipofaag

Een cel die vet opneemt en verteert.

Lipomatose of lipomatosis

Vetzucht.

Liposuctie

Het door de huid heen wegzuigen van overtollig vetweefsel.

LIPZ

Landelijk informatiepunt paramedische zorg.

Liq

Liquor of vloeistof.

Liquide

Vloeibaar.

Liquor

Vloeistof.

LIS

1: Letsel informatie systeem.

LISV

Landelijk instituut sociale verzekeringen.

LIVO

Landelijk informatiecentrum voedselovergevoeligheid.

LIVRE

Landelijk informatiesysteem voor revalidatie.

LJP

Gelokaliseerde juveniele parodontitis.

LKN

Laboratorium kindergeneeskunde en neurologie.

LKT

Landelijke klachtencommissie thuiszorg.

LKV of LKVZ

Lange keten vetzuren. De afkorting LCFA wordt ook gebruikt..

lm

Lumen, een eenheid van lichtsterkte.

LM

1: Lymfatische malformatie.

LMA

1: Levercel membraan antigeen.

LMD

1: Landelijk medicatie dossier.

LMM

Lichte meromyosine.

LMMI

Laboratorium voor medische microbiologie en infectieziekten.

LMR

Landelijke medische registratie.

LMSV

Landelijke medische secretaressevereniging.

LMW

Laag moleculair gewicht.

LMWH

Laag moleculair gewicht heparine. Zie ook: heparine.

ln

Natuurlijke logaritme.

LN

Linolzuur.

LNA

1: Landelijk netwerk autisme.

LNR

Landelijke neonatologie registratie.

LNV

Ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit.

LO

Lichamelijke opvoeding.

LOA

Leber's opticusatrofie.

LOAZ

Landelijk overleg academische ziekenhuizen.

LOBB

Landelijke organisatie bewonerscommissies bejaardenhuizen.

LOC

Landelijke organisatie cliëntenraden. De LOC zet zich in voor cliënten en cliëntenraden van verzorgings- en verpleeghuizen, organisaties in de thuiszorg en huurders van aanleunwoningen.

Locomotie of locomotio

De beweging of het voortbewegen.

Locus

De plaats of plek.

LOD

Landelijk overleg DNA-diagnostiek.

Loensen

Het scheelzien.

log

Logaritme.

LOI

1: Leidse onderwijs instelling.

LOK

Lichamelijk onverklaarde klachten.

Lokaal

Plaatselijk.

Lokalisatie of lokaliseren

Plaatsbepaling of plaatsbepalen.

LOKZ

Landelijk overleg kinderopvang zorgsector.

LOOP

Landelijk overkoepelend orgaan voor de podologie.

LOP

Landelijke ondersteuning preventie in de geestelijke gezondheidszorg (in de GGZ).

LOPAG

Landelijk overleg van patiëntenorganisaties voor alternatieve geneeswijzen.

LOREP

Landelijke organisatie regionale patiënten en consumenten platforms. De LOREP heet sinds 15 september 2006 Zorgbelang Nederland.

LOS

Landelijke organisatie slachtofferhulp.

LOT

Landelijke organisatie voor thuisverzorgers.

LOVAH

Landelijke organisatie van aspirant huisartsen. De LOVAH is in 1980 in Nijmegen opgericht door huisartsen in opleiding, dit vanuit de behoefte meer invloed te hebben op de eigen opleiding. Vanuit deze lokale start is de LOVAH uitgegroeid tot een landelijke organisatie, die de belangen van huisartsen in opleiding behartigt. Het is een zelfstandig opererende vereniging, die als categorale organisatie is erkend door de landelijke vereniging van artsen in dienstverband ofwel de LAD. De vereniging vertegenwoordigd circa 1500 artsen in opleiding.

LOVE

Landelijk overleg versterking eerstelijns gezondheidszorg.

LOVI

Landelijk overleg verpleegkundige infectieziekten.

LOX

Lipoxygenase, een enzym wat benodigd is voor de aanmaak van leukotriënen.

LOZ

Landelijk overleg zorgvernieuwing.

LP

1: Laag-pathogeen, dit is laag ziekte verwekkend.

LPA

Lever-pancreas antigeen.

LPAI

Laagpathogene aviaire influenza.

LPAV

Landelijke pathologen assistenten vereniging.

LPC

Lyso-fosfatidyl-choline.

LPCP

Landelijk patiënten consumenten platform.

LPG

Deze afkorting staat hier natuurlijk niet voor een veelgebruikte brandstof maar voor: Lupus patiënten groep Nederland.

LPI

Linus Pauling instituut.

LPL

1: Lamina propria lymfocyt.

LPO

Landelijk platform oogzorg.

LPR

1: Lymfoproliferatief.

LPS

Lipopolysaccharide.

LPSEH

Landelijke protocol spoedeisende hulp.

LPZ

Landelijke prevalentiemeting zorgproblemen. Door een departement van de universiteit Maastricht wordt intensief onderzoek gedaan naar het voorkomen van zorgproblemen. Problemen zoals decubitus, incontinentie, ondervoeding, smetten en vallen. De LPZ is hier een onderdeel van.

Lr

Symbool voor het lawrencium element uit het periodiek systeem.

LRM

Lymforeticulaire maligniteit.

LRS

Lymforeticulair systeem.

LRZ

Landelijke registratie zorg- en dienstverlening.

LSBK

Landelijke stichting beheer kruiswerk.

LSBS

Landelijke stichting blinden en slechtzienden.

LSBVK

Landelijke stichting bureaus vertrouwensarts inzake kindermishandeling.

LSC

Lymfoïde stamcel.

LSD

1: Lysergeenzuurdiëthylamide.

LSDA

Landelijk steunpunt dagbesteding en arbeidsrehabilitatie.

LSMK

Landelijk steunpunt melden van kindermishandeling.

LSOH

Landelijke stichting ouderen en huisdieren.

LSOVD

Landelijke stichting ouders en verwanten van druggebruikers.

LSP

1: Lever-specifiek proteïne.

LSR

Landelijk steunpunt rouwbegeleiding.

LSV

1: Landelijk steunpunt vrijwilligers.

LT

1: Leukotriënen.

LTH

Luteotroop hormoon, lactotroop hormoon of prolactine.

LTT

1: Lactose tolerantietest.

LTZ

Langdurige transmurale zorg.

Lu

Symbool voor het lutetium element uit het periodiek systeem.

LU

1: Lipase eenheid of eenheden.

Lubricans

Glijmiddel.

LUC

Limburgs universitair centrum, is nu de universiteit Hasselt.

Lucent

Licht doorlatend of doorschijnend.

Lumbaal of lumbalis

Tot de lende behorend.

LUMC

Leids universitair medisch centrum.

LUSA

Lumbale wervelkolom plus sacrum.

LVA

Landelijke vereniging arbeidsongeschikten.

LVAD

Landelijke vereniging van artsen in dienstverband.

LVAG

Landelijke vereniging van assistent-geneeskundigen.

LVB

Landelijke vereniging van bloed- en plasmadonoren.

LVCW

Landelijke vereniging centraal wonen.

LVD

Landelijke vereniging van dialyserenden.

LVDT

Landelijke vereniging dialyse en transplantatie. Dit is nu de V&VN dialyse en nefrologie.

LVE

1: Landelijke vereniging van eerstelijns-psychologen.

LVG

1: Licht verstandelijk gehandicapte.

LVGO

Landelijke vereniging voor groepswonen van ouderen.

LVH

1: Landelijke vereniging van heelkunde.

LVIO

Landelijke vereniging van indicatieorganen.

LVNG

Landelijke vereniging natuurlijke geneeswijzen.

LVO

Landelijke vereniging van operatie-assistenten.

LVP

Lysine en vasopressine.

LVPW

Landelijke vereniging voor psychosociaal werkenden.

LVR

Landelijke verloskunde registratie.

LVSG

Landelijke vereniging van sociaal-geneeskundigen.

LVSV

Landelijke vereniging sociaal-verpleegkundigen.

LVT

1: Landelijke vereniging voor thuiszorg.

LVVP

Landelijke vereniging voor vitiligo-patiënten.

LVW

Landelijke vereniging woordblind.

LWI

Luchtweginfectie.

LWK

1: Lendenwervelkolom.

LWW

Landelijke werkgroep wiegendood.

lx

Lux, een eenheid van licht.

Lymfocyt

Het menselijk lichaam telt ontzettend veel verschillende lymfocyten. Ze worden ingedeeld in twee groepen, de B-lymfocyten of B-cellen en de T-lymfocyten of T-cellen. Ook de lymfocyten zijn zeer belangrijk voor het afweersysteem.

Lys (K)

Het essentiële aminozuur lysine.

Lysine

Een essentieel aminozuur.

Lysozym

Lysozym is een enzym met anti-microbiële eigenschappen.

LZ

1: Lipoïnezuur.

LZA

1: Langdurig zorgaanbod.

LZK

Langdurig zieke kinderen.

LZV

Landelijke zorgregistratie verpleeghuizen.

M

1: Myopie, bijziendheid of 'kippigheid'.

MA

1: Mono-amine.

MAA

1: Melanoom geassocieerd antigeen.

MAAZ

Management aankopen en aanbestedingen in de zorg.

MAb

Monoklonaal antilichaam.

MAC

1: Medisch advies college.

Maceratie

Het week maken.

Macro- of makro-

In samenstellingen: groot.

Macrofaag

Tezamen vormen de macrofagen, als verzamelnaam, het zogenaamde macrofagensysteem of MPS. Een macrofaag wordt afgeleid van een monocyt, komt voort uit het beenmerg en wordt ook wel een mono-nucleaire fagocyt genoemd. Populair gezegd vreten de macrofagen de vreemde, kwaadaardige of niet lichaamseigen deeltjes op.

Macroglia

Het macroglia wordt ook wel astroglia genoemd en is het gedeelte van de neuroglia dat gevormd wordt door de astrocyten.

Macula

Vlek.

MAd

Mucosa-adhesie.

MAD

Multipele acyl dehydrogenase.

MAdCAM

Mucosa-adhesie CAM, ofwel mucosa-adhesie cellulair adhesie-molecuul.

MADI

Maatschappelijke dienstverlening.

MaDiDo

Maatschappelijke dienstverlening aan doven.

MAE

Medisch adviseur van de entadministratie.

MAF

1: Macrofaag activerende factor.

Magma

Een kneedbare, deegachtige substantie.

Magnesium

Een sporenelement wat we voornamelijk in de cellen aantreffen.

MAHA

Micro-angiopatische hemolytische anemie.

MAI

1: Mitose activiteits-index.

MAL

1: Methyl aminolevuline.

Malaria

Een parasitaire infectieziekte die gepaard gaat met een afwisselend optredende hoge koorts. Verantwoordelijk hiervoor is de Plasmodium parasiet.

Maldigestie

Het niet voldoende verteren van voedingsstoffen in de darm.

MALI

Qua motoriek zijn alle ledematen intact.

Maligne

Kwaadaardig.

Malresorptie

Een gebrekkige opname van stoffen in de voeding door de darmen.

MALT

1: Slijmvlies of mucosa geassocieerd lymfatisch weefsel (lymfeweefsel of lymfoïde weefsel). Zie ook: BALT, CMIS, GALT, MIS, NALT en SALT.

Maltose

Moutsuiker.

MAMC

Maximale ademminuut capaciteit.

Mammografie

Röntgenografie van de vrouwenborst (mamma).

MAMV

Maximale ademminuut volume.

Man

Mannose.

MAN

Milieu actiecentrum Nederland.

Mangaan

Een sporenelement.

Manifest

Duidelijk herkenbare of waar te nemen verschijnselen.

Manniet of mannitol

Een in vele planten voorkomend suiker.

Manueel

Door middel van het gebruik van de handen.

MAO

1: Monoamine-oxidase. MAO is een enzym dat de monoamines noradrenaline en serotonine inactief maakt.

MAP

1: Morning-after pil.

MAPK

Mitogeen-geactiveerde-proteïne-kinase.

MAR

1: Medische adviesraad.

MAS

1: Monoklonale antistof.

MASP

Manna bindend proteïne-geassocieerd serine proteïnase.

Mastalgie

Pijn in de borstklier.

Mastitis

Ontsteking van de borstklier.

Mastocyt

Mastocyten of mestcellen zijn basofiel gekorrelde cellen. We vinden ze hoofdzakelijk in de darm, de huid, de neus en het slijmvlies van de bronchi. Ze kunnen, tijdens contact met een bepaald antigeen, stoffen zoals eiwitsplitsende enzymen, heparine, histamine en serotonine aanmaken.

Materie of materia

Grondstof, stof of substantie.

Maturatie

Rijping, rijpingsproces of het rijp worden.

Mb

Afkorting voor myoglobine.

MBB

Medisch beeldvormer en bestralings-therapeut.

MBL

Manna-bindend lectine.

MBOG

Maatschappij ter bevordering van de orthomoleculaire geneeskunde.

MBOV

1: Middelbare beroepsopleiding verpleegkunde.

MBP

1: Primair elementair proteïne.

MBRT

Medisch beeldvormende radiotherapeutische techniek.

MBTB

Mentaliteit, bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid.

MBWO

Medisch biologisch wetenschappelijk onderzoeker. Zie ook: SMBWO.

Mc

Megahertz of megacycle. 1 megahertz = 1 miljoen Hertz.

MC

1: Methylcobalamine.

MCAD

Middellange keten vet acyl dehydrogenase.

MCAT

De gemiddelde dikte van een rode bloedcel.

MCA

Medisch centrum Alkmaar.

MCD

De gemiddelde diameter van een rode bloedcel.

MCFA

Middellange keten vetzuren, soms ook afgekort als MKV.

MCG

1: Meervoudig complex gehandicapt.

MCH

Het gemiddeld gehalte aan hemoglobine per rode bloedcel.

MCHA

Microcrystalline hydroxyapatiet.

MCHC

Gemiddelde cel-hemoglobine-concentratie.

MCL

Medisch centrum Leeuwarden.

MCM

Medisch centrum Middelburg.

MCP

1: Macrofaag chemotactisch proteïne.

MCPA

Methyl-chloorfenoxy azijnzuur.

MCS

Meervoudige chemische sensitiviteit.

MCSOP

Matrix van de communicatie systemen van p.

MCT

Triglyceride met een middellange keten.

MCTD

Gemengde bindweefselziekte.

MCU

Melk stollings units.

MCV

Gemiddeld celvolume.

MCyR

Gemiddelde (mediane) cytogenetische respons.

Md

Symbool voor het mendelevium element uit het periodiek systeem.

MD

1: Maculadegeneratie.

MDA

Malondialdehyde. De hoeveelheid malondialdehyde in het bloed is bepalend voor de mate van oxidatieve stress in het lichaam.

MDF

MDF heeft hier niets te maken met het materiaal waar je bijvoorbeeld kasten en rekken van kunt knutselen, maar betekent: macrofage deactiverende factor.

MDG

Maatschappelijke dienstverlening en gezondheidszorg.

MDGO

Middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorg-onderwijs.

MDL

1: Maag-, darm- en leverziekten.

MDMA

Methyleendioxymethamfetamine, het is een opwekkend middel ofwel pepmiddel.

MDS

1: Myelodysplastisch syndroom.

MDT

Multidisciplinair team.

ME

Myalgische encefalomyopathie of encefalomyelitis.

MED

Maximaal effectieve dosering.

Mediaal of mediaan

Gelegen in de middellijn of het middenvlak, naar het midden toe.

Mediator

Bemiddelaar, hulpfactor of tussenfactor. Een stof met een overdragende werking.

MEG

Magneto-encefalografie. Met behulp van MEG kan men corticale en subcorticale structuren van de hersenen optekenen.

Mega- of megalo-

In samenstellingen: groot.

MEGX

Mono-ethylglycinexylidide.

Meiose

De deling van zaad- en eicellen.

Melancholie of melancholia

Zwaarmoedigheid of zwartgalligheid.

Membraan of membrana

Een dunne laag weefsel of vlies.

MEN

Multipele endocriene neoplasie. MEN is een syndroom met een aantal zeldzame erfelijke aandoeningen als kenmerk. Hierbij kunnen in verschillende endocriene klieren goedaardige of kwaadaardige tumoren ontstaan. Dit kan zowel op jeugdige alswel hoge leeftijd het geval zijn.

Meningokok of meningococcus

Zie: Neisseria.

Mentum

Kin.

MEOS

Microsomaal ethanol oxiderend systeem. Het MEOS enzymsysteem in de kleinste deeltjes (microsomen) van een cel in het lichaam is betrokken bij de stofwisseling van steroïdhormonen. Verder is dit systeem actief bij het omzetten van vreemde, eigenlijk niet in het lichaam thuishorende, stoffen zoals alcohol en geneesmiddelen.

MEP

Miniatuur eindplaat-potentiaal.

Meralgie of meralgia

Pijn.

Mercurius

Kwikzilver.

Mesenchym

Het deel van het mesoderm waaruit het embryonaal bindweefsel en vaatweefsel zijn ontstaan vindt.

Mesoderm

Het middelste kiemblad.

Mesologie

Een combinatie van reguliere en alternatieve of complementaire geneeskunde. Bij het academisch college voor mesologie, het ACM in Amsterdam, heb ik een flink pakket kennis opgedaan.

Mestcel

Zie: mastocyt.

Met (M)

Het essentiële aminozuur methionine.

Metaboliet

Metabolieten zijn stoffen die een rol spelen in het verloop van het proces van de stofwisseling. We kunnen:

Metabolisme

De stofwisseling, een uiterst ingewikkeld samengaan van chemische processen in het lichaam. Als doel hebben deze naast de opwekking van energie ook de opbouw, afbraak en instandhouding van levende weefsels.

Metacarpale

Middenhandsbeentje.

Metamorfose

Gedaanteverwisseling van cellen en weefsels voor wat betreft hun eigenschappen en vorm.

METC

Medisch-ethische toetsings-commissie.

Metra

Baarmoeder.

MeTZelf

Vereniging voor medische en therapeutische zelfbeschikking.

Mezzo

Mezzo is de landelijke vereniging voor mantelzorgers en vrijwilligerszorg. Mezzo geeft steun, informatie en advies en behartigt de belangen van iedereen die langdurig en onbetaald voor een ander zorgt.

MF

1: Microfilament.

MFC

Multi functioneel centrum.

MFE

Multifunctionele eenheid.

MFH

Maligne fibreus histiocytoom.

MFR

Manosyl-fucosyl-receptor.

MFS

Mononucleair fagocytensysteem, ook afgekort tot MPS.

MFZ

Multifunctioneel zorgcentrum.

Mg

Symbool voor het magnesium element uit het periodiek systeem.

MG

1: Microbiologie en gentechniek.

MGC

Medisch-genetisch centrum zuid-west Nederland.

MGD

Militair geneeskundige dienst.

MGP

Matrix Gla proteïne.

MGUS

MGUS is een chronische aandoening bij mensen op oudere leeftijd. De klachten ontstaan meestal na het vijftigste jaar. Meer mannen dan vrouwen worden gehinderd door deze aandoening. In Nederland hebben naar schatting vierhonderd mensen deze zeldzame, niet erfelijke polyneuropathie. MGUS is de afkorting van monoklonale gammopathie van onbekende betekenis. Monoclonaal staat voor: van één cellijn of celsoort.

MGZ

Maatschappelijke gezondheidszorg.

MHC

Primair histocompatibiliteits-complex.

MHPG

Methoxy-hydroxyfenyleenglycol.

MHz

Afkorting van megahertz = 1 millioen Hertz.

MI

Myocard infarct.

MIC

Minimaal remmende concentratie.

MICU

Mobiele intensive care unit.

Mierenzuur

Dit zuur komt voor in mieren en brandnetels.

MIF

1: Micro-immunofluorescentie.

MIK-V

Model intern kwaliteitssysteem voor verpleeghuizen.

MILE

Multifocale inflammatore leuko-encefalopathie.

Mineraal

Een anorganische stof of zout.

MIP

1: Meldingscommissie incidenten patiëntenzorg.

MIS

Mucosa-immuun-systeem. Dit immuunsysteem is in het lichaam aanwezig als lymfatische structuren in onder andere de luchtwegen en de darmen. Zie ook: BALT, CMIS, GALT, MALT, NALT en SALT.

MIT

Mono-joodtyrosine.

Mitella

Draagverband, een dragende en steunende doek voor een gewonde of pijnlijke arm.

Mitogeen

De mitose bevorderend.

Mitose

Dit is het normale delen van een cel of kern, de celdeling of kerndeling. Hierbij ontstaan, zeg maar, twee dochtercellen. Normaal gesproken blijft het aantal chromosomen in de cellen na de deling gelijk.

Mixtuur of mixtura

Mengsel.

MJD

Maatschappelijk juridische dienstverlening.

MJT

Monojoodtyrosine.

MKA

Meldkamer ambulancezorg.

MKD

1: Medisch kleuter dagverblijf.

MKG

Model kwaliteitssysteem gehandicaptenzorg.

MKT

Medisch kindertehuis.

MKV

Middellange keten vetzuren, we zien ook vaak de afkorting MCFA.

MKZ

Mond- en klauwzeer, het is een zeer besmettelijke en ernstige virusziekte die voorkomt bij eenhoevige dieren zoals geiten, herten, reeën, runderen, schapen, varkens en wilde zwijnen.

MLC

Gemengde lymfocytenkweek.

MLCL

Monolyso-cardiolipine.

MLDS

Maag, lever en darm stichting.

MLK

Moeilijk lerende kinderen.

MLN

Medisch laboratorium Noord.

MLO

Middelbare laboratorium opleiding.

MLR

Gemengde leukocyte reactiviteit (reactie).

MM

Multipel (multiple) myeloom.

MMA

Methylmalonzuur. Bij een tekort aan vitamine B12 vindt er in het menselijk lichaam een ophoping plaats van methylmalonzuur. Dit als gevolg van een verminderde omzetting van methylmalonyl co-enzym A (CoA) naar succinyl CoA. Deze omzetting gebeurt door methylmalonyl CoA-mutase (cobamide), een enzym wat afhankelijk is van cobalamine ofwel vitamine B12. Bij een vitamine B12 tekort kan de concentratie van methylmalonzuur in het bloed gebruikt worden als een functioneel kenmerk of merker.

MMC

1: Mucosa of mucosale mestcel.

mmHg

Millimeters kwikdruk.

MML

Medisch microbiologisch laboratorium. Een afdeling medische microbiologie werkt aan diagnostiek, preventie en therapie gericht tegen infectieziekten. Men doet er onderzoek naar infectieziekten die worden veroorzaakt door micro-organismen zoals bacteriën, gisten, parasieten (vooral protozoa en wormen), schimmels en virussen. De meest gangbare vorm voor direct onderzoek is de 'kweek' methode. Tevens is het mogelijk om met behulp van microscopisch onderzoek, een specifiek stukje eiwit of DNA het micro-organisme wat de infectie veroorzaakt aan te tonen.

MMOP

Mensen met een oogprothese.

MMP

1: Matrix-metalloproteïnase.

MMT

Mobiel medisch team.

Mn

Symbool voor het mangaan (manganum) element uit het periodiek systeem.

MnSOD

Mangaan superoxide dismutase. Het MnSOD enzym is een voorname antioxidant in de mitochondria van de cel dat schade, veroorzaakt door vrije radicalen, moet voorkomen.

Mo

Symbool voor het molybdeen (molybdenum) element uit het periodiek systeem.

MO

1: Maatschappelijke opvang.

MOA

Medische opvang asielzoekers.

MOB

Medisch opvoedkundig bureau.

MOBG

Stuurgroep modernisering onderwijs beroepen gezondheidszorg.

Mobilis

Beweeglijk.

Mobiliseren

Het beweeglijk maken.

Mobiliteit

Beweeglijkheid.

MOBOV

Mobiliteit en openbaar vervoer.

MOD

Milieu ongevallen dienst.

MOF

Multipel orgaanfalen of orgaandysfunctie.

MOK

Moeilijk opvoedbare kinderen.

Moleculair

Met betrekking tot de moleculen.

Molecuul of molecule

Het kleinste deeltje van een stof wat nog alle typerende eigenschappen van die stof heeft.

MolMed

Moleculaire geneeskunde.

Molybdeen

Een metaal dat behoort tot de sporenelementen.

Moniliasis

Zie: candidiasis.

Monoaminen

Dit zijn aminen met een enkele (mono) aminogroep. Deze voor het centrale zenuwstelsel belangrijke neurotransmitters zijn dopamine, noradrenaline en serotonine.

Monoblast

Het voorstadium van een promonocyt, waaruit weer een monocyt ontstaat. Zie ook macrofaag en monocyt hieronder.

Monocyt

Ook de monocyten behoren tot de leukocyten en ontstaan, met als tussenvorm de promonocyt, uit een monoblast. Ze zijn zogenaamde 'vreetcellen' of fagocyten en hebben zo een functie binnen het immuunsysteem. Ongeveer 6% van de witte bloedcellen zijn monocyten.

Monocytose

Een meer dan normale hoeveelheid monocyten in het bloed.

Monogonie

Voortplanting zonder de bevruchting (ongeslachtelijk) van een eicel.

MOO

Medisch ondersteunende opleidingen.

MOOZ

Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfonds verzekerden.

MOP

Methoxypsoraleen.

MOR

Mu-opiaat receptor.

Morbidus

Ongezond of ziekmakend.

Morbus

Ziekte.

Morpio

Schaamluis.

MOSS

Met onderlinge steun studeren.

Motiliteit

Beweeglijkheid, het actief kunnen bewegen.

Moutsuiker

Maltose.

MOV

Meervoudig onverzadigd vetzuur.

MOVZ

Meervoudig onverzadigd vetzuur. De afkorting PUFA komen we vaker tegen.

MOX

Mengoxide.

Moxa

Brandbare, op wierook lijkende, stof die brandend boven een te behandelen plaats op het lichaam wordt gehouden. Een soortgelijke behandeling kan gedaan worden met behulp van een zogenaamde moxalamp, men noemt hem ook wel TDP lamp.

MP

1: Mucopolysaccharide.

MPG

Minimale psychiatrische gegevens.

MPO

Myeoloperoxidase.

MPP

Methyl-fenyl-pyridine.

MPR

Afkorting voor een vaccin tegen mazelen, bof (parotitis) en rodehond (rubella).

MPS

1: Meervoudige persoonlijkheids-stoornis.

MPTP

Methyl-fenyl-tetrahydropyridine.

MPU

Medisch psychiatrische unit.

MPZ

Milieu platform zorgsector.

MRA

Magnetische resonantie-angiografie.

MRC

Minimaal remmende concentratie.

MRCP

Magnetische resonantie cholangiopancreaticografie. MRCP is een MRI-scan van de galwegen, galblaas en de alvleesklier. Zodoende worden er, zonder gebruik te maken van röntgenstralen, opnamen gemaakt die tegenwoordig met een computer verwerkt worden. Dit onderzoek kan ook uitgevoerd worden met ERCP. Nogal wat mensen ervaren ERCP als vervelend omdat de arts met een endoscoop - een soort kijkbuis - inwendig onderzoekt. MRCP is veel minder vervelend en doet geen pijn.

MRI

Magnetische resonantie beeldvorming. MRI wordt ook wel kernspinresonantie genoemd.

mRNA

Boodschapper-RNA (ribonucleïnezuur).

MRL

Maximum residu limieten. Deze gelden voor medische producten die in de veeartsenij gebruikt worden. Men kontroleert op residuen van diergeneesmiddelen.

MRS

Menopauze gradatie schaal. Voor wat betreft het onderzoek naar de menopauze wordt tegenwoordig een vragenlijst, de MRS, met tien items gebruikt. Het is de bedoeling hiermee van deze 10 symptomen de ernst in kaart te brengen:

MRSA

Meticillineresistente (of multiresistente) Staphylococcus aureus. Zo'n 80 tot 90% van deze MRSA-stammen blijkt multiresistent en zodoende moeilijk met penicilline te bestrijden.

MRSE

Meticillineresistente Staphylococcus epidermidis.

MS

Multipele sclerose.

MSA

Multipele systeem atrofie.

MSC

Meyloïde mestcel.

MSD

Merck Sharp en Dohme, een farmaceutisch bedrijf in Haarlem.

MSG

Mono-sodiumglutamaat (E621), een smaakversterker.

MSH

1: Melanotropine.

MSM

Methylsulfonylmethaan, organisch gebonden zwavel.

MSRC

Medisch specialisten registratie commissie.

MSS

Maatschappelijk steunsysteem.

MST

1: Multi systeem therapie.

MSVN

Multipele sclerose vereniging Nederland.

Mt

Symbool voor het meitnerium element uit het periodiek systeem.

MT

Microtubulus of in het meervoud: microtubuli. Het eiwit tubuline wat in nagenoeg alle cellen voorkomt. De structuur is een zeer dunne buisvorm.

MTC

Moleculaire tumorcel detector.

MTCD

Medisch tuchtcollege.

MTHF

1: Methyl-tetra-hydrofolaat.

MTHFR

Methyleen-tetra-hydrofoliumzuur reductase.

MTIC

Monomethyl-triazeno-imidazol-carboxamide.

MTO

Medisch-technische ontwikkeling.

MTOC

Microtubulus organiserend centrum.

MTW

Medische tuchtwet.

MTX

Methotrexaat.

Muc

Mucine.

Mucocutaan

Met betrekking tot de huid- en slijmvliezen.

Mucositis

Slijmvliesontsteking.

Mucosus

Slijmerig.

MUF

Melamine ureumformaldehyde.

MUFA

Enkelvoudig onverzadigd vetzuur. De afkortingen EOV en EVOV worden ook wel gebruikt.

Multi-

In samenstellingen: veel.

Multi-mineralen

Een aantal mineralen (complex) samengebracht in een tablet of capsule.

Multi-vitaminen

Meerdere vitaminen (complex) gezamenlijk in een tablet of capsule.

MUMC

Maastricht universitair medisch centrum.

Musculatuur

Het spierstelsel.

Musculus

Spier, het meervoud is musculi.

Mutageen

1: Een verandering of mutatie teweegbrengend.

MVA

Mevalonzuur.

MVE

Medische verstrekkingseenheid.

MVG

Minimale (minimaal) verpleegkundige gegevens.

MVH

Methodisch verpleegkundig handelen.

MVI

Maatschappelijk verantwoord innoveren.

MVO

Productschap margarine, vetten en oliën.

MW

Maatschappelijk werk.

MWCZ

Medisch wellness centrum Zeeland.

MWD

Maatschappelijk werk en dienstverlening.

Myalgie of myalgia

Spierpijn.

Mycelium

Het netwerk van schimmeldraden oftewel het eigenlijke lichaam van een schimmel.

Mycose of mycosis

Een door schimmels of zwammen veroorzaakte ziekte.

Myeline

In de vorm van de zogenaamde mergschede of myelineschede bevindt zich een vetachtige stof, myeline. Het omhult de uitloper van een zenuwcel of neuriet.

Myelitis

Ontsteking van het beenmerg of ruggemerg.

Myoglobine

Myoglobine is nauw verwant aan hemoglobine. Het is de rode kleurstof van spierweefsel.

Myositis

Spierontsteking.

Myospasmus

Spierkramp.

Myrinx

Het trommelvlies.

MZ

1: Medische zaken.

MZA

Monozygote tweeling die afzonderlijk zijn opgegroeid.

MZH

Martini Ziekenhuis, het is gevestigd in het zuiden van de stad Groningen.

MZT

Monozygote tweeling die samen zijn opgegroeid.

MZU

Maximale zuuruitscheiding. De afkorting MAO wordt ook gebruikt.

N

1: Symbool voor het stikstof (nitrogenium) element uit het periodiek systeem.

Na

Symbool voor het natrium element uit het periodiek systeem.

NA

1: Noradrenaline, een transmitterstof.

NAA

Naftylazijnzuur.

NAAS

Nederlandse artsen acupunctuur stichting. De NAAS is per 1 december 2008 met de opleiding en nascholing gestopt. De stichting had een opleiding acupunctuur voor artsen, fysiotherapeuten, tandartsen en dierenartsen.

NAAV

Nederlandse artsen acupunctuur vereniging. De acupunctuur als geneeskunde is reeds vele duizenden jaren oud en vindt haar oorsprong in de traditionele Chinese geneeskunde, de TCG of TCM. In deze geneeskunde wordt ziekte gezien als een verstoring van energie-evenwicht in het lichaam. Ieder mens heeft een bepaalde hoeveelheid levensenergie die via banen (meridianen) door het lichaam stroomt. Is het energetisch evenwicht verstoord of is de energie-doorstroming geblokkeerd, dan ontstaat ziekte.

NABON

Nationaal borstkanker overleg Nederland.

NAC

1: Nucleolus geassocieerd chromatine.

NAD

Nicotinamide-adenine-dinucleotide.

NADH

Nicotinamide-adenine-dinucleotide hydride, NAD in gereduceerde vorm. NADH wordt ook wel co-enzym 1 genoemd.

NADP

Nicotinamide-adenine-dinucleotide-fosfaat.

NADPH

Nicotinamide-adenine-dinucleotide-fosfaat in gereduceerde vorm.

Naevus

Een aangeboren goedaardig gezwel wat ontstaat uit gekleurde (pigment) huidcellen. Het meervoud is naevi.

NAE

Nederlandse academie voor eetstoornissen.

NAEG

Nederlandse academie voor energetische geneeswijzen.

NAF

Nederlands astmafonds.

NAG

N-acetyl-glucosamine.

NAGA

N-acetyl-galactosamine.

NAH

Niet aangeboren hersenletsel.

NAINP

Neonatale allo-immuun neutropenie.

NALT

Neus (nasofarynx) geassocieerd lymfatisch weefsel (lymfeweefsel of lymfoïde weefsel). Zie ook: BALT, CMIS, GALT, MALT, MIS en SALT.

NAN

1: Nederlandse apothekers norm.

NAO

Niet anders of anderszins omschreven.

NAOMT

Nederlandse associatie orthopedische manuele therapie.

NAP

Nederlandse associatie voor psychotherapie.

NaPCA

Natrium-pyrolidonkoolzuur.

NAR

Nieuwe antigeen receptor.

Narcisme, narcismus of narcissisme

Zelfingenomenheid, een soort verliefdheid op de eigen persoonlijkheid of het eigen lichaam.

Narcomanie

Het verslaafd zijn aan verdovende middelen.

Narcoticum

Een verdovend middel. Het meervoud is narcotica.

Naris

Neusgat, het meervoud is nares.

NAS

Nieuwe actieve stof.

Nasaal of nasalis

Met betrekking tot de neus.

NASH

Niet-alcoholische steato-hepatitis.

NASO

Nederlandse associatie voor de studie van obesitas.

Nasus

Neus.

NAT

De nucleïnezuur amplificatie test (NAT) is een zeer gevoelige techniek die berust op de detectie van kleine hoeveelheden DNA of RNA van een virus. Deze test verkleint de vensterperiode aanzienlijk. De vensterperiode is de periode die ligt tussen het moment van besmetting en het positief worden van de test. De test is tevens niet afhankelijk van te vormen antistoffen tegen het betreffende virus en is vooral van belang bij de diagnose van de HIV-ziekte.

Nataal of natalis

De geboorte betreffend of met betrekking tot de geboorte.

Natriumbicarbonaat

Zogenaamd zuiveringszout, dubbel-koolzure soda wat een neutraliserende werking heeft op zuren.

NAV

1: Nederlandse anthropogenetische vereniging.

Nb

Symbool voor het niobium element uit het periodiek systeem.

NBAA

Nederlandse beroepsorganisatie van activiteiten-begeleiders en activiteiten-therapeuten. Na een fusie is dit nu de Phorza, zie aldaar.

NBB

Niet-bicarbonaatbuffers.

NBC

Stichting Nederlands bakkerij centrum.

NBD

1: Nasobiliare drainage.

NBGT

Nederlandse beroepsvereniging van gestalt-therapeuten.

NBOV

Nederlandse brood- en banketbakkers ondernemers vereniging.

NBPV

Nederlandse bond van psoriasispatiënten verenigingen.

NBS

Nederlandse brandwonden stichting.

NBT

1: Nitroblauwtetrazolium.

NBTE

Nederlandse vereniging voor biomaterialen en weefsel engineering.

NBV

Nederlandse biotechnologische vereniging.

NBVH

Nederlandse beroepsvereniging van hypnotherapeuten.

NCA

1: Nederlandse chiropractoren associatie.

NCB

Nederlandse christelijke blindenbond.

NCC

Niercel carcinoom.

NCCAM

Nationaal centrum voor complementaire en alternatieve geneeskunde.

NCCN

Neuro-cognitief centrum Nederland.

NCCZ

Nationale commissie chronisch zieken.

NCE

1: Nieuwe chemische stof.

NCF

Neutrofiele chemotactische factor.

NCFS

Nederlandse cystische fibrose stichting.

NCG

Natrium-chromoglycaat.

NcGv

Nederlands centrum geestelijke volksgezondheid. Door een fusie van het NcGv en het Nederlands instituut voor alcohol en drugs (NIAD) is in 1996 het Trimbos-instituut ontstaan.

NCH

Nederlands centrum hersenletsel.

NCOG

Nederlands congres voor openbare gezondheidsregeling.

NCP

Nederlands college voor paranormale genezers.

NCSV

Nederlandse Cranio-sacraal vereniging.

NCV

1: Nederlandse coeliakie vereniging.

NCvB

Nederlands centrum voor beroepsziekten.

NCZ

Netwerk cliëntenraden ziekenhuizen.

Nd

Symbool voor het neodymium element uit het periodiek systeem.

NDF

Nederlandse diabetes federatie.

NDI

Nefrogene diabetes insipidus.

NDN

Natuur diëtisten Nederland. Het doel van NDN is mensen attent te maken op de kracht van een juiste voeding. Men geeft voorlichting over wat zij daaronder verstaan. Ze willen de natuur weer centraal stellen in de hoop dat er een einde komt aan milieuvervuiling, leed van dieren, ongezonde landbouwmethoden, onjuiste bewerkingen van voeding waardoor nutriënten verloren gaan, niet transparante voedingsvoorlichting, overvloedige voedingsconsumptie, drankmisbruik en ongezonde voedingsreclame.

NDO

Niet-destructief onderzoek.

NDP

Nucleoside-difosfaat.

Ne

Symbool voor het neon element uit het periodiek systeem.

NE

Niacine-equivalenten. 1 NE = 1 mg nicotinezuur.

NEA

Nederlandse vereniging van geur- en smaakstoffen fabrikanten.

NEBAFA

Vereniging van Nederlandse fabrikanten van bakkerijgrondstoffen.

Nebula

Nevel of vlek.

NEC

Necrotiserende enterocolitis.

NeCeDo

Nederlands centrum voor dopingvraagstukken.

Necrose of necrosis

Weefsel en cellen die afsterven in een bepaald deel van het lichaam.

NEF

Nationaal epilepsie fonds.

Nefarma

Vereniging innovatieve geneesmiddelen Nederland Nefarma, is de branche-organisatie van farmaceutische bedrijven die zich richten op onderzoek en ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen.

Nefralgie

Nierpijn.

Nefritis of nephritis

Nierontsteking.

Neisseria

Een bacteriegeslacht van diplokokken (dit zijn gepaarde kokken) die ons kunnen opzadelen met o.a. een druiper (gonorroe of gonorrhoea) en ontsteking van de hersenvliezen of ruggenmergsvliezen.

Nematoden

De als parasiet bij de mens voorkomende rondwormen.

NEP

Neutraal endopeptidase.

Neprofarm

Neprofarm is de Nederlandse vereniging van de farmaceutische industrie van geneesmiddelen voor de zelfzorg en producten voor de gezondheid. De vereniging vertegenwoordigt de belangen van fabrikanten en importeurs van geregistreerde merkgeneesmiddelen die zonder recept verkrijgbaar zijn. Tot dit assortiment behoren zowel de reguliere zelfzorg-geneesmiddelen als de homeopathische, fytotherapeutische en antroposofische geneesmiddelen. Ook producten voor de gezondheid zoals voedings-supplementen, kruidenpreparaten en zelfzorgproducten die onder de wetgeving voor medische hulpmiddelen vallen worden door de leden van Neprofarm op de markt gebracht.

Nervaal

Met betrekking tot de zenuwen.

Nervus

Zenuw, het meervoud is nervi.

NES

Nutri-energetisch systeem.

NESDA

Nederlandse studie naar depressie en angst (NESDA). De NESDA is een wetenschappelijke studie naar het ontstaan van angst en depressie met tevens het verloop van deze klachten. De NESDA is in augustus 2004 van start gegaan met de werving van bijna 3000 deelnemers, met en zonder deze klachten. De deelnemers aan deze studie worden gedurende een periode van 8 jaar gevolgd.

NeSECC

Nederlandse sociëteit voor extra corporale circulatie.

NESS

Nederlandse stress stichting.

NESTOR

Nederlands stimuleringsprogramma ouderen onderzoek.

Netelkoorts

Zie: urticaria.

Netelroos

Zie: urticaria.

Netelzucht

Zie: urticaria.

Neuraal

Behorend tot een zenuw.

Neuralgie of neuralgia

Zenuwpijn, een vaak in het gebied van een gevoelszenuw bij vlagen optredende pijn.

Neuritis

Zenuwontsteking, degeneratieve verschijnselen in een zenuw gepaard gaand met pijn.

Neuroglia

Het steunweefsel van het zenuwstelsel. Het neuroglia bestaat uit gliavezels welke de uitlopers zijn van verschillende soorten gliacellen.

Neurologie

De kennis van de lichamelijke ziekten van het zenuwstelsel en de behandeling hiervan.

Neuroloog

Een zenuwarts die gespecialiseerd is in de neurologie.

Neuron

Een zenuwcel, een ganglioncel met de bij het cellichaam behorende uitlopers. Het meervoud is neuronen.

Neuroom of neuroma

Zenuwgezwel.

Neurotransmitter

Chemische stof die het overdragen van impulsen verzorgt tussen een zenuwcel en een ander orgaan of tussen de zenuwcellen onderling.

NeVLAT

Nederlandse vereniging van leraren in de Alexander techniek. De Alexandertechniek is een praktische techniek waarmee u kunt leren om beter gebruik te maken van uw natuurlijke balans en coördinatie in alle activiteiten van het leven.

NEW

Nederlandse echinokokken werkgroep.

Newton

De eenheid van kracht.

NF

1: Neurofibromatose.

NFG

Nederlandse federatie gezondheidszorg.

NFGV

1: Nationale federatie geestelijke volksgezondheidszorg.

NFI

Vereniging Nederlandse frisdranken industrie.

NFK

Nederlandse federatie van kankerpatiënten-organisaties.

NFkB

Nucleaire factor kappa B.

NFN

Nederlandse federatie voor nefrologie.

NFPN

Beroepsorganisatie voor paranormaal therapeuten.

NFS

Nederlandse federatie stotteren.

NFT

Neuro-fibrillaire vezelkluwen.

NFU

Nederlandse federatie van universitair medische centra. De NFU is een samenwerkingsverband van de acht universitair medische centra (UMC's) in Nederland en heeft als algemene doelstelling het behartigen van de gezamenlijke belangen van deze UMC's.

NFV

Nederlandse vereniging voor farmacologie.

NGBIT

Nederlands genootschap van bio-informatie therapie. Het is een onafhankelijke beroepsvereniging van bioresonantie specialisten.

NGF

1: Zenuw-groeifactor.

NGI

Nederlands genomics initiatief. Er wordt wereldwijd, ook in Nederland, veel onderzoek in genomics uitgevoerd. Het NGI vormt hierin een belangrijke spil door als doel een infrastructuur te creëren waarbinnen genomics onderzoek uitgevoerd kan worden. Belangrijk hierbij zijn 14 grootschalige centra die gericht zijn op maatschappelijke thema's als voeding, gezondheid en duurzaamheid.

NGOO

Nederlands genootschap orthomoleculaire oncologie. Men vertelt daar dat een doelstelling van de NGOO is andere artsen en wetenschappers op de hoogte te houden van relevante literatuur inzake niet toxische- of orthomoleculaire behandeling van kanker. Men wil daarmee proberen een brug te slaan tussen de reguliere- en de orthomoleculaire behandeling. Beiden maken gebruik van dezelfde onderzoeksmethoden, beiden werken in op de biochemie en kunnen elkaars werking bevorderen. U vindt er links naar websites met informatie over voeding en kanker. Verder is er een lijst met gerandomiseerde, derde fase studies over het effect van voeding en voedings-supplementen bij kanker.

NGS

Nederlands genootschap voor sportmassage.

NGTT

Netwerk van Gestalt- en transpersoonlijke therapeuten.

NGvA

Nederlands genootschap van abortus-artsen.

NGV

Nederlandse genetische vereniging. De activiteiten van de NGV gaan heel ver. Dit vooral door de enorme toename van de genetische kennis van mens, plant, dier en mico-organismen.

NGVH

Nederlands gilde van hypnotherapeuten.

NHB

1: Nederlandse hospice beweging.

NHDI

Nederlandse hervormde diaconessen inrichting.

NHG

Nederlands huisartsen genootschap.

NHI

Nederlands huisartsen instituut.

NHL

Non-Hodgkin-lymfoom.

NHS

1: Nederlandse hart stichting.

NHTR

Niet-hemolytische transfusiereactie.

NHV

1: Nederlandse hyperventilatie vragenlijst.

Ni

Symbool voor het nikkel element uit het periodiek systeem.

NIA

1: Nederlands instituut voor arbeidsomstandigheden.

Niacinamide

Zie: nicotinamide.

NIAD

Nederlands instituut voor alcohol en drugs. Door een fusie van het NIAD en het NcGv is in 1996 het Trimbos-instituut ontstaan.

NIADM

Niet insuline-afhankelijke diabetes mellitus. Ook als diabetes mellitus type-2 aangeduidt.

NIAZ

Nederlands instituut voor accreditatie van ziekenhuizen.

NIBA

Nederlands instituut voor bio-energetische analyse.

NIBB

Nederlands instituut voor biorelease en biodynamische psychologie.

NIBI

Nederlands instituut voor biologie.

NIC

Nationaal influenza centrum.

Nicotinamide of nicotinezuur

Vitamine B3.

NICTIZ

Nationaal ICT instituut in de zorg.

NICU

Neonatale intensive care unit.

NIDDM

Niet insuline-afhankelijke diabetes mellitus.

NIG

1: Nederlands iriscopisten gilde.

NIGZ

Nationaal instituut voor gezondheids-bevordering en ziektepreventie.

NIKIM

Stichting Nationaal informatie en kenniscentrum integrale geneeskunde. Deze stichting werd in 2006 opgericht met als doel het gedachtengoed van IM te verspreiden in Nederland. Zie verder bij: IM.

NIN

Nederlands instituut voor neurowetenschappen. Het NIN doet fundamenteel wetenschappelijk onderzoek aan het centraal zenuwstelsel. Het onderzoek is multidisciplinair van opzet en richt zich vooral op ontwikkeling, plasticiteit en veroudering van de hersenen. Men verricht zowel onderzoek naar het normale functioneren van de hersenen als naar het ontstaan van ziektebeelden en de ontwikkeling van therapeutische strategieën.

NIOO

Nederlands instituut voor ecologie. Het NIOO doet fundamenteel en strategisch onderzoek aan individuele organismen, populaties, levensgemeenschappen en ecosystemen.

NIOS

Nederlands instituut opleidingen sportartsen.

NIP

1: Nederlands instituut van psychologen.

NIR

Nabij-infrarood.

NIS

Nederlands instituut voor stervensbegeleiding.

NISB

Nederlands instituut voor sport en bewegen.

NISBO

Nederlandse islamitische bond voor ouderen.

NISG

Nederlands instituut voor sport en gezondheid.

NISSO

Nederlands instituut voor sociaal seksuologisch onderzoek.

NIT

Nationale informatiebank toegankelijkheid.

NITEL

Nederlands instituut voor telemedicine.

Nitraat

Een zoutverbinding van salpeterzuur, nitraat is niet giftig.

Nitriet

Bij het verwarmen van b.v. nitraathoudende groente kan het, voor het menselijk lichaam, giftige nitriet ontstaan.

NIV

Nederlandsche internisten vereniging.

NIVEL

Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg. Het NIVEL onderzoekt de effectiviteit en de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland. Verder ook de (relaties tussen) verschillende partijen in de zorg: zorgaanbieders, zorggebruikers, zorgverzekeraars en de overheid.

NIZW

Nederlands instituut voor zorg en welzijn. Het instituut bestaat sinds januari 2007 niet meer.

NKFK

Nederlands kenniscentrum farmacotherapie bij kinderen.

NKI

Nederlands kanker instituut.

NKV

Nederlandse Klinefelter vereniging.

NLCS

Nederlandse cohortstudie.

NLD

Vertaald is dit: niet-verbale leerstoornis.

NLDS

Nederlandse lever darm stichting.

NLNet

Nederlands lymfoedeem netwerk.

NLP

Neuro-linguïstisch programmeren.

NLV

1: Een op Norwalk lijkend virus.

NM

Normetanefrine.

NMDA

N-methyl-d-aspartaat.

NMN

Nicotinaat-mono-nucleotide.

NMP

Nucleoside-monofosfaat.

NMR

Afkorting van nucleaire magnetische resonantie. NMR wordt ook wel kernspintomografie genoemd.

NMS

Nederlandse meningitis stichting.

NMT

Nederlandse maatschappij tot bevordering der tandheelkunde.

NNG

Nationale natuurgebonden gezondheidsorganisatie.

NNRTI

Niet-nucleoside omgekeerd transcriptaseremmer.

NNV

Nederlandse natuurkundige vereniging.

No

Symbool voor het nobelium element uit het periodiek systeem.

NO

Stikstofmonoxide.

NOAG

Nederlandse orde van alternatieve genezers.

NOD

1: Nederlandse onderzoek databank.

NOG

Nederlands oogheelkundig genootschap of gezelschap.

NOKH

Nederlandse organisatie van klassiek Homeopaten.

Nomenclatuur

In de vaktaal gebruikte benaming of naamgeving.

Non-

In samenstellingen: niet of het afwezig zijn van.

NOPT

Nederlandse organisatie van paranormaal therapeuten.

NOR

Nucleolus organiserend gebied.

Noradrenaline

Dit hormoon wordt aangemaakt door het merg van de bijnieren. De hoofdtaak is het vernauwen van bloedvaten en slagaders (vasoconstrictie) zodat de bloeddruk stijgt.

Normocyt

Een er normaal uitziende rode bloedcel.

NOS

Stikstofmonoxide-synthetase.

NOT

Neuro organisatie techniek.

Notalgie of notalgia

Rugpijn.

NOTK

Nijmeegs offensief tegen kanker.

NOV

1: Nederlandse obesitas vereniging.

Np

Symbool voor het neptunium element uit het periodiek systeem.

NPAG

Nederlandse psycho-analytische groep.

NPAR

Nationaal publiek beoordelings-rapport. Hierin zijn de belangrijkste gegevens uit het verrichtte onderzoek bij mens en proefdier samengevat. Zie ook: EPAR.

NPC

Kernporie-complex.

NPCF

Nederlandse patiënten en consumenten federatie.

NPCG

Nationaal panel chronisch zieken en gehandicapten.

NPG

1: Nederlands psychoanalytisch genootschap.

NPH

Neutrale protamine Hagedorn.

NPI

1: Nederlands psychoanalytisch instituut.

NPKUV

Nederlandse fenylketonurie vereniging. De NPKUV is een landelijke vereniging voor phenylketonurie-patiënten. Maar ook voor ouders of partners van patiënten en overige geïnteresseerden in fenylketonurie, afgekort tot PKU. PKU is een zeldzame stofwisselingsziekte die in Nederland wordt ontdekt door het uitvoeren van de hielprik bij pasgeboren baby's.

NPN

Organisatie natuur- en gezondheids-producten Nederland.

NPS

Narcistische persoonlijkheidsstoornis.

NPTN

Netwerk palliatieve zorg voor terminale patiënten Nederland.

NPV

1: Nederlandse patiënten vereniging.

NREM

Niet-REM slaapstadia.

NRF

Nationaal revalidatie fonds.

NRK

Nederlandse Rode Kruis.

NRM

Nederlands register voor Mesologie.

NRPK

Nederlandse raad voor particuliere klinieken.

NRR

Nederlandse reanimatie raad.

NRTI

Nucleoside omgekeerd transcriptaseremmer.

NRV

Nationale raad voor de volksgezondheid.

NSAID

Niet-steroïde anti-inflammatoir middel. Het remt ontstekingen.

NSAIP

Niet-steroïde anti-inflammatoire farmaca, werkt ontstekings-remmend.

NSCK

Nederlands signalerings-centrum kindergeneeskunde.

NSCLC

Niet-kleincellig long carcinoom.

NSE

1: Neuronspecifiek enolase.

NSF

Nederlandse specialisten federatie. Het is nu de 'Orde van medisch specialisten' die na een fusie in januari 1997 ontstaan is.

NSG

Nederlands specialisten genootschap, is in juni 2000 opgeheven.

NSGK

Nederlandse stichting voor het gehandicapte kind.

NSK

Nederlandse school voor kinesiologie.

NSMD

Nederlandse stichting voor manisch depressieven. Sinds 1987 is dit de VMDB ofwel vereniging voor manisch depressieven en betrokkenen.

NSN

Nierstichting Nederland.

NSTG

Nederlandse stichting ter bevordering van de Tibetaanse geneeskunde.

NSU

Niet specifieke uretritis.

NSVG

Nederlandse stichting voor gelaryngectomeerden.

NSVM

Nederlandse stichting voor Ménièrepatiënten.

NSWO

Nederlandse vereniging voor slaap- en waak onderzoek.

NT

Nitrotyrosine.

NTAC

Nederlands technisch advies college. Het NTAC zegt sinds de oprichting in 1989, qua kennis en ervaring op het brede terrein van de medische hulpmiddelen, in Nederland een prominente positie in te nemen. Het technisch adviescollege richt haar dienstverlening zowel op gemeenten, zorginstellingen, zorgkantoren en zorgverzekeraars als op consumenten en particulieren.

NTBC

Nitro-trifluoromethylbenzoyl.

NTF

Nederlands tuberculose fonds.

NT-MRSA

Niet-typeerbare methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA). Volgens gegevens van het RIVM blijken veel varkens een variant van deze ziekenhuisbacterie bij zich te dragen. Deze variant, de NT-MRSA genoemd, is ook gevonden bij mensen die in contact komen met levende varkens en vleeskalveren. Deze bacterie is gevaarlijk voor zieken en mensen met wonden of catheters. Zij kunnen een MRSA infectie oplopen die moeilijk te behandelen is.

NTN

Netwerk thuiszorg Nederland.

NTP

Nucleoside-trifosfaat.

NTS

Nederlandse transplantatie stichting.

NTTT

Niet toxische tumor-therapie.

NTV

Nederlandse transplantatie vereniging.

NTvG

Nederlands tijdschrift voor geneeskunde.

NTvU

Nederlands tijdschrift voor urologie.

Nu

Nucleotidase, een enzym wat in veel organen van het lichaam voorkomt.

NU91

Beroepsorganisatie voor de verpleging en verzorging.

Nucleïne

Dit is de oude benaming voor DNA.

Nucleïnezuur

Er bestaat een groot aantal soorten nucleïnezuren in ons organisme. De chemische rangschikking der moleculen is enorm gevarieerd. Men onderscheidt twee typen, namelijk ribonucleïnezuur of RNA en desoxyribonucleïnezuur of DNA. Het voortbestaan van deze zuren wordt gewaarborgd door zichzelf te vermenigvuldigen (replicatie).

Nucleus

1: Een groep van zenuwcellen in het centrale zenuwstelsel.

NuGO

Nutrigenomics organisatie. Nutrigenomics is de wetenschap waarin de interactie wordt bestudeerd tussen genen en voeding. Maar ook hoe de genetische variaties kunnen leiden tot een verschillende respons op voeding en voedingsstoffen.

NUMC

Nijmeegs universitair medisch centrum.

Nutriënt

Een voor het lichaam onmisbare voedingsstof. De verschillende nutriënten zijn eiwit, electrolyt, koolhydraat, mineraal, vet, vitamine en tenslotte water.

Nutriment of nutrimentum

Voedingsmiddel of voedsel.

NUVO

Nederlandse unie van optiekbedrijven.

NVA

1: Nederlandse vereniging voor autisme.

NVAA

Nederlandse vereniging van antroposofische artsen. De antroposofische gezondheidszorg is als uitbreiding van de natuurwetenschappelijke geneeskunde ontwikkeld vanuit de antroposofische visie op de mens. Centraal in het antroposofisch mensbeeld staat het gegeven dat de mens een zich ontwikkelend wezen is, waarbij gezondheid en ziekte een rol spelen. Gezondheid kan worden omschreven als een dynamisch evenwicht tussen lichamelijke, fysiologische, psychische en geestelijke processen. Deze evenwichtssituatie tussen lichaam, ziel en geest varieert met de leeftijd en is steeds afhankelijk van de karakteristieke kenmerken van de persoon. Bij ziekte is dit evenwicht verstoord.

NVAB

1: Nederlandse vereniging voor AIDS behandelaren.

NVACP

Nederlandse vereniging voor Addison en Cushing patiënten.

NVAF

Nederlandse vereniging van Antroposofische fysiotherapeuten. Antroposofische fysiotherapie is een uitbreiding van de reguliere fysiotherapie en is gebaseerd op het antroposofisch mensbeeld dat door Rudolf Steiner is ontwikkeld.

NVAGT

Nederlands-Vlaamse associatie voor Gestalttherapie en Gestalttheorie.

NVALT

Nederlandse vereniging van artsen voor longziekten en tuberculose.

NVAM

Nederlandse vereniging van anesthesie-medewerkers.

NVAMD

Neovasculaire leeftijdsgebonden maculadegeneratie.

NVAMG

Federatie Nederlandse vereniging van artsen voor manuele geneeskunde. De manuele en de orthomanuele geneeskunde behandelen die klachten welke te maken hebben met het bewegingsapparaat en het zenuwstelsel in de wervelkolom. Sinds januari 2006 is dit de NVOMG.

NVAP

1: Nederlandse vereniging voor algemene patiëntenbelangen.

NVAS

Nederlandse voedselallergie stichting. Sinds 1999 is de naam: Stichting voedselallergie.

NVAT

Nederlandse vereniging voor aura- en chakra-therapeuten.

NVAV

Nederlandse vereniging voor Antroposofisch verpleegkundigen. De V&VN is door een grote fusie in 2006 van alle verpleegkundige beroepsverenigingen voortgevloeid uit de NVAV.

NVAVG

Nederlandse vereniging van artsen voor verstandelijk gehandicapten.

NVAZ

1: Nederlandse vereniging van Antroposofische zorgaanbieders.

NVB

1: Nederlandse vereniging voor bloedtransfusie.

NVBMB

Nederlandse vereniging voor biochemie en moleculaire biologie.

NVBP

Nederlandse vereniging ter bestudering van pijn.

NVBS

Nederlandse vereniging van blinden en slechtzienden.

NVBT

1: Nederlandse vereniging voor beeldende therapie.

NVC

Nederlandse vereniging van chirotherapeuten.

NVCT

Nederlandse vereniging voor creatieve therapie. De NVCT is in maart 2006 definitief opgeheven. Hieruit zijn vier beroepsverenigingen opgericht die samen de federatie vaktherapeutische beroepen ofwel FVB vormen.

NVCZ

Nederlandse vereniging complementaire zorg.

NVD

1: Nederlandse vereniging van diëtisten.

NVDA

Nederlandse vereniging van doktersassistenten.

NVDAT

Nederlandse vereniging voor danstherapie.

NVDEC

Nederlandse vereniging van dier-experimenten commissies.

NVDK

Nederlandse vereniging voor dagbehandeling en kort verblijf.

NVDO

Nederlandse vereniging voor diabetes onderzoek.

NVDT

Nederlandse vereniging voor dramatherapie.

NVDV

Nederlandse vereniging voor dermatologie en venereologie.

NVE

1: Nederlandse vereniging voor ergotherapie.

NVEH

Nederlandse vereniging voor E-health. De NVEH werd in februari 2005 opgericht.

NVEPC

Nederlandse vereniging voor esthetische plastische chirurgie.

NVET

Nederlandse vereniging voor euritmie-therapie.

NVF

1: Nederlandse vereniging voor fytotherapie.

NVFG

1: Nederlandse vereniging voor farmaceutisch geneeskundigen.

NVFW

Nederlandse vereniging voor farmaceutische wetenschappen.

NVG

1: Nederlandse vereniging voor gerontologie.

NVGG

Nederlandse vereniging voor groeihormoondeficiëntie en groeihormoon-behandeling.

NVGN

Nederlandse vereniging voor geestelijke- en natuurgeneeswijzen.

NVGP

1: Nederlandse vereniging van Graves patiënten.

NVGT

Nederlandse vereniging voor gentherapie. Men zegt er dat de belangstelling voor gentherapie in Nederland groot is, getuige de toenemende hoeveelheid onderzoek op dit gebied. Daarnaast zijn de eerste stappen gezet in de klinische toepassing van gentherapie bij patiënten. Daarom hebben een aantal experts op dit gebied op 19 maart 1999 de NVGT opgericht. De doelstellingen van de NVGT zijn:

NvH

Nederlandse vereniging van Huntington. De doelstelling van de NvH is het behartigen van zowel de individuele als de collectieve belangen van patiënten met de ziekte van Huntington, risicodragers, partners en andere betrokkenen alsmede het bevorderen van hun sociaal-maatschappelijke activiteiten.

NVH

1: Nederlandse vereniging voor hepatologie.

NVHG

Nederlandse vereniging voor humane genetica.

NVHP

Nederlandse vereniging van hemofilie patiënten.

NVHT

1: Nederlandse vereniging van homeopathisch tandartsen.

NVHVV

Nederlandse vereniging voor hart en vaat verpleegkundigen.

NVI

Nederlands vaccin instituut.

NVIC

1: Nederlandse vereniging voor intensive care. De NVIC is een vereniging voor artsen met belangstelling voor intensive care-geneeskunde.

NVICV

Nederlandse vereniging voor intensive care verpleegkundigen.

NVK

1: Nederlandse vereniging voor kindergeneeskunde.

NVKC

Nederlandse vereniging van klinische chemie en laboratorium-geneeskunde.

NVKF

Nederlandse vereniging voor klinische fysica.

NVKFB

Nederlandse vereniging voor klinische farmacologie en biofarmacie.

NVKG

1: Nederlandse vereniging voor kristalgroei.

NVKH

Nederlandse vereniging van klassiek homeopaten. De NVKH is een vereniging van professionele klassiek homeopaten. Men zegt er dat de aangesloten homeopaten gedegen zijn opgeleid en hoge kwaliteitsnormen aan zichzelf stellen. Deze kwaliteitszorg behelst opleiding, nascholing, beroepsethiek en praktijkvoering.

NVKNF

Nederlandse vereniging voor klinische neurofysiologie.

NVKP

Nederlandse vereniging kritisch prikken. Men biedt informatie over vaccinaties en de bewuste keuze rondom vaccinaties tegen o.a. kinkhoest, polio, mazelen, rode hond, bof, difterie, pneumokokken, tetanus en baarmoederhalskanker.

NVKT

Nederlandse vereniging voor kunstzinnige therapie op antroposofische grondslag. Kunstzinnige therapie is een paramedisch beroep met een opleiding op HBO-niveau. In het antroposofisch mensbeeld wordt het geheel van lichaam, psyche en individualiteit bij ieder mens gezien als een unieke eenheid ofwel een holistische visie.

NVKZ

Nederlandse vereniging voor kwaliteit en zorg.

NVL

1: Nederlandse vereniging voor Lymepatiënten.

NVLE

Nationale vereniging lupus erythematodes patiënten.

NVLF

Nederlandse vereniging voor logopedie en foniatrie.

NVLO

Nederlandse vereniging leidinggevenden operatieafdeling.

NVLP

Nederlandse vereniging voor Lyme-patiënten.

NVLR

Nederlandse vereniging voor levensmiddelen-recht.

NVM

Nederlandse vereniging van mondhygiënisten.

NVMA

Nederlandse vereniging medische administratie.

NVMB

Nederlandse vereniging voor matrix biologie.

NVMBR

Nederlandse vereniging medische beeldvorming en radiotherapie.

NVML

Nederlandse vereniging van bio-medisch laboratorium-medewerkers.

NVMM

Nederlandse vereniging voor medische microbiologie.

NVMO

Nederlandse vereniging voor medische oncologie.

NVMT

Nederlandse vereniging voor manuele therapie.

NVMW

Nederlandse vereniging van maatschappelijk werkers.

NVN

1: Nederlandse vereniging voor narcolepsie.

NVNF

Nederlandse vereniging voor neurofeedback.

NVNG

Nederlandse vereniging voor nucleaire geneeskunde.

NVNLP

Nederlandse vereniging voor neuro-linguïstisch programmeren.

NVNR

Nederlandse vereniging voor neuraal- en regulatie-therapie. De theoretische basis van de neuraal- en regulatie therapie is het basis bioregulatie systeem (BBRS). In dit systeem spelen de bindweefselcellen, het autonoom zenuwstelsel, het hormonaal-systeem en het immuunsysteem, een belangrijke rol. Bij verstoring van het biologisch evenwicht (b.v. als gevolg van een ontsteking of een operatie) dan reageert dit BBRS systeem als eerste, ten gevolge waarvan een stoorveld ontstaat. Onder stoorvelden verstaan we een dusdanige verandering in het biologisch evenwicht van het autonoom zenuwstelsel, dat er aldaar een (pijn) klacht (maar ook elders in het lichaam) kan ontstaan (en blijven). Enkele voorbeelden van stoorvelden: littekens, slecht helende wonden en gebitsproblemen.

NVO

1: Nederlandse vereniging van orthoptisten.

NVOG

Nederlandse vereniging voor obstetrie (verloskunde) en gynaecologie.

NVOI

Nederlandse vereniging voor orale implantologie. De NVOI is een wetenschappelijke vereniging van tandheelkundige zorgverleners die zich bezighouden met alles wat te maken heeft met tandheelkundige implantaten.

NVOM

Nederlandse vereniging oefentherapie Mensendieck.

NVOMG

Nederlandse Vereniging van artsen voor orthomanuele geneeskunde. Orthomanuele geneeskunde is een specifieke aanvulling in diagnostische en therapeutische zin op de gebruikelijke benadering van klachten die samenhangen met het bewegingsapparaat. Deze vereniging is ontstaan uit een fusie van de VAMG en de VAOMG

NVOS

Nederlandse vereniging van orthopedisch schoentechnici.

NVP

1: Nederlandse vereniging voor parasitologie. De NVP stimuleert en ondersteunt activiteiten met als doel een kwalitatieve verbetering van de diagnostiek en behandeling van parasitaire infecties. De informatie over 'medische parasitologie' en 'veterinaire parasitologie' op de website van de NVP wordt aangeleverd door deskundigen op het gebied van parasitaire infecties bij mens en dier.

NVPA

1: Nederlandse vereniging voor psychoanalyse.

NVPC

Nederlandse vereniging voor plastische chirurgie.

NVPG

Nederlandse vereniging voor preventie en gezondheids-bevordering.

NVPIT

Nederlandse vereniging voor postural integratie therapeuten.

NVPMKT

Nederlandse vereniging voor psycho-motorische kinder-therapie.

NVPMT

Nederlandse vereniging voor psycho-motorische therapie.

NVPO

Nederlandse vereniging voor psychosociale oncologie.

NVPP

Nederlandse vereniging voor psychoanalytische psychotherapie.

NVPV

Nederlandse vereniging voor psychiatrische verpleegkunde.

NVR

Nederlandse vereniging voor reumatologie.

NVRB

Nederlandse vereniging voor radiobiologie.

NVRG

Nederlandse vereniging voor relatie- en gezinstherapie.

NVRM

Nederlandse vereniging van Reiki masters.

NVRO

Nederlandse vereniging voor radiotherapie en oncologie.

NVRT

Nederlandse vereniging van reïncarnatie therapeuten.

NVS

Nervus vagus stimulatie of stimulator.

NVSAP

Nederlandse vereniging slaapapneu-patiënten.

NVSCA

Nederlandse vereniging voor schisis en craniofaciale afwijkingen.

NVSG

Nederlandse vereniging voor sociale geriatrie. Het is nu stichting Geriopterix.

NVSH

Nederlandse vereniging voor seksuele hervorming.

NVSHV

Nederlandse vereniging spoedeisende hulp verpleegkundigen.

NVSMC

Nederlandse vereniging slachtoffers medische contrastmiddelen.

NVSP

Nationale vereniging Sjögrenpatiënten. Het syndroom van Sjögren is een chronische ontsteking van de traan- en speekselklieren. Ook in andere organen kunnen ontstekingen voorkomen. De oorzaak van de ziekte is niet bekend. Er wordt aangenomen dat de ontstekingen worden veroorzaakt door een reactie van het afweersysteem tegen het eigen lichaam. Dit syndroom wordt daarom een auto-immuunziekte genoemd.

NVSPH

Nederlandse vereniging van sociaal pedagogische hulpverleners. Na een fusie is dit nu de Phorza, zie aldaar.

NVSPV

Nederlandse vereniging van sociaal psychiatrisch verpleegkundigen.

NVST

Nederlandse vereniging van Soma therapeuten.

NVT

1: Nederlandse vereniging voor thoraxchirurgie.

NVTCG

Nederlandse vereniging voor traditionele Chinese geneeskunde.

NVTH

1: Nederlandse vereniging voor toegepaste hypnose.

NVTM

Nederlandse vereniging voor transformatiewerk Meeuwenveen. De naam is gewijzigd in de Nederlandse vereniging voor transformatiewerk, ofwel de NVVT.

NVU

Nederlandse vereniging voor urologie.

NVvA

Nederlandse vereniging voor allergologie.

NVVA

Nederlandse vereniging van verpleeghuisartsen en sociaal geriaters.

NVvC

Nederlandse vereniging voor celbiologie.

NVVC

Nederlandse vereniging voor cardiologie.

NvvCO

Nederlandse vereniging voor chirurgische oncologie.

NVvD

Nederlandse vereniging van dystoniepatiënten.

NVVE

Nederlandse vereniging voor vrijwillige euthanasie.

NVVG

Nederlandse vereniging voor verzekerings-geneeskunde.

NvvH

Nederlandse vereniging voor hypnose.

NVvH

1: Nederlandse vereniging voor heelkunde.

NVvHP

Nederlandse vereniging voor hoofdpijn patiënten.

NVVI

Nederlandse vereniging voor immunologie.

NVVL

Nederlandse vereniging voor voedingsleer en levensmiddelen-technologie. De NVVL staat open voor iedereen die de wetenschappelijke, praktijkgerichte en maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van voeding, voedsel en voedselbereiding wil volgen.

NVVM

1: Nederlandse vereniging voor mesologie.

NVvMT

Nederlandse vereniging voor muziektherapie.

NVVN

Nederlandse vereniging van neurochirurgen.

NVvO

1: Nederlandse vereniging voor oncologie.

NVvP

1: Nederlandse vereniging voor psychiatrie.

NVVP

1: Nederlandse vereniging voor pathologie.

NVVPP

Nederlandse vereniging van Paget patiënten.

NVvR

1: Nederlandse vereniging van rugpatiënten.

NVVS

1: Nederlandse vereniging voor seksuologie.

NVVT

Nederlandse vereniging voor transformatiewerk.

NVVZ

Nederlandse vereniging voor verpleeghuiszorg.

NVWOA

Nederlandse vereniging tot wetenschappelijk onderzoek naar de astrologie.

NVZ

Nederlandse vereniging van ziekenhuizen.

NVZA

Nederlandse vereniging van ziekenhuis-apothekers.

NVZD

Nederlandse vereniging van ziekenhuis directeuren.

NW

Normaalwaarde.

NWHHT

Nederlandse werkgroep hoofd- en halstumoren.

NWO

Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek.

NWO-MW

Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek en medische wetenschappen.

NWP

Nederlandse werkgroep van praktizijns in de natuurlijke geneeskunst.

Nystagmografie

Het registreren van nystagmus, zie ook: ENG.

Nystagmus

De heen en weer gaande zich ritmisch herhalende beweging van de oogbol, zie ook: ENG.

NZa

Nederlandse zorgautoriteit welke in oktober 2006 is ontstaan uit de CTG en CTZ.

NZF

Nederlandse zorg federatie.

NZI

Nationaal ziekenhuis instituut.

NZO

Nederlandse zuivel organisatie.

NZR

Nationale ziekenhuisraad.

NZVN

Nachtzorg vereniging Nederland.

NZVT

Nederlands zekerheidssysteem voedingssupplementen topsport.

NZZA

Nederlandse ziekenhuis en zorg academie.

O

1: Eén der bloedgroepen.

OA

1: Oliezuur, een belangrijk omega-9 vetzuur.

OAB

Overactieve blaas.

OAC

Oraal anticonceptiemiddel, orale anticonceptie of anticonceptiva.

OAE

Oto-akoestische emissie.

OAF

Osteoclast activerende factor.

OAS

Orale anti-stolling.

OATP

Organisch anion-transporterend polypeptide.

OATP-C

Organisch anion-transporterend polypeptide-C.

OBAG

Overlegorgaan beroepsverenigingen in de Antroposofische gezondheidszorg.

Obdormitie of obdormitio

Het zogenaamde 'slapen' van armen of benen.

Obductie

Lijkschouwing, het werkwoord is obduceren. Sectie en autopsie worden ook gebruikt.

Obesitas

Corpulentie of vetzucht.

Object

Een voorwerp wat onderzocht wordt.

Objectief

Een uit meerdere lenzen bestaand systeem in een optisch toestel. Dit kan bijvoorbeeld een camera, microscoop, röntgenapparaat of een toestel voor oogmetingen zijn.

Obligaat

Noodzakelijk, onvoorwaardelijk of verplicht.

Obliterans

Obliteratie - zie hieronder - veroorzakend.

Obliteratie of obliteratio

Het verstoppen, verschrompelen, dichtgroeien of dichtslibben van holten of vaten in het lichaam.

Oblivio

Vergeetachtigheid.

Oblongata

Verlengd.

Obscuratie of obscuratio

Verduistering.

Observatie

Waarneming.

Obsessie of obsessio

Bezetenheid of dwanggedachte.

Obsoleet

Niet meer in gebruik of verouderd.

Obstetrica

Vrouwelijke arts-verloskundige, specialist in de verloskunde.

Obstetricus

Mannelijke arts-verloskundige, specialist in de verloskunde.

Obstetrie

Verloskunde.

Obstetrix

Vroedvrouw.

Obstipatie of obstipatio

Verstopping.

Obstructie of obstructio

Afsluiting of belemmering.

Obturatie of obturatio

Afsluiting.

Obturator

Afsluiter of sluitplaat.

OC

Opvangcentrum.

Occipitaal

Met betrekking tot het achterhoofd.

Occlusief

Afsluitend.

Occult

Niet direct waarneembaar of verborgen.

Occultisme

Leer van het occulte.

OCenW

Onderwijs, cultuur en wetenschappen (ook: OCW).

OCM

Oefentherapeut Cesar en Mensendieck.

OCMW

Openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, er zijn talrijke van deze centra.

OCP

Organochloor pesticide.

OCPS

Obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis.

OCS

Obsessieve compulsieve stoornis. Deze steeds opnieuw optredende (recidief) en aanhoudende dwanghandelingen (compulsies) werden vroeger ook wel dwangneuroses genoemd.

OCSW

Onderwijs, cultuur, sport en welzijn.

OCT

Optische coherente tomografie.

Oculus

Het oog.

OCW

Onderwijs, cultuur en wetenschappen (ook: OCenW).

OD

Oculus dexter ofwel het rechter oog.

ODB

Open ductus Botalli.

ODC

1: Ornithine-decarboxylase.

Odor

Geur, reuk of stank.

OD

Oculus dexter, het rechter oog.

ODB

Open ductus Botalli.

Odontalgie

Kiespijn of tandpijn, pijn in één of meer elementen van het gebit.

Odonticum

Een middel tegen kiespijn. Odontica is het meervoud.

Odontitis

Ontsteking van één of meer gebitselementen. Normaal zeggen we dan een ontstoken kies of tand.

Odontogeen

Uitgaande van een kies of tand.

Odontoliet

Tandsteen.

Odontologie

1: Tandheelkunde.

ODR

Optische densiteits-verhouding.

ODS

Oculus dexter et sinister, het rechter en linker oog.

OEC

Ortho-ergisch contact.

Oedeem of oedema

Een ophoping van vocht in het weefsel.

Oestrogeen, oestrogenen

Hormonale stoffen die de geslachtskenmerken ontwikkelen, instandhouden en periodieke veranderingen in de geslachtsorganen van de vrouw aansturen.

OFC

Orbitofrontale cortex.

OFD

Oraal-faciaal digitaalsyndroom.

Officinalia of officinalis

De geneesmiddelen die volgens de officiële lijst of farmacopee in een apotheek voorradig moeten zijn.

OFO

Oriënterend fertiliteits onderzoek. Een OFO dient de oorzaken te vinden, die belemmerend werken op het ontstaan van een zwangerschap. Met behulp van de gegevens van het OFO kan een behandelplan worden opgesteld.

Oftalmie of ophthalmia

Oogontsteking.

OFZ

Overleg farmaceutische zorg.

OG

Orthomoleculaire geneeskunde.

OGD

Oesofago-gastro-duodenoscopie.

OGGZ

Openbare geestelijke gezondheidszorg.

OGT

Opthalmotrope genetische therapie.

OGTT

Orale glucose tolerantie test. De OGTT wordt uitgevoerd om een indruk te krijgen van de suikerhuishouding. Na het drinken van suikerwater (glucose opgelost in water) wordt de bloedsuikerspiegel bepaald. Wanneer de suikerhuishouding in orde is zal de bloedsuikerspiegel na suikerbelasting moeten dalen tot een bepaalde waarde. Dit onderzoek wordt nuchter uitgevoerd. De test wordt gebruikt in de diagnostiek van zwangerschapsdiabetes en zo nodig in de diagnostiek van suikerziekte.

OGZ

Openbare gezondheidszorg.

OHO

Open-hart operatie.

OHS

Ovariële hyperstimulatie.

OHSS

Ovarieel hyperstimulatie-syndroom.

OI

1: Osteogenesis imperfecta.

OIO

Onderzoeker in opleiding.

OK

Operatiekamer.

OKPZ

Ontwikkeling kwaliteitsbeleid paramedische zorg.

OKT

Ortho, Kung, T-cellen. De afkorting OKT wordt gebruikt voor het benoemen van bepaalde monoklonale antistoffen. Deze worden gebruikt bij de typering van lymfocytaire elementen. De afkorting OKT is nu vervangen door CD ofwel clusters die zich verschillend ontwikkelen.

OKZ

Ouder- en kind zorg.

Oleosum

Een olieachtig geneesmiddel.

Oleum

Olie.

Olfactorium

Reukmiddel.

Oligo-

In samenstellingen: gering of te weinig.

OLVG

Onze lieve vrouwe gasthuis.

OMA

Otitis media acuta. Bij kinderen komt OMA vaak voor en ontstaat veelal na, of gepaard aan, een ontsteking van de neusslijmvliezen (rinitis) of andere infecties van de neus-keelholte (nasofarynx). Micro-organismen komen dan via de buis van Eustachius in het middenoor terecht. Bij wat oudere kinderen en volwassenen geneest otitis media acuta meestal vanzelf.

Omalgie of omalgia

Pijn in de schouder.

OME

Otitis media met effusie wordt ook wel otitis media serosa genoemd. OME komt voornamelijk bij jonge kinderen voor omdat zij een nauwe buis van Eustachius hebben die gemakkelijk verstopt raakt. Een ophoping van vocht achter een gesloten trommelvlies, zonder een plotseling optredende infectie, noemt men otitis media met effusie. Dit kan ontstaan door ziekteverwekkende bacteriën in het middenoor of het niet goed functioneren van de buis van Eustachius.

Omega-3

Deze aanduiding staat voor een familie van meervoudig onverzadigde vetzuren. Tot de omega-3 familie behoort ook één van de essentiële vetzuren, namelijk alfa-linoleenzuur of afgekort ALA.

Omega-6

Ook de omega-6 vetzuren vormen een familie en behoren tot de meervoudig onverzadigde vetzuren. De zogenaamde dubbele binding in hun moleculenketen bevindt zich niet op de derde maar op de zesde plaats. Ook deze familie herbergt één van de essentiële vetzuren, namelijk linolzuur of afgekort LA.

Omega-9

De aanduiding omega-9 staat hier voor een familie van enkelvoudig onverzadigde vetzuren. Het oliezuur - afgekort OA - is hier de belangrijkste vertegenwoordiger.

OMF

Oscillerend magnetisch veld.

OMG

Ortho-manuele geneeskunde.

OMIM

Online Mendeliaanse overerving bij de mens.

Omineus

Ongunstig, onheilspellend, slecht of op een ongunstige afloop wijzend.

OMP

Orotidine-monofosfaat.

OMR

Oculo-motorische regulatie.

OMS

Orde van medisch specialisten.

Oncocyt

Cel van een gezwel of gezwelcel.

Oncogeen

Gezwelvormend of gezwelveroorzakend.

ONK

Oor, neus en keel.

ONT

Organisatie van Nederlandse tandprothetici.

Onyx

Nagel.

OOA

Onderzoekschool oncologie Amsterdam.

OOB

Oordeel over de ondergane behandeling.

OOR

Onderwijs- en opleidingsregio.

Opaak of opacus

Donker, ondoorschijnend of troebel.

Opacitas of opaciteit

Ondoorschijnendheid of de mate van ondoorlatendheid voor licht.

OPC

Oligomere proanthocyanidinen of procyanidinen. OPC wordt gevonden in de schors, vliezen en houtachtige delen van planten. Verder kunnen deze cyanidinen gewonnen worden uit druivenpitten.

OPCA

Olivo-ponto-cerebellaire atrofie.

OPD

Oncologisch patiënten dossier.

OPFE

Oestrogeen positief terugkoppelings-effect.

OPG

1: Oculo-plethysmografie.

OPK

Onafhankelijke periodieke kwaliteitstoetsing.

OPOZ

Onderzoekscentrum preventie overgewicht Zwolle.

OPP

Oculo-pneumo-plethysmografie.

Oppressie of oppressio

Een gevoel van beklemming of benauwdheid.

OPS

1: Organisch (organo-) psychosyndroom.

Optimum

Het beste of gunstigste geval.

OPV

Oraal poliomyelitis vaccin.

OR

Ondernemingsraad.

Oraal

Via de mond of in de richting naar de mond.

Orchis

Teelbal, testis of zaadbal.

Orchitis

De ontsteking van een teelbal.

ORDE

Orde van medisch specialisten.

Orexie

Eetlust.

Organel, organellen

De binnen een cel gelegen structuren, bijvoorbeeld de celkern.

Organisme

Een levend wezen of individu als een geheel van cellen, organen en weefsels.

Orificium

Een opening of uitmonding.

Origo

De oorsprong of bevestigingspunt.

Ornithine

Een aminozuur.

OROS

Oraal osmotisch (geneesmiddel).

Orotaat

Orotaten zijn mineraalzouten van orootzuur, dat lange tijd de aanduiding vitamine B13 droeg. Er bevindt zich vrij veel orootzuur in de melk van schapen, geiten en koeien. Deze zouten kunnen de membranen van de lichaamscellen passeren en zijn zodoende van belang bij onder andere de energie-stofwisseling.

ORS

1: Orale rehydratie solutie.

ORT

Orale rehydratie therapie.

Orthomoleculair

Orthomoleculaire voedingstherapie als aanvulling op onze dagelijkse voeding, bij een tekort of hevige inspanningen.

Os

Symbool voor het osmium element uit het periodiek systeem.

OS

1: Osteoporose stichting.

OSAS

Obstructief slaapapneusyndroom.

OSO

Organisatie samenwerkende ouderenbonden.

Osteo-

In samenstellingen: been of bot.

Osteoclasie

Een door een verhoogd aantal osteoclasten veroorzaakte abnormale afbraak van bot. Dit kan bijvoorbeeld optreden bij een gestoorde fosfaat- en kalk-stofwisseling.

Osteoclast

Een beenweefsel oplossende reuzencel.

Osteocyt

Een in het beenweefsel gelegen beencel.

Osteogeen

Beenvormend, uit beenweefsel gevormd.

Osteomyelitis

Ontsteking van het beenmerg en beenweefsel.

Osteopenie

Osteopenie is een voorstadium van osteoporose. Er is al wel een afname van de hoeveelheid botmassa te zien. De sterkte van het bot is echter nog niet zodanig aangetast dat er al bij normale belasting een breuk zal optreden. Zie ook: botontkalking en osteoporose.

Osteoporose of osteoporosis

Osteoporose is een aandoening met een plaatselijk of algemeen optredende afbraak van botweefsel waarbij de dichtheid van de beenderen steeds verder afneemt. De afbraak van weefsel is dan groter dan de opbouw. Hierdoor verzwakken de botten en neemt de kans op botbreuken natuurlijk toe. Op jaarbasis breken ruim 50.000 mensen ouder dan 55 jaar een bot als gevolg van osteoporose. Niet alleen oudere mensen kunnen osteoporose krijgen, de aandoening komt ook voor bij jongere mensen. Wereldwijd krijgen 1 op de 3 vrouwen en 1 op de 8 mannen boven de 55 jaar osteoporose. In het algemeen komt osteoporose dus vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Een groot percentage van de mensen met osteoporose weet zelf, vaak jarenlang, niet dat ze deze aandoening hebben. Totdat ze plotseling een arm of been breken... Het is in Nederland één van de meest voorkomende aandoeningen geworden, dit ook vanwege de doorzettende vergrijzing van de bevolking. Zie ook: botontkalking en osteopenie.

Osteosclerose

Het harder worden van het beenweefsel waardoor de kans op breuk toeneemt.

Ostitis

Ontsteking van been of beenweefsel.

OTC

Zonder recept verkrijgbaar, een zelfmedicatie-middel of zelfzorgmedicatie.

Otitis

Oorontsteking.

Otorragie

Een bloeding uit het oor.

OTS

Onder toezicht stelling.

OTV

Orale tyfus-vaccinatie.

OU

Open universiteit.

OUNL

Open universiteit Nederland.

OUS

Onderste uterus-segment. Dit is het bovenste gedeelte van de baarmoederhals.

OV

Onverzadigd vet.

Ova

Het meervoud van ovum of eicel.

Ovaritis of ovariitis

Ontsteking van het ovarium.

Ovarium

Eierstok, de vrouwelijke geslachtsklier.

Overgevoeligheid

Het bovengemiddeld reageren van weefsels.

Oviduct of oviductus

De eileider.

OvMS

Orde van medisch specialisten.

OVN

Optometristen vereniging Nederland. Optometrie is in Nederland nog een vrij jong en onbekend beroep. In de meeste Engelstalige landen is optometrie al tientallen jaren een zelfstandig beroep in de eerstelijns gezondheidszorg. In ons land is het beroep sinds 1988 in ontwikkeling en op 15 november 2000 officieel opgenomen in de Wet BIG. Vanaf dat moment is de optometrist wettelijk erkend als zorgverlener in de oogzorg.

Ovulatie

Het maandelijks uitstoten van een rijpe maar niet bevruchte eicel, de eisprong.

Ovulum

Eicel of eitje.

Ovum

Ei of eicel, het meervoud is ova.

Oxide of oxyde

Een scheikundige verbinding met zuurstof zodat er oxidatie optreedt.

OXT

Oxytocine.

Oxytocine

Een door de achterkwab van de hypofyse afgescheiden hormoon. We hebben op de website ook een artikel over de endocriene hormonen.

OZIS

Open zorg informatie systeem.

OZR

Oogziekenhuis Rotterdam.

OZT

Onderhouds-zuurstofbehandeling thuis.

P

1: Het aminozuur proline.

P-5-P

Pyridoxaal-5-fosfaat. Men schat deze active vorm van vitamine B6 ongeveer 10 maal effectiever dan die in de vorm van pyridoxine HCl.

Pa

1: Afkorting van de eenheid van druk: pascal.

PA

1: Palmitinezuur.

PAA

1: Partieel agonistische activiteit.

PAAZ

1: Psychiatrische afdeling van een academisch ziekenhuis.

PAB

Para-aminobenzoëzuur.

PABA

Para-aminobenzoëzuur.

PAC

1: Premature atriumcontractie.

PAD

Perifeer arterieel vaatlijden. De afkorting PAV wordt ook gebruikt.

PAE

Post-antibiotisch effect. Bij het vaststellen van de doseringsintervallen voor het toedienen van antibiotica is het PAE een belangrijke parameter. Het al dan niet optreden en de duur van het PAE is afhankelijk van de combinatie bacterie en toegepast antibioticum.

PAF

Platelet-activerende factor.

PAG

Polyacrylamide-gel.

PAGE

Polyacrylamide-gel-electroforese.

PAGO

Periodiek arbeids-gezondheidskundig onderzoek.

PAH

1: Para-amino-hippuurzuur.

PAHS

Periarthritis humeroscapularis, de afkorting PHS wordt ook gebruikt. Deze vorm van periartritis betreft ontsteking van de weke delen rondom een schoudergewricht. Pijn en beperkingen in het bewegen zijn de meest voorkomende symptomen.

PAI

Plasminogeen-activator-remmer.

PAK

Polycyclische aromatische koolwaterstof.

PALGA

Pathologisch anatomisch landelijk geautomatiseerd archief.

Palindroma of palindroom

Terugkerend, het weer terugkeren van een ziekte of verschijnsel (recidief).

PALO

Periodiek algemeen lichamelijk onderzoek.

Palpabel

Tastbaar of voelbaar.

Palperen

Aftasten of betasten.

PALS

1: Peri-arteriolaire lymfoïde schede.

PAN

Polyarteriitis nodosa.

Pancreas

Alvleesklier.

PandA

Probiotica en allergie.

Panniculitis

Ontsteking van de onder de huid gelegen vetlaag of vetweefsel.

PAO

Post academische opleiding.

PAP

Pulmonale arteriële druk.

PaPaVer

Parkinson patiënten vereniging.

PAPS

Fosfo-adenosine-fosfosulfaat.

PAR

Patiënten adviesraad.

Paradentose

Een chronische ontsteking van weefsel om kiezen en tanden.

Paraffine

Een doorschijnende op was lijkende stof die gebruikt kan worden bij de bereiding van onder andere zalf.

Paralyse of paralysis

Verlamming of geen kracht hebben.

Parasiet

Een organisme, zowel plantaardig of dierlijk, dat zich voedt ten koste van een ander organisme (parasiteren).

Parasympathicus

Het parasympathische deel van het autonome (vegetatieve) zenuwstelsel. Zie ook autonoom.

Parasympathisch

Met betrekking tot het parasympathische deel van het autonome (vegetatieve) zenuwstelsel.

Paratestis

Bijbal.

Parathormoon

Het parathormoon, afgekort tot PTH, wordt door de bijschildklieren aangemaakt.

Parenchym

Het werkzame gedeelte van weefsel.

Parotis

De oorspeekselklier, glandula parotis of parotidea.

Parotitis

Ontsteking van de parotis ofwel oorspeekselklier.

Partieel

Gedeeltelijk, een part of voor een deel. Partiaal wordt ook wel gebruikt.

Partikel

Een klein deeltje.

PAS

1: Para-aminosalicylzuur.

Pathogeen

Ziekteverwekkend.

PAV

Perifeer arterieel vaatlijden. De afkorting PAD wordt ook gebruikt.

Pavor

Hevige angst, schrik of siddering.

PAZ

Parkinson adviesraad zorg.

Pb

Symbool voor het lood (plumbum) element uit het periodiek systeem.

PBC

Primaire biliaire cirrose.

PBE

Penicilline bindend eiwit.

PBI

Aan eiwit gebonden jodium.

PBJ

Aan eiwit gebonden jodium.

PBMC

Perifere bloed mononucleaire cel.

PBSCT

Perifere bloed stamcel transplantatie.

pc

Op een recept betekent dit: na de maaltijd.

PC

1: Fosfatidyl-choline.

PCA

1: Plasmacel-antigeen.

PCA3

Prostaatkanker gen 3.

PCB

Afkorting van de dioxine polychloorbifenyl.

PCC

Plastisch cosmetisch centrum.

PCD

Stichting primaire ciliaire dyskinesia belangengroep.

PCH

Pharmachemie is een farmaceutisch bedrijf wat gevestigd is in Haarlem.

PChE

Pseudo-choline-esterase.

PChEdfc

Pseudo-choline-esterase deficiëntie.

PCI

Percutane arteriële interventie.

PCO

1: Polycysteus ovarium.

PCOB

Protestants christelijke ouderenbond.

PCOS

Polycysteus ovarium of ovarieel syndroom.

PCP

1: Fencyclidine, een pepmiddel.

PCR

1: Proteïne C resistentie.

PCR-NN

Psychiatrisch casusregister noord-Nederland.

PCS

Primaire scleroserende cholangitis.

PCT

1: Porfyria of porphyria cutanea tarda.

Pd

Symbool voor het palladium element uit het periodiek systeem.

PD

1: Posttraumatische dystrofie.

PDB

Psychiatrische deeltijdbehandeling.

PDCG

Platform dialoog complementaire gezondheidszorg.

PDE

1: Pyridoxine afhankelijke epilepsie.

PDGF

Platelet afgeleide groeifactor.

PDH

Pyruvaat-dehydrogenase.

PDS

Prikkelbaar darm syndroom. U kunt op de website ook mijn scriptie over Colitis ulcerosa inzien.

PDT

Foto-dynamische therapie. PDT is soms een alternatief voor chirurgisch ingrijpen. Deze lasertherapie wordt lokaal toegepast met zeer beperkte schade voor omliggend gezond weefsel.

PDV

Productschap diervoeder.

PDZ

Pyrodruivenzuur.

PE

1: Fosfatidyl-ethanolamine.

Pectus

Borst.

PEF

1: Pulserend electrisch veld.

PEG

Polyethyleenglycol.

Pelvis

Het bekken.

PEMT

Fosfatidyl-ethanolamine N-methyltransferase.

Pendulans of pendulus

Hangend.

Penetratie of penetratio

De binnendringing of het binnendringen.

Penicilline

Antibioticum.

PEP

Postexpositie profylaxis, een combinatie van diverse antivirale middelen.

Peptidasen

Dit is een verzamelnaam voor de enzymen in de dunne darm.

Peptide

Een verbinding van twee of meer aminozuren.

Perceptie

Waarneming.

Perforatie

Doorboring, doorbraak, doorbreking oftewel het ontstaan van een opening.

Perforine

Dit is een eiwit dat werkzaam is binnen het immuunsysteem. Perforine maakt gaatjes in het membraan wat het plasma van geïnfecteerde cellen omgeeft en die op deze manier gedood worden.

Peri-

In samenstellingen: om of rondom.

Perifeer

Aan de buitenkant of omtrek gelegen.

Perifocaal

Rondom een haard of ontstekingshaard.

Peritonitis

Buikvliesontsteking.

Perlinguaal

Via de tong.

Permeabel

Doordringbaar of doorgankelijk.

Peroxidasen

Dit zijn enzymen die helpen bij het overdragen van zuurstof aan de cellen.

Persistens

Zie persisterend.

Persisterend

Aanhoudend, blijvend of hardnekkig.

Perspiratie of perspiratio

Huiduitademing, huiduitwaseming, transpiratie of het uitscheiden van zweet (zweten).

Pervigilium

Slapeloosheid.

Pesticide

Pesticiden of bestrijdingsmiddelen kunnen, afhankelijk van wat ze moeten bestrijden, ingedeeld worden in:

PET

1: Positron-emissie tomografie.

PFA

1: Paraformaldehyde.

PFB

Pseudo folliculitis barbae.

PFC

1: Perfluorkoolstof.

PFD

Premature folliculaire disfunctie.

PFG

Proeftuin farmacie Groningen.

PFIC

Progressieve familiaire intrahepatische cholestase.

PFN

Psoriasis federatie Nederland.

PFO

Patent foramen ovale, zie bij: ASD (nr.3).

PFS

1: Postviraal vermoeidheids-syndroom.

PFvO

Provinciale federatie van ouderverenigingen.

PG

1: Prostaglandine.

PGA

Pteroylglutaminezuur.

PGB

Persoonsgebonden budget.

PGD

Pre-implantatie genetische diagnostiek.

PGGM

Pensioenfonds gezondheid, geestelijke en maatschappelijke zorg.

PGO

Patiënten, gehandicapten en ouderen.

PGON

Platform voor geneesmiddelen-onderzoek Nederland. Het PGON is in 1988 ontstaan uit een verbinding van de NVF, de NVKFB, de NVFW en de sectie farmacochemie van de KNCV.

PGZ

Platform gehandicaptenzorg.

pH

Het symbool waarmee de zuurgraad wordt aangegeven. Een pH van 7 is neutraal, lager dan 7 is zuur en hoger dan 7 is alkalisch of basisch.

PH

Pulmonale hypertensie.

PHA

1: Fyto hemagglutinine.

Phe

Fenylalanine.

PhH

Fenylalanine hydroxylase.

PHI

Proces herinrichting.

PHO

Pleiohomeotisch.

Phobia

Fobie.

Phorza

Phorza is de nieuwe naam voor de beroepsorganisatie van werkers in sociale en/of (ortho)pedagogische functies. Ze is ontstaan door een fusie van de NVSPH, de NBAA en de BVP.

PHS

Periarthritis humeroscapularis, de afkorting PAHS wordt ook gebruikt. Deze vorm van periartritis betreft ontsteking van de weke delen rondom een schoudergewricht. Pijn en beperkingen in de beweging zijn de verschijnselen die het meest voorkomen.

PHT

Prehospitale triage.

PI

1: Fosfatidyl-inositol.

PI3P

Fosfatidyl inositol-3-fosfaat.

PIB

Patiënten informatie bureau.

PICC

Perifeer ingebrachte centrale katheter.

Picornavirus

Zogenaamde arbovirussen die DNA bevatten, ze zijn zeer klein (pico).

PID

1: Patiënten informatie dossier.

PIE

Pulmonale infiltraten met eosinofiliesyndroom. PIE wordt ook wel eosinofiele pneumonie genoemd.

PIG

Fosfatidylinositolglycaan.

Pigment

Een uit melanine bestaande kleurstof die in weefsels voorkomt. Het meest bekend is de pigmentvorming van de huid, de 'zomerkleur'.

Pilosis

Een (overmatige) beharing op plaatsen van het lichaam die normaal niet of niet zo sterk behaard zijn.

Pilus

Haar, het meervoud is pili.

Pinna

De oorschelp.

PIOFA

Personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën en algemene zaken.

Pipet

Een glazen buisje, voorzien van een schaalverdeling, waarmee in het laboratorium nauwkeurig een bepaalde hoeveelheid vloeistof kan worden opgezogen en overgebracht.

PIT

Psychiatrische intensieve thuiszorg.

Pituita

Slijm.

Pituitaria of pituitarius

Slijm producerend of voortbrengend. Als voorbeeld glandula pituitaria, de hypofyse.

PK

Prekalli-kreïne.

PKA

1: Proteïne-kinase A.

PKC

Proteïne kinase C.

PKU

Fenylketonurie. Volgens de PKU-vereniging is fenylketonurie een ongeneeslijke, erfelijke stofwisselingsziekte. Het wordt veroorzaakt doordat de lever één bestanddeel van eiwitten, het essentiële aromatische aminozuur fenylalanine niet of niet voldoende verwerkt. Het aminozuur hoopt zich op in het bloed en belemmert daardoor de groei en ontwikkeling van de hersenen (het zenuwstelsel). Onbehandeld leidt PKU dan ook tot zwakzinnigheid. Wanneer het tijdig ontdekt wordt kan PKU goed behandeld worden. Daarom worden vrijwel alle baby's in Nederland binnen 8 dagen na de geboorte met de hielprik gecontroleerd op PKU en HPA. HPA of hyperfenylalanine is een lichtere vorm van PKU. Als bij een baby PKU is geconstateerd wordt direct met de behandeling begonnen.

PL

1: Fosfolipase.

Plasma

Het bloed, maar dan zonder de rode en witte bloedlichaampjes.

Plasmodium

Een geslacht van ééncellige micro-organismen dat onder andere de verwekkers zijn van verschillende vormen van malaria. Het meervoud is plasmodia.

Plastisch

Vormbaar of vormend.

PLC

1: Fosfolipase C.

PLDD

Percutane laser discus decompressie. Percutaan betekent via de huid of door de huid heen. Bij een herniapatiënt doet een PLDD behandeling de uitstulping van een tussenwervelschijf verschrompelen. Een operatie kan op deze wijze vaak voorkomen worden want de behandeling vermindert de bij een hernia optredende pijn (een uitstralende pijn in een been en rugpijn) aanzienlijk.

Pleura

Het borstvlies.

Pleuritis

Borstvliesontsteking.

Plexus

Een netwerk of vlechtwerk van bloedvaten of zenuwen.

Plica

Plooi of vouw.

PLIF

Posterieure lumbale intercorporele fusie. Fusie wordt ook wel spondylodese genoemd.

PLL

Prolymfocytenleukemie.

PLP

Pyridoxalfosfaat.

Pm

Symbool voor het promethium element uit het periodiek systeem.

PMF

1: Polymethoxyflavonoïde.

PML

Progressieve multifocale leuko-encefalopathie.

PMN

1: Polymorfonucleair.

PMO

Preventief medisch onderzoek.

PMR

Polymyalgia of polymyalgie rheumatica.

PMS

1: Polymethyl siloxaan.

PMT

Psycho-motorische therapie.

PN

Prenylnaringenine.

Pneumo-

In samenstellingen: met betrekking tot de adem, long of lucht.

Pneumonie of pneumonia

Longontsteking.

PNH

Paroxismale nachtelijke hemoglobinurie.

PNI

Psycho-neuro-immunologie.

PNL

Percutane niersteen-verwijdering.

PNP

Purine-nucleoside-fosforylase.

Po

Symbool voor het polonium element uit het periodiek systeem.

PO

Fenoloxidase.

POA

Pentacyclisch oxindol alkaloïd.

POD

Pyridoxine- of pyridoxamine-fosfaat oxidase deficiëntie.

Podalgie

Pijn in een voet.

Podogram

Een afdruk van de voetzool.

POH

Praktijk ondersteuning huisartsenzorg.

Poliep of polypus

Een goedaardig gezwel wat met een steel aan het slijmvlies vastzit.

Pollen

Het stuifmeel van bomen en planten wat als allergeen kan werken en hooikoorts veroorzaken.

Pollenziekte

Zie pollinose hieronder.

Pollex

Duim.

Pollinose of pollinosis

Een allergische slijmvliesontsteking, pollenziekte of ook wel hooikoorts.

POLS

Permanent onderzoek leefsituatie.

Poly-

In samenstellingen: dikwijls of veel.

Polyfagie

Vraatzucht, een ziekelijk verhoogde eetlust.

Polysacharide

Meervoudig suiker wat is opgebouwd uit verschillende eenvoudige suikers.

POMC

Pro-opiomelanocortine.

Pomphus

Galbult of bult, het meervoud is pomphi.

POP

Persisterende organische verontreinigende stoffen.

POR

Provinciaal overleg revalidatie.

Poreus

Sponsachtig, vele kleine openingen bezittend (poriën).

Portier

De uitgang van de maag, zie pylorus.

Positron

Een samenvoeging van de woorden positief en electron. Het is dus een positief geladen electron.

Postnataal

Na of volgend op de geboorte.

Posttraumatisch

Na een trauma of volgend op een ongeval.

Postvaccinaal

Volgend op en in verband met een inenting of vaccinatie.

Postviraal syndroom

Myalgische encefalomyelitis.

Potentie of potentia

1: Het vermogen tot geslachtelijke gemeenschap.

POWI

Post operatieve wondinfectie.

POZ

Provinciaal overleg zwakzinnigenzorg.

PP

1: Polypropeen.

PPAG

Patiënten platform antroposofische geneeskunde.

PPAR

Peroxisome proliferator-geactiveerde receptor. De transcriptiefactor PPAR is een eiwit dat de expressie van genen regelt.

PPC

Stichting polyposis contactgroep.

PPCG

Patiënten platform complementaire gezondheidszorg.

PPCI

Primaire percutane coronaire interventie.

PPCP

Provinciaal patiënten en consumenten platform.

PPD

1: P-fenyleendiamine.

PPH

Primaire pulmonale hypertensie.

PPI

Protonpomp-remmer.

PPL

Penicilloyl-polylysine.

PpO

Profenoloxidase.

PPP

1: Platform pijn en pijnbestrijding.

PPR

Precipitatiereactie van Price.

PPS

1: Paranoïde persoonlijkheidsstoornis.

PPT

1: Praktische pedagogische thuiszorg.

PPV

Parkinson patiënten vereniging.

Pr

Symbool voor het praseodymium element uit het periodiek systeem.

Praktiseren

Het uitoefenen van een praktijk.

PRB

Poliklinische revalidatie behandeling.

Pre-

In samenstellingen: voor of voorafgaand.

Precursor

Een tussenstof bij een chemische omzetting. Letterlijk gezien betekent het een voorloper.

Prematuur

Ontijdig, te vroeg, voortijdig of voor het rijp zijn.

Premenstrueel syndroom

Allerlei ongemakken die gedurende enige dagen op kunnen treden voorafgaand aan de ongesteldheid of menstruatie. Een aantal van deze verschijnselen zijn een angstige stemming, buikpijn, depressie, duizeligheid, hartkloppingen, hoofdpijn, nervositeit, prikkelbaarheid en een pijnlijk gespannen gevoel in beide borsten. Zie ook: PMS

Prenataal

Aan de geboorte voorafgaand.

Prescriptie

Een recept of voorschrift, het voorschrijven.

Preventie of preventief

Voorbehoedend, voorbehoeding, beschermend, het voorkomen van.

PRL

Prolactine, een hormoon uit de voorkwab van de hypofyse.

Pro (P)

Het aminozuur proline.

Pro-

In samenstellingen: voor, van tevoren of een voorstadium.

Progesteron

De voorbereiding op het innestelen of nidatie van het bevruchte ei in de baarmoeder wordt verzorgd door het progesteron hormoon.

Prognose

Het voorspellen van het verdere verloop.

Prolactine

Het prolactine hormoon, afgekort tot PRL, wordt geproduceerd door de voorkwab van de hypofyse.

Prolaps of prolapsus

Een uitpuiling, uitzakking of verzakking van een orgaan in het lichaam.

Promonocyt

Het tussenstadium in het ontstaan van de monocyt uit een monoblast.

Prostaat of prostata

De vocht afscheidende voorstanderklier bij de man die direct onder de blaas het urinekanaal omgeeft.

Prostatitis

Ontsteking van de prostaat.

Proteïnen

Uit samengevoegde aminozuren opgebouwde eiwitverbindingen. Deze eiwitten zijn van belang voor het bloed en de cellen in het lichaam.

Proteolyse

Het ontbinden of ontleden van proteïnen.

Proteolytisch

Proteïnen ontbindend of ontledend.

Protoplasma

De vloeibare eiwitrijke inhoud van een cel in het lichaam.

Protozo of protozoön

Een zogenaamd oerdiertje, het laagst levend ééncellig wezen der dieren. Het meervoud is protozoa of protozoën. Parasiterend op de mens zijn onder andere Balantidium, Coccidia, Cryptosporidium, Entamoeba, Giardia, Leishmania, Plasmodium, Pneumocystis, Toxoplasma, Trichomonas en Trypanosoma.

ProVoet

De brancheorganisatie van en voor pedicures in Nederland.

PRP

Polyribosyl-ribitol-fosfaat, een vaccin.

PRPP

Fosfo-ribosylpyrofosfaat.

Pruritus

Jeuk.

PRVMZ

Provinciale raad voor de volksgezondheid en maatschappelijke zorg.

PS

1: Persoonlijkheidsstoornis.

PSA

Prostaatspecifiek antigeen.

PSC

Primaire scleroserende cholangitis.

Pseudo-

In samenstellingen: schijnbaar of gelijkend op.

PSK

Polysaccharide Kureha ofwel polysaccharide K. PSK is een onderdeel van de celwand met een aan eiwit gebonden polysaccharide-structuur.

PSL

Parasympathicolytica. Een parasympathicolyticum is een stof die op parasympathische zenuwen verlammend werkt.

PSMA

Progressieve spinale musculaire atrofie.

PSO

Provinciale stuurgroep ouderenbeleid.

PsP

Psychogene polydipsie.

PSP

Polysaccharopeptide, dit is een aan eiwit gebonden polysaccharide.

PSV

Provinciaal samenwerkings-verband.

PSVTM

Provinciale stuurgroep vrijwillige thuishulp en mantelzorg.

Psycho-farmaca

Een groep medicijnen die werkzaam zijn tegen psychische aandoeningen door middel van aangrijpen op het centrale zenuwstelsel ofwel CZS.

Psychosomatisch

Lichamelijke aandoeningen of ziekten waarvan de oorzaak eigenlijk van psychische aard is.

Pt

Symbool voor het platina (platinum) element uit het periodiek systeem.

PT

1: Pararosaniline-toluïdine.

PTA

Percutane transluminale angioplastiek.

PTC

1: Peritubulaire capillair.

PTCA

1: Percutane coronaire interventie.

PTH

1: Het parathormoon of parathyroïd hormoon.

PTHi

Parathormoon (PTH) intact.

PTHrP

Parathormoon (PTH) gerelateerd peptide.

PTO

Patiënten tevredenheids-onderzoek.

PTP

1: Pyruvoyl-tetrahydro-pterine.

PTPS

Pyruvoyl-tetrahydro-pterine synthase.

PTSS

Post-traumatische stress stoornis.

PTT

Deze afkorting heeft niets te maken met het verplaatsen van post, maar betekent protrombinetijd. Men gebruikt nu meestal de afkorting PT.

PTVLI

Fenylalanine, tyrosine, valine, leucine en isoleucine. Ze behoren alle vijf tot de aminozuren.

Pu

Symbool voor het plutonium element uit het periodiek systeem.

PUFA

Meervoudig onverzadigd vetzuur. De afkorting MOVZ wordt ook wel gebruikt.

PUK

Psychiatrische universiteitskliniek.

Pulex

De vlo, een parasiet die zich voedt met bloed.

Pulmo

Long.

Pulsus

De pols of polsslag.

Pus

Etter, een geelgroen vocht dat door allerlei ontstekingen kan ontstaan.

PUVA

Psoraleen-ultraviolet-A, een behandeling tegen psoriasis.

PV

1: Polyvinyl.

PVB

Persoonsvolgend budget.

PVC

1: Plaque-vormende cel.

PVCA

Polyvinylchlorideacetaat.

PVCC

Gechloreerd polyvinylchloride.

PVDC

Polyvinylideenchloride.

PVDF

Polyvinylideenfluoride.

PVE

Productschappen vee, vlees en eieren.

PVF

Polyvinylfluoride.

PVG

Pelsser-voeding en gedrag. Bij het ADHD research centrum voert men wetenschappelijk onderzoek uit naar de invloed die voeding heeft op kinderen met ADHD. Tijdens dit onderzoek zal ook het zogenaamde PVG-dieet gevolgd gaan worden. Het PVG-onderzoek is een regulier diagnostisch onderzoek en bestaat uit 3 delen: een algemeen deel, een kinderpsychiatrisch deel en een dieetdeel.

PVN

1: Psoriasis vereniging Nederland.

PVP

1: Polyvinyl-pyrolidon.

PVPP

Polyvinylpolypyrolidon.

PVS

1: Postvaccinaal syndroom.

PW

Productschap wijn.

PWM

1: Pulsbreedte modulatie.

PXE

Pseudo xanthoma elasticum.

PXR

Pregnane X receptor.

Pylorus

De zogenaamde maagportier, de van een kringspier voorziene uitgang van de maag die aansluit op de twaalfvingerige darm of duodenum.

Pyridoxaal

Vitamine B6.

Pyrosis

Last van maagzuur, zure oprispingen of 'zuurbranden'.

Pyruvaat

Pyrodruivenzuur.

PZ

1: Productschap zuivel.

PZF

Prostaat-zure fosfatese.

PZN

Persoonlijk zorg-netwerk.

PZS

Perifere zenuwstelsel.

Q

1: Het coënzym Q of ubichinon.

q2h

Op een recept betekent dit: elke 2 uur.

QC

Kwaliteitscontrole of kwaliteitsbeheersing.

QCT

Kwantitatieve computer-tomografie.

QED

Quanten electro-dynamica.

qh

Op een recept betekent dit: elk uur. Er kan bijvoorbeeld ook voorgeschreven worden '3 tabs q6h', wat dan betekent: 3 tabletten elke 6 uur innemen.

QI

Quetelet-index. Zie: quetelet.

qid

Op een recept betekent dit: 4 maal daags.

ql

Op een recept betekent dit: zoveel men wil.

qp

Op een recept betekent dit: zoveel men wil, de hoeveelheid naar welgevallen.

qs

Op een recept betekent dit: zoveel als genoeg blijkt.

Quadrangularis

Vierhoekig.

Quadratus of quadratum

Vierkant.

Quadriceps

Vierhoofdig.

Quadriparese

Een viervoudige parese ofwel een niet volledige verlamming van beide armen en benen.

Quadriplegie

Een verlamming van beide armen en benen.

Quantum

Hoeveelheid.

Quarantaine

Het in afzondering houden van iemand met een besmettelijke ziekte zodat er niet nog meer mensen een besmetting oplopen.

Quasie-

In samenstellingen: tamelijk of nagenoeg.

Quaternair

Viertallig of aan vier zijden gebonden.

Quetelet

De Quetelet-index wordt berekend door het lichaamsgewicht in kilogrammen te delen door het kwadraat van de lichaamslengte in meters. Een index van 18 tot 24 wordt als normaal beschouwd. Een QI van 24 tot 28 betekent overgewicht terwijl een QI hoger dan 28 corpulentie of vetzucht (adipositas) aangeeft. De afkorting BMI wordt tegenwoordig vaker gebruikt.

Quinacrine

Een geneesmiddel tegen malaria.

Quinine

Het oorspronkelijke, uit boomschors gewonnen, geneesmiddel tegen malaria.

Quotidiana

Dagelijks of dagelijks terugkerend.

qv

Op een recept betekent dit: zoveel gij wilt.

R

1: Afkorting voor röntgen.

Ra

Symbool voor het radium element uit het periodiek systeem.

RA

1: Reumatoïde artritis.

RAA

Renine-angiotensine aldosteron.

Raapkool

Koolrabi.

Raapolie

Olie verkregen uit raapzaad.

Raapstelen

Bladeren van de meiraap die als groente gegeten worden wanneer ze jong zijn.

RAAS

Renine-angiotensine aldosteron systeem.

Rad

Stralings-geabsorbeerde dosis. Een oude in de radiologie gebruikte eenheid van intensiteit. Inplaats van de eenheid rad gebruikt men nu de eenheid gray ofwel Gy als symbool. 100 rad = 1 Gy.

RAD

Reflexmatige anusdilatatie.

Radiatie

Straling of uitstraling.

Radicaal

Afdoende, het geheel en al, grondig.

Radius

Spaakbeen of onderarmbeen.

Radix

Wortel, bijvoorbeeld van een tand of nagel.

RAE

Retinol-activiteitequivalent. Zie ook RE.

RAEB

Refractaire anemie met een overmaat - 5 tot 20% - aan blasten in het beenmerg.

RAEB/t

Refractaire anemie in transformatie met een overmaat - 20 tot 30% - aan blasten in het beenmerg.

RAG

Recombinatie-activerend gen of activatie-gen.

RAIT

Radio-immuno therapie.

RAIU

Radioactief jood opname. De afkorting RAJO wordt ook gebruikt.

RAJO

Radioactief jood opname. De afkorting RAIU wordt ook gebruikt.

RAK

Raad voor aarde en klimaat.

RAKZ

Regionaal administratie-kantoor voor zorgverleners.

RAP

Revalidatie activiteiten profiel.

RAR

Retinoïnezuur receptor.

RARS

Refractaire anemie met ringsideroblasten.

RAS

1: Renale arteriële stenose.

RAST

Radio allergo sorbent test. Met behulp van de RAST kunnen verschillende allergische reacties worden vastgesteld. Bijvoorbeeld allergisch astma, een huidreactie of de seizoengebonden hooikoorts (rinitis allergica).

RAV

1: Regionale ambulance voorziening.

RAZ

Rapportage arbeidsmarkt zorgsector.

Rb

Symbool voor het rubidium element uit het periodiek systeem.

RB

1: Retinoblastoom.

RBBB

Rechter bundeltak blokkering. De afkorting RBTB wordt ook gebruikt.

RBC

Rode bloedcel.

RBD

Vertaald staat dit voor: geraffineerd, gebleekt en reukloos gemaakt. Deze afkorting kunnen we bijvoorbeeld tegenkomen op het etiket van kokosolie.

RBE

Radiobiologisch effect.

RBJ

Regionaal bureau jeugdzorg.

RBNG

Register beroepsbeoefenaren natuurlijke gezondheidszorg, het is een stichting.

RBP

Retinol bindend proteïne.

RBS

Renale bloedstroom.

RBTB

Rechter bundeltak blokkering. De afkorting RBBB wordt ook gebruikt.

RBU

1: Revalidatie behandel-uur.

RCA

Regulator van de complement-activatie.

RCD

Radio controle dienst.

RCG

Regionale commissie gezondheidszorg.

RCN

Register CranioSacraal therapie Nederland.

RCO

Regionale cliëntenorganisaties.

RCT

Gerandomiseerd gecontroleerde studie.

RCV

Rode cel-volume.

RCVN

Regionale chirurgen vereniging van het Noorden.

RD

Vertaald is dit: onderzoek en ontwikkeling.

RDA

Een Engelstalige afkorting voor wat wij de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid of ADH noemen.

RDAC

Regionaal dagactiviteiten centrum.

RDB

Revalidatie dagbehandeling.

RDS

Vertaald is dit het ademhalings-benauwdheids-syndroom ofwel ademnood syndroom.

RDW

Rode-cel distributie breedte. Een maat voor de spreiding in de grootte van de rode bloedcellen ofwel erytrocyten.

Re

Symbool voor het rhenium element uit het periodiek systeem.

RE

Retinol equivalenten. De hoeveelheid vitamine A of retinol wordt meestal opgegeven in IE oftewel internationale eenheden, maar de afkorting RE wordt ook wel gebruikt.

REA

Reïntegratie arbeidsgehandicapten.

Reactie

Een terugwerking of tegengestelde werking als antwoord op een bepaalde actie of prikkel.

Reactief of reactieve

Met betrekking tot een reactie.

Reactietijd

De tijd die ligt tussen de daadwerkelijke prikkel en het reageren, de reactie, daarop.

REC

Regionaal expertise centrum.

Receptief

Ontvankelijk of vatbaar.

Receptor

Ontvanger.

Recidief

Het hernieuwd opleven van de verschijnselen van een ziekte of aandoening die reeds genezen leek.

Rectitis

Ontsteking van de endeldarm, proctitis wordt ook wel gebruikt.

Rectum

De endeldarm, het laatste gedeelte van de dikke darm.

REF

Renale erytropoëtische factor.

Reflex

De vrijwel onmiddelijk optredende en onwillekeurige reactie van het lichaam op een prikkel. Denk bijvoorbeeld maar aan het aanraken van een hete pan.

Refrigeratie of refrigeratio

Het kouvatten.

Refugium

Een laatste redmiddel of toevlucht.

RegBiG

Registratie beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg.

Regio

Een bepaald gebied of streek van het lichaam.

Regionaal of regionair

Met betrekking tot een bepaalde streek of gebied.

Reincultuur

Een zuivere kweek van iets.

RELAC

Referentie instituut laboratoriumonderzoek antistollings-controle.

Relatief

Betrekkelijk of naar verhouding.

REM

Snelle oogbewegingen. Deze treden tijdens een stadium van de slaap op. De hersenactiviteit is tijdens de REM-slaap ongewoon hoog en er treden tevens veranderingen in hersengolven op. Verder is er ook een onregelmatige en snellere ademhaling plus hartslag vast te stellen. Men kan deze verschijnselen optekenen door middel van een electro-encefalogram ofwel EEG.

Ren

De nier, het meervoud is renes.

Renaal of renalis

Met betrekking tot de nier.

REOS

Regionale eerstelijns ondersteunings structuur.

Replicatie

1: Het herhalen van een experiment.

RER

Ruw endoplasmatisch reticulum.

RES

Reticulo endotheliaal systeem. Het wordt ook macrofagen systeem of MPS genoemd. Zie ook: macrofaag.

Residu of residuum

Een overblijfsel.

Resistentie

Weerstand of weerstandsvermogen.

Resonantie

Het meetrillen op een bepaalde geluidsfrequentie.

Restrictie

Een belemmering of beperking.

Retina

Het netvlies van het oog.

Retinol

Vitamine A.

Retractie

Het samentrekken van bijvoorbeeld bindweefsel of spieren.

Retro-

In samenstellingen: achter of achterwaarts.

Reuma, reumatisme of rheumatismus

Dit kunnen acute en chronische aandoeningen zijn rond gewrichten en spieren die op ontstekingen lijken. Een aantal kenmerken zijn koorts, functiestoornissen, pijn en zwellingen.

REVANED

Revaned is de branchevereniging voor de revalidatie-detailhandel in Nederland. De vereniging telt 23 leden met ruim 100 vestigingen door het gehele land. Revaned behartigt de algemene belangen van haar leden op economisch, technisch, sociaal en juridisch gebied.

Rf

1: Reuma-factor.

RF

Radiofrequent.

RFC

Regionale farmacotherapie commissie.

RFH

Regeling farmaceutische hulp.

RFID

Radio frequentie identificatie.

Rg

Symbool voor het roentgenium element uit het periodiek systeem.

RGA

Residu gas analyse.

RGF

1: Regionaal genootschap fysiotherapie.

RGO

Raad voor gezondheidsonderzoek.

RGOc

Rob Giel onderzoekcentrum. Het RGOc is een samenwerkingsverband tussen Lentis, de stichtingen GGZ Friesland en GGZ Drenthe, en het Universitair Centrum Psychiatrie van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Het centrum heeft als doel bestaand wetenschappelijk onderzoek in de drie noordelijke provincies te bundelen, te versterken en nieuw onderzoek te ontwikkelen op het gebied van de psychiatrische zorg. Het onderzoekcentrum is vernoemd naar Rob Giel, emeritus hoogleraar sociale psychiatrie.

Rh

Symbool voor het rhodium element uit het periodiek systeem.

RH

1: Vrijmakend of regulerend hormoon.

RHS

Reticulo-histiocytaire systeem. Dit systeem omvat alle fagocyterende elementen. Men noemt het ook wel RES, ofwel reticulo-endotheliale systeem.

RHV

Regionale huisartsen vereniging.

RIA

Radio-immuno analyse (essaai of toets).

RIAA

Gereduceerd isoalfazuur.

RIAGG

Regionaal instituut voor ambulante geestelijke gezondheidszorg.

Rib

Ribose, het is een aldopentose die we veel tegenkomen als bestanddeel in verbindingen zoals nucleotide-coënzymen en RNA.

Ribes nigrum

Zwarte bes. Deze bes bevat een hoog gehalte aan vitamine C en ook flink wat calcium (Ca). De bladeren bevatten aminozuren, appelzuur, bioflavonoïden, citroenzuur, etherische olie, kinine, pectine, tanninen en terpenen. Uit het zaad kan olie geperst worden die alfa-linoleenzuur (ALA) en gamma-linoleenzuur (GLA) bevat. Van zwarte bessen kan ook prima jam en vruchtensap gemaakt worden.

RIBIZ

Registratie en informatie beroepsbeoefenaren in de zorg.

Riboflavine

Vitamine B2.

Ribonucleïnezuur

Dit nucleïnezuur speelt een essentiële rol bij het overdragen van erfelijke eigenschappen. We vinden het in de kern van levende cellen.

RIBW

1: Regionale instelling voor beschermende woonvormen.

RIC

Regionale indicatiecommissie.

RID

1: Reactor instituut Delft.

RIDE

Onderzoeks-instituut voor ouderdomsziekten.

RIGG

Regionale instelling geestelijke gezondheidszorg.

Rigide

Stijf.

Rigiditeit of rigiditas

Stijfheid.

RIGO

Rijksinstituut voor geneesmiddelen onderzoek.

RIKILT

Rijks-kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten.

RIMA

Regionale instelling maatschappelijke dienstverlening.

RIN

Rijksinstituut voor natuurbeheer.

RING

Stichting registratie instituut natuurgerichte gezondheidszorg.

Rinitis of rhinitis

Een ontsteking van het neusslijmvlies.

RIO

Regionaal indicatie orgaan. Een RIO bestaat niet meer, het is nu CIZ ofwel centrum indicatiestelling zorg.

RIP

Ruimte innemend proces.

RIV

Regionale internisten vereniging.

RIVM

Rijks-instituut voor volksgezondheid en milieu.

RIVO

Rijksinstituut voor visserijonderzoek.

RIZ

Regionaal informatiesysteem zorg.

RIZIV

Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.

RL

Rijksuniversiteit Limburg, het is nu de universiteit Maastricht (UM).

RLV

Referentie etiketteer waarde oftewel de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH of RDA). In de toekomst zal RLV de opvolger worden van de ADH.

RMD

Regionale milieudienst.

RMNO

Raad voor milieu- en natuuronderzoek.

RMS

Referentie aangesloten land (geneesmiddelen).

RMW

Raad voor medische wetenschappen.

Rn

Symbool voor het radon element uit het periodiek systeem.

RN

Retina Nederland. Deze vereniging vertegenwoordigd patiënten met erfelijke aandoeningen aan het netvlies waaronder Retinitis pigmentosa.

RNA

1: Radionuclide of radionucleïde angiografie.

RNC

1: Radionucliden centrum.

RNG

Register arts natuurlijke genees- en behandelwijzen.

RNI

1: Referentie nutriënten inname.

RNP

Ribonucleoproteïne.

RNS

Raad voor natuurkunde en sterrenkunde.

RNZ

Afkorting voor ribonucleïnezuur, RNA wordt ook gebruikt. Deze nucleïnezuren komen in de celkernen voor en zijn een kopie van het DNA. Hierdoor zijn ze van groot belang bij het overdragen van erfelijke eigenschappen.

RO

Omgekeerde osmose.

ROC

Regionaal opleidingen centrum. Het ROC verzorgt ook een opleiding voor zorg en welzijn.

Rodenticide

Een vergif voor het bestrijden van knaagdieren zoals muizen en ratten.

ROEP

Regionaal orgaan eerstelijns psychologen.

ROG

Regionaal overleg gezondheidszorg.

ROH

Regionale organisatie huisartsen.

ROI

Reactief zuurstof tussenproduct of intermediair.

Rollator

Dit is een loophulp in de vorm van, zeg maar, een kinderwagen. Dit wagentje wat vaak inklapbaar is geeft steun tijdens het lopen. Er kan wat bagage meegenomen worden en bij sommige modellen kan je er ook op gaan zitten. Als het goed is heeft het ding twee knijpremmen die vastgezet kunnen worden zodat je niet, al zittend, de gracht inrolt.

ROMA

Regionaal overleg medische administratie.

ROMG

Register ortho-manuele geneeskunde.

ROOB

Regionaal overleg ouderenbeleid.

ROS

Reactieve zuurstof intermediairen. Het zijn uiterst reactieve vrije radicalen of krachtige oxidatiemiddelen.

Rosacea

Het rood worden van het gelaat (erytheem of erythema) door verwijding (dilatatie of dilatatio) van de bloedvaatjes in de huid.

ROTS

Reactieve oxidatieve toxische substanties.

ROW

1: Regulier overleg warenwet.

ROZ

Regionaal overlegorgaan zorg.

ROZA

Regionaal overleg zorgadministraties.

RP

Retinitis pigmentosa, een aangeboren dubbelzijdige degeneratie van het netvlies met de vorming van pigment.

RPB

Reumapatiëntenbond.

RPCFT

Reiter proteïne-complement fixatietest.

RPCP

Regionaal patiënten en consumenten platform.

RPI

Rijks psychiatrische inrichting.

RPKN

Regionaal platform kankerpatiënten verenigingen noord-Nederland.

RPP

Snelverlopende progressieve parodontitis.

RPS

Renale plasmastroom.

RPV

Reuma patiënten vereniging.

RPVN

Retinitis pigmentosa vereniging Nederland.

RR

Relatief risico.

RRAZ

Rechtspositie reglement academische ziekenhuizen.

RRF

Rode gerafelde vezel.

rRNA

Ribosomaal-RNA (ribonucleïnezuur).

RS

1: Rutgers stichting.

RSA

Resistente Staphylococcus aureus.

RSD

Reflectoir-sympathische dystrofie.

RSJ

Regionaal samenwerkingsverband jeugdhulpverlening.

RSN

Reiki stichting Nederland.

RSS

Recombinatie-signaal-sequentie.

RSSE

Russische voorjaar-zomer encefalitis.

RSV

1: Rous sarcoma virus.

RTG

Register tolken gebarentaal.

RTNG

Register therapeut natuurlijke genees- en behandelwijzen.

RTS

Rubinstein-Taybi syndroom.

RTW

Raad voor technische wetenschappen.

Ru

Symbool voor het ruthenium element uit het periodiek systeem.

RU

Rijksuniversiteit.

Rub

Ribulose.

Rubella

Rode hond, een bij kinderen optredende ziekte veroorzaakt door een virusinfectie.

Ruber, rubor, rubra of rubrum

Rood.

RUG

Rijks universiteit Groningen.

RUL

Rijksuniversiteit Leiden.

Rupia

Huidaandoening, uitslag die gepaard gaat met het vormen van korsten.

RUR

Rijksuniversiteit Rotterdam.

RUU

Rijks universiteit Utrecht (ook: UU).

RvA

Raad voor accreditatie. De RvA samen met de CCKL beoordelen laboratoria op hun deskundigheid en onafhankelijkheid. De RvA is vooral werkzaam op gebieden als industrie en dienstverlening.

RvdK

Raad van de kinderbescherming.

RVG

Register van geneesmiddelen. Wanneer een geneesmiddel door het CBG positief is beoordeeld krijgt het een RVG-nummer. Dit nummer dient dan als registratienummer.

RVP

Rijks-vaccinatie programma.

RVV

Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees, dit is nu de VWA oftewel de voedsel- en waren autoriteit.

RVZ

Raad voor de volksgezondheid en zorg. De RVZ zegt een onafhankelijk adviesorgaan voor parlement en regering te zijn. Deze raad zet zich in voor de gezondheid van de burger en de kwaliteit en toegankelijkheid van de gezondheidszorg. De raad brengt hierover strategische adviezen uit.

RXR

Retinoïde X-receptor of vitamine A-receptor.

RyR

Ryanodine receptor.

RZA

1: Register zorg administrateurs.

RZB

Regionaal zorgberaad.

RZO

Regionale zorgvisie ouderen.

S

1: Saturatie.

SA

1: Stearinezuur, één van de vetzuren.

SAA

1: Serum geassocieerd amyloïd.

SAAG

Samenwerkende artsen- en adviesorganisaties in de gezondheidszorg.

SAARD

Langzaam werkend anti-reuma geneesmiddel.

SAB

Subarachnoïdale bloeding.

SABN

Stichting anorexia en boulimia nervosa.

SABO

Stichting algemene bejaardenoorden.

SAC

Seizoengebonden allergische conjunctivitis.

Sacharose

Behoort tot de niet-reducerende suikers en bestaat uit fructose en glucose. Een hoog gehalte aan sacharose vinden we in suikerbieten en suikerriet. Deze gewassen leveren ons bietsuiker en rietsuiker.

Sacraal

Met betrekking tot het heiligbeen of sacrum.

Sacrum

Het volledige Latijnse woord is: 'os sacrum' of heiligbeen. Dit stuk been bestaat eigenlijk uit vijf vergroeide wervels en ligt aan het ondereinde van de wervelkolom. Samen met de heupbeenderen vormt dit de ring van het bekken.

SAD

Seizoengebonden depressie. Een seizoendepressie is een in een bepaald seizoen optredende stemmingsstoornis. Deze komen het meest vaak voor in de herfst en winter. Gepaard aan deze depressieve stemmingen zien we vaak slaapzucht (hypersomnie of hypersomnia), een grotere eetlust en een toename van het gewicht.

SAF

Sodiumacetaat acetaatazijnzuur formaldehyde.

SAG-M

Saline, adenine, glucose en mannitol. Het is een bewaarvloeistof voor bloedproducten.

SAH

S-adenosyl-homocysteïne.

SAHZ

Stichting apotheek der Haarlemse ziekenhuizen. De regionale bereidings unit (RBU) van de SAHZ produceert en analyseert met zorg en aandacht voorraad-bereidingen en bepaalt geneesmiddelen in biologisch materiaal. De RBU bestaat uit de afdelingen farmaceutische bereidingen en laboratorium.

SAIB

Sacharose-acetaat-isobutyraat.

Sal

Zout.

Salinisch

Zilt of veel zout bevattend.

Saliva

Mondvocht of speeksel.

Salmonella

Een geslacht van bacteriën dat bij de mens verschillende ziekten kan verwekken.

Salpinx

Eileider.

SALT

Huid geassocieerd lymfatisch weefsel (lymfeweefsel of lymfoïd weefsel). Zie ook: BALT, CMIS, GALT, MALT, MIS en NALT.

SAM

1: S-adenosyl-methionine.

SAN

1: Stichting afasie Nederland.

Sana

Gezond.

Sanitas

Gezondheid.

SAO

Slaapapneu onderzoek.

SAP

Serum amyloïd P.

Saprofyt

Een organisme dat zich voedt met afgestorven deeltjes of overblijfselen van mens, dier of plant.

Saprogeen

Rotting veroorzakend of verwekkend, door rotten ontstaan.

SAR

1: Zoek en redding.

SARA

Sexueel opgelopen reactieve artritis.

SAS

1: Stichting voor afweerstoornissen.

SATC

Stichting academisch transmuraal centrum.

Saturatie

Verzadiging.

Saturnisme of saturnismus

Loodvergiftiging, het meest voorkomend bij mensen die regelmatig met producten van lood in aanraking komen.

SAZ

Samenwerkende algemene ziekenhuizen.

Sb

Symbool voor het antimoon (antimonium) of stibium element uit het periodiek systeem.

SB

1: Slechtzienden en blinden.

SBA

Stichting bedrijfsfonds apotheken.

SBB

Staatsbosbeheer.

SBG

Stichting Buitenamstel geestgronden.

SBN

Sarcoïdose belangenvereniging Nederland.

SBO

1: Speciaal basis onderwijs.

SBOH

Stichting beroepsopleiding huisartsen. De SBOH is de werkgever van huisartsen in opleiding en specialisten ouderengeneeskunde in opleiding. Ze financiert de hele huisartsopleiding en opleiding tot specialist ouderengeneeskunde.

SBOS

Stichting beroepsopleiding tot sportarts.

SBP

Stichting bekkenbodem patiënten. De SBP, welke werd opgericht in 2001, is een belangenvereniging van en voor patiënten met klachten die een gevolg zijn van een verminderd functioneren van de bekkenbodem (diaphragma pelvis).

SBV

1: Sterfbed-visioen.

SBVM

Stichting begeleidingsgroep voor vrouwen met mastopathie.

SBVO

Stichting tot bevordering van verzekeringsgeneeskundig onderzoek.

SBV-Z

Sectorale berichten voorziening in de zorg.

Sc

Symbool voor het scandium element uit het periodiek systeem.

SC

1: Serie-elastische component.

Scabies of scabiës

Een door de schurftmijt veroorzaakte hevig jeukende huidaandoening. Deze huidziekte is besmettelijk en komt bij de mens maar ook bij sommige huisdieren voor.

SCAD

Korte keten vet acyl dehydrogenase.

Scarlatina

De infectieziekte roodvonk komt het meest bij jonge kinderen voor.

SCAT

Schapencel agglutinatie test.

SCD

Specifieke koolhydraten dieet.

SCEN

Steun en consultatie bij euthanasie in Nederland. Wanneer een zeer ernstig zieke de arts een verzoek voor euthanasie doet zal deze - dit is bij wet vereist - een andere onafhankelijke arts moeten raadplegen. Hiertoe staan bij het SCEN artsen paraat die speciaal opgeleid zijn. Zo kan de eerstgenoemde arts bij een ervaren collega advies en informatie inwinnen.

SCF

Stamcelfactor.

SCFA

Korte keten vetzuur.

Schisma

Een deling of splijting.

Schistosoma

Een geslacht van wormen die ook bij de mens kunnen parasiteren.

Schizogenie

Het ongeslachtelijk voortplanten door middel van het delen van cellen.

SCID

Ernstige gecombineerde immuno-deficiëntie.

SCIP

Stichting cliëntgestuurde initiatieven en projecten. De SCIP ondersteunt (ex-)cliënten van de geestelijke gezondheidszorg bij het opzetten van eigen projecten.

SCL

Symptomen controlelijst.

SCLC

Kleincellig long-carcinoom.

Sclerose of sclerosis

Wordt veelal in samenstellingen gebruikt, het is een verharding die duidt op een ziekte van weefsel.

SCN

1: Nucleus suprachiasmaticus.

Scoliose of scoliosis

Het krom groeien van de wervelkolom in een zijwaartse richting.

SCP

1: Stichting contactgroep prostaatkanker.

scRNA

Klein cytosolisch-RNA (ribonucleïnezuur).

SCT

1: Scleros-compressie-therapie.

SCU

Stichting centrum voor uitvaartinformatie.

SCV

Stichting consument en veiligheid.

SCZ

Sikkelcelziekte.

SD

Standaard deviatie ofwel afwijking.

SDA

Stearidonzuur.

SDAS

Sociale dysfunctie en agressie schaal.

SDD

Selectieve darm-decontaminatie.

SDG

1: Secoisolariciresinol-diglycoside.

SDH

Succinaat-dehydrogenase.

SDK

Stichting diagnose kanker.

SDN

Seksueel dimorfe kern.

SDS

1: Natrium-dodecyl-sulfaat.

SDV

Stichting donor voorlichting.

Se

Symbool voor het seleen (selenium) element uit het periodiek systeem.

SEAG

Stichting educatie additieve geneeswijze.

SEB

Stafylokokken-enterotoxine B.

Seboliet

Talgsteen of opgedroogde talgafzetting.

Seborroe of seborrhoea

Een te hoge afscheiding van talg of huidsmeer zodat een te vette huid ontstaat met soms korstjes of schilfers.

Sebum

Huidsmeer of talg.

Secreet

Het door een klier afgescheiden product. Dit kan bijvoorbeeld maagsap, speeksel of zaad zijn. Het meervoud is secreta.

Secretie

De afscheiding van vocht door klieren.

SED

Stichting educatie Dhanvantari.

Sedatief

Kalmerend of geruststellend.

Sedativum

Een middel dat een kalmerende werking heeft. Het meervoud is sedativa.

Sederen

Het bewerkstelligen van een kalmerende werking.

Sediment of sedimentum

Het bezinken of neerslaan van bezinksel in een vloeistof. Dit wordt vaak toegepast bij het controleren van de urine.

SeFe

Serumijzer is ijzer (Fe) wat gebonden is aan transferrine.

SEGV

Sociaal-economische gezondheidsverschillen.

SEH

1: Spoedeisende hulp.

SEIN

Stichting epilepsie instellingen Nederland.

SEKT

Stuurgroep exploitatie kwaliteitssysteem thuishulp en thuiszorg.

Selenium

Een sporenelement. Het symbool is 'Se'.

SEM

1: Scannende electronenmicroscoop.

Semen

Sperma of zaad.

SEMH

Stichting erkenning medische hulpmiddelen.

Seminaal of seminalis

Met betrekking tot het zaad.

SEN

Stamceldonorbank Europdonor Nijmegen.

SENG

Stichting effectiviteit van natuurlijke geneesmiddelen.

Seniel of senilitas

De ouderdom betreffend.

Sensus

Bij een zintuig: het gewaarworden of vermogen tot waarnemen.

sER

Glad endoplasmatisch reticulum. gER wordt ook gebruikt.

Ser (S)

Het aminozuur serine.

SER

1: Sociaal economische raad.

Ser-Ala

Serylalanine.

SERM

Selectieve oestrogeen receptor modulator.

Serotonine

Serotonine of hydroxytryptamine is een chemische tussenstof bij de overdracht van zenuwprikkels op organen. Deze stof heeft onder andere een verhogende werking op de bloeddruk door het vernauwen van de vaten.

SET

Spiritueel energetisch therapeut.

SeTr

Serumtransferrine. Het is een eiwit wat benodigd is voor het transport van ijzer.

SFA

Verzadigd vetzuur.

SFD

Stichting farmaceutische dienstverlening.

SFK

Stichting farmaceutische kengetallen. De SFK analyseert het geneesmiddelen-gebruik van ruim 1670 van de 1850 openbare apotheken in Nederland. Deze apotheken bedienen tezamen een populatie van 13,5 miljoen personen.

SFVR

Stichting fobievrienden.

Sg

Symbool voor het seaborgium element uit het periodiek systeem.

SG

Soortelijk gewicht.

SGA

Sterk gedragsgestoord en/of agressief.

SGB

Staat van de gezondheidsbescherming.

SGD

Sociaal geriatrische dienst.

SGFB

Sociaal geneeskundig facilitair bedrijf.

SGLVG

Sterk gedragsgestoorde licht verstandelijk gehandicapte.

SGO

Stimuleringsprogramma gezondheidsonderzoek.

SGOT

Serum-glutamaat-oxaalacetaat-transaminase. We zien ook wel dat GOT gebruikt wordt.

SGP

1: Schapen- en geitenpokken.

SGPT

Serum-glutamaat-pyruvaat-transaminase. We zien ook wel dat GPT gebruikt wordt.

SGRC

Sociaal-geneeskundigen registratie commissie.

SGZ

1: Stichting gezondzorg.

SH

1: Sulfhydryl.

SHBG

1: Steroïd hormoon bindend globuline.

SHG

Stichting huisarts-geneeskunde.

SHHV

Stichting hoofd, hart en vaten. De SHHV is een bureau dat zeven patiënten-organisaties op het gebied van hart- en vaatziekten professioneel ondersteunt, adviseert en van informatie voorziet.

SHKZ

Stichting harmonisatie kwaliteitsbeoordeling in de zorgsector.

SHL

Stichting huisartsen laboratorium.

SHN

Stichting huisartsenlaboratorium Noord.

SHO

Stichting Homeopathische opleidingen.

SHON

Stichting hersenletsel organisaties Nederland.

SHP

Stichting hoogleraarstoel psychotherapie.

Si

Symbool voor het silicium element uit het periodiek systeem.

SIADH

Syndroom van overmatige antidiuretisch hormoon secretie.

SIAG

Stichting informatievoorziening alternatieve geneeswijzen.

SIC

Stotter informatie centrum.

Sicca of siccus

Droog.

SID

Stichting informatie dierproeven.

SIDS

SIDS wordt bij ons wiegendood genoemd.

sIgA

Secretoir immunoglobuline A. sIgA remt door middel van hechting schadelijke bacteriën en zorgt voor de verdediging van de slijmvliezen in het maag-darmkanaal. Een tekort aan dit immunoglobuline kan chronische infecties tot gevolg hebben, ook in de luchtweg. Zie ook: IgA.

sIgM

Secretoir immunoglobuline M.

SIGMA

Snel inzetbare groep ter medische assistentie.

Signum

Een teken of verschijnsel.

SIGRA

Samenwerkende intramurale gezondheidszorgvoorzieningen regio Amsterdam.

SIMAVI

Steun in medische aangelegenheden voor inheemsen.

Simplex

Eenvoudig, enkelvoudig of ongecompliceerd.

SIN

1: Stichting incontinentie Nederland.

Sinus

Een bocht, holte, uitholling of boezem.

SIRC

Stabiele isotopen onderzoek-centrum.

SIRTAG

Stichting instituut voor registratie van therapeuten andere geneeswijzen.

SIS

Een SIS noemen wij hier ook wel waterecho.

SISWO

Stichting interuniversitair instituut voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek.

SIT

Subcutane immunotherapie.

SiVAS

Subtiele interventies door middel van het vasculair autonoom signaal of systeem.

SIVIS

SIG verpleeghuis informatiesysteem.

SIWO

Systematische inventarisatie welzijnsonderzoek.

SJK

Stichting jongeren en kanker.

SKB

Sedimentatie kombi bloedtest of bloedsediments-kombitest.

SKGZ

Stichting klachten en geschillen zorgverzekeringen.

SKHJ

Stichting kleinschalige hulpverlening aan jongeren.

SKL

Dr. Sklenar heeft de SKL test ontwikkeld. Tijdens deze test wordt de vorm, kleur en structuur van de rode bloedcellen ofwel erytrocyten beoordeeld.

SKML

Stichting kwaliteitsbewaking medische laboratorium-diagnostiek.

SKP

1: Stichting klinische psychotherapie.

SKRM

Selectieve kinase respons modulator.

SKZB

Stichting kwaliteitsbevordering zorgadministratieve beroepen.

SL

Stichting longkanker.

SLAZ

Sint Lucas Andreas ziekenhuis in Amsterdam.

SLE

Systemische lupus erythematodes of erythematosus.

SLIT

Sublinguale immunotherapie.

SLKF

Stichting landelijke koepel van familieraden.

SLOT

Stichting landelijk orgaan thuisdialyse.

SLPI

Secretoire leukoprotease remmer.

SLV

Een op Sapporo lijkend virus.

Sm

Symbool voor het samarium element uit het periodiek systeem.

SM

1: Sadomasochisme.

SMA

1: Spinale musculaire atrofie.

SMBWO

Stichting voor opleiding tot medisch-biologisch wetenschappelijk onderzoeker. De VMWO heeft het initiatief genomen tot het instellen van een landelijk stelsel van opleidingen tot medisch biologisch wetenschappelijk onderzoeker, ofwel de MBWO. Daartoe is het landelijk college voor MBWO, het CMBWO, opgericht. Inmiddels zijn deze activiteiten overgenomen door een stichting, namelijk de SMBWO. De volgende opleidingen functioneren landelijk: anthropogenetica, epidemiologie, experimentele pathobiologie, farmacologie, fysiologie, immunologie, morfologie, toxicologie, parasitologie. De opleiding duurt ongeveer 4 jaar. De kandidaten dienen theoretisch en experimenteel geschoold te worden.

SMD

Stichting maatschappelijke dienstverlening.

SME

Stichting milieu-educatie.

SMEZ

Stichting Menzis eerstelijns zorg.

SMH

Spoedeisende medische hulpverlening.

SMKA

Stichting medische kindercirkel Alkmaar.

SMN

Stichting minderjarigen Noord-Nederland.

SMNK

Stichting milieu- en natuurbescherming Kennemerland.

SMON

Subacute myelo-optico-neuropathie.

SmPC

Samenvatting van product karakteristieken.

SMT

Sociaal medisch team.

SMZ

Sociaal medische zaken.

Sn

Symbool voor het tin (stannum) element uit het periodiek systeem.

SN

Schildklierstichting Nederland.

SNFK

Stichting nationaal fonds tegen kanker.

SNH

Stichting Nederlandse hartpatiënten.

SNNZ

Stichting nabestaan na zelfdoding.

SNOM

Scannende dichtbij-veld optische microscoop.

SNOOR

Stichting Nederlandse onderzoeken oorzaken rugziekten.

SNP

Enkel nucleotide polymorfisme.

SNW

Stichting natuurlijk welzijn.

SO

Speciaal onderwijs.

SOA

Sexueel overdraagbare aandoening.

SOD

Het superoxidedismutase enzym wat helpt bij het neutraliseren van verschillende vrije radicalen.

SOEP

Symptoom, onderzoek, evaluatie en plan.

Softgel

Dit is een zachte gelatine capsule die met een vloeibare inhoud gevuld is.

SOGG

Stichting overlegorgaan geestelijke gezondheidszorg.

SOKG

Stichting ondersteuning klachtopvang gezondheidszorg.

Solitair of solitarius

Afzonderlijk of alleenstaand.

Solutie of solutio

Oplossing van een stof in vloeistof.

SOMA

Stichting opleiding tot medisch administrateur.

Somatisch

Met betrekking tot het lichaam of lichamelijk.

SOMT

Stichting ondernemingen in de medische technologie.

SON

Nucleus supraopticus.

SOO

Stedelijk overleg ouderenorganisaties.

Sordes

Een vuile of stinkende afscheiding.

SOS

De stichting opleidingen sportgeneeskunde verzorgt trainingen en cursussen op het gebied van sportgeneeskunde.

SOSA

Stichting opleiding scholing ambulancehulpverlening.

SOT

Sperma overlevingstest.

SOW

Stichting onderzoek wereldvoedselvoorziening.

SOZ

Stichting Oosterschelde ziekenhuizen.

SoZaWe

Sociale zaken en werkgelegenheid.

Spagiricum

Een langs scheikundige weg (spagirisch) gemaakt geneesmiddel. Het meervoud is spagirica.

SPC

1: Aanvullend beveiligings-certificaat.

SPD

1: Sociaal pedagogische dienst.

SPDC

Sociaal psychiatrisch diensten centrum.

Species

Soort.

SPECT

Enkelvoudige foto-emissie computertomografie. Voordat met behulp van de SPECT een opname gemaakt kan worden zal er eerst een radioactieve stof - een zogenaamde tracer - in een ader moeten worden gespoten. Zo'n tracer verspreid zich, via de bloedbaan, snel door het lichaam. Met een gammacamera kan er nu een opname gemaakt worden. De SPECT-methode levert een hele reeks beelden op die ook op een beeldscherm te analyseren zijn.

SPF

Zon protectie factor. De verkrijgbare zonnebrandmiddelen behoren voorzien te zijn van een SPF. De bescherming tegen het schadelijke UV-licht is beter naarmate de zon protectie factor hoger ligt. Het is overigens wel zo dat geen enkel transparant zonnebrandmiddel alle UV-stralen kan tegenhouden. De beste middelen houden, afhankelijk van de SPF, UV-B straling goed tegen maar zijn tegen UV-A straling maar matig effectief. Een langdurige blootstelling aan natuurlijk zonlicht of het door zonnebanken opgewekte kunstmatige zonlicht kan op langere termijn beschadiging van de huid veroorzaken. 'Mooi bruin worden' is domweg niet veilig ...

SPG

Stichting preventie gezondheidszorg.

SPH

Sociaal pedagogische hulpverlening.

SPIN

Stichting patiëntenbeweging en informatie technologie Nederland.

Spina

Doorn, punt of puntvormig uitsteeksel. Een uitstekende punt van bot of kraakbeen.

Spiril of spirillum

Een spiraalvormige bacterie.

SPITS

Substituerende psychiatrische intensieve thuis service.

Splen

De milt.

Splenitis

Ontsteking van de milt.

SPM

1: Scanning-probe microscoop.

SPO

Stichting patiëntenbelangen orthopaedie.

Sporenelementen

Deze elementen spelen een belangrijke rol in de stofwisseling. Ze komen in kleine hoeveelheden (sporen) in de voeding en het lichaam voor.

SPOT

Samenwerkende particuliere organisaties thuiszorg.

SPP

Standaard pakket polis (ziektekosten).

SPRG

Stichting platform recreatie gehandicapten.

SPS

Schizoïde persoonlijkheidsstoornis.

Spurius

Onecht of vals.

Sputum

Fluim, een uit de luchtweg opgehoest afscheidingsproduct van ontstoken slijmvlies.

SPV

Sociaal psychiatrisch verpleegkundige.

SQS

Squaleen-synthase.

Sr

Symbool voor het strontium element uit het periodiek systeem.

SR

1: Sepiapterine reductase.

SRBAG

Stichting registratie beroepsbeoefenaren aanvullende gezondheidszorg.

SRBC

Schapen rode bloedcel, ofwel rode bloedcel van het schaap.

SRC

Specialisten registratie commissie.

SRD

Sympathische reflexdystrofie.

SRI

Serotonine heropname-remmer.

SRJV

Stichting registratie jeugd voorzieningen.

SRO

Gereguleerde afgifte van een pil of tablet.

SRP

1: Signaal herkennings-partikel.

SRS

Traag reactieve substantie.

SRT

1: Sociaal ritmetherapie.

SRZ

Samenwerkende Rijnmond ziekenhuizen.

SSADH

Succinaat semi-aldehyde dehydrogenase.

SSHV

Sekse specifieke hulpverlening.

SSKK

Steun, stress, kracht en kwetsbaarheid.

SSN

1: Schizofrenie stichting Nederland.

SSPE

Subacute scleroserende pan-encefalitis.

SSPP

Studenten standaard pakket polis (ziektekosten).

SSRI

Selectieve serotonine heropname remmer. SSRI's worden vaak gebruikt voor het behandelen van depressies.

SSSV

Stichting specifieke scholing verpleegkundigen.

SSVH

Stichting samenwerkende vrijwillige hulpdiensten.

SSZ

Stichting samenwerking ziekenhuizen.

ST

Stabiel toxine.

STA

School voor toegepaste astrologie.

STAT

Stichting aanvullende thuiszorg.

Stafylokok of Staphylococcus

Dit is de zogenaamde druifcoccus. Deze bacterie vormt bij elkaar liggende hoopjes die op een druiventros lijken.

STAGG

Stichting architectenonderzoek gebouwen gezondheidszorg.

STAP

Stichting alcohol preventie.

Statines

Een statine is een middel dat het gehalte aan cholesterol in het bloed verlaagt.

STBN

Stichting thuisbevalling Nederland.

Stellatus of stellatum

Stervormig.

STEP

Standaard evaluatie project.

Sternaal of sternalis

Met betrekking tot het borstbeen.

Sternum

Het borstbeen.

STEZON

Stichting educatie zonnebranche.

sTfR

Serum transferrine receptor.

STG

1: Stichting toekomstscenario's gezondheidszorg.

STH

Somatotroop hormoon.

STIBAG

Stichting ter bevordering van de alternatieve geneeskunde.

STIMEZO

Stichting medisch verantwoorde zwangerschaps-onderbreking.

STIMO

Stimulering modernisering ouderenzorg.

STING

Stichting beroepsvereniging werknemers in gezinsverzorging en thuiszorg.

StiSAN

Stichting samenwerkende abortusklinieken en centra voor seksuele gezondheid Nederland. StiSAN is een koepelorganisatie en behartigt de belangen van 10 abortusklinieken. De stichting heeft een algemeen bestuur, van waaruit gewerkt wordt in een aantal commissies en projectgroepen.

STIVA

Stichting verantwoord alcoholgebruik.

STM

Scanning-tunnelling microscoop.

STN

1: Stichting thuiszorg Nederland. Door een faillissement in december 2009 is deze stichting overgenomen door TSN, ofwel: thuiszorg service Nederland.

STNR

Symmetrische tonische nekreflex.

Stomachicum

Een eetlust opwekkend middel dat ook de spijsvertering verbetert.

Stomachus

De maag.

STOMP

Samen tegen ongewenste medische praktijken (vereniging).

STOOM

Stichting onderzoek en ontwikkeling maatschappelijke gezondheidszorg.

STPS

Schizo-typische persoonlijkheidsstoornis.

Strangurie of stranguria

Een moeizame en pijnlijke urinelozing met vaak maar enige druppels tegelijk.

Strenuus

Heftig, hevig of sterk.

Strictuur of strictura

Vernauwing van een hol orgaan of kanaal in het lichaam.

Strophulus

Een huiduitslag met jeukende knobbeltjes die vaak door een allergische reactie veroorzaakt wordt.

Struma

Een vergroting van de schildklier (kropgezwel).

STSG

Samenwerkingsverband tegen seksueel geweld.

STSN

Stichting tubereuze sclerosis Nederland.

STT

Stichting terminale thuiszorg.

Stupide of stupidus

Dom, stompzinnig of stompzinnigheid.

STW

Stichting voor technische wetenschappen.

Styloideus of styloides

Stiftvormig.

Stylus

Stift.

Stypticum

Een bloedstelpend middel.

STZ

1: Samenwerkend topklinisch opleidings-ziekenhuis.

Sublinguaal of sublingualis

Onder de tong of lingua.

Submersie

Onderdompeling.

Substantie of substantia

Iets bestaat uit een stof of substantie.

Subtiel of subtilis

Broos, heel fijn of teer.

Subunguaal of subungualis

Onder de nagel.

Succinaat

Barnsteenzuur.

Succus

Sap of vocht.

Sudor

Transpiratievocht of zweet. De zweetklieren van de huid scheiden dit vocht af. Door verdamping van dit vocht wordt de lichaamstemperatuur constant gehouden.

Sulcus

Gleuf, groef of spleet. Het meervoud is sulci.

SULT

Sulfotransferase.

Supercilia

Haren van de wenkbrauwen.

Supercilium

Wenkbrauw, het meervoud is supercilia.

Superficieel of superficialis

Oppervlakkig.

Supp

Op een recept betekent dit: zetpil (suppositorium).

Suppressie of suppressio

Onderdrukking.

Supra-

In samenstellingen: boven of over.

Sura

De kuit.

Suraal of suralis

Met betrekking tot de kuit.

Surditas

Doofheid.

Surrogaat

Een vervangingsmiddel.

SUS

Scrotale echografie. Wanneer het sperma niet normaal van kwaliteit is zal men een echo van het scrotum ofwel de balzak maken. Hiermee kan worden vastgesteld of afwijkingen in de balzak mogelijk de oorzaak zijn van een verminderde spermakwaliteit. Gelet wordt op het volume van de testikels, de aanwezigheid van spataderen in de balzak (varicocele), vochtophoping in de balzak (hydrocele of cysten) en de mogelijke aanwezigheid van een kwaadaardige afwijking.

Susurrus aurium

Oorsuizen of oorsuizing.

Sutuur of sutura

Naad.

SV

Slagvolume van het hart.

SVA

Stichting vakanties autisme.

SVB

Studie- en vakbibliotheek voor visueel en anderszins gehandicapten.

SVBH

Stichting voorlichtingsbureau hoofdpijn.

SVE

Stichting voor eetproblematiek.

SVG

1: Stichting verslavings-reclassering GGZ.

SVGB

Stichting vakopleiding gezondheids-technische beroepen.

SVGO

Stichting voorlichting gehandicapte ouders.

SVN

Stichting verpleeghuiszorg Nederland.

SVP

1: Standaard verpleegplan.

SVR

1: Vertaald is dit: systemische vaatweerstand.

SVRZ

Stichting voor regionale zorgverlening. De SVRZ is een organisatie op het gebied van ouderenzorg in Zeeland. Men zegt dat acht zorglocaties en een servicecentrum garant staan voor zorgverlening en dienstverlening die aansluit bij de wensen van de cliënten. De kern van de missie van de SVRZ staat hierbij centraal en is van toepassing op haar cliënten en medewerkers: 'Waar de mens iemand is'.

SVS

Steunpunt voor vrouwen met siliconen implantaten.

SVW

Systemische vaatweerstand.

SVWB

Samenwerkingsverband en Wet BIG.

SW

1: Sociale werkvoorziening.

SWAB

Stichting werkgroep antibiotica beleid.

SWG

1: Serviceverlening werkgelegenheid geneeskundigen.

SWL

Stichting werkgroep lymfoedeem.

SWO

Stichting welzijn ouderen.

SWOP

Stichting wetenschappelijk onderzoek prostaatkanker.

SWOV

Stichting wetenschappelijk onderzoek verkeersveiligheid.

SWVP

Samenwerkingsverband pijndisciplines.

SWW

Stichting welzijnswerk.

Sycose of sycosis

Baardschurft of baardvin, een vaak chronische ontsteking van de haarzakjes die meestal beperkt blijft tot het gedeelte van de huid met baardgroei.

Symbiose of symbiosis

Een vorm van samenleven van twee ongelijke organismen.

Symfyse of symphysis

De verbinding van twee beenderen door middel van kraakbeenweefsel.

Symptomatisch

1: Wat kenmerkend is voor een bepaalde aandoening of ziekte.

Symptoom

Kenteken of ziekteverschijnsel. Een al dan niet kenmerkende uiting van een aandoening, verwonding of ziekte.

Synaps

Een synaps is de plaats waar zenuwimpulsen overgedragen worden. Het is de contactplaats van twee neuronen danwel tussen een neuron en een klier of spier.

Synaptisch

Met betrekking tot een synaps.

Synbiotica

Synbiotica is een combinatie van prebiotica en probiotica.

Synchroon of synchronisch

Gelijktijdig, op hetzelfde moment. Synchronisatie of synchroniseren is het doen gelijklopen.

Syndroom

Een complex of verzameling van symptomen die bij een ziekte horen.

Synergie, synergisme of synergismus

Een gelijkgerichte en wederzijds versterkende werking. Dit bijvoorbeeld als samenwerking van geneesmiddelen, spieren, zenuwen of verschillende soorten vergif.

Synthese

1: Het samenstellen van een scheikundige verbinding.

Systole

De fase in het hartritme waarin de hartspier zich samentrekt en zodoende de hartkamers leegdrukt.

Systolisch

Met betrekking tot de systole.

SZ

1: Slechtziende.

SZA

Specifiek ziekenhuisafval.

SZB

Stichting zeldzame bloedziekten.

SZGO

Stichting ziekenhuizen 's Gravenhage en omstreken.

SZI

Steunpunt zelfzorg initiatieven.

SZKIB

Stichting het zieke kind in beweging.

T

1: Thoracaal.

T1/2

Een afkorting van de halfwaardetijd, de HWT of halveringstijd.

T3

Trijodothyronine. Zie ook de pagina met termen zoals gebruikt voor laboratorium onderzoek.

T4

Tetrajodothyronine. Zie ook de pagina met termen zoals gebruikt voor laboratorium onderzoek.

Ta

Symbool voor het tantaal (tantalum) element uit het periodiek systeem.

TA

1: Toxine-antitoxine.

TAA

Thoracaal of thoraco aorta aneurysma.

TAAA

Thoracaal of thoraco-abdominaal aorta aneurysma.

TAB

Een vaccin of inentingsstof wat gebruikt wordt voor het bestrijden van tyfus en paratyfus A of B.

Tache

Vlek.

Tacho- of tachy

In samenstellingen: snel of verhoogd.

Tachycardie of tachycardia

Een versnelde hartwerking van meer dan 100 samentrekkingen of contracties per minuut.

Tachyfrasie

Haastig of zeer snel spreken.

Tachypnoe

Snelle ademhaling.

TACM

Traditionele, alternatieve en complementaire geneeskunde.

Tactus

Gevoel of tastzin.

TAD

Thalidomide, adriamycine en dexametason.

Taedium

Afkeer.

Taenia

Een lintwormsoort.

Taeniasis

Het in het lichaam herbergen van een lintworm, een parasitaire infectie.

Taenicidum

Een middel dat een lintworm kan doden. Het meervoud van zo'n geneesmiddel is taenicida.

TAF

Tumor angiogenesis factor.

TA-GVHD

Transfusie-geassocieerde graft versus host ziekte (reactie).

Talk

In poedervorm gebruikt om de huid in te smeren voelt het vettig aan. Het is waterhoudend magnesiumsilicaat wat weefsel-reacties kan veroorzaken.

TAM

Toetsing aangewende middelen.

TAMI

Trombolyse en angioplastiek bij myocardinfarct.

TAN

Tropische atactische neuropathie.

TAO

Tromboangiitis obliterans.

TAP

Transabdominale punctie.

TAPA

Doelwit van antiproliferatief antilichaam.

TAT

1: Toxine-antitoxine.

TATA

Tumor geassocieerd transplantatie-antigeen.

TAV

Terugdringing arbeidsongeschiktheidsvolume.

Tb

Symbool voor het terbium element uit het periodiek systeem.

TB

Traditionele behandelwijze.

TBA

1: Tertiair butylacetaat.

TBARS

Thiobarbituurzuur reactieve substantie.

TBC

Tuberculose.

TBE

Tickborne encefalitis.

TBG

1: Thyroxinebindend globuline.

TBI

Totale lichaamsbestraling.

TBM

Tubulair basaalmembraan.

TBNG

Tuchtrecht beroepsbeoefenaren natuurlijke gezondheidszorg, het is een stichting.

TBP

Thyroxinebindend proteïne.

TBPA

Thyroxinebindend pre-albumine.

TBW

Totaal lichaamswater. Het intracellulaire water (ICW) en het extracellulaire water (ECW) vormen samen het totaal lichaamswater (TBW).

Tc

Symbool voor het technetium element uit het periodiek systeem. Technetium vindt zijn toepassing bijvoorbeeld in de nucleaire geneeskunde. Als medische toepassing is slechts een beperkt aantal radioactieve stoffen geschikt. Om ervoor te zorgen dat deze stof op de juiste plaats in het lichaam of orgaan terecht komt wordt er een andere stof mee verbonden. Deze andere, niet radioactieve stof, kan bijvoorbeeld fosfaat zijn zodat het analyseren van botten mogelijk wordt. Zo'n verbinding van stoffen noemt men een 'radiofarmacon'. De halfwaarde tijd van technetium bedraagt ongeveer 6 uur, zodat de stof het lichaam betrekkelijk snel weer ontlast.

TC

1: Telefonisch consult.

TCA

Tricyclisch antidepressivum. De groep tricyclische antidepressiva bestaat uit de tricyclische stoffen amitriptyline, clomipramine, desipramine, dosulepine, doxepine, imipramine, nortriptyline en trimipramine. Verder nog maprotiline als tetracyclische verbinding. Deze TCA's hebben als duidelijke bijwerkingen onder andere:

TCC

Tumor-cytotoxische cel.

TCDD

Tetrachloordibenzo-dioxinen.

TCDO

Tetrachloordecaoxygeen.

TCE

Trichlooretheen.

T-cel

Zie voor de T-cellen bij T-lymfocyt.

TCG

Traditionele Chinese geneeskunde, TCM wordt ook vaak gebruikt.

TCGF

T-cel groei factor.

TCK

Traditionele Chinese kruidengeneeskunde.

TCM

Traditionele Chinese geneeskunde, TCG wordt ook gebruikt.

TCR

T-cel receptor.

TCV

Traditionele Chinese voedingsleer.

TD

Toxische dosis.

tdd

Op een recept betekent dit: 3 maal daags.

TDI

Toelaatbare dagelijkse inname.

TDM

Therapeutische geneesmiddelen controle. TDM is het meten der concentratie van geneesmiddelen in het bloed. Men kan zodoende bepalen of de manier van toedienen en de dosering juist zijn. Verder biedt deze TDM de mogelijkheid ter controle van de therapietrouw die een patiënt heeft.

TDP

1: Thymidine-difosfaat.

TDT

Terminaal desoxy-transferase.

Te

Symbool voor het telluur (tellurium) element uit het periodiek systeem.

TE

1: Totaal eiwit.

TEA

Tri-ethylamine.

Tela

Weefsel.

TEM

1: Tri-ethyleenmelamine.

Temperans

Een kalmerend middel. Het meervoud is temperantia.

Tempora

De slapen of slaapstreek. Het enkelvoud is tempus.

Temporaal of temporalis

Betreffende de slapen of slaapstreek.

Temporair

Tijdelijk of voorbijgaand.

Tempus

Zie tempora.

TEN

Toxische epidermale necrolyse.

TENS

Transcutane electrische neuro-stimulatie.

Tensie of tensio

Druk of spanning.

TEP

Transduodenale endoscopische papillotomie.

TEPA

Tri-ethylfosforamide.

TEPP

Tetra-ethylpyrofosforzuur.

TES

Transrectale endoscopische sonografie.

TESE

Testiculaire sperma extractie. TESE is een micro-chirurgische operatie waarmee bij de helft van de mannen zaadcellen gevonden worden in de zaadbal. Na deze operatie kunnen de zaadcellen in een eicel geïnjecteerd worden.

Testosteron

Een hormoon in het mannelijk lichaam. Zie ook de pagina met termen zoals gebruikt voor laboratorium onderzoek.

TF

1: Trombocyten factor.

TFA

Transvetzuur.

TFI

Tubulaire fertiliteits-index.

TfR

Transferrine receptor.

TFT

1: Trifluridine.

Tg

Thyreoglobuline.

TG

Tuchtcolleges voor de gezondheidszorg.

TGA

1: Transpositie der grote arteriën.

TGF

Transformerende groeifactor.

TGID

Totale gastro-intestinale decontaminatie.

TGM

Therapeutische genmodulatie is een doel van onderzoek aan de rijksuniversiteit van Groningen. Op de website zegt men dat de ontrafeling van het complete humane genoom met zijn meer dan 25.000 genen zal leiden tot nieuwe mogelijkheden voor de diagnose en preventie van verschillende ziekten. Ook wordt deze kennis gebruikt om nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen voor een breed scala aan ziekten. Klinisch gentherapie-onderzoek heeft veelbelovende resultaten opgeleverd bij patiënten met een aangeboren immuun-deficiëntie en hemofilie. Ook bij patiënten met cardiovasculaire ziekten blijkt gentherapie een vermindering van de klachten te bewerkstelligen. Het onderzoek binnen de afdeling therapeutische genmodulatie richt zich op de ontwikkeling van geneesmiddelen voor de therapeutische beïnvloeding van de activiteit van genen. Hiertoe worden genetische geneesmiddelen en toedieningsvormen ontwikkeld voor een specifieke en efficiënte behandeling van verschillende ziekten. Op dit moment richt het onderzoek zich voornamelijk op de behandeling van kanker en chronische ontstekingen.

TGN

Trans-Golgi-netwerk.

TGT

Te gebruiken tot.

TGV

Therapeutische gezinsverpleging.

Th

1: Symbool voor het thorium element uit het periodiek systeem.

TH

1: Tyrosinehydroxylase.

Thalamus

Veel centra van gevoels- en zintuigzenuwen zijn gelegen in dit deel van de tussenhersenen.

THB

Tetrahydrobiopterine.

THC

1: Tetrahydrocannabinol.

THD

1: Thyroxine-hydroxylase-deficiëntie.

Theca

Omhulsel.

THF

1: Tetra-hydro-folaat.

Thiamine

Vitamine B1.

Thorax

De borst of borstkast.

Thr (T)

Het neutrale essentiële aminozuur threonine.

THR

1: Torsiehoek van de romp.

THW

Tegen haar wil.

Thy

Thymine.

Thymus

Zwezerik.

Thyro-

In samenstellingen: met betrekking tot de schildklier.

Thyroiditis

Ontsteking van de schildklier.

Thyrotropine

Thyroïd stimulerend hormoon, afgekort: TSH. Het gehalte hiervan kan tijdens een bloedonderzoek bepaald worden.

Thyroxine

We vinden dit schildklierhormoon in het bloed terug. De naam tetrajodothyronine of T4 wordt ook gebruikt.

Ti

Symbool voor het titaan (titanium) element uit het periodiek systeem.

TI

Trimbos instituut.

TIA

Als gevolg van een tijdelijk tekort in de aanvoer van bloed naar de hersenen kan een zogenaamde TIA ontstaan. Hierdoor wordt een verstoring van hersenfuncties ervaren die niet-invaliderend en voorbijgaand is. Men spreekt ook wel van een kleine beroerte. De duur van een TIA varieerd van slechts een paar minuten tot een gehele dag. Doordat de bloedtoevoer zich redelijk snel herstelt vindt er geen afsterven van hersenweefsel plaats. Bij een beroerte of CVA gebeurt dit wel en leidt tot neurologische beschadigingen. Na een TIA is een latere beroerte niet onwaarschijnlijk.

TIBC

Totale ijzer bindende capaciteit.

Tibia

Het scheenbeen.

Tibiaal of tibialis

Met betrekking tot het scheenbeen.

tid

Op een recept betekent dit: 3 maal daags.

TIJBC

Totale ijzer-bindings-capaciteit.

Tinctie

Kleuring.

Tinnitus aurium

Het 'oorsuizen', zonder dat er sprake is van geluid uit de omgeving wat dit veroorzaakt.

TIP

1: Tandheelkundig informatie punt.

TIRN

Treponema-immobilisatiereactie van Nelson.

TISS

Therapeutisch interventie score systeem.

TIT

1: Treponema-immobilisatie test.

TIVA

Totale intraveneuze anesthesie.

TJZ

Tandheelkundige jeugdzorg.

TK

Thymidinekinase.

Tl

Symbool voor het thallium element uit het periodiek systeem.

TLB

Totale lymfoïde bestraling.

TLC

1: Totale longcapaciteit.

TLD

Thermo luminescentie detector.

TLK

Totaal lichaams-kalium.

T-lymfocyt

T-lymfocyten of T-cellen zijn hoofdzakelijk verantwoordelijk voor de door cellen geregelde immunoreactie. Ze zijn, net als de B-cellen, ontstaan uit de stamcellen in het beenmerg.

Tm

Symbool voor het thulium element uit het periodiek systeem.

TM

1: Trimethoprim.

TMB

1: Tetramethylbenzidine.

TME

Totale mesorectumexcisie.

TMF

Thymidine-monofosfaat.

TMG

1: Trimethylglycine.

TML

Trimethyllysine.

TMM

Tendo-musculaire meridiaan. TMM's vormen de verbinding tussen het skelet en spierstelsel. Ze verzorgen zodoende de normale bewegingen.

TMP

1: Thymidine-monofosfaat.

TMS

Transcraniële magnetische stimulatie. Deze techniek wordt ingezet voor onderzoek naar de behandeling van stemmen (hallucinaties).

TMT

Angst management theorie. Het was eind jaren tachtig toen Sheldon Solomon deze, nu sterk opkomende, sociaal-psychologische theorie onder woorden bracht.

TMTD

Tetra-methyl-thiuram-disulfide.

TN

1: Tromponine.

TNF

Tumor necrosis factor, wat voornamelijk door macrofagen geproduceerd wordt.

TNFR

Tumor necrosis factor receptor.

TNM

Tumor, nodus en metastasen.

TNO

Toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek.

TnT

Troponine T.

TNT

Trinitrotolueen.

TNWT

Thuiszorg noord-west Twente.

TOA

1: Technisch oogheelkundig assistent(e).

TOB

Tobramycine.

Tocoferol

Vitamine E.

TOF

Tripartite overleg farmacie.

TOG

Tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte.

Tolerantie

De verdraagzaamheid ten opzichte van een geneesmiddel of stof in de voeding.

Toniserend

1: De tonus vergrotend.

Tonsil of tonsilla

Amandel.

Tonsillitis

Ontsteking van de amandelen in de keel.

Tonus

De spanning in een spier of weefsel.

TOPAZ

1: Topzorg academische ziekenhuizen.

TOPKI

Stichting trainings organisatie professionele Kinesiologie.

Torderen

Draaien of torsie toepassen.

Torsie of torsio

Draaiing.

Torso

De romp van het lichaam.

Toxalbumine

Een eiwit wat giftig is voor ons lichaam.

Toxemie

Het voorkomen van toxinen in het bloed.

Toxiciteit

De giftigheid.

Toxine

Een giftige of schadelijke stof.

Toxine-antitoxine

Een mengsel van een bepaald toxine met het tegen dit toxine werkzame tegengif.

Toxisch

Vergiftig.

Toxoplasma

Een geslacht van eencellige parasieten.

Toxoplasmose

Een infectie veroorzaakt door de Toxoplasma gondii.

TP

1: Truncus pulmonalis.

TPA

1: Weefsel-plasminogeen-activator.

TPHA

Treponema pallidum hem-agglutinatie.

TPI

Treponema pallidum immobilisatie.

TPMT

Thiopurine methyltransferase.

TPO

Trombopoëtine.

TPP

1: Thiamine-pyrofosforzuur.

TPR

1: Therapeut patiënt relatie.

TPS

Theatrale persoonlijkheidsstoornis.

TPV

Totale parenterale voeding.

TPW

Totale perifere weerstand.

Trachea

Luchtpijp.

Tractie of tractio

Trekken.

Tractus

Een streng of bundel vezels.

Tranquillizer

Een kalmerend middel.

Transferase

Transferasen zijn eiwitten (enzymen) die delen van chemische verbindingen op andere overdragen.

Transvetzuur

Op diverse producten uit ons voedingspakket staat zoiets vermeld als: 'geharde plantaardige olie'. De olie in dit product heeft dan een hardingsproces ondergaan. Het is een chemische behandeling van onverzadigd vet waaraan waterstof werd toegevoegd. Door dit proces ontstaan de zogenaamde transvetzuren. Zie ook: hydreren.

Trematoden

Dit zijn zuigwormen waarvan sommige in het bloed kunnen voorkomen.

Tremor

Een beving, siddering of trilling.

TRFC

Transmurale regionale formularium commissie.

TrH

Tryptophaan hydroxylase.

TRH

1: Thyroliberine.

Tri

Trichloorethyleen.

Trias

Een drietal.

Trichina of Trichinella

Een zogenaamde haarworm.

Trichitis

Ontsteking van de haarwortels.

Triglyceride

Dit is een wat oudere benaming voor vet. Het is een verestering van glycerol met een drietal vetzuren. Men gebruikt nu de naam triacylglycerol. We vinden deze glycerolen in de meeste dierlijke en plantaardige oliën en vetten.

TRIP

Transfusiereacties in patiënten.

Tripeptide

Een verbinding van drie aminozuren.

TRIX

Transfusie register irregulaire antistoffen en X-proefproblemen.

tRNA

Transport-RNA (ribonucleïnezuur).

Trombe, trombus of thrombus

Een bloedstolsel dat zich aan de binnenkant van de vaatwand vastzet.

Trombocyt

Een kernloos, klein en kleurloos bloedplaatje of bloedcel. De trombocyten hebben als taak de bloedstelping of hemostase te verbeteren.

Trombopenie

Een verlaagd aantal bloedplaatjes.

Trombose of thrombosis

De vorming van bloedstolling in een ader. Wanneer deze te groot wordt bestaat de kans dat de ader wordt afgesloten.

Trp (W)

Het essentiële, aromatische aminozuur tryptofaan.

TRP

Tubulaire terugresorptie van fosfaat.

Truncus

Buis, stam of slagader.

TS

1: Tubereuze sclerose.

TSE

Overdraagbare spongiforme hersenaandoening.

TSH

Afkorting voor het thyroïd stimulerend hormoon uit de voorkwab van de hypofyse. Het regelt de werking van de schildklier, we noemen het ook wel thyrotropine. Zie ook de pagina met termen zoals gebruikt voor laboratorium onderzoek.

TSI

Thyroïd stimulerend immunoglobuline.

TSN

Trombose stichting Nederland.

TSO

Tripartite sectoraal overleg.

TSP

Tropisch spastische paraparese.

TSS

Toxische-shocksyndroom.

TSTA

Tumor-specifiek transplantatie-antigeen.

TT

1: Tromboplastinetijd, zie ook: protrombinetijd.

TTE

Trans-thoracale echocardiografie.

TTG

Weefsel trans-glutaminase.

TTP

1: Trombotische trombocytopenische purpura.

TTR

Transthyretine.

TTS

Transdermaal therapeutisch systeem.

TTT

Thymol-troebelingstest.

TU

Testosteron-undecanoaat.

Tuba

Trompet. We kennen de oortrompet en die van de baarmoeder.

Tuber

Een knobbel of zwelling.

Tubulus

Buisje.

Tubus

Buis.

TUD

Technische universiteit Delft.

Tumor

Zwelling, wat een teken van een ontsteking is.

Tumormerker

Een tumormerker is een stof die in onder andere bloed of urine aangetroffen wordt. Zo'n stof moet een aanwijzing geven voor de aanwezigheid van een gezwel of tumor. De concentratie van een tumormerker zou dan ook in overeenstemming moeten zijn met het groter danwel kleiner worden van de tumor. Dit blijkt in de praktijk lang niet altijd betrouwbaar. Sommige, als tumormerker bekende, stoffen kunnen ook van normale cellen afkomstig zijn.

TUMT

Transuretrale microgolf thermotherapie.

Tunica

Een bedekkende laag, omhulsel of vlies. Het meervoud is tunicae.

TUR

Transurethrale resectie.

TURP

Transuretrale resectie van de prostaat.

TURT

Transuretrale resectie van een tumor.

TVA

Transvacceenzuur.

TVE

1: Transvaginale echografie.

TVLO

Totaal verbrand lichaamsoppervlak.

TVMD

Tijdelijke verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening.

TWC

Vertaald is dit het totaal aantal leukocyten ofwel witte bloedcellen.

TWK

Thoracale wervelkolom.

TWR

Tussenwervelruimte.

TWS

Tussenwervelschijf.

TWSSV

Tijdelijke wet stimulering sociale vernieuwing.

Tx

Tromboxaan of thromboxaan.

TxA

Tromboxaan-A.

TXS

Tromboxaansynthetase.

Tyr (Y)

Het aromatische aminozuur tyrosine.

Tyrosine

Een aminozuur.

Tyrotoxisme of tyrotoxismus

De zogenaamde kaasvergiftiging.

TZ

Terugdringing ziekteverzuim.

TZD

Thiazolidinedione, met een verlagende werking op de bloedglucose.

U

1: Afkorting van unit of eenheid.

UA

Uitsluitend (te leveren door een) apotheek.

UAD

Uitsluitend (te leveren door een) apotheek of drogist.

UB

Universiteits-bibliotheek.

Ubichinon

Het coënzym Q of gewoon Q.

UBO

Uitkering bij overlijden.

uc

Op een recept betekent dit: gebruik bekend.

UC

1: Uterus-contractie.

UCD

Afkorting voor uiterste consumptie datum.

UCG

Urine-choriongonadotrofine.

UCM

Universiteits college Maastricht.

UCN

1: Ultra centrifuge Nederland.

UCO

Universitair centrum voor ouderengeneeskunde.

UCP

Universitair centrum psychiatrie.

UCTD

Ongedefinieerde bindweefselziekte.

UCV

Uniforme codering voedingsmiddelen.

UD

1: Uitsluitend dierenarts.

UDA

Uitsluitend af te leveren door een dierenarts of op recept van deze arts.

UDC

1: Ursodeoxycholzuur.

UDCA

Ursodeoxycholzuur.

UDD

Uitsluitend af te leveren en toe te passen door een dierenarts.

UDO

Uro-dynamisch onderzoek. UDO betreft een onderzoek naar de werking van de lage urinewegen wat inwendig geschiedt. Dit betreft de blaas en het afsluit-mechanisme van de blaas. Met behulp van dunne slangetjes ingebracht via de plasbuis en de endeldarm kunnen metingen worden verricht van de blaasdruk, blaasinhoud en het afsluiten van de blaas. Tevens het eventuele urineverlies, de uitstroomsnelheid van de urine en de spanning in de bekkenbodemspieren. De meetresultaten worden met een computer verwerkt en zichtbaar gemaakt.

UDP

Uridinedifosfaat.

UDPBGT

UDP-bilirubine-glucuronyl-transferase.

ue

Op een recept betekent dit: (voor) uitwendig gebruik.

UF

1: Ultrafiltraat.

UFKA

Universitaire farmaceutische kring Antwerpen.

UG

Urogenitaal.

UGT

Uridinedifosfaat-glucuronosyl transferase.

UHF

Ultra hoogfrequent.

UHP

Universitaire huisartsenpraktijk.

UHT

Ultra-hoge temperatuur. Deze verhitting wordt wel tijdens de productie van melk toegepast.

UHV

Ultrahoog verhit.

ui

Op een recept betekent dit: (voor) inwendig gebruik.

UI

Urineweg-infectie.

UK

1: Urokinase.

UKG

Ultrakortegolf.

UKOP

Een UKOP verpleegafdeling zorgt voor patiënten met:

ULC

Universitair longcentrum.

Ulcerosa

Zwerend.

Ulcus

Zweer, het verlies van weefsel aan de oppervlakte van de huid. Zweren kunnen ontstaan door bijvoorbeeld een algemene infectie, gestremde bloedsomloop of het infecteren van een bestaande wond.

Ulitis

Een tandvleesontsteking.

ULN

Bovenlimiet van het normaalbereik.

Ulna

De ellepijp van de onderarm.

UM

Universiteit Maastricht.

UMC

Universitair medisch centrum. Men geeft er basiszorg, topklinische- en topreferente zorg. Men verricht er medisch-wetenschappelijk onderzoek terwijl er tevens opleidingen en onderwijs worden verzorgd. In Nederland zijn de universitair medische centra ontstaan uit fusies van academische ziekenhuizen met medische faculteiten van universiteiten.

UMCG

Universitair medisch centrum Groningen. Het universitair medisch centrum Groningen (UMCG) is op 1 januari 2005 ontstaan uit een fusie van het academisch ziekenhuis Groningen (AZG) met de faculteit der medische wetenschappen van de rijksuniversiteit Groningen.

UMCR

Universitair medisch centrum Rotterdam ofwel het Erasmus MC.

UMCU

Universitair medisch centrum Utrecht.

UMF

Ultra-moleculaire frequentie.

UMP

Uridinemonofosfaat.

UMS

Universitair medisch specialist.

ung

Op een recept betekent dit: zalf (unguentum).

Unguentum

Zalf.

Unguis

Nagel.

UnieKBO

Unie van katholieke bonden van ouderen.

UNO

Universitair netwerk ouderenzorg.

Unq

Symbool voor het unnilquadium element uit het periodiek systeem. Sinds 1997 is dit officieel het rutherfordium (Rf) element.

up

Op een recept betekent dit: (voor) eigen gebruik.

UP

1: Ulcus pepticum.

UPA

Urokinase plasminogeen activator.

UPFP

Uvulopalatofaryngoplastiek.

UPO

Ureumperoxide.

UR

1: Uitsluitend (te leveren) op recept.

Ura

Uracil.

URA

Uitsluitend op recept afleveren.

Uraat

Zout van urinezuur.

Uragogum

Een urinedrijvend middel. Zie ook: diureticum.

Uremie of uraemia

Een verhoogd ureumgehalte in het bloed.

Ureter

De urineleider die het nierbekken verbindt met de blaas.

Urethra

De plasbuis, urinebuis of urinekanaal. De urine uit de blaas kan door deze buis naar buiten stromen.

Uretritis of urethritis

Een ontsteking van de urethra.

Ureum

Dit afbraakproduct van de eiwit-stofwisseling wordt via de urine afgevoerd uit het lichaam.

Urine of urina

Het uitscheidingsproduct van de nieren.

URS

1: Uretero-renoscopie.

Urticaria

Netelkoorts, netelroos of netelzucht. Een meestal met hevige jeuk gepaard gaande huidaandoening waarbij ook bultjes of galbulten optreden.

UT

Universiteit Twente.

Uterien of uterinus

Met betrekking tot de uterus.

Uterus

De baarmoeder.

UTI

Urineweg-infectie.

UTP

Uridine-trifosfaat.

UU

Universiteit Utrecht.

Uub

Symbool voor het ununbium element uit het periodiek systeem. Sinds februari 2010 is dit officieel het copernicum (Cn) element.

Uuh

Symbool voor het ununhexium element uit het periodiek systeem.

Uuo

Symbool voor het ununoctium element uit het periodiek systeem.

Uup

Symbool voor het ununpentium element uit het periodiek systeem.

Uuq

Symbool voor het ununquadium element uit het periodiek systeem.

Uus

Symbool voor het ununseptium element uit het periodiek systeem.

Uut

Symbool voor het ununtrium element uit het periodiek systeem.

UV

1: Ulcus ventriculi.

UVA

Universiteit van Amsterdam.

UVD

De afkorting van uiterste verkoopdatum.

UVI

Uitvoeringsinstelling.

UvT

Universiteit van Tilburg.

UVV

Unie van vrouwelijke vrijwilligers.

UWI

Urineweg-infectie.

UZ

Universitair ziekenhuis.

UZI

Unieke zorgverlener identificatie.

UZOVI

Unieke zorgverzekeraars identificatie.

v

1: Vena.

V

1: Het essentiële aminozuur valine.

V&V

Verpleging en verzorging.

V&VN

1: Vereniging verpleegkundigen en verzorgenden Nederland.

VA

1: Verzekeringsarts.

VAA

Vereniging anusatresie.

VAB

Vereniging arts in beweging.

Vaccin

Entstof. Een poging door middel van een inenting het lichaam immuun te maken voor een bepaalde infectieziekte. Hierdoor moet het lichaam aangezet worden tot het zelf aanmaken van antistoffen. Het vaccin bestaat veelal uit dode dan wel verzwakte micro-organismen of delen van virussen.

Vaccinatie

Het inenten met een vaccin (vaccineren).

Vacuüm of vacuum

Een luchtledige ruimte.

VAG

1: Vesiculair ademgeruis.

VAGB

Vragenlijst algemene gezondheidsbeleving.

Vaginitis

Zie: colpitis.

VAIO

Verpleeghuisarts in opleiding.

VAK

Vragenlijst voor angst bij kinderen.

Val (V)

Het alifatische (m.b.t. vet) essentiële aminozuur valine.

VAL

Vereniging artsen laboratorium-diagnostiek.

Valide

Gezond, krachtig, volwaardig of goed functionerend.

Valine

Een alifatisch essentieel aminozuur. De afkorting is Val.

Valva

Klep.

Valvula

Klepje of klepvlies.

VAMG

Vereniging van artsen voor manuele geneeskunde. Na een fusie is dit de NVOMG.

VAOMG

Vereniging voor artsen orthomanuele geneeskunde. Na een fusie is dit de NVOMG.

VAP

1: Vereniging voor allergiepatiënten.

Vapor

Damp.

VAR

Verpleegkundige en/of verzorgende adviesraad.

Variabel

Veranderlijk of wisselend.

Varicella

De waterpokken, een besmettelijke kinderziekte waarbij op het hele lichaam blaasjes voorkomen.

Varix

Spatader, een uitgezette niet goed functionerende ader.

Vas

Vat of buis. Het meervoud is vasa.

VAS

1: Vasculair autonoom signaal.

Vasculair

De vaten of bloedvaten betreffend.

Vasculitis

Ontsteking van bloedvaten.

Vasculum

Vaatje.

Vaso-

In samenstellingen: bloedvat of vat.

VATS

Vertaald is dit: opereren (chirurgie) in de borstholte of thorax (kijkoperatie), geassisteerd door een videocamera ofwel thoracoscopie.

VAZ

Vereniging van academische ziekenhuizen.

VBAG

Vereniging ter bevordering van alternatieve geneeswijze. Deze VBAG is een beroepsvereniging.

VbbA

De astma patiënten vereniging.

VBC

Vereniging bewegingsleer Cesar.

VBG

Vereniging van branche-opleidingsinstituten gezondheidszorg.

VBMG

Voor beide middelen gevoelig.

VBN

Vereniging beter natuurlijk.

VBOC

Verpleegkundige beroepsstructuur en opleidings-continuüm.

VBOK

Vereniging ter bescherming van het ongeboren kind.

VBP

De vereniging van brandwonden-patiënten heet nu: vereniging van mensen met brandwonden. De nieuwe naam wordt niet meer afgekort.

VBTGG

Vereniging tot bevordering der tandheelkundige gezondheidszorg voor gehandicapten.

VBZ

1: Vereniging voor de bakkerij- en zoetwaren industrie.

VC

1: Vitale capaciteit.

VCAM

Vasculair CAM, oftewel vasculair cellulair adhesie-molecuul.

VCap

Vegetarische capsule.

VCG

Vectorcardiogram.

VCgP

Vereniging cliëntgerichte psychotherapie.

vCJD

Variant van de Creutzfeldt-Jakob ziekte.

VCP

1: Versterking cliënt positie.

VCZ

Vakbeurs voor de complementaire zorg. Deze vakbeurs wordt door de ASWS georganiseerd. Nederland is één van de weinige landen binnen de EU waarbij de complementaire zorgverlening nog niet wettelijk geregeld is. In Duitsland, Frankrijk en België is er een duidelijk vestigingsbeleid en er zijn scholingseisen en natuurlijk een bijbehorend tuchtrecht. In afwachting van Europese regelgeving probeert de consument in Nederland zelf de lacune op te vullen door eisen te stellen aan kwaliteit en betrouwbaarheid van de complementaire zorgverlener. Er zijn diverse initiatieven vanuit de zijde van de consument gaande om de kwaliteit van de complementaire zorgverlener zichtbaar te maken middels bijvoorbeeld een keurmerk. De producenten van complementaire zorgmiddelen moeten voldoen aan steeds strengere kwaliteitseisen, en bovendien moeten de producenten indien zij functionele gezondheidsclaims gebruiken als werving voor de verkoop van hun producten, deze claims middels literatuurstudies onderbouwen. Een algehele professionalisering in de complementaire zorg is ook nodig om deze zorg de juiste plaats binnen ons nationale gezondheidssysteem te geven. Complementaire zorgvormen zijn niet meer weg te denken daar er miljoenen mensen per jaar in Nederland op de één of andere manier gebruik van maken. Bovendien draagt deze professionalisering bij aan een betere acceptatie door de reguliere zorg en heel misschien kunnen we in de toekomst spreken van een algehele humane zorg zonder nog een onderscheid te maken tussen deze twee vormen van gezondheidszorg.

VD

1: Veterinaire dienst.

VDA

Verpleegkundig dialyse assistent.

VDB

Vereniging van directies van bejaardentehuizen.

VDG

Vereniging dialyserenden en getransplanteerden.

VDR

1: Vitamine D-receptor.

VDRL

Vertaald staat deze afkorting voor: geslachtsziekte onderzoeks-laboratorium.

VDT

Vereniging dialyse technici.

VECOZO

Veilige internet communicatie in de zorg.

Vector

Een drager of overbrenger van parasieten of ziektekiemen. Dit betreft veelal een insect.

VED

Vereniging van Ehlers-Danlos patiënten.

VEGF

Vasculaire endotheliale groeifactor.

VEMW

Vereniging voor energie, milieu en water.

VEN

Vereniging eetstoornis net.

Vena

Ader of bloedvat. Het meervoud is venae.

Venula

Adertje, het meervoud is venulae.

Verdunning

Bij de bereiding van Homeopatische middelen is het gebruikelijk deze te verdunnen. Deze verdunning wordt aangegeven met een hoofdletter D, gevolgd door een cijfer. D1 betekent een verdunning van 1 op 10, D2 van 1 op 100 enzovoort.

Verkoeverkamer

De uitslaapkamer, om bij te komen na een operatie.

Vermis

Worm of wormvormige structuur.

Verruca

Wrat, een vorm van een soort tepeltje op een plaatselijk verdikte huid. Het meervoud is verrucae.

Verrukeus of verrucosus

Wratachtig, wratvorming of met wratten bedekt.

Vertebra

Wervel, het meervoud is vertebrae.

Vertex

Kruin, top, het hoogste of uiterste punt.

VES

Ventriculaire extrasystole.

Vesica

Een blaar of blaas.

Vesicula

Blaasje.

vesp

Op een recept betekent dit: 's avonds.

Vestibulum

Portaal, toegang, toegangsruimte of voorhof.

VEZONN

Vereniging van zorginstellingen Noord-Nederland.

VF

Ventrikel-fibrilleren.

VG

1: Verzekeringsgeneeskundige.

VGC

1: Vaatweerstand in de grote circulatie.

VGCt

Vereniging voor gedragstherapie en cognitieve therapie.

VGE

Vereniging voor gezondheidseconomie.

VGI

Verzekerings-geneeskundig instituut.

VGL

Voeding, gezondheid en levenswijze.

VGN

1: Vereniging gehandicaptenzorg Nederland.

VGP

Vereniging van genezers vanuit Psychosofia.

VGR

Vereniging voor gezondheidsrecht.

VGVZ

Vereniging voor geestelijke verzorgers in zorginstellingen.

VGW

Vereniging van geestelijk werkers.

VGWM

Veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu.

VHAN

Vereniging van homeopathische artsen in Nederland. Homeopathie is een geneeswijze waarbij men met behulp van homeopathische geneesmiddelen het zelfherstel van het lichaam stimuleert. Het is een milde, maar effectieve behandelmethode van allerlei ziekten en kwalen. Het streeft naar een evenwicht tussen lichaam en geest, en stelt dat evenwicht centraal. Als dit evenwicht verstoord raakt, kunnen er klachten en ziekten ontstaan.

VHI

Veterinaire hoofdinspectie van de volksgezondheid.

VHIG

Vereniging voor hygiëne en infectiepreventie in de gezondheidszorg.

VHL

1: Von Hippel-Lindau syndroom.

VHN

1: Vrijwilligers hospicehuizen Nederland.

VHS

Viraal hemorragisch syndroom.

VHTR

Vertraagde hemolytische transfusiereactie.

Vi

Virulentie.

VIA

1: Verpleegkunde inwendige aandoeningen.

VIB

Vitamine informatie bureau.

VIBA

Vereniging voor integrale biologische architectuur. De VIBA werd in 1976 opgericht in Nederland, met als doel gezond bouwen en wonen te stimuleren. Zij stelt de gezonde leefomgeving voor mensen centraal, met respect voor natuur, mens en milieu.

Vibratie

Trilling.

Vibrio of vibrion

Een geslacht van schroef- of spiraalvormige bacteriën.

VIDO

Vrouwen in de overgang.

VIG

1: Vademecum integrale geneeswijzen.

VIGEF

Vereniging van de Nederlandse groenten- en fruitverwerkende industrie.

VIKC

Vereniging van integrale kankercentra. De VIKC is het landelijke samenwerkings verband van integrale kankercentra in Nederland, het zijn er acht. De doelstelling van deze centra is ervoor te zorgen dat iedere patiënt die kanker heeft in Nederland de meest optimale zorg ontvangt. Dit ook zo dicht mogelijk bij huis. De integrale kankercentra verlenen zelf geen patiëntenzorg, dat is een taak van de zorgverleners. De kankercentra richten zich op de zorgverleners en beleidsmakers in de oncologie (leer der gezwellen, in dit geval met name de kwaadaardige).

VIM

1: Ventralis intermedius.

VIP

1: Vasoactief intestinaal polypeptide.

Viraal

Met betrekking tot of tengevolge van een virus.

Viremie

De aanwezigheid van een virus in het bloed.

Virogeen

Veroorzaakt door een virus.

Virologie

De kennis van virussen en de door hen veroorzaakte ziekten.

Virulentie

De kracht van micro-organismen (virussen) om te overleven tussen de nuttige flora in het lichaam en het immuunsysteem te weerstaan.

Virus

Het kleinste deeltje bij mens en dier wat een infectie kan veroorzaken. Een virus kan zich pas vermeerderen nadat het een cel is binnengedrongen. Het meervoud is virussen.

VIS

1: Verpleegkundig informatie systeem.

Viscus

Ingewand. Het meervoud is viscera.

Visus

De gezichtsscherpte of gezichtsvermogen.

VIT

1: Vereniging van instellingen voor thuisverzorging in Nederland.

Vitamine

Een organische stof die in voldoende mate in ons voedsel aanwezig moet zijn. Het lichaam is niet of in onvoldoende mate in staat deze vitaminen zelf aan te maken.

Vitamine A t/m M

Zie de aparte pagina over vitaminen.

Vitium

Gebrek.

Vitro

In vitro: in glas of een reageerbuisje, dit tijdens onderzoek in een laboratorium. Tegengesteld is 'in vivo'.

Vitrum

(in) Glas. Als voorbeeld een glazen reageerbuisje en voor medicamenten een medicijnflesje of potje.

ViV

Vereniging integrale vitaliteitkunde.

VIV

Vereniging integrale vitaliteitkunde.

VIVAM

Vereniging van instellingen voor algemeen maatschappelijk werk.

Vivo

In vivo: levend op of in het lichaam, dit in tegenstelling tot 'in vitro'.

VIZ

Vereniging voor infectie-ziekten.

VIZi

Vereniging informatievoorziening zorginstellingen.

VK

Verloskamer.

VKA

Vitamine-K-Antagonist.

VKB

Voorste kruisband.

VKC

1: Vernale conjunctivitis.

VKGL

Vereniging klinisch genetische laboratorium-diagnostiek.

VKGN

Vereniging klinische genetica Nederland.

VKI

Voedselketeninformatie.

VKIG

Vereniging klachtenfunctionarissen in instellingen voor gezondheidszorg.

VKJP

Vereniging voor kinder- en jeugd psychotherapie.

VKO

Vereniging keizersnede ouders.

VKOR

Vitamine K epoxide reductase.

VKS

1: Volwassenen, kinderen en stofwisselingsziekten.

VKZI

Vereniging keukenhoofden ziekenhuizen en instellingen.

VL

1: Ventralis lateralis.

VLA

1: Zeer late activatie.

VLCFA

Zeer lange keten vetzuur.

VLDL

Zeer lage densiteit lipoproteïne. Lipoproteïne met een zeer laag moleculair gewicht.

VLF

Zeer lage frequentie.

VLHT

Vereniging van laboratorium-houdende tandtechnici.

VLO

Verbrand lichaamsoppervlak.

VLZ

Verlenging loondoorbetalingsplicht bij ziekte.

VM

Veneuze malformatie.

VMA

1: Voedingsmiddelen-allergie.

VMBI

1: Vereniging voor informatieverwerking in de zorg.

VMCE

Vereniging voor mensen met constitutioneel eczeem.

VMDB

Vereniging voor manisch depressieven en betrokkenen. Sinds 1987 zet deze vereniging, aanvankelijk in de vorm van een stichting (de NSMD), zich in voor mensen met een manisch depressieve stoornis (MDS, ook wel bipolaire stoornis genoemd) en hun betrokkenen. Dat zijn partners, ouders, kinderen of andere familieleden, maar ook vrienden van de patiënt. De vereniging is er voor en door de leden en werkt hoofdzakelijk met vrijwilligers.

VMG

1: Vereniging managers gehandicaptenzorg.

VMPD

Vereniging van medewerkers in voorzieningen voor psychiatrische dagbehandeling.

VMT

Vereniging van manueel therapeuten.

VMWN

Vereniging maatschappelijk werk nefrologie.

VMWO

Vereniging van medisch wetenschappelijke onderzoekers. Zie ook: SMBWO.

VNA

Stichting verenigde Nederlandse apotheken.

VNB

Vereniging van Nederlandse bejaardenoorden.

VNBW

Vereniging het Nederlandse blinden- en slechtziendenwezen.

VNCI

Vereniging Nederlandse chemische industrie.

VNFKD

Vereniging van Nederlandse fabrikanten van kinder- en dieetvoedingsmiddelen.

VNGK

Vakblad voor de natuurgeneeskundige.

VNGN

Vlaams-Nederlands Gestalt netwerk.

VNIV

Vereniging Nederlandse incontinentie verpleegkundigen. De VNIV is in 2006 samen met 34 andere verpleegkundige beroepsverenigingen gefuseerd tot de V&VN.

VNN

Verslavingszorg Noord Nederland.

VNRT

Vereniging van Nederlandse reflexzone therapeuten.

VNT

Vereniging van natuurgeneeskundig therapeuten.

VNV

1: Vereniging van Nederlandse verpakkingskundigen.

VNVA

Vereniging van Nederlandse vrouwelijke artsen.

VNZ

1: Vereniging Nederlandse zorgverzekeraars.

VO

1: Verwarmend oppervlak.

VOA

Ventralis-oralis anterior.

VOC

Vereniging van ouders van couveusekinderen.

VOD

Visus oculus dexter, de gezichtsscherpte van het rechter oog.

VODI

Voedings- en dieetvoorlichting.

VODS

De gezichtsscherpte van de ogen tezamen.

VOG

Verklaring omtrent gedrag.

VOGG

1: Vereniging van ouders van geestelijk gehandicapten.

VoHa

Vervolgopleiding tot huisarts.

VOI

Vereniging osteogenesis imperfecta.

VOK

Voorste oogkamer.

VOKK

Vereniging ouders, kinderen en kanker.

VOKS

Vereniging voor ouderen en kinderen met een slokdarmafsluiting.

Volemie

Dit is de verhouding tussen de hoeveelheid bloed in het lichaam en het totale lichaamsgewicht.

Volvulus

Een kronkel of knoop in de darm.

VONA

Vereniging ouders nierpatiënten AMC.

VOOK

Vereniging ouders van een overleden kind.

Voorloper

Zie: precursor.

VOP

1: Ventralis-oralis posterior.

VOR

Verkeersongevallen registratie.

VOS

1: Vluchtige organische stof.

VOVB

Vereniging van opleidingsinstituten voor verplegende en verzorgende beroepen.

VoVo

Voorlichtingsbureau voor de voeding.

VP

1: Vena pulmonalis, de longader.

VPARD

Vereniging patiënten adhesie gerelateerde ziekte.

VPR

Versterking positie patiënt in de regio.

VPTZ

Vrijwilligers palliatieve terminale zorg.

VPU

Voedsel provocatie unit.

VPV

Vereniging patiënten voorlichting. Het is nu beroepsvereniging Compriz.

VR

Vrije radicalen.

VRA

Nederlandse vereniging van revalidatieartsen. De kernactiviteiten van de revalidatiearts zijn: diagnostiek, behandeling, advies en consultatie bij patiënten met functieverlies door ziekte, ongeval of een aangeboren aandoening.

VRAC

Volume-gereguleerd anion kanaal.

VRE

1: Vanco-resistente Enterokokken.

VRIN

Vereniging van revalidatie instellingen Nederland.

VRL

Vena renalis links, de linker nierader.

VROM

Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer.

VRN

Vereniging rebalancing Nederland.

VRR

Vena renalis rechts, de rechter nierader.

VRZ

Vereniging regionale zorgverzekeraars.

VS

1: Venasectie.

VSD

Ventrikel-septumdefect.

VSG

1: Vrouwenhulp na seksueel geweld.

VSGP

Vereniging voor spirituele genezing vanuit Psychosofia. Psychosofia betekent letterlijk: wijsheid van geest. Bij de vereniging aangesloten begeleiders werken vanuit de visie dat iedereen in principe een eigen genezend of helend vermogen heeft. We kunnen er echter niet altijd bij komen. Een spiritueel begeleider helpt om dit contact te herstellen. Op deze manier genezen of helen we onszelf.

VSK

Vereniging tegen seksuele kindermishandeling. Een vereniging tegen seksueel kindermisbruik binnen het gezin, familie en andere vertrouwensrelaties.

VSM

1: Vena saphena magna, de grote oppervlakkige beenader.

VSN

Vereniging spierziekten Nederland.

VSNU

Vereniging van samenwerkende Nederlandse universiteiten.

VSOP

Vereniging samenwerkende ouder- en patiënten-organisaties. De VSOP is een samenwerkingsverband van ongeveer 60 patiënten-organisaties voor aandoeningen met een aangeboren en/of erfelijke component. Door de snelle ontwikkelingen in de medische wetenschap worden van steeds meer aandoeningen de erfelijke factoren bekend. De VSOP behartigt de gezamenlijke belangen op het terrein van voorlichting over erfelijkheid, diagnose, preventie en therapie.

VSP

1: Variabel oppervlakte proteïne.

VSR

Ventrikelseptumruptuur.

VSS

Verpleegkunde snijdende specialismen.

VT

1: Vaginaal toucher.

VTA

Ventraal tegmentaal gebied.

VTE

Veneuze trombo-embolie.

VTM

Virus transport medium.

VTO

1: Vertraagd type overgevoeligheid (allergie) of Type IV.

VTV

1: Vakbeurs voor de totale voetverzorging.

VTZ

Vrijwilligers terminale zorg.

VU

Vrije universiteit.

VUmc

Vrije universiteit medisch centrum.

VV

Verzadigd vet.

VVAH

Vereniging van verloskundig actieve huisartsen.

VVAVZ

Vereniging van verpleegkundigen die de algemene leiding hebben van de verplegingsdienst in ziekenhuizen. De VVAVZ en de 'hoofden medische en paramedische diensten' (de HMPD) zijn eind 1997 samengesmolten in de VMP, de vereniging managers patiëntenzorg.

VvAwT

Vereniging van artsen werkzaam in de tuberculosebestrijding.

VvE

Vereniging voor epidemiologie.

VVF

Vereniging vrijgevestigde fysiotherapeuten.

VVH

1: Vereniging van haptotherapeuten.

VVIK

Vereniging van integrale kankercentra.

VVIO

Vereniging verpleeghuisartsen in opleiding.

VVKV

Vereniging voor kinder verpleegkundigen.

VVM

Vereniging van verlegen mensen.

VVMW

Vereniging voor vrijgevestigde maatschappelijk werkers.

VVNH

Vereniging voor- en nazorg bij hartziekten.

VvOCM

Vereniging van oefentherapeuten Cesar en Mensendieck.

VvOV

Vereniging van oncologie verpleegkundigen.

VVP

Vereniging van vrijgevestigde psychiaters.

VVR

Verzorging verpleging revalidatie.

VVS

Vereniging verkeersslachtoffers.

VVSN

Vereniging verpleegkundigen stomazorg Nederland. De VVSN is een vereniging voor verpleegkundigen die de verpleegkundige zorg voor patiënten met een stoma of fistel als specialisme hebben. Dit kan zijn als adviserend verpleegkundige op de verpleegafdeling, als verpleegkundig consulent voor zowel intra- als extramurale zorgverlening of als adviserend verpleegkundige werkzaam bij een commerciële instelling.

VVTV

Voorwaardelijke vergunning tot verblijf.

VVV

1: Verkregen verhoogde vatbaarheid.

VVVG

Vereniging verpleegkundigen en verzorgenden geriatrie.

VVVP

Vereniging van vaatpatiënten. De VVVP is een patiënten-organisatie voor mensen die lijden aan een perifere vaataandoening. Dit is een aandoening van de bloedvaten, welke niet de bloedvaten van het hart zijn.

VvWN

Vereniging voor winterdepressie-patiënten Nederland.

VVYN

Vereniging van Yoga-leerkrachten Nederland.

VVZ

Vergrijzingsvoorziening ziektekosten.

VWA

Voedsel en waren autoriteit. De VWA is de overheidsorganisatie die toeziet op de veiligheid van levensmiddelen en consumenten-producten en controleert of de wet- en regelgeving wordt nageleefd. Als de VWA overschrijdingen constateert, krijgen producenten een waarschuwing, een boete of kunnen partijen producten worden vernietigd. Verder adviseert de VWA de ministers van VWS en LNV en informeert de VWA consumenten.

VWF

1: Von Willebrand-factor.

VWPG

Vereniging van werkers in psychotherapeutische gemeenschappen.

VWS

Ministerie volksgezondheid, welzijn en sport.

VZB

1: Vrouwen zonder baarmoeder.

VZG

Voorlichting zelfhulp gynaecologie.

VZH

Vrouwenzelfhulp.

VZI

Vereniging van ziekenhuis instrumentatietechnici.

VZR

Voetzoolreflex.

VZRN

Vereniging ziekte van von Recklinghausen Nederland.

VZS

Afkorting van vegetatief zenuwstelsel.

VZV

1: Varicella-zoster-virus.

W

1: Watt, een eenheid van electrische arbeid.

Waakinfuus

Dit is een, uit voorzorg, aangelegd intraveneus infuus. Men doet dit wanneer er verwacht wordt dat er op korte termijn snel bloed of medicamenten toegediend moeten worden.

WADA

Wereld anti-doping agentschap.

WAG

1: Wet arbeid gehandicapten.

WAGW

Wet arbeid gehandicapte werknemers.

WAHO

Wereld Ayurvedische gezondheids-organisatie.

WAIS

Wechsler volwassene intelligentie schaal.

WAjong

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

WAO

1: Wereld allergie organisatie.

WaR

Wassermann-reactie.

WAR

Wetenschappelijke adviesraad.

WAS

1: Wiskott-Aldrich-syndroom.

WAV

Hier geen bekend bestandsformaat maar: wet op het ambulancevervoer.

WAZ

Wet afbreking zwangerschap.

WBB

Wet bodembescherming.

WBC

Witte bloedcel.

WBD

Werkgroep bioresonantie voor dieren.

WBGV

Werktijdenbesluit voor geneeskundigen en verloskundigen.

WBI

Wet bestrijding infectieziekten.

WBIG of Wet BIG

Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

WBIO

Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken. De WBIO wordt ook wel kortweg de WBI genoemd.

WBM

Wonen buiten de muren.

WBMV

Wet op de bijzondere medische verrichtingen.

WBO

1: Wet op het bevolkingsonderzoek.

WBOPZ

Wet bijzondere opname in psychiatrische ziekenhuizen.

WBP

Wet bescherming persoonsgegevens.

WBVV

Werktijdenbesluit voor verplegings- en verzorgingsinstellingen.

WBZ

1: Wet bouwbeheersing zorgvoorzieningen.

WCA

Wet chemische afvalstoffen.

WCF

Wetenschappelijk college fysiotherapie.

WCN

1: Whiplash centrum Nederland.

WCPV

Wet collectieve preventie volksgezondheid.

WCRF

Wereld kanker onderzoek fonds.

WCZ

Werkgroep complementaire zorg.

WDH

1: Waarneem dossier huisartsen.

WDHA

Waterige diarree, hypokaliëmie en achloorhydrie.

WDL

Warenwetregeling diepgevroren levensmiddelen.

Web

Een membraan of weefsel van geringe dikte wat de vorn heeft van een spinnenweb.

WEBA

Welzijn bij arbeid.

WEC

Wond expertise centrum.

Weefsel

De diverse organen in het lichaam zijn opgebouwd uit weefsels. Een weefsel bestaat uit een groep cellen met gelijke functie en opbouw. Een aantal voorbeelden zijn botweefsel, hersenweefsel, spierweefsel en zenuwweefsel.

Wekaminen

Dit zijn chemische stoffen die een sterke geestelijk en lichamelijk opwekkende werking vertonen. Ze beïnvloeden het zenuwstelsel zodat de behoefte aan slaap en vermoeidheid verminderen. Het normale gevoel en de waarschuwingen van het lichaam worden echter onderdrukt zodat er overbelasting en schade kan ontstaan.

WEL

1: Warenwetbesluit etikettering van levensmiddelen.

WEON

Werkgroep epidemiologisch onderzoek Nederland.

WEZ

Wet exploitatie zorgvoorzieningen.

WFC

Wereld federatie voor chiropractie.

WFH

Wereld federatie van hemofilie-verenigingen.

WGA

Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten.

WGBHCZ

Wet gelijke behandeling op grond van een handicap of chronische ziekte.

WGBO

Wet op de geneeskundige behandelings-overeenkomst. Het is een samenwerking tussen degeen die hulp verleent en de patiënt. Volgens de overeenkomst zijn ze een soort van partners. Sinds 1 juli 2007 is de apotheker opgenomen in de WGBO.

WGHR

Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen.

WGM

1: Weesgeneesmiddel.

WGO

Wereld gezondheidsorganisatie.

WGP

Wet geneesmiddelen prijzen.

WGR

Wet gemeenschappelijke regelingen.

WGV

Wet geneesmiddelen-voorzieningen.

Wh

Wattuur. 1 Wh is de arbeid van 1 watt (W) die per uur wordt verricht.

WHAW

Werkdruk en herstel bij afwijkende werktijden.

WHO

Wereld gezondheidsorganisatie.

WIA

Werk en inkomen naar arbeidsverdeling. Vanaf 2006 is de WAO vervangen door de WIA samen met de WGA.

WiB

Wet inzake bloedtransfusie.

WIBAZ

Werkgroep instrumenten beoordeling academische ziekenhuizen.

WIBV

Wet inzake de bloedvoorziening.

WIG

Werkgroep integratie geneeswijzen.

WINAp

Wetenschappelijk instituut Nederlandse apothekers.

WIP

Werkgroep infectie preventie.

WIS

Wondverzorging, incontinentie en stoma.

WIZCG

Werkgroep integrale zorg, chronisch zieken en gehandicapten.

WJH

Wet op de jeugd hulpverlening.

WK

Afkorting voor wervelkolom.

WKCG

Wet klachtrecht cliënten gezondheidszorg.

WKCZ

Wet klachtrecht cliënten zorgsector. Op 1 augustus 1995 is de WKCZ in werking getreden. Op grond van deze wet moet iedere zorginstelling beschikken over een klachtenregeling, een klachtencommissie en een klachtenfunctionaris. Een klacht met betrekking tot de gezondheidszorg kan over veel meer zaken gaan dan alleen medische fouten. Er kan ook van alles misgaan tijdens het contact met de hulpverlener of in de organisatie van de betreffende zorg. Het gaat hier natuurlijk om zaken die volgens de cliënt anders hadden kunnen of juist moeten verlopen. De te verwerken klachten kunnen zeer verschillend zijn, onder andere afhankelijk van de aard en ernst ervan.

WKDV

Werkgroep kinder-diabetes verpleegkundigen.

WKGZO

Wetenschappelijke kwaliteit gezondheidszorg-onderzoek.

WKO

Wereld kanker onderzoekfonds.

WKZ

Wilhelmina kinderziekenhuis.

WLV

Wet op de luchtverontreiniging.

WLZ

Stichting waterlaboratorium zuid.

WMCZ

Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen.

WMG

Wet marktordening gezondheidszorg.

WMK

Wet medische keuringen.

Wmo

Wet maatschappelijke ondersteuning. Sinds 1 januari 2007 is de Wmo in werking getreden. De Wvg, wet voorzieningen gehandicapten, is opgenomen in deze Wmo.

WMO

Wet medisch wetenschappelijk onderzoek met mensen.

WMZ

Wet maatschappelijke zorg.

WNF

Wereld natuur fonds.

WOCZ

Werkverband organisaties chronisch zieken.

WOD

1: Wet op de dierproeven.

WODC

Wetenschappelijk onderzoek en documentatie centrum.

WOG

De wet op de geneesmiddelen-voorziening.

WOGIZ

Werkgroep openbare gezondheidszorg en infectie-ziekten.

WOI

Werkverband van ouder- en familieorganisaties betrokken bij instellingen voor mensen met een verstandelijke handicap.

WoZoCo

Woon-zorg complex.

WPN

Warmbloed paardenstamboek Nederland.

WPR

Wet persoonsregistratie.

WPW

Wolff-Parkinson-White (syndroom).

WREA

Wet op de reïntegratie van arbeidsgehandicapten.

WR

Wassermann-reactie. Een bloedtest om antilichamen tegen een besmetting met syphilis aan te tonen.

WRF

Wetenschappelijke raad fysiotherapie.

WSB

Stichting wonen van senioren op boerderijen.

WSN

Whiplash stichting Nederland.

Wtcg

Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. De Wtcg is op 1 januari 2009 ingegaan. In plaats van de buitengewone uitgaven voor de belasting te moeten aftrekken krijgen chronisch zieken en gehandicapten automatisch elk jaar een tegemoetkoming in de extra kosten die gemaakt moeten worden.

WTG

1: Wet tarieven gezondheidszorg.

WTZ

1: Wet terugdringing ziekteverzuim.

WTZi

Wet toelating zorginstellingen.

WUD

Wet op de uitoefening diergeneeskunde.

WUR

Wageningen universiteit onderzoek-centrum.

WVC

1: Welzijn, volksgezondheid en cultuur.

WVG

1: Wet voorzieningen gezondheidszorg.

Wvkl

Wet veiligheid en kwaliteit lichaams-materiaal.

WVMC

Wet voorkoming misbruik van chemicaliën.

WVO

Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

WvS

Wetboek van strafrecht.

WWA

Woon/werkvoorzieningen voor autisten.

WWP

Werkgroep WAO en psyche.

wwsp

Wegwerpspuit.

WWZ

Wonen, welzijn en zorg.

WZF

Woonzorg federatie.

WZV

1: Wet ziekenhuis-voorzieningen.

WZW

Woon-, zorg- en welzijnsvoorzieningen.

WZZF

Wet zelfstandigen in het ziekenfonds.

XALD

X-gebonden adrenoleukodystrofie.

Xanthine

Een afbraakproduct van onze stofwisseling en een voorstadium van urinezuur.

Xanthinesteen

Dit is een hoofdzakelijk uit xanthine bestaande blaas- of niersteen.

Xanthosis

Het geel kleuren van de huid.

XBOZ

Röntgenopname buikoverzicht.

X-chromosoom

Een geslachtsbepalend chromosoom. Het komt bij de vrouw gepaard in de cellen voor.

Xe

Symbool voor het xenon element uit het periodiek systeem.

Xeno-

In samenstellingen: vreemd.

Xeransis

Uitdroging.

Xerodermie

De perkamenthuid, een aandoening van de opperhuid.

Xerosis

Het uitdrogen van de huid of een orgaan.

Xerostomie

Een (zeer) droge mond door een verminderde productie van speeksel.

XIST

X-inactief specifiek transcript.

XLP

Geslachtsgebonden lymfoproliferatief.

XMM

Xeromammografie.

XOS

Xylo-oligosacharide.

XP

Xeroderma pigmentosum.

XPS

Geëxtrudeerde polystyreen-hardschuim.

X-stralen

Röntgenstralen.

Xyl

Xylose.

Xylose

Houtsuiker. Deze suiker wordt gevonden in de celwanden van planten.

Y

1: Het aromatisch aminozuur tyrosine.

Yb

Symbool voor het ytterbium element uit het periodiek systeem.

YBOCS

Yale-Brown obsessieve compulsieve schaal. Deze schaal wordt vaak gebruikt om de ernst en frequentie van verschillende obsessies en dwanghandelingen bij de obsessieve compulsieve stoornis, ofwel OCS, te bepalen.

Y-chromosoom

Een geslachtsbepalend chromosoom. Het komt bij de man in de helft van het aantal zaadcellen voor.

Yoghurt

Een door indikking en fermentering verkregen zuur melkproduct. Het is een eiwitrijk en lichtverteerbaar product wat goed is voor onze darmflora.

Yohimbine

Een plantaardige stof die ingezet kan worden ter verhoging van de geslachtsdrift (afrodisiacum of aphrodisiacum).

ZAIO

Zorgautoriteit in oprichting.

ZAIS

Ziekenhuisapotheek informatiesysteem.

ZAS

1: Zorgaanbodschaal.

ZAT

Zorg- en adviesteam.

ZAV

Zelfanalyse vragenlijst.

ZBC

Zelfstandig behandelcentrum. Een ZBC is een door de overheid erkende kliniek.

ZBV

Zelfbeoordelingsvragenlijst.

ZCZA

Zorgorganisatie chronisch zieken Amstelland.

ZDV

Zidovudine.

Zelotypie

1: Een ziekelijke afgunst.

ZES

Zollinger-Ellison-syndroom.

ZF

1: Zure fosfatese.

ZFR

Ziekenfondsraad.

ZFW

Ziekenfondswet.

ZG

1: Zintuiglijk gehandicapte.

ZGB

Zorg gebruikers bundeling.

ZGCT

Zelfstandig gevestigde creatief therapeut.

ZGT

Ziekenhuisgroep Twente.

ZGV

Ziekenhuis Gelderse Vallei.

Zh

Ziekenhuis.

ZHONG

ZHONG is de Nederlandse vereniging voor traditionele Chinese geneeskunde (TCG). Het is een landelijke beroepsvereniging voor TCG therapeuten die onderdak biedt aan alle disciplines binnen de TCG, zoals Acupunctuur, kruidengeneeskunde, Qigong (spreek uit: tsji koeng), Tuina (spreek uit: twee na) en Shiatsu.

ZI

Zelfinseminatie.

ZIB

Zeer intensieve behandeling.

ZIF

Zorg innovatie forum.

ZIG

1: Zosterimmuunglobuline.

ZIM

Ziekenhuis informatie model.

ZIN

1: Zorg in natura.

Zinkdeficiëntie

Een tekort aan zink in het lichaam door bijvoorbeeld een slechte opname hiervan.

ZIP

Zorg innovatie platform.

ZIS

Ziekenhuis informatie systeem.

ZKH

Ziekenhuis.

ZKN

Zelfstandige klinieken Nederland.

ZKV

Ziektekostenverzekering.

ZLTO

Zuidelijke land- en tuinbouworganisatie.

ZMC

Zaans medisch centrum.

ZMLK

Zeer moeilijk lerend kind.

ZMOK

Zeer moeilijk opvoedbaar kind.

ZMV

Zwarte migranten- en vluchtelingenvrouwen.

Zn

Symbool voor het zink (zincum) element uit het periodiek systeem.

ZN

Zorgverzekeraars Nederland.

ZnMP

Zink-metalloproteïnase.

ZOK

Zinkoxide met kalkwater.

ZOM

Zorg op maat.

ZON

1: Zorg-onderzoek Nederland.

ZONMw

ZONMw staat voor het samenwerkingsverband van Zorg-onderzoek Nederland (ZON) en Medische wetenschappen van de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO).

Zorgis

Zorg informatie systeem.

ZOZG

Zorg voor ouderen, zieken en gehandicapten.

ZP

Zorgpas.

ZPA

Ziekte van de perifere arteriën.

ZPG

Zorgpas groep.

Zr

Symbool voor het zirkonium (zirconium) element uit het periodiek systeem.

ZRS

Zorg registratiesysteem.

ZRT

1: Zorgregieteam.

ZSP

Zorg service provider. Dit is een organisatie die zich richt op het leveren van online diensten aan zorgverleners zoals apothekers en huisartsen. We kunnen hier bijvoorbeeld denken aan een electronisch recept.

ZTM

Zieken transport maatschappij.

Ztsl

Zorgtoeslag.

Zuur-base-evenwicht

De normale of evenwichtige verhouding tussen de in het bloed voorkomende hoeveelheid basische en zure stoffen.

ZVA

Ziektekostenverzekering ambtenaren.

ZvB

Zorg voor Borstvoeding. De stichting ZvB is in 1996 opgericht door UNICEF Nederland om zo het internationale borstvoedingsprogramma Baby Friendly Hospital Initiative (BFHI) van de WHO en UNICEF ook in ons land uit te voeren.

ZVN

Zorgverzekeraars Nederland.

ZVP

Zorg vernieuwingsproject.

ZVS

Zorgvraagschaal.

ZVW

Zorgverzekeringswet.

ZW

1: Ziektewet.

ZWoP

Zelfstandig wonen project.

Zygapofyse

Het gewrichtsuitsteeksel van een wervel.

Zygoma

Het jukbeen of jukboog.

Zymodeem

Het enzymenpatroon.

Zymogeen

Het niet actieve voorstadium van een enzym noemt men zymogeen, pro-enzym of proferment.

Zymologie

De kennis van de werking van enzymen en de gisting.

Zymose of zymosis

De werking van een enzym.

ZZ

Zwakzinnigenzorg.

ZZA

Zelfzorgarrangement.

ZZP

Zorg-zwaartepakket.